Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Achttien

Op deze mooie stralende dag zou Emma achttien jaar geworden zijn.

Dat werd ze niet.

Onze herinneringen hebben we al wel al die jaren.

Die herinneringen aan een wazige week mochten we vanmiddag delen. Delen in liefde en openheid. Na die wazige week ging het leven verder en stond het soms stil. Doorgaan met leven, andere kleinkinderen verwelkomen, zien opgroeien, met hen lachen en soms met hen huilen.

Emma werd geen achttien op deze aarde. In mijn hoofd blijft de nieuwsgierigheid. Emma, hoe zou je zijn?

Hoe het verder ging

Ik toets een adres in mijn tomtom die van Garmin is. Het is een bekend adres, voor de zekerheid zet ik het toch maar in de routeplanner. Ik ben benieuwd hoe het er nu uitziet. Ik ga naar Eugeria, een verpleeghuis in de plaats waar mijn moeder woont. Het verpleeghuis waar mijn vader de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Toen was het een oud gebouw, met vierpersoonskamers, waar je een bed, nachtkastje en nog een andere kast had. Weinig ruimte en weinig privacy. Voor ons vervelend, ik denk dat vader het niet zo besefte.

Nu is onze moeder in datzelfde verpleeghuis, voor revalidatie. Het was een spannende week, na haar ziekenhuisopname. Ze kon gelukkig de volgende dag geopereerd worden. Al werd ook dit een wacht-dag: ze werd uiteindelijk pas tegen vijf uur ’s middags naar de operatiekamer gebracht, en was om een uur of negen weer terug op de afdeling. De eerste dagen verliepen redelijk voorspoedig en het was de bedoeling dat ze diezelfde week al voor revalidatie zou gaan. Een longontsteking verhinderde dat. De ziekenhuisopname duurde nog een paar dagen langer.

Corona zorgt ook in ziekenhuizen en verpleeghuizen voor extra gedoe en werk. In het ziekenhuis mocht een persoon per bezoekuur komen, niet wisselen dus. In het verpleeghuis mogen drie personen (steeds dezelfden) in totaal vier keer per week op bezoek komen. Dat betekent voor ons gezin dat de helft van de kinderen kan komen…. Nu konden in het weekend toch nog de kinderen die nog niet geweest waren, op bezoek komen.

Uiteindelijk volgde de verpleeghuisopname afgelopen woensdag. Moeder heeft een eigen kamer, met badkamer. Alles is nieuw en modern. Het revalideren is begonnen. Nu afwachten hoe dat verder gaat. Vermoeiend als je 90 bent en de jaren echt zijn gaan tellen. De dagen zijn vol met alle bezigheden. Gister ging ik er voor het eerst weer naar toe, naar dat ene verpleeghuis, waar zoveel voetstappen van ons liggen. Ik voelde het in mijn lijf toen ik er naar toe reed. O ja, daar parkeerde ik mijn auto altijd. Nu op een andere plek. Het hele huis is anders, mooier.

Het was goed om er te zijn. Nu volgt het harde werken voor moeder. Het blijft nog een spannende periode. Onwennig voor haar, in een onbekende omgeving. En in het kader van ieder nadeel heeft z’n voordeel: onder deze weersomstandigheden is het erg fijn dat ze veilig onderdak is!

Thuisschool

Gisteren waren de jongste twee kleinkinderen hier te logeren. Al wekenlang wordt er bij zoon en schoondochter thuisgewerkt, zowel door ouders als kinderen. En zelfs een groot huis kan dan weleens iets te klein zijn. En wij bedachten dat het best leuk is om een digitale schooldag mee te maken. (dit nog los van het feit dat het natuurlijk altijd leuk is als kleinkinderen logeren. Ik zeg het er maar bij, voordat iemand zich zorgen gaat maken)

Een paar weken geleden logeerden Floor en Mees hier ook, wij wisten inmiddels hoe het werkte. Keurig op tijd zaten de kinderen achter hun chromebook. De lesdag begon met een “meet”. Een digitaal klassengesprek, daarna een bijbelles. De school waar de kinderen op zitten heeft combinatieklassen, wat een extra uitdaging is voor het lesgeven. Floor had gisteren een rekentoets, die ze uiteraard zonder hulp maakte. Mees was druk met zijn rekenwerk en ontdekte een fout in de lesstof. Zo grappig, dat hij dat via de chat aan zijn meester kon melden. Leuk die korte lijntjes.
Er was een heuse pauze, maar Floor moest wel op de tijd letten, want oma, ik moet zo weer in de meet. En die meet klonk echt gezellig!

Hulde aan de leerkrachten hoe zij de lessen oppakken. Het is roeien met de riemen die je hebt, en hopen dat je goed uitkomt. Ondanks de goede lessen, verlangen de kinderen echt weer naar de gewone schooltijden en zijn ze superblij dat ze volgende week weer mogen. Al is het voor iedereen ook wel een uitdaging en vraag hoe dit zal gaan. Hoe lang zal het duren voordat er een klas in quarantaine moet? Structuur en overzicht zijn dan ver te zoeken. We wachten het met z’n allen maar weer af.

Het was een halve schooldag, ’s middags lieten we ons zelf uit, in de stromende regen. Daarna hadden we nog een halve middag tot onze beschikking. Mees vindt het altijd wat lastig om bezigheden te vinden die niet schermgerelateerd zijn. “Gelukkig” was ons koffiezetapparaat ontploft en deed allernaaste verwoede pogingen het te repareren. Missie mislukt, maar “technisch” bezig zijn was leuk.

Floor en ik gingen kleuren. Gezellig om samen aan de tafel te zitten en te kleuren. We waren gezellig aan het kletsen en kleuren. Toch wel bijzonder om zo bezig te zijn. Is dit het bijzondere van opa en oma zijn? Ik vraag me oprecht af of ik vroeger veel tijd maakte om zo bezig te zijn. Er lag altijd wel werk te wachten. Daarbij denk ik wel dat jongens toch iets minder de neiging hebben om dit soort dingen te doen. Het was vroeger meer bouwen en andere grootse zaken.

Ik genoot van het samen knutselen. Floor was ijverig bezig eerst een boekenlegger voor mama te kleuren en daarna een voor zichzelf. Ze zat zich wel af te vragen waarom ze een boekenlegger kleurde, want ik lees eigenlijk altijd boeken op m’n tablet, dus ik heb er geen nodig…

Kind van deze tijd. Digitaal onderwijs, boeken lezen op de tablet. Ooit wilde ik haar leren veters strikken. Dat hoefde niet, dat leer ik wel van joetoep, zoals ze toen nog zei. Filmpjes vinden was voor haar geen enkel probleem. Ik zat me af te vragen hoe ze dat voor elkaar kreeg, zonder te kunnen schrijven. Dat er ook nog zoiets als een microfoontje was, waar je je zoekopdracht in sprak, dat leerde ik van haar.

Zondag

Je bent negentig en woont nog geheel zelfstandig en kunt ook je zaken zelf nog ordenen en regelen. Dan komt corona en je wereld wordt kleiner, je krijgt minder bezoek. Ook dat is te overleven en min of meer te overzien. Maar dan, op een dag kom je te vallen. Gelukkig heb je een alarmering voor de thuiszorg en lijkt het mee te vallen. De volgende dag komt de huisarts. Voor de zekerheid. Geen gebroken heup, zo is de conclusie na onderzoek. (thuis)

Je moddert wat door, al lijkt het er op dat het lopen lastiger wordt. Nog maar even afwachten. Dan, na een paar dagen, val je nog een keer, en weer is de thuiszorg de redding, en lig je weer veilig in je bed. Je merkt dat je niet meer op je voeten kunt staan. De volgende ochtend komt de thuiszorg opnieuw, en degene die dan komt om de steunkousen aan te doen, merkt dat bewegen nu wel erg moeizaam gaat. Ze pakt door, belt de huisartsenpost, want het is zondag. En ze belt mij, ik ben contactpersoon.

Ik moet nog wel een half uur rijden voordat ik er ben, en gelukkig is het erg rustig op de weg. Als ik er ben, gaat de thuiszorgmevrouw snel weg, haar route van deze ochtend is al een half uur uitgelopen. Dank voor het wachten! Ik maak een ontbijt, en we wachten op de dingen die gebeuren. De dienstdoende huisarts komt, ze onderzoekt en kijkt en besluit te overleggen met een neuroloog. Deze vindt het toch wel een goed idee om mijn moeder, over wie het heb, te laten onderzoeken. Een ambulance wordt geregeld, want met mijn auto vervoeren gaat echt niet lukken, bewegen is het probleem. De ambulancebroeder vertelt me waar ik in het ziekenhuis moet zijn en voegt me toe: voorzichtig rijden hè!

Ik rij met mijn eigen auto naar het ziekenhuis. En dan begint het lange wachten. Er wordt een scan gemaakt, niets op te zien. In het bloedonderzoek zijn geen grote afwijkingen te zien. Urine onderzoek evenmin. Longfoto is goed. Kortom, er is niets aanwijsbaars te vinden. Geriater wordt ingeschakeld, ook zij weet geen nieuwe gezichtspunten.

Wat nu? In principe is er geen reden om in het ziekenhuis te moeten blijven. Mijn moeder wil het liefste naar haar eigen huis en eigen bed. Weer een nacht alleen blijven vind ik onverantwoord en ik besluit dan te blijven slapen, al vraag ik me af hoe we het kunnen redden, zo samen, zonder medische hulpmiddelen. Een ziekenhuis opname op deze leeftijd is echter ook geen feestje. Met daarbij het risico van een corona besmetting… wat is wijsheid? Inmiddels is het dan al een uur of vijf en zitten we al een aantal uren in onze kamer. Verplicht met mondkapje op. Deze keer een medische… mijn eigen was niet goed genoeg. 🙂 Uiteindelijk bedenken mijn moeder en ik, dat naar haar huis gaan het minst slechte is. Dan zien we morgen wel verder, want op deze manier komt moeder niet verder.

Dan komt de assistent arts, die ons al de hele middag begeleid heeft binnen. Hij zegt nogmaals het een bijzonder geheel te vinden, geen enkele aanwijzing voor iets concreets en toch veel problemen. Zijn idee is: laten we alsnog toch een foto maken van de heup. Wie weet…. hij heeft  het idee dat er iets niet klopt. Eerder heeft  hij al gezegd dat hij een dergelijke situatie zeer interessant vindt. De foto wordt gemaakt, en we wachten weer. De hele middag heb ik app contact met broer en zussen. Superfijn dat dat kan!

Even later komt de arts terug….. surprise: de heup is toch gebroken. Het plaatje verandert op slag. Opname is noodzakelijk, en als het allemaal lukt, morgen operatie. Dan hopelijk revalidatie. De arts gaat nog in gesprek over wat te doen bij calamiteiten. Moeilijk dat dat moet, al is het ook goed dat ernaar gevraagd wordt. Dit is een onderwerp dat eerder bij ons aan de orde is, dus het is wel duidelijk hoe er gedacht en gevoeld wordt.

Mijn moeder gaat naar haar afdeling, ik naar haar huis om wat spullen op te halen. Ik breng ze nog naar haar afdeling. Gelukkig is er nog brood, behalve een klein ontbijt heeft moeder niets gegeten of gedronken. Zo op het oog ondergaat ze alles gelaten.

Ik laat haar achter en rijd naar huis. Mijn hoofd is vol, mijn maag leeg. Thuis wacht mijn allernaaste, met koffie en eten. Een intensieve dag, en ik denk dat er een intensieve tijd gaat volgen.

Zo’n dag

Zo’n dag die er is, waar van alles gedaan kan worden en niet veel uit je handen komt. Zo’n dag als vandaag dus. De dagen sudderen voorbij. De ene dag heb je plezier, een andere dag word je bang van de dingen die gebeuren, of van de dingen die vooral niet gebeuren. Die we nalaten, zoals zorg voor mensen en klimaat. Klein en machteloos voel ik me dan, het voelt verlammend, blijf maar zitten waar je zit. In de grote wereld gebeurt teveel.

Maar ook in de kleine wereld gebeurt van alles. Vorige week gebeurde er voor mijn ogen een ernstig ongeluk. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Belde 112. Later in de week is het slachtoffer overleden. Verdriet voor familie. Hoe kwetsbaar kan een leven zijn. Een lieve kerkzus kreeg te horen dat haar conditie waarschijnlijk niet veel beter wordt dan zoals het nu is. De gevolgen van corona… En zo is er no wel meer om over na te denken. Ik vind het lastig allemaal. Ik doe alsof ik de hele wereld op m’n schouders moet nemen. Natuurlijk is dat onmogelijk, gelukkig maar. Behalve ‘zorgen maken’ maak ik me druk.

Ik maak me druk over mensen die in de supermarkt hun karretje precies voor het schap zetten waaruit ik iets nodig heb. En waarom gaat iedereen op dezelfde tijd als ik boodschappen doen? Waarom heb ik weer de verkeerde kassa gekozen? O ja, dit is die aardige kassamevrouw, daarom duurt het wat langer… ze zegt tegen de klant die nu aan de beurt is, dat die roerbakgroenten deze week 1+1 gratis is, dus mevrouw kan er beter nog maar een zak bij gaan halen. De mevrouw zegt dat ze alleen is, dus niets aan twee zakken groenten  heeft. Ze denkt nog even na, en ik bemoei me er maar even mee en zeg: maak er soep van en doe dat in de vriezer. Tien punten voor deze tip. (dus er wordt inderdaad nog een zak groenten opgehaald)

Bij de drogist in ons enorme winkelcentrum staan manden met afgeprijsde artikelen. Even bij snuffelen. Ik zie deze fles die ik niet achter kan laten: “Put your hands up”.

Ach ja, denk ik, dat is het natuurlijk wel, je handen ophouden. Niet om maar af te wachten wat er in valt, wel om te zien wat er al in ligt. Om na te denken Wie geeft, na te denken over Wie er wel is en zal blijven. Omdat Hij dat heeft beloofd. Ik moet zeggen dat ik het best vaak lastig vind om me dat te blijven realiseren. En soms is het gewoon weg.

Tot ik een aardige caissière tref, die haar klanten op voordeel wijst, of een fles met leuk opschrift tref. Ogen en oren open, er is meer te beleven dan ik vaak denk.

Tot slot, zoals meestal, een mooi lied. Weliswaar een adventslied. Verwachtingsvol naar kerst. Afgelopen zondag hoorden we in de preek dat we in verwachting zijn van grootse wonderen. Laten we daarvoor onze handen en harten openen! (ps. ik mag de trotse moeder van de zanger zijn)

Nieuwe laptop

Volgens mij was het na vijf jaar tijd voor een nieuwe laptop. Er was een leuke aanbieding en jongste zoon was zo vriendelijk vroeg naar de winkel te gaan en er een voor mij te kopen. Nu heb ik de (rare?) gewoonte om mijn mail te bewaren. Je weet maar nooit waar je het ooit voor nodig hebt. En ik wil dan die mails ook weer allemaal op mijn nieuwe laptop hebben….

Maar langzamerhand werd het wel een beetje bijzonder. Wat doet een mens nog met mails uit 2003? Dus ik was moedig in de afgelopen dagen en heb de onvoorstelbare stortvloed aan mails opgeschoond.

En dat was wel eens confronterend. Gesprekken en discussies over allerlei gebeurtenissen. Helaas meestal niet de meest blijmoedige gesprekken. Of wel blijmoedige gesprekken in vriendschappen die (toch) inmiddels verlopen zijn. Allemaal herinneringen kwamen bovendrijven. Herinneringen aan allerlei dingen waar we aan meededen, waar we met groot enthousiasme insprongen. Soms was het echt een sprong in het diepe. Een sprong met onverwachte gevolgen, mooie en minder mooie. Tot het niet meer goed was voor ons en we vertrokken. Wat een hoeveelheid mails had ik uit die tijd bewaard. Sommige heb ik gelezen, anderen onmiddellijk verwijderd. Over en uit, voorbij. En nu, na een aantal jaren is het goed en klaar. Goed om achter ons te laten.

Zo mogen we steeds opnieuw verder gaan, nieuwe dingen ontdekken en meemaken. Ook in een jaar als dit, wat toch wel een spectaculair jaar was, op allerlei gebied. Stoppen met werken, wennen aan het allebei thuis zijn, het land dat zo goed als plat lag. Mooi vrijwilligerswerk ontdekken en daarvan genieten. Genieten van (nieuwe) mensen, genieten van vriendschappen. Kerkdiensten die door mogen gaan, ook al is het op een totaal andere manier dan we gewend zijn.  We mogen in vrede en vrijheid leven. Daar ben ik superdankbaar voor en het maakt soms het journaal kijken beschamend… en levert dat weer een nieuwe puzzel op.

Voor nu: een goede jaarwisseling, een goed 2021 gewenst, en hou vol. Met daarbij de gedachte dat we niet alleen elkaar vast houden, maar dat wij vastgehouden worden!

 

Het eindeloze verhaal dat “vrouw en ambt” heet.

Zondag 8 november 2020: de eerste vrouwelijke dominee binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Almatine Leene werd in Hattem bevestigd. Zij was al een aantal jaren predikant in Zuid-Afrika. De eerste vrouwelijke dominee die binnen de GKv bevestigd werd.  Niet de eerste vrouw die theologie studeerde. Een aantal gereformeerde vrouwen verliet de GKv om in andere kerken predikant te worden. Zij voelden zich geroepen tot het ambt.

In het Nederlands Dagblad van 7 november stond een gesprek met haar. Daarin gaf zij aan het een goed idee te vinden als er gesprekken gevoerd zouden worden met deze vrouwen die de GKv verlieten. “Een excuus daarbij is nooit verkeerd, denk ik”, zo is te lezen. Verder op in deze krant staan interviews met een aantal van deze “kerkverlaters”. De teneur is een beetje dat de meeste van hen excuses niet nodig vinden, maar ze willen erkenning van hun pijn en waardoor die veroorzaakt is. Bijvoorbeeld doordat ze niet aan het avondmaal mochten, zoals een van hen vertelde. De doelstelling moet herstel zijn en dat opent de weg naar de toekomst. In mijn ogen lag het accent niet zozeer op excuses. Toch was dat in de dagen erna de hoofdmoot: “vrouwen willen excuses”.

Het verhaal van Almatine maakte indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: ik hoop niet dat nu alleen mannen gaan reageren om te vertellen hoe dit nu verder moet en ingevuld wordt. Op Facebook kwam ik al snel een discussie tegen. Procedures werden van stal gehaald. Genoemd werd dat excuses niet nodig zijn, immers, deze dames waren ongehoorzaam aan het kerkgezag. Enzo verder. Allemaal mannen. Eerlijk gezegd ontneemt me dat de moed om er zelf iets van te zeggen.

Een en ander bracht wel weer pennen en hersenen in beweging. In een column in het ND  (woensdag 11 november) werd gesteld dat Almatine Leene excuses eiste. Beetje jammer dat dit in die column zo gesteld werd, dat geeft m.i. een vertekend beeld. Ik wil hier de blog van ds. Robert Roth nog noemen, hij schreef een mooie gedachtengang over dit alles. Een laag dieper dan voor of tegen vrouwen in ambten zijn. Maar ook de vraag: hoe verder, hoe met elkaar om te gaan, met deze toch wel grote tegenstelling.

Draag elkanders lasten, zo is de titel van de blog van ds. Roth. Dat zal in de praktijk best ingewikkeld zijn. Want wat houdt dat dan in? Je kunt met elkaar praten over hoe je deze dingen ervaart. Je wilt luisteren. Maar dan? Draag elkaars lasten, betekent dat dat je geen vrouwen in het ambt toelaat, omdat de ander dit schrifkritiek vindt, en tegen Gods wil?. Of sta je het wel toe, met pijn in je hart? Het is een bijna onneembaar geheel geworden.

Vandaag las ik in het Nederlands Dagblad dat er nagedacht wordt over het opnieuw naar de synode brengen van bezwaren tegen de genomen besluiten over m/v ambt. Het is een “nieuw” besluit, dus mag er opnieuw bezwaar gemaakt worden. De synode van Goes, waar nu de bezwaren behandeld zijn, heeft die niet toegewezen. “Dus” is er niet geluisterd. (welke president redeneert ook zo? 😉 )
In datzelfde artikel werd ook gesteld dat een herverkaveling binnen kerkverbanden, of de oprichting van een noodkerk, ook tot de opties horen. Hier worden de lasten dus alleen gedragen, zonder dat wie ook de kans krijgt mee te helpen dragen, je hebt de ander dan kennelijk niet nodig.

Ik word er eerlijk gezegd moe en verdrietig van.

(zonder) woorden

Waar zijn woorden te vinden voor verdriet? Wat te zeggen als je hoort over een vader en moeder die geen ouders worden, wat te zeggen als je hoort van voortwoekerende kanker, wat te zeggen als dementie steeds meer bezit van iemand neemt?

Wat te zeggen tegen de zoveelste corona-patiënt, wat te zeggen bij zoveel somberheid en verdriet, zoveel boosheid, zoveel onzekerheid.

Wat zijn we kleine mensjes, wat zijn we, wat voel ik onmachtig, om me vervolgens af te vragen wat ik dan wel zou willen. Ik vlucht in onbelangrijke dingen: waar vind ik de supershampoo die ik absoluut nodig heb om gelukkig te zijn?

Wat wordt het donker, kil en koud. Koude harten, hete hoofden. Oren die niet meer horen. Ogen die niet meer zien.

Het elkaar niet meer mogen aanraken maakt me zelfs slordig in het groeten, ik vertrek in het voorbijgaan, merk ik.

Gisteren was ik op een stiltedag in mijn  geliefde klooster. De dag was deels binnen, met programma. Deels tijd om zelf in te vullen en ik liep een rondje kloostertuin/berceau. Ik kwam langs een grote stapel die er niet uitzag en sterk rook. Een grote hoeveelheid rottende, gistende appels. Vergane glorie, afgedankt fruit. De zon scheen erop, het waaide een beetje,  eigenlijk rook het erg lekker. Er zat een vlinder op.
Schoonheid op rotheid. Het kan blijkbaar samen gaan.

We hebben ogen gekregen om te kijken, maar vooral om te zien. Proberen de ander te zien, en vooral ook God te zien en te blijven vertrouwen. Ook als het donker is. God zien en elkaar blijven zien en blijven aankijken. Afgelopen zondag zagen we dit filmpje in de kerkdienst. Ik kan het niet met droge ogen zien….

 

Nieuw Sion

Vrijdagochtend, ik word wakker van een onbekend, irritant geluid. O ja, de wekker… Een geluid dat ik niet vaak meer hoor en onaangenaam blijft, zeker als ik (al) het om half zeven hoor.

Ik hijs mezelf het bed uit en heb(toch) zin in deze dag. Vrijdag is Nieuw Siondag! Sinds eind mei gaan allernaaste en ik iedere week naar Diepenveen, waar dit klooster staat. Sinds ongeveer  2016 bestaat het als Klooster Nieuw Sion, tot die tijd was het abdij Sion. Er woonden nog maar een paar monniken, zij vertrokken naar Schiermonnikoog. Een klooster vol spullen achterlatend. Een groep mensen wilde graag dat het klooster bleef bestaan. Niet als toeristische trekpleister, wel als een plek waar je God, de medemens en de natuur kunt ontmoeten. Er is een woongemeenschap van jonge mensen, er is een getijdengemeenschap, die zorg draagt voor het doorgaan van de getijdengebeden en er is de werkgemeenschap waar wij deel van uitmaken: de vrijwilligers. Nieuw Sion biedt mooie programma’s aan. Stilte dagen, retraites, er is van alles te beleven. (gewoon beleven, niet gaan doen!)

Vanaf het begin had ik steeds in mijn hoofd: ik wil daar iets, maar… nog aan het werk, de afstand, en nog meer van dat soort beren en andere beesten op de weg.

Stoppen met werken, corona, er gebeurde van alles in ons leven. Op een zondag zat ik wat te pieren op Facebook en zag een aantal vacatures op Nieuw Sion voorbijkomen. (een klooster op de socials!). Men vroeg een administratieve ondersteuner voor de directie, een archivaris, een vrijwilligers aanspreekpunt en ook nog een fotograaf. Ha! Dat was wat! Ik vertelde allernaaste over deze vacatures. Meestal hoorde hij mijn kloosterverlangens aan, en had niet diezelfde gedachten als ik daarover had. Echter, hij had zich al aangemeld als fotograaf voordat ik uitgedacht was over de veelheid aan mogelijkheden.

Lang verhaal kort: we zaten nog diezelfde week aan tafel bij de directie van Nieuw Sion. Toen bleek dat behalve fotograferen lassen ook nog een vaardigheid van allernaaste was, was hij nog meer welkom. Ik ben begonnen als administratieve ondersteuner. Inmiddels ben ik ook aanspreekpunt voor vrijwilligers geworden. In gesprek gaan met mensen die vrijwilliger willen worden, proberen wat wegwijs te maken, gesprekken voeren, dat zijn zo ongeveer mijn taken. Er zijn al heel wat foto’s gemaakt, zowel van het gebouw als van alle vrijwilligers. Iedere vrijdag is klusdag. Er is genoeg te doen. Er is een grote moestuin waar heerlijke groenten groeien, er is een grote binnentuin. Die groenten zijn zo lekker! Iedere week neem ik wel wat groenten mee.

Het gebouw is oud, er is veel onderhoud nodig. Nieuw Sion herbergt een woongemeenschap, voor hen is woonruimte gemaakt in het klooster. In de afgelopen jaren is een gastenverblijf gerealiseerd. Het is de bedoeling dat er nog meer gastenkamers komen. Kortom, plannen te over. Iedere vrijdag wordt er hard gewerkt.  Niet alleen gewerkt, ook gebeden.

In het klooster worden de getijdengebeden in ere gehouden. Tegen twaalf uur wordt de klok geluid, en om twaalf uur is het gebed. Zingen (doen we heel zacht) bidden, stil zijn. Het is supermooi om mee te maken!

Om een uur of twee, drie rijden we weer naar huis. Meestal met een vol hoofd en een blij hart. Thuis worden de foto’s uitgewerkt, mensen daar al dan niet blij mee gemaakt. En heb ik iedere dag mails te beantwoorden, of nog dingen uit te werken. Geen straf om daar mee bezig te zijn, integendeel.

We zijn superblij met deze mooie plek (echt een aanrader!), de mensen, de nieuwe contacten, het voelt als een deken in deze barre tijden.

Corona, mondkapjes, en Daniël in de leeuwenkuil.

Half maart maakten we kennis met de eerste corona persconferentie. Corona ging ons ons land niet voorbij. Nee, de scholen hoefden niet dicht, luidde de boodschap. Gemor in de maatschappij zorgde er toch vrij snel voor dat de scholen dicht moesten, met alle gevolgen van dien, voor ouders en kinderen. Corona woekerde door en vroeg veel van ons.

Na de zomer steeg het aantal besmettingen. Tot aan september werd gezegd dat mondkapjes dragen niet heel effectief is. Luid en duidelijk uitgelegd op de website van het RIVM. Virussen zijn heel erg klein en kunnen overal doorheen, dus ook door de gewone mondkapjes. Tot vorige week. Ineens drong de tweede kamer bij de regering aan een besluit te nemen over mondkapjes. Want de mensen willen het en daarom doen we het toch maar, onder het motto: baat het niet, het schaadt ook niet. In openbare binnenruimtes is het nu sterk aan te raden een mondkapje te dragen.
Toen ik dit hoorde dacht ik: dat is nu twee keer iets wat gebeurt omdat de “mensen” het willen. Ik ben benieuwd wat de derde keer is/wordt.

Wat betreft mondkapjes dragen: het gruwt me als ik zie hoe Mark Rutte een mondkapje uit zijn broekzak haalde, met de mededeling dat hij dat waarschijnlijk wel ging dragen in de supermarkt. Ik denk/vind: als je dan toch mondkapjes wilt dragen, doe het dan zodra je de deur uitgaat. Niet dat halfgebakken gedoe van wel in winkels en buiten niet. Iedere keer weer opnieuw die dingen op en afdoen, in je broekzak of waar dan ook bewaren, dat heeft geen enkel effect, eerder het tegendeel. De kans op besmetting wordt zo alleen maar groter. En dan heb ik het nog niet eens over alle mondkapjes die op straat terecht komen, of over het gebruik van grondstoffen voor iets dat in veel gevallen niet goed gebruikt wordt.

Ik hoefde niet lang te wachten op het derde voorval waarin het volk weer iets wilde! In Staphorst gaan mensen naar de kerk! Heel veel  mensen! (ze volgen alle regels van de overheid, behalve het advies om niet te zingen) De socials werden ingeschakeld. Groot was de verontwaardiging. Onze nationale omroep vond dit gebeuren urgent genoeg om er een filmploeg naar toe te sturen. Dit moet het ganse land weten.

Nee, ik vind het niet heel wijs om de randen van het mogelijke op te zoeken. (al waren de 600 aanwezigen over drie zalen verdeeld, wat niet vaak gemeld werd in de media) De horzels van de NOS besprongen de kerkgangers, en een enkeling liet zich interviewen. Het is bemoedigend een jonge man te horen vertellen dat hij op God vertrouwt en niet bang is om ziek te worden. Klinkt mooi en  moedig. Nu maar hopen dat hij geen anderen besmet, het gaat om meer dan alleen je eigen gezondheid. Het acht-uur journaal begon met dit item. Schande over het kerkvolk! Aan het einde van het journaal zagen we ook nog even beelden van een illegaal feest in het zuiden van het land. Veel politie op de been, veel mensen in een te kleine zaal. Nee, er waren geen bekeuringen uitgedeeld, geen gegevens genoteerd van de aanwezigen…..

Het netto resultaat van al dit gedoe is nu dat kerken sterk wordt aangeraden terug te gaan naar de eerste maatregelen. Niet meer dan 30 gasten per dienst. Groot is de verontwaardiging in kerken. Niet iedereen is van plan zich aan deze regels te houden. Kerkdiensten zijn van levensbelang, zo wordt gezegd. Ja, ik ben het ermee eens dat kerkdiensten belangrijk zijn. Ik mis ze ook. Ik denk niet dat ik als gelovige meer “recht” heb op kerkdiensten dan een ander recht heeft op iets waar hij troost en bemoediging uit haalt.

Gisteren lazen we de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil. (Daniël 6)  Een favoriet kinderbijbel verhaal, hoe gruwelijk het ten diepste ook is. Ik zag een soort parallel: degenen die koning Darius hadden aangezet tot dit plan lagen te wachten tot Daniël zich niet aan deze opgelegde wet zou houden. Klaar om hem aan te geven bij de koning, klaar om hun jaloezie te laten spreken.

Zoiets als NOS verslaggevers die reikhalzend uitkijken naar de kerkgangers in Staphorst?

Pagina 1 van 46

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén