Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Spoofing

Onlangs werd ik gebeld door een anoniem nummer. Doorgaans accepteer ik die gesprekken niet, deze keer wel. Een keurig nette dame meldde me dat ze van mijn bank was en dat er iets vervelends was gebeurd, er was een vreemde overboeking gesignaleerd. Een boeking vanaf een ander instrument dan waar ik normaal mee overboek. Daar wilde ze me toch even voor waarschuwen….

Ze noemde, ter controle, mijn adres. Dat klopte. Vervolgens vroeg ze mijn geboortedatum. Die noemde ik. (helaas) Ze vertelde nogmaals dat er een boeking naar het buitenland klaar stond om over te maken. Een boeking door ene Ibrahim, ter waarde van € 2500, vanaf een I phone 6. Maar ik had toch geen I phone 6, vroeg ze. Nee, die heb ik niet.

Vervolgens was het belangrijk om de af en bijschrijvingen van de afgelopen veertien dagen samen bij langs te gaan. Dat kon niet, ik was niet thuis. Of ze me dan terug kon bellen om dat te regelen? Ik zei: ja hoor, vanavond om zeven uur. Maar dat kon niet, want zij was van de klantenservice, en die werkte tot 18.00u. Mijn voorstel om de volgende ochtend te bellen viel niet helemaal goed, want mevrouw we kunnen die overmaking niet zo lang on hold houden. Maar, mevrouw, dan belt onze fraude dienst u wel vanavond, dan kon ik samen met hen die af en bijschrijvingen doornemen. Dat was prima.

Hm… leek het mij in eerste instantie een beetje voor de hand liggend dat ik gewaarschuwd werd bij een vreemde transactie, aan het einde van het gesprek had ik steeds meer twijfels. Er zaten teveel vreemde wendingen in. En het voortdurende hameren op Imbrahim met zijn I phone 6, beetje vreemd dit.

Ik besloot toch maar de klantenservice van mijn bank te bellen. Ik stond een kwartier in de wacht en werd toen geholpen. Door een alleraardigste keurig sprekende mevrouw. En nee, de bank belt nooit anoniem. En nee, er stond geen bijzondere transactie gepland. Kortom, dit was spoofing. Het meest gevaarlijke is dat oplichters het zelfs voor elkaar krijgen te bellen met het telefoonnummer van de bank. Dat is helemaal verwarrend.

De volgende stap in het proces (gesteld dat ik weer gebeld zou worden en mee ging in de plannen van de beller) zou waarschijnlijk het behulpzame voorstel zijn mijn geld op een veiligheidsrekening te plaatsen, zodat dergelijke bijzondere transacties niet meer mogelijk zijn. Die veiligheidsrekening zou zeer zeker in handen van de oplichters zijn. Want dat zijn het, oplichters..

Om zeven uur werd ik gebeld, en ik nam de telefoon niet op. Om half tien werd ik nogmaals gebeld, opnieuw anoniem. En zelfs de volgende ochtend nog een keer. Tjonge, die “fraudehelpdesk” maakt toch echt over uren!

Ik moet zeggen dat zo’n ervaring het vertrouwen in de mensheid nu niet echt vergroot. Tegelijkertijd zet zo iets me wel weer aan het denken, hoeveel waarde hecht ik aan (mijn?) geld? Wat als er echt geroofd was?

Oud en nieuw

“O ja”, hoor ik, “het is jouw oud en nieuw hè!”. Het klinkt aarzelend. Ik vertaal het naar: gefeliciteerd met je verjaardag. Ik schiet vol en omhels haar. Dit is

zo niet zoals het was. Maar wel zoals het is en zal zijn.

Jarig ben ik en ik ben bij onze moeder. Ze is sinds maandag weer in het verpleeghuis, hetzelfde als waar ze in het voorjaar was. Vorige week maandag werd ik gebeld door de thuiszorg dat het niet goed met moeder ging. Opname in het ziekenhuis volgde en deze keer was het een CVA.

Ze kon niet praten en herkende mij niet. Na een paar dagen werd dat beter. Herkenning is er zonder meer. Praten blijft ingewikkeld. Praten is altijd ingewikkeld, alleen beseffen we dat niet zolang we gewoon maar kunnen praten. Praten is bijna vanzelfsprekend. Tot het niet meer kan…

Binnen een week van thuiswonen, (met moeite) naar ziekenhuisopname naar verpleeghuisopname. Het is bijna een slechte film waar je in belandt. Voorlopig een film zonder einde. Weer thuiswonen is naar onze mening geen optie meer. Waar dan wel is een vraag.

Vanmorgen ging ik naar onze moeder. Voor mij onverwacht maakte ik een logopedie sessie mee. Dat was confronterend. Na het oefenen gingen we naar haar kamer. Ik was benieuwd of het geland was dat het mijn verjaardag is. Toch wel, zo bleek. We aten een taartje, dronken een kopje koffie en toen was het alweer tijd voor haar volgende oefensessie bij de fysiotherapeut. Je hebt het druk als 90-jarige revalidant!

Getijdengemeenschap

Vrijdag was een bijzondere dag in en voor klooster Nieuw Sion: de officiële oprichting van de getijdengemeenschap vond plaats! Kenmerkend voor het kloosterleven zijn de gebeden die op vaste tijden, dag in dag uit, jaar in jaar uit gebeden worden. Er zijn zeven gebedsmomenten in kloosters, vanaf midden in de nacht tot het einde van de avond wordt gebeden en doorgaans in de tussentijden gewerkt.

In klooster Nieuw Sion zijn vier getijdengebeden.  Dat zijn gebedsmomenten die een vaste liturgie volgen. Zoals alles in een (echt) klooster volgens vaste regels en afspraken gaat. Als we op vrijdag in Nieuw Sion zijn vind ik het getijdengebed van 12 uur wel het hoogtepunt van de dag. Misschien vooral wel door de vaste lijn die er in zit. De liturgie is bijna een soort vraag en antwoord tussen liturg en aanwezigen. Aan het einde van de lezing uit de bijbel zegt de liturg: Woord van de Eeuwige. De aanwezigen reageren met: “wij danken God”. Vorm en inhoud van de gebeden spreken mij erg aan.

Er zijn mensen nodig om de gebedsmomenten in stand te houden. Door er in voor te gaan, en door erbij aanwezig te zijn. De getijdengemeenschap bestaat uit de mensen die in Nieuw Sion wonen, of dat nu voor ‘vast’ is, zoals de woongroep, of tijdelijk, zoals de jongeren die sinds kort in Nieuw Sion wonen. (zij wonen hier ongeveer een jaar). Verder is er nog een brede schil mensen rond Nieuw Sion. Mensen die er vrijwilligerswerk doen, op wat voor manier dan ook, de werkgemeenschap. Ook zij zijn welkom binnen de getijdengemeenschap.

Een tijd geleden werd aangekondigd dat er nieuwe leden mochten aanhaken bij de getijdengemeenschap. Daar wilde ik graag bij zijn! Ik was niet de enige, samen met een aantal andere vrijwilligers volgde ik voorbereidingsavonden. Avonden waarin we leerden en elkaar mochten ontdekken. Waarin we spraken over wie God voor ons is, en hoe we kunnen bidden.

Zoals met zoveel dingen was ook hier corona een spelbreker. De installatie van de groep zou al in december gebeuren,  helaas kon dat toen niet. Nu eindelijk wel!

Voordat het officiële gebeuren losbarstte moesten we nog even oefenen: we zongen de liederen enkele keren, bespraken de volgorde van alle handelingen. Het voelde best spannend. Mooi en bijzonder was dat broeder Alberic, voormalig abt van abdij Sion, en nu abt op Schiermonnikoog, dit bijzondere getijdengebed leidde! Wij, als leden van de getijdengemeenschap, stonden in een halve cirkel rond het altaar. Om de beurt beantwoordden we de vraag of we volgens de leefregels van de gemeenschap willen leven en ons in willen zetten voor de groep. Precies op het moment van beantwoorden donderde en bliksemde het enorm. Spectaculair!

Na ons ja-woord kregen we allemaal wat wierookkorrels in onze hand, uitgedeeld door broeder Alberic. Op het altaar was een vuurtje en om de beurt mochten we “onze”korrels op dat vuur gooien. Een wierookgeur doortrok de kerk. Als een afbeelding van de lieflijke geur van gebeden voor God.

We zongen en we baden, en beloofden ons bezig te houden met bidden tot God. Supermooi om dat samen met anderen te doen en te beloven hiermee bezig te blijven!

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Het zit erin

Vroeger…. zo’n vijfenveertig jaar geleden, woonden wij boven een benzinepomp. Zo’n echte, met iemand die jouw tank volgooide. (wie die pomp wil zien, kijke de film de beentjes van sint Hildegard, daar komt hij in voor). De tankman zei altijd: “Zo, het zit er weer in”. Vaste prik.

Vorige week was ik bij iemand die ik nog begeleid. Helemaal stoppen met werken lukt me niet en klant en ik zijn blij dat Pgb’s bestaan en dat op deze manier nog wat mogelijk is. En dit op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw. We waren toen bezig met de post en er was een brief van de SVB. Ik opende die en tot mijn verrassing bleek het een uitnodiging voor coronavaccinatie te zijn, voor mij als zorgverlener… niet voor mijn ‘klant’, terwijl zij meer tot de risicogroep hoort, dan ik.

Ik was super verrast, al had ik wel ergens gelezen dat sommige zorgverleners wel acht uitnodigingen kregen, bij acht verschillende klanten. Ook dat kan dus blijkbaar. In de brief voor mijn klant zaten twee uitnodigingen, een voor mij als persoon en een op naam van mijn toko zoals ik dit tot vorig jaar had. Ik was superblij met deze uitnodiging! En verbaasde mijzelf over die blijdschap.

Na alle rampverhalen was ik erg benieuwd hoelang de belprocedure zou duren. Binnen een minuut had ik contact met de GGD, het gesprek duurde een minuut of tien, nogal wat herhalingen.

Verrassing: als ik wilde kon ik de volgende dag al gevaccineerd worden. Dat wilde ik niet, met de retraite in het vooruitzicht. Het werd deze ochtend voor de eerste vaccinatie, en de tweede volgt op Hemelvaartsdag. Oké, ik moest er wel een half uur voor autorijden. En vroeg m’n bed uit. Alles voor het goede doel. Het was nog erg rustig bij de priklocatie. Alle papieren werden nog eens nagekeken en oké bevonden. En je moet een aardige papierwinkel meenemen. Het prikken ging snel, toen nog een kwartier wachten en vervolgens reed ik weer naar huis. Onderweg hoorde ik in een radioprogramma een meneer vertellen over vaccins. Hoe hij in Ruanda meegemaakt had dat mensen uren moesten lopen om op de plek te komen waar gevaccineerd werd. Overtuigd van het nut van vaccinatie. Hij was verbaasd en meer dan dat, over de tegenstemmen in ons land. Het stoppen met het AZ vaccin begreep hij niet, het gevolgen van het virus zijn heftig. Ach, dat ik een half uurtje auto moest rijden was alweer veel minder “erg”.

Dat “het zit er weer in” is een tijdlang een gezegde geweest in ons gezin. Kan overal en nergens voor gebruikt worden. Het zit erin, ik voel het in mijn arm. Ik hoop dat het vaccineren snel gaat en dat iedereen die er naar snakt niet te lang meer hoeft te wachten. Dan zeggen we niet het zit er weer in, maar dan zit het erop!

Klokkenluider

De klokken klinken weer! Sinds stille donderdag was het stil in het klooster waar ik de afgelopen dagen was. Donderdagmiddag vertrokken en gisterochtend weer thuisgekomen. Ik volgde een retraite. Geen echt groepsgebeuren. De getijdengebeden vormden de rode draad. Daarnaast waren er nog wel wat activiteiten waar je aan mee kon doen.

Op witte donderdag klonken de klokken in de kerk om zes uur ’s avonds voor het laatst, om op paasmorgen weer volop te klinken. Ik ken de getijdengebeden van de vrijdagen. Ik vind ze mooi en bijzonder om mee te maken. De getijden in deze dagen zijn anders dan anders. Op donderdag was er een handwassing, vierden we het avondmaal. Handwassing in plaats van de voetwassing, zoals die plaatsvond bij de instelling van het avondmaal door de Here Jezus. Terwijl we brood aten en wijn dronken zongen de leden van de woongemeenschap het lied Ubi caritas: waar barmhartigheid en liefde is, daar is God. Het raakte m’n hart.

Goede vrijdag kwam. Voor een deel de gewone klusvrijdag. Ik begon de dag met het ochtendgebed van 8 uur, dat we normaal nooit bijwonen. Na het gebed en ontbijt volgde de gewone vrijdagvergadering van de directie waar ik altijd bij ben. Om me vervolgens in de Lectio Divina te storten. Voor mij nog een onontgonnen manier van bijbellezen. Wel een manier die ik verder wil onderzoeken.

Tussen twaalf en drie uur ’s middags was het stil in het klooster en in de werkplaatsen. En om twaalf uur en drie uur waren er gebeden in de kerk. We lazen het lijdensverhaal op een mooie manier: een voorlezer, iemand die de woorden van Jezus las en de teksten die het volk spraken door de overige aanwezigen. Praktisch: wij als aanwezigen zeiden: kruisig Hem, of vroegen om de vrijlating van Barabbas.  Ik kon me helemaal voorstellen dat ik in het volk stond en om de kruisiging van Jezus vroeg, of waarschijnlijker: schreeuwde.

Stille zaterdag was voor mij een stille dag. Ik bleef vooral op mijn kamer, las de krant, (die kun je niet missen, geen dag). Of zat toch nog even op internet, ik wilde nog wel weten wat er zoal gebeurde. Ondanks dat probeerde ik echt stil te staan bij Pasen en bij de betekenis van het offer van de Here Jezus. Het blijft bij mij vaak bij veel denkwerk. De laag dieper is voor mij lastig te vinden. Ook hierin blijf ik work in progress.

Zaterdagavond was het superdonker in de kerk. Alle lichten uit, stilte, het wachten op de nieuwe dag, het echte vieren van Pasen.

Dat deden we, dat vieren!  Zondagochtend om zes uur begon de dienst, eerst in de kerk. We luisterden naar twee bijbelgedeltes, reciteerden een psalm en gingen naar buiten, waar een vuur brandde.We stonden in stilte in een grote kring om het vuur. De stilte werd doorbroken door het gejubel van vogels. Langzaam verdween het donker en overwon het licht! De nieuwe dag brak aan, het nieuwe leven is begonnen!

Het vuur werd gezegend en met het gezegende vuur werd nieuwe paaskaars aangestoken. We kregen allemaal een lichtje aangereikt en liepen in optocht de kerk weer in, we mochten het licht meenemen.  In de kerk luidden de klokken!

De dienst ging verder:  we lazen nog een paar bijbelgedeeltes, beleden ons geloof, zongen het gebed dat de Here Jezus ons leerde. Kortom, een volle en ook wel lange dienst, die tot acht uur duurde.

Daarna genoten we van een uitgebreid ontbijt. En was het inpakken en weer naar huis gaan waar ik met open armen werd ontvangen.

Ik heb genoten van mooie dagen! Het was gaaf om op deze manier naar Pasen toe te leven. Mooi om de gebeden mee te doen, mooi om dit alles mee te beleven. Klazien, Ruud en Patricia, hartelijk bedankt voor alle goede zorgen en mooie invulling van deze dagen.

klik op de foto om het klokkenluiden te horen.

Weer eens een dagje uit.

Ik loop even naar boven, naar de kamer waar mijn aanwinsten liggen. Ik schuif een shirtje bij een rok, een vest erover, bekijk nog eens mijn nieuwe broek en bijpassend shirt en voel me weer blij. Na veel geaarzel besloot ik deze week een afspraak te maken bij een kledingzaak in Deventer, waar ik al heel vaak samen met jongste zus binnenwandelde en nooit iets kocht. Gisteren had ik winkeltijd, een uur. Langer was ook geen probleem, er kwam niemand na mij. Ik paste en paste, wikte en woog en ging me te buiten aan een uitgebreide garderobe. Anderhalf uur later verliet ik de zaak met een grote tas en glimlach.

Het was te mooi weer en Deventer is té leuk om gelijk weer de trein in te stappen. Ik liep wat rond, hoorde een paar vrouwen zeggen dat ze het winkelen zo misten. Ik kon het niet laten te zeggen dat ik het ook miste. Terwijl ik met een grote tas in mijn handen liep… ik heb ze maar naar “mijn”winkel verwezen. Geen idee of het effect had.

Ik draalde wat voor een boekwinkel, een antiquariaat. Plots stond de eigenaar voor me. Met een grijns op z’n gezicht zei hij: “Mevrouw, u weet toch nog wel dat u me om tien uur gebeld hebt? We hadden een heel leuk gesprek en nu mag u de winkel binnen komen hoor!” Er ontspon zich een bijzonder gesprek, ik kreeg de etalagetekst uitgelegd, hoorde de corona-frustraties en vertrok, zonder boek.

Het is grappig, normaal kom je om te shoppen, nu kon dat niet. Daardoor lette ik veel meer op de huizen en straatjes. De schoonheid van Deventer viel me weer op. Ik liep naar de IJssel en vond een leeg bankje. Geen zee, wel water. Een mevrouw vroeg me of ik bekend was in Deventer. Nou nee, zo bekend ben ik niet. Zij kwam uit Twente,  vertelde ze. En ze was het wandelen in eigen omgeving helemaal zat en wilde met haar partner, nee echt niet haar man, die had ze niet meer, een dagje wat anders doen.

Ik bekende dat ik daar ook woon. Ha, dat gaf herkenning! “Bij ons zijn de mensen veel aardiger”, vond ze. Ze noemde wat voorbeelden. Waarna ik mijn boekwinkelverhaal vertelde. Er volgden van haar kant nog wat ontboezemingen uit haar eigen leven.

Dat “bij ons” vond ik wel bijzonder. We hebben het over ongeveer een uur autorijden en ik vraag me af of cultuurverschillen dan zo opvallend zijn. Of eigenlijk weet ik het wel.

Het blijft een rare manier van winkelen zo. Het viel me op dat in dit stadscentrum meer te doen was dan in ons eigen centrum. De winkeliers die ik sprak probeerden met humor de moed erin te houden. Al klonk ook wel: het is eigenlijk niet zo uit te leggen, supermarkten open, zogenaamde essentiële drogisterijen geopend, en bij ons dit. Ik snap het helemaal.

Het was heerlijk om weer even te shoppen en ergens anders te zijn. In de trein was het erg rustig. Thuisgekomen showde ik mijn aankopen. Ze werden van harte goedgekeurd. (voorzover ik die goedkeuring nodig heb :-))

Achttien

Op deze mooie stralende dag zou Emma achttien jaar geworden zijn.

Dat werd ze niet.

Onze herinneringen hebben we al wel al die jaren.

Die herinneringen aan een wazige week mochten we vanmiddag delen. Delen in liefde en openheid. Na die wazige week ging het leven verder en stond het soms stil. Doorgaan met leven, andere kleinkinderen verwelkomen, zien opgroeien, met hen lachen en soms met hen huilen.

Emma werd geen achttien op deze aarde. In mijn hoofd blijft de nieuwsgierigheid. Emma, hoe zou je zijn?

Hoe het verder ging

Ik toets een adres in mijn tomtom die van Garmin is. Het is een bekend adres, voor de zekerheid zet ik het toch maar in de routeplanner. Ik ben benieuwd hoe het er nu uitziet. Ik ga naar Eugeria, een verpleeghuis in de plaats waar mijn moeder woont. Het verpleeghuis waar mijn vader de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Toen was het een oud gebouw, met vierpersoonskamers, waar je een bed, nachtkastje en nog een andere kast had. Weinig ruimte en weinig privacy. Voor ons vervelend, ik denk dat vader het niet zo besefte.

Nu is onze moeder in datzelfde verpleeghuis, voor revalidatie. Het was een spannende week, na haar ziekenhuisopname. Ze kon gelukkig de volgende dag geopereerd worden. Al werd ook dit een wacht-dag: ze werd uiteindelijk pas tegen vijf uur ’s middags naar de operatiekamer gebracht, en was om een uur of negen weer terug op de afdeling. De eerste dagen verliepen redelijk voorspoedig en het was de bedoeling dat ze diezelfde week al voor revalidatie zou gaan. Een longontsteking verhinderde dat. De ziekenhuisopname duurde nog een paar dagen langer.

Corona zorgt ook in ziekenhuizen en verpleeghuizen voor extra gedoe en werk. In het ziekenhuis mocht een persoon per bezoekuur komen, niet wisselen dus. In het verpleeghuis mogen drie personen (steeds dezelfden) in totaal vier keer per week op bezoek komen. Dat betekent voor ons gezin dat de helft van de kinderen kan komen…. Nu konden in het weekend toch nog de kinderen die nog niet geweest waren, op bezoek komen.

Uiteindelijk volgde de verpleeghuisopname afgelopen woensdag. Moeder heeft een eigen kamer, met badkamer. Alles is nieuw en modern. Het revalideren is begonnen. Nu afwachten hoe dat verder gaat. Vermoeiend als je 90 bent en de jaren echt zijn gaan tellen. De dagen zijn vol met alle bezigheden. Gister ging ik er voor het eerst weer naar toe, naar dat ene verpleeghuis, waar zoveel voetstappen van ons liggen. Ik voelde het in mijn lijf toen ik er naar toe reed. O ja, daar parkeerde ik mijn auto altijd. Nu op een andere plek. Het hele huis is anders, mooier.

Het was goed om er te zijn. Nu volgt het harde werken voor moeder. Het blijft nog een spannende periode. Onwennig voor haar, in een onbekende omgeving. En in het kader van ieder nadeel heeft z’n voordeel: onder deze weersomstandigheden is het erg fijn dat ze veilig onderdak is!

Thuisschool

Gisteren waren de jongste twee kleinkinderen hier te logeren. Al wekenlang wordt er bij zoon en schoondochter thuisgewerkt, zowel door ouders als kinderen. En zelfs een groot huis kan dan weleens iets te klein zijn. En wij bedachten dat het best leuk is om een digitale schooldag mee te maken. (dit nog los van het feit dat het natuurlijk altijd leuk is als kleinkinderen logeren. Ik zeg het er maar bij, voordat iemand zich zorgen gaat maken)

Een paar weken geleden logeerden Floor en Mees hier ook, wij wisten inmiddels hoe het werkte. Keurig op tijd zaten de kinderen achter hun chromebook. De lesdag begon met een “meet”. Een digitaal klassengesprek, daarna een bijbelles. De school waar de kinderen op zitten heeft combinatieklassen, wat een extra uitdaging is voor het lesgeven. Floor had gisteren een rekentoets, die ze uiteraard zonder hulp maakte. Mees was druk met zijn rekenwerk en ontdekte een fout in de lesstof. Zo grappig, dat hij dat via de chat aan zijn meester kon melden. Leuk die korte lijntjes.
Er was een heuse pauze, maar Floor moest wel op de tijd letten, want oma, ik moet zo weer in de meet. En die meet klonk echt gezellig!

Hulde aan de leerkrachten hoe zij de lessen oppakken. Het is roeien met de riemen die je hebt, en hopen dat je goed uitkomt. Ondanks de goede lessen, verlangen de kinderen echt weer naar de gewone schooltijden en zijn ze superblij dat ze volgende week weer mogen. Al is het voor iedereen ook wel een uitdaging en vraag hoe dit zal gaan. Hoe lang zal het duren voordat er een klas in quarantaine moet? Structuur en overzicht zijn dan ver te zoeken. We wachten het met z’n allen maar weer af.

Het was een halve schooldag, ’s middags lieten we ons zelf uit, in de stromende regen. Daarna hadden we nog een halve middag tot onze beschikking. Mees vindt het altijd wat lastig om bezigheden te vinden die niet schermgerelateerd zijn. “Gelukkig” was ons koffiezetapparaat ontploft en deed allernaaste verwoede pogingen het te repareren. Missie mislukt, maar “technisch” bezig zijn was leuk.

Floor en ik gingen kleuren. Gezellig om samen aan de tafel te zitten en te kleuren. We waren gezellig aan het kletsen en kleuren. Toch wel bijzonder om zo bezig te zijn. Is dit het bijzondere van opa en oma zijn? Ik vraag me oprecht af of ik vroeger veel tijd maakte om zo bezig te zijn. Er lag altijd wel werk te wachten. Daarbij denk ik wel dat jongens toch iets minder de neiging hebben om dit soort dingen te doen. Het was vroeger meer bouwen en andere grootse zaken.

Ik genoot van het samen knutselen. Floor was ijverig bezig eerst een boekenlegger voor mama te kleuren en daarna een voor zichzelf. Ze zat zich wel af te vragen waarom ze een boekenlegger kleurde, want ik lees eigenlijk altijd boeken op m’n tablet, dus ik heb er geen nodig…

Kind van deze tijd. Digitaal onderwijs, boeken lezen op de tablet. Ooit wilde ik haar leren veters strikken. Dat hoefde niet, dat leer ik wel van joetoep, zoals ze toen nog zei. Filmpjes vinden was voor haar geen enkel probleem. Ik zat me af te vragen hoe ze dat voor elkaar kreeg, zonder te kunnen schrijven. Dat er ook nog zoiets als een microfoontje was, waar je je zoekopdracht in sprak, dat leerde ik van haar.

Pagina 1 van 46

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén