Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Jetlag

Vanmorgen lag ik om acht uur nog in m’n bed, met de volgende woorden in m’n hoofd: ‘Open Heer mijn lippen, dan spreekt mijn mond uw eer”. Met deze tekst begon in de afgelopen dagen het ochtendgebed, om acht uur, in de kapel van Nieuw Sion. Ik was er van zondag tot en met vrijdag. Mijn wens was wat langere tijd in (bij) het klooster zijn en meer gebeden mee te maken. Behalve dat had ik nog een heleboel bezigheden (=lees afspraken)

Ik had vanmorgen het idee dat ik een jetlag had. Al heb ik nog nooit een “vliegjetlag”gehad,  omschakelen van dag naar nacht en omgekeerd heb ik heel vaak gedaan. Ik moest weer wennen aan een dag zonder gebedstijden. Het is en was heel fijn om weer thuis bij allernaaste te zijn, en toch moest ik schakelen omdat ik niet meer in het klooster was. Dat zegt wel iets over hoe de dagen waren!

Het was bijzonder om veel gebeden bij te wonen. Elke dag vier werd het niet. De tweede nacht was een bijzondere doordat het brandalarm twee keer ging. Vals alarm, gelukkig, maar wat een hels kabaal en helemaal uit m’n slaap.  (Ik vond dat ik dus wel in bed kon blijven liggen ’s morgens)

Ik had mooie ontmoetingen met verschillende mensen in/ van het klooster. Bezocht de vrijwilligerscentrale. Shopte een middag met jongste zus. Shoppen met goed resultaat, vonden wij. Al viel ons wel op dat er best veel leegstand is en misten we winkels waar we voorheen met plezier naar toe gingen.

We oefenden met de getijdengemeenschap een avond Lectio Divina, wat een bijzondere avond werd. Heel bijzonder hoe uit een ogenschijnlijk heel bekend bijbelgedeelte nieuwe gedachten en gezichtspunten kunnen opspringen, waardoor ik aan het denken en ervaren werd gezet. (voorzover die combi mogelijk is)

In het ene avondgebed stonden we stil bij Allerzielen en staken we een kaars aan ter herinnering aan hen die stierven en in het volgende avondgebed dankten we voor “gewas en arbeid”. We keken naar de vruchten van het eigen land. En dankten ervoor.

Samen met anderen dacht ik na over adventsvieringen die we willen organiseren. Dat is nog een beste uitdaging, iets moois bedenken waar niet alleen wijzelf maar juist ook anderen blij van worden. We gaan het meemaken!

Het was echt ora en labora, bidden en werken. Een mooie mix. Met als uitsmijter gister een dag Benedictijns schoonmaken. Ook dat kan! Met aandacht schoonmaken. In plaats van met de gewone bezigheden aan de slag te gaan, poetsten en boenden we. Wat zullen we zeggen? Het was geen overbodige luxe….

Herinneringen

Wij hadden bedacht dat het leuk zou zijn om met (twee) kleinkinderen naar een concert van Trinity te gaan. Dat leek de kinderen ook een goed plan. Een van beiden was al eens eerder mee geweest en herinnerde zich dat nog. Jammer genoeg werd hij ziek en ging het feest voor hem niet door. We gingen met zijn zusje en haar vriendinnetje naar Zwolle waar het feestje was. De meiden vermaakten zich onderweg prima en wij ook.

Aangekomen bij de kerk (waar het concert was) bleek dat veel kinderen verkleed waren en sommige ouders ook. De mail die daarover ging vond ik net in mijn spambox. Nou ja, ik heb toch geen verkleedkleren meer.

Het was heerlijk om weer naar een concert te kunnen gaan! Om te genieten van muziek en te genieten van de meiden die plezier hadden. Het was vrolijk. Vrolijk met een ondertoon. Trinity is ambassadeur voor Tearfund en daar maakten ze reclame voor. Goede timing, er werden heel wat antwoordkaarten ingeleverd.

Een andere ondertoon was dat de kinderen van Kinga Ban enkele liedjes (mee)zongen. Indrukwekkend was het liedje “Herinneringen” dat ik al de hele week in mijn hoofd heb. Herinneringen om van te zingen, herinneringen aan een moeder die er niet meer is. Het was heel bijzonder dat de dochter, Ike, echt op anderhalve meter afstand van ons stond te zingen. Zo mooi! En zo zichtbaar de dochter van Kinga.

Herinneringen, je kunt ze (bewust) maken, je kunt ze krijgen. Je staat er niet altijd bij stil dat iets, een gebeurtenis, een concert, een herinnering is. Mees wist zich het vorige concert nog te herinneren. Dat was een herinnering van hem, samen met ons (mee)gemaakt. Dit concert was een herinnering voor Floor en vriendinnetje. Het is fijn als je “gewoon” herinneringen kunt maken, het is zwaar als je bewust herinneringen moet creëren.

FBIvsMLK

Vanmiddag ging ik weer eens naar ons filmhuis. Voor de eerste keer ergens naartoe waar de QR code gescand werd. De belangstelling voor de documentaire over Martin Luther King jr en de FBI was minimaal, er was nog een andere bezoeker. Jammer, want het is beslist de moeite waard.

Een documentaire, grotendeels in zwart-wit. Op veel fronten zwart wit. Witte mensen tegen zwarte mensen, goed tegen fout en niets ertussen. Indrukwekkende beelden van de lange mars naar Selma. Indrukwekkende beelden van negers/ zwarte mensen, afro-amerikanen, (of wat de juiste aanduiding ook mag zijn) die stilzwijgend met borden om hun nek lopen. Borden met de tekst: ik ben een man. Ja, wat anders denk ik. Het is nog wel de tijd dat mensen van kleur alleen in bepaalde delen van de bus mochten zitten. Burgerrechten voor hen bestonden nog niet zo lang.

De documentaire vertelt de opkomst van MLKjr tot zijn dood. Maar vooral de strijd van de FBI tegen hem. Een strijd waar ik nu niets van begrijp, maar die toen gerechtvaardigd leek. De grote angst van die tijd, (zestiger jaren) was voor het communisme. De redenering was dat MLK communistisch was en het zwarte deel van de bevolking zou ophitsen en dat de macht overgenomen zou worden. Alles werd in het werk gesteld om MLK in een kwaad daglicht te stellen.

Als je hier anderhalf uur naar zit te kijken is het een beangstigend geheel. De macht van instituten, het zwartmaken, de achterdocht enerzijds. De rust, vooral in de eerste jaren, de geweldloosheid die gepreekt werd, het vasthouden aan principes daar tegenover. Er speelden veel meer dingen een rol. Persoonlijke rancune bij de baas van de FBI, jaloezie, angst om je plek kwijt te raken. MLK was geen heilige, getuige zijn (vele?) overspel. Wel een man die gegrepen was door een ideaal. Waar hij uiteindelijk voor stierf, laf vermoord vlak voordat er een grote mars zou plaatsvinden.

Ik vond het een indrukwekkende kijkervaring. Mensen waar op neergekeken wordt, die niet meetellen. Wat dat betreft is er niet zoveel veranderd. Mensen zijn zo bij voorbaat schuldig verklaard. In de film klonk de vileine vraag: “Hoe komt het dat van alle immigranten in Amerika juist de Afro-Amerikanen zo in armoede leven? Dat klinkt als: je moet je invechten, zoals  hier in ons land klinkt. Het logische antwoord op deze vraag was: zij zijn geen immigrant maar als slaven hier naar toe getransporteerd en zijn al die jaren minderwaardig behandeld.

Ik heb weer wat om over na te denken. Het is een mooi tijdsbeeld met muziek uit die tijd. Aanrader dus! (de docu is ook via youtube te vinden)

NGK

logo NGK Enschede

Toen ik een jaar of twaalf was verscheen de “Open brief”. Gereformeerden die van mijn leeftijd zijn weten wat daar mee bedoeld wordt. Ik denk dat onze eigen kinderen geen idee hebben waar ik het over heb. De brief die een storm die al opkwam tot een soort orkaan maakte. Ik begreep niet goed waar het over ging, al ‘wist’ ik heel goed dat het geen goede brief was. Al raakte ik wel in verwarring toen  ik vanaf onze (vrijgemaakte) preekstoel hoorde dat een van de schrijvers van die brief zeer van harte welkom was op onze preekstoel. (de schrijver was geschorst of uit het ambt gezet)

Het was de tijd van stellige waarheden. Je was goed of fout, en gelukkig waren wij goed. Ik kan me niet meer herinneren of er in ons gezin veel over gesproken werd. Wel las ik alle synodeverslagen die toen nog zeer uitgebreid in de krant stonden. Er kwam een scheuring in het kerkverband, en zo kreeg je de termen: “binnen” en “buiten” verband. Onze plaatselijke kerk scheurde niet.

Ik ging in Enschede naar de mulo. Daar was de scheuring veel heftiger en ontstond een redelijk grote “buitenverband” kerk. Op school waren ook docenten die buiten het kerkverband raakten. Ze mochten volgens mij gewoon aanblijven. In mijn vriendinnenclubje bestond ook binnen en buiten. Ik mocht wel bij een vriendinnetje logeren en met haar mee naar de kerk. Geen probleem. Ik snapte het probleem ook niet zo goed, waarom kun je geen vrienden zijn of blijven? ( nog niet zolang geleden hoorde ik dat in die tijd het soms verboden was met elkaar om te gaan…)

Wij waren en bleven vrijgemaakt, zowel mijn ouderlijk gezin als wijzelf in ons huwelijk. Er waren tijden dat ik naar de Nederlands Gereformeerde kerk ging, in sommige tijden en omstandigheden wilde ik geen bekenden zien en wel heel graag naar de kerk. (en internet was nog niet uitgevonden) Ik voelde me er wel thuis, maar de rest van het gezin wilde blijven waar we waren. In latere jaren nam ik deel aan samensprekingen tussen de vrijgemaakte en christelijke gereformeerde en de nederlands gereformeerde kerken. (de kerken die voorheen buiten verband genoemd werden, heten nu Nederlands Gereformeerd). Ik was een van de weinige vrouwen in die club. De samensprekingen waren soms moeizaam, geen idee of er nog echt oud zeer zat, of dat het te vroeg was.

Op enig moment stopten die samensprekingen. Verschil van inzicht over hoe de Bijbel te lezen, het besluit vrouwen toe te laten tot ambten,  verschil in cultuur, er speelden diverse zaken met en door elkaar. Ikzelf stortte me op andere dingen en was al gestopt met deelnemen aan deze gesprekken. Wij keken een heel andere kant op en verloren soms het kerkelijke gebeuren wat uit het oog.

We vertrokken kerkelijk naar Hengelo, en nu dus weer terug naar Enschede, naar de Nederlands Gereformeerde kerk. Hadden we dat vijf jaar geleden niet al kunnen doen? Dat had gekund, maar de NGK zat toen niet zo in ons zichtveld. Doordat we in Hengelo op een koor zitten/ zaten hadden we al wat ingang en dat zou vanzelf wel meer worden, zo dachten we. We sudderden wat in Hengelo, merkten dat het moeilijk was om te landen. Vervolgens stel je jezelf dan ook afstandelijk op en zo drijf je een beetje weg. Ik had het gevoel dat ik in coronatijd net zoveel contacten had als buiten coronatijd.

Toen in de Nederlands Gereformeerde kerk alhier twee nieuwe predikanten kwamen die ik beide (een beetje) kende, begon er, vooral bij mij, wat te borrelen. Dat geborrel leidde er uiteindelijk toe dat we besloten naar de NGK te gaan. Ik zag dat deze kerk een groene kerk is, daar werd ik blij van. Bovendien is het hele gesprek over vrouwen en ambten hier niet meer aan de orden en ook dat maaket me blij. Al met al voor ons genoeg redenen om deze stap te zetten. Om weer op de fiets naar de kerk te gaan is heerlijk! Tot nu toe hebben we zeker geen spijt, al vind ik de gedachte dat ik nu Nederlands Gereformeerd ben soms nog bijzonder. En de “fouten” die ik vroeger zo zeker zag? Ik ben niet meer zo op zoek naar waarheid en stelligheid, ik ben op zoek naar mensen om mee om te gaan, om samen te zoeken hoe we God kunnen dienen in een rare wereld.

Michazondag

Gisteren hadden wij in onze kerk al de Michazondag. Die is eigenlijk op 17 oktober, maar dan is het in deze regio herfstvakantie. Ik kan me niet goed herinneren of ik eerder op deze manier een Michazondag meemaakte. Vorig jaar was de collecte voor Micha, dat weet ik nog wel.

Met een aantal mensen had ik rond de tafel gezeten om deze dienst voor te bereiden. Dat was mijn eerste activiteit in onze nieuwe gemeente, sinds een paar maanden zijn we lid geworden van deze kerk. Over het hoe en wat vertel ik misschien een andere keer wel.

De Michazondag. De preek ging over deze tekst:

‘Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.’

Leviticus 19:9-10

Op vier punten werd dit uitgewerkt. We kregen een mooi aantal dingen mee om over na te denken of mee aan de slag te gaan. Ik zit zelf wel eens te puzzelen over wat je geeft. Ik ruim mijn kast op en heb kleding “over”. Omdat ik er op uitgekeken ben, of er uitgegroeid ben, (erin groeien gebeurt veel minder, helaas). Die kleding gaat naar de kledingbank. En ik heb vervolgens de mogelijkheden weer iets nieuws te kopen. Zo geef ik dus mijn afdankertjes. Dan toch maar geld geven aan de kledingbank? (mijn vraag is meer: in hoeverre geef ik echt?)

Mooi vond ik hoe het beeld van jouw akker werd  uitgewerkt. Dat is meer dan wat je ziet of denkt. Wij/ ik leven vanuit een soort vanzelfsprekendheid. Het is “logisch” dat je na verloop van tijd een nieuwe telefoon of laptop of wat ook ‘nodig’ hebt… dat kinderen met gevaar voor eigen leven in mijnen werken om de benodigde materialen te delven, dat vergeet ik liever. Dat zoveel anderen werken voor mijn gemak is ook over de grenzen van je eigen akker gaan, zo leerde ik.

Nu zijn deze dingen niet totaal onbekend voor mij, maar tussen gedachte en vervolgactie gaapt nog wel eens een kloof. En wil je er altijd zo diep over nadenken? (antwoord: nee)

Een onderwerp als dit kan al heel snel in een soort moraalpreek verzanden, dat was dit gelukkig niet. Ik ervaarde het maar weer eens als een goede eye-opener.

In de afgelopen week konden we een korte vragenlijst invullen, met gewetensvragen: hoe vaak per week eet je vlees? of ga je onder de douche? Hoeveel kledingstukken heb je in september gekocht? Het was de bedoeling van de quiz dat we raadden wat het vaakste voorkwam. Bijvoorbeeld: het grootste aantal inzenders gaf aan 4-5 keer per week vlees te eten.

Na de dienst was er een boekenruilbeurs en stekjes beurs. Het is me gelukt met één boek minder thuis te komen dan dat ik meegenomen had. Ooit leer ik het!

Mooie dienst, mooi om zo weer aan het denken en werken gezet te zijn. Het is onze bedoeling het niet alleen bij deze zondag te laten, maar meer bewust bezig te zijn met de natuur. We zijn (al) groene kerk. En het plan is op 6 november als het natuurwerkdag is met een groep van de gemeente mee te doen.

Verhuizing

Druk bezig zijn met de verhuizing van je moeder, snel alles willen regelen. Ik ben daar van. En als laatste klusje van deze dag snel laten overschrijven naar de apotheek waar het verzorgingshuis van je moeder zaken mee doet. Om vervolgens de volgende ochtend gebeld te worden door de verzorgster van dienst met de mededeling dat de medicijnen keurig geleverd zijn door de nieuwe apotheek. Maar wel op het oude adres, in het postvak van de flat. Oeps! Leuk zo’n wisseling van de apotheek,  maar dan moet je het wel goed  uitwerken! “En nee, medicijnen hebben we hier niet op voorraad en mijn gedachte dat de plastablet van een ander ook bij mijn moeder zou werken was wel erg praktisch maar niet volgens protocol.”

Dit gebeurde begin van de week. Ik stapte maar weer in de auto om de medicijnen op te halen. En zo kwam het toch nog goed. Sinds maandag woont onze moeder in een verzorgingshuis, die gelukkig nog wel bestaan. De revalidatie in het verpleeghuis ging goed, terugkeer naar haar flat was niet gewenst en niet haalbaar. Wat erg fijn is en waar we erg dankbaar voor zijn is dat gesprekken voeren wel weer mogelijk is. Niet terug gaan naar haar flat was een opluchting en ook wel een grote verandering. De verhuizing van de eengezinswoning naar de flat ervaarde ze als meer ingrijpend.  Dat was de woning waar we als gezin jaren gewoond hebben, die had meer verhalen in zich dan nu deze flat waar ze toch ook wel weer een behoorlijk aantal jaren alleen gewoond heeft.

er moest nog flink gewerkt worden!

Het was even wachten op de indicatie van het  CIZ, toen die er eenmaal was ging alles in een sneltreinvaart: de ene maandag indicatie binnen en de volgende maandag opnamedag. Dat betekende inkopen doen, spullen in elkaar zetten, in de flat kijken wat er mee moet, dat inpakken en overbrengen. Dat konden wij als kinderen doen, gelukkig. Met de aanwijzingen van moeders kant.

Na een weekje drukte was dus maandag de opnamedag. Moeder moest nog veel handtekeningen zetten, kreeg uitleg over allerlei dingen. Kortom eigenlijk teveel voor een hoofd dat nog niet zolang geleden een CVA doorgemaakt heeft. En blijkbaar ook teveel voor mijn hoofd, zodat ik het nieuwe adres vergat door te geven.

De eerste dagen in het verzorgingshuis zitten er op. En de eerste berichten zijn positief. “Zelfs m’n bed wordt voor me opgemaakt”, zo klonk het. Fijn om te horen dat dit soort dingen als zegen gezien worden.

Daar zijn we blij mee en dankbaar voor. Nu wacht ons nog de taak alle administratieve dingen uit te voeren en de flat leeg te maken.

Spoofing

Onlangs werd ik gebeld door een anoniem nummer. Doorgaans accepteer ik die gesprekken niet, deze keer wel. Een keurig nette dame meldde me dat ze van mijn bank was en dat er iets vervelends was gebeurd, er was een vreemde overboeking gesignaleerd. Een boeking vanaf een ander instrument dan waar ik normaal mee overboek. Daar wilde ze me toch even voor waarschuwen….

Ze noemde, ter controle, mijn adres. Dat klopte. Vervolgens vroeg ze mijn geboortedatum. Die noemde ik. (helaas) Ze vertelde nogmaals dat er een boeking naar het buitenland klaar stond om over te maken. Een boeking door ene Ibrahim, ter waarde van € 2500, vanaf een I phone 6. Maar ik had toch geen I phone 6, vroeg ze. Nee, die heb ik niet.

Vervolgens was het belangrijk om de af en bijschrijvingen van de afgelopen veertien dagen samen bij langs te gaan. Dat kon niet, ik was niet thuis. Of ze me dan terug kon bellen om dat te regelen? Ik zei: ja hoor, vanavond om zeven uur. Maar dat kon niet, want zij was van de klantenservice, en die werkte tot 18.00u. Mijn voorstel om de volgende ochtend te bellen viel niet helemaal goed, want mevrouw we kunnen die overmaking niet zo lang on hold houden. Maar, mevrouw, dan belt onze fraude dienst u wel vanavond, dan kon ik samen met hen die af en bijschrijvingen doornemen. Dat was prima.

Hm… leek het mij in eerste instantie een beetje voor de hand liggend dat ik gewaarschuwd werd bij een vreemde transactie, aan het einde van het gesprek had ik steeds meer twijfels. Er zaten teveel vreemde wendingen in. En het voortdurende hameren op Imbrahim met zijn I phone 6, beetje vreemd dit.

Ik besloot toch maar de klantenservice van mijn bank te bellen. Ik stond een kwartier in de wacht en werd toen geholpen. Door een alleraardigste keurig sprekende mevrouw. En nee, de bank belt nooit anoniem. En nee, er stond geen bijzondere transactie gepland. Kortom, dit was spoofing. Het meest gevaarlijke is dat oplichters het zelfs voor elkaar krijgen te bellen met het telefoonnummer van de bank. Dat is helemaal verwarrend.

De volgende stap in het proces (gesteld dat ik weer gebeld zou worden en mee ging in de plannen van de beller) zou waarschijnlijk het behulpzame voorstel zijn mijn geld op een veiligheidsrekening te plaatsen, zodat dergelijke bijzondere transacties niet meer mogelijk zijn. Die veiligheidsrekening zou zeer zeker in handen van de oplichters zijn. Want dat zijn het, oplichters..

Om zeven uur werd ik gebeld, en ik nam de telefoon niet op. Om half tien werd ik nogmaals gebeld, opnieuw anoniem. En zelfs de volgende ochtend nog een keer. Tjonge, die “fraudehelpdesk” maakt toch echt over uren!

Ik moet zeggen dat zo’n ervaring het vertrouwen in de mensheid nu niet echt vergroot. Tegelijkertijd zet zo iets me wel weer aan het denken, hoeveel waarde hecht ik aan (mijn?) geld? Wat als er echt geroofd was?

Oud en nieuw

“O ja”, hoor ik, “het is jouw oud en nieuw hè!”. Het klinkt aarzelend. Ik vertaal het naar: gefeliciteerd met je verjaardag. Ik schiet vol en omhels haar. Dit is

zo niet zoals het was. Maar wel zoals het is en zal zijn.

Jarig ben ik en ik ben bij onze moeder. Ze is sinds maandag weer in het verpleeghuis, hetzelfde als waar ze in het voorjaar was. Vorige week maandag werd ik gebeld door de thuiszorg dat het niet goed met moeder ging. Opname in het ziekenhuis volgde en deze keer was het een CVA.

Ze kon niet praten en herkende mij niet. Na een paar dagen werd dat beter. Herkenning is er zonder meer. Praten blijft ingewikkeld. Praten is altijd ingewikkeld, alleen beseffen we dat niet zolang we gewoon maar kunnen praten. Praten is bijna vanzelfsprekend. Tot het niet meer kan…

Binnen een week van thuiswonen, (met moeite) naar ziekenhuisopname naar verpleeghuisopname. Het is bijna een slechte film waar je in belandt. Voorlopig een film zonder einde. Weer thuiswonen is naar onze mening geen optie meer. Waar dan wel is een vraag.

Vanmorgen ging ik naar onze moeder. Voor mij onverwacht maakte ik een logopedie sessie mee. Dat was confronterend. Na het oefenen gingen we naar haar kamer. Ik was benieuwd of het geland was dat het mijn verjaardag is. Toch wel, zo bleek. We aten een taartje, dronken een kopje koffie en toen was het alweer tijd voor haar volgende oefensessie bij de fysiotherapeut. Je hebt het druk als 90-jarige revalidant!

Getijdengemeenschap

Vrijdag was een bijzondere dag in en voor klooster Nieuw Sion: de officiële oprichting van de getijdengemeenschap vond plaats! Kenmerkend voor het kloosterleven zijn de gebeden die op vaste tijden, dag in dag uit, jaar in jaar uit gebeden worden. Er zijn zeven gebedsmomenten in kloosters, vanaf midden in de nacht tot het einde van de avond wordt gebeden en doorgaans in de tussentijden gewerkt.

In klooster Nieuw Sion zijn vier getijdengebeden.  Dat zijn gebedsmomenten die een vaste liturgie volgen. Zoals alles in een (echt) klooster volgens vaste regels en afspraken gaat. Als we op vrijdag in Nieuw Sion zijn vind ik het getijdengebed van 12 uur wel het hoogtepunt van de dag. Misschien vooral wel door de vaste lijn die er in zit. De liturgie is bijna een soort vraag en antwoord tussen liturg en aanwezigen. Aan het einde van de lezing uit de bijbel zegt de liturg: Woord van de Eeuwige. De aanwezigen reageren met: “wij danken God”. Vorm en inhoud van de gebeden spreken mij erg aan.

Er zijn mensen nodig om de gebedsmomenten in stand te houden. Door er in voor te gaan, en door erbij aanwezig te zijn. De getijdengemeenschap bestaat uit de mensen die in Nieuw Sion wonen, of dat nu voor ‘vast’ is, zoals de woongroep, of tijdelijk, zoals de jongeren die sinds kort in Nieuw Sion wonen. (zij wonen hier ongeveer een jaar). Verder is er nog een brede schil mensen rond Nieuw Sion. Mensen die er vrijwilligerswerk doen, op wat voor manier dan ook, de werkgemeenschap. Ook zij zijn welkom binnen de getijdengemeenschap.

Een tijd geleden werd aangekondigd dat er nieuwe leden mochten aanhaken bij de getijdengemeenschap. Daar wilde ik graag bij zijn! Ik was niet de enige, samen met een aantal andere vrijwilligers volgde ik voorbereidingsavonden. Avonden waarin we leerden en elkaar mochten ontdekken. Waarin we spraken over wie God voor ons is, en hoe we kunnen bidden.

Zoals met zoveel dingen was ook hier corona een spelbreker. De installatie van de groep zou al in december gebeuren,  helaas kon dat toen niet. Nu eindelijk wel!

Voordat het officiële gebeuren losbarstte moesten we nog even oefenen: we zongen de liederen enkele keren, bespraken de volgorde van alle handelingen. Het voelde best spannend. Mooi en bijzonder was dat broeder Alberic, voormalig abt van abdij Sion, en nu abt op Schiermonnikoog, dit bijzondere getijdengebed leidde! Wij, als leden van de getijdengemeenschap, stonden in een halve cirkel rond het altaar. Om de beurt beantwoordden we de vraag of we volgens de leefregels van de gemeenschap willen leven en ons in willen zetten voor de groep. Precies op het moment van beantwoorden donderde en bliksemde het enorm. Spectaculair!

Na ons ja-woord kregen we allemaal wat wierookkorrels in onze hand, uitgedeeld door broeder Alberic. Op het altaar was een vuurtje en om de beurt mochten we “onze”korrels op dat vuur gooien. Een wierookgeur doortrok de kerk. Als een afbeelding van de lieflijke geur van gebeden voor God.

We zongen en we baden, en beloofden ons bezig te houden met bidden tot God. Supermooi om dat samen met anderen te doen en te beloven hiermee bezig te blijven!

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Pagina 1 van 47

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén