Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Het eindeloze verhaal dat “vrouw en ambt” heet.

Zondag 8 november 2020: de eerste vrouwelijke dominee binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Almatine Leene werd in Hattem bevestigd. Zij was al een aantal jaren predikant in Zuid-Afrika. De eerste vrouwelijke dominee die binnen de GKv bevestigd werd.  Niet de eerste vrouw die theologie studeerde. Een aantal gereformeerde vrouwen verliet de GKv om in andere kerken predikant te worden. Zij voelden zich geroepen tot het ambt.

In het Nederlands Dagblad van 7 november stond een gesprek met haar. Daarin gaf zij aan het een goed idee te vinden als er gesprekken gevoerd zouden worden met deze vrouwen die de GKv verlieten. “Een excuus daarbij is nooit verkeerd, denk ik”, zo is te lezen. Verder op in deze krant staan interviews met een aantal van deze “kerkverlaters”. De teneur is een beetje dat de meeste van hen excuses niet nodig vinden, maar ze willen erkenning van hun pijn en waardoor die veroorzaakt is. Bijvoorbeeld doordat ze niet aan het avondmaal mochten, zoals een van hen vertelde. De doelstelling moet herstel zijn en dat opent de weg naar de toekomst. In mijn ogen lag het accent niet zozeer op excuses. Toch was dat in de dagen erna de hoofdmoot: “vrouwen willen excuses”.

Het verhaal van Almatine maakte indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: ik hoop niet dat nu alleen mannen gaan reageren om te vertellen hoe dit nu verder moet en ingevuld wordt. Op Facebook kwam ik al snel een discussie tegen. Procedures werden van stal gehaald. Genoemd werd dat excuses niet nodig zijn, immers, deze dames waren ongehoorzaam aan het kerkgezag. Enzo verder. Allemaal mannen. Eerlijk gezegd ontneemt me dat de moed om er zelf iets van te zeggen.

Een en ander bracht wel weer pennen en hersenen in beweging. In een column in het ND  (woensdag 11 november) werd gesteld dat Almatine Leene excuses eiste. Beetje jammer dat dit in die column zo gesteld werd, dat geeft m.i. een vertekend beeld. Ik wil hier de blog van ds. Robert Roth nog noemen, hij schreef een mooie gedachtengang over dit alles. Een laag dieper dan voor of tegen vrouwen in ambten zijn. Maar ook de vraag: hoe verder, hoe met elkaar om te gaan, met deze toch wel grote tegenstelling.

Draag elkanders lasten, zo is de titel van de blog van ds. Roth. Dat zal in de praktijk best ingewikkeld zijn. Want wat houdt dat dan in? Je kunt met elkaar praten over hoe je deze dingen ervaart. Je wilt luisteren. Maar dan? Draag elkaars lasten, betekent dat dat je geen vrouwen in het ambt toelaat, omdat de ander dit schrifkritiek vindt, en tegen Gods wil?. Of sta je het wel toe, met pijn in je hart? Het is een bijna onneembaar geheel geworden.

Vandaag las ik in het Nederlands Dagblad dat er nagedacht wordt over het opnieuw naar de synode brengen van bezwaren tegen de genomen besluiten over m/v ambt. Het is een “nieuw” besluit, dus mag er opnieuw bezwaar gemaakt worden. De synode van Goes, waar nu de bezwaren behandeld zijn, heeft die niet toegewezen. “Dus” is er niet geluisterd. (welke president redeneert ook zo? 😉 )
In datzelfde artikel werd ook gesteld dat een herverkaveling binnen kerkverbanden, of de oprichting van een noodkerk, ook tot de opties horen. Hier worden de lasten dus alleen gedragen, zonder dat wie ook de kans krijgt mee te helpen dragen, je hebt de ander dan kennelijk niet nodig.

Ik word er eerlijk gezegd moe en verdrietig van.

(zonder) woorden

Waar zijn woorden te vinden voor verdriet? Wat te zeggen als je hoort over een vader en moeder die geen ouders worden, wat te zeggen als je hoort van voortwoekerende kanker, wat te zeggen als dementie steeds meer bezit van iemand neemt?

Wat te zeggen tegen de zoveelste corona-patiënt, wat te zeggen bij zoveel somberheid en verdriet, zoveel boosheid, zoveel onzekerheid.

Wat zijn we kleine mensjes, wat zijn we, wat voel ik onmachtig, om me vervolgens af te vragen wat ik dan wel zou willen. Ik vlucht in onbelangrijke dingen: waar vind ik de supershampoo die ik absoluut nodig heb om gelukkig te zijn?

Wat wordt het donker, kil en koud. Koude harten, hete hoofden. Oren die niet meer horen. Ogen die niet meer zien.

Het elkaar niet meer mogen aanraken maakt me zelfs slordig in het groeten, ik vertrek in het voorbijgaan, merk ik.

Gisteren was ik op een stiltedag in mijn  geliefde klooster. De dag was deels binnen, met programma. Deels tijd om zelf in te vullen en ik liep een rondje kloostertuin/berceau. Ik kwam langs een grote stapel die er niet uitzag en sterk rook. Een grote hoeveelheid rottende, gistende appels. Vergane glorie, afgedankt fruit. De zon scheen erop, het waaide een beetje,  eigenlijk rook het erg lekker. Er zat een vlinder op.
Schoonheid op rotheid. Het kan blijkbaar samen gaan.

We hebben ogen gekregen om te kijken, maar vooral om te zien. Proberen de ander te zien, en vooral ook God te zien en te blijven vertrouwen. Ook als het donker is. God zien en elkaar blijven zien en blijven aankijken. Afgelopen zondag zagen we dit filmpje in de kerkdienst. Ik kan het niet met droge ogen zien….

 

Nieuw Sion

Vrijdagochtend, ik word wakker van een onbekend, irritant geluid. O ja, de wekker… Een geluid dat ik niet vaak meer hoor en onaangenaam blijft, zeker als ik (al) het om half zeven hoor.

Ik hijs mezelf het bed uit en heb(toch) zin in deze dag. Vrijdag is Nieuw Siondag! Sinds eind mei gaan allernaaste en ik iedere week naar Diepenveen, waar dit klooster staat. Sinds ongeveer  2016 bestaat het als Klooster Nieuw Sion, tot die tijd was het abdij Sion. Er woonden nog maar een paar monniken, zij vertrokken naar Schiermonnikoog. Een klooster vol spullen achterlatend. Een groep mensen wilde graag dat het klooster bleef bestaan. Niet als toeristische trekpleister, wel als een plek waar je God, de medemens en de natuur kunt ontmoeten. Er is een woongemeenschap van jonge mensen, er is een getijdengemeenschap, die zorg draagt voor het doorgaan van de getijdengebeden en er is de werkgemeenschap waar wij deel van uitmaken: de vrijwilligers. Nieuw Sion biedt mooie programma’s aan. Stilte dagen, retraites, er is van alles te beleven. (gewoon beleven, niet gaan doen!)

Vanaf het begin had ik steeds in mijn hoofd: ik wil daar iets, maar… nog aan het werk, de afstand, en nog meer van dat soort beren en andere beesten op de weg.

Stoppen met werken, corona, er gebeurde van alles in ons leven. Op een zondag zat ik wat te pieren op Facebook en zag een aantal vacatures op Nieuw Sion voorbijkomen. (een klooster op de socials!). Men vroeg een administratieve ondersteuner voor de directie, een archivaris, een vrijwilligers aanspreekpunt en ook nog een fotograaf. Ha! Dat was wat! Ik vertelde allernaaste over deze vacatures. Meestal hoorde hij mijn kloosterverlangens aan, en had niet diezelfde gedachten als ik daarover had. Echter, hij had zich al aangemeld als fotograaf voordat ik uitgedacht was over de veelheid aan mogelijkheden.

Lang verhaal kort: we zaten nog diezelfde week aan tafel bij de directie van Nieuw Sion. Toen bleek dat behalve fotograferen lassen ook nog een vaardigheid van allernaaste was, was hij nog meer welkom. Ik ben begonnen als administratieve ondersteuner. Inmiddels ben ik ook aanspreekpunt voor vrijwilligers geworden. In gesprek gaan met mensen die vrijwilliger willen worden, proberen wat wegwijs te maken, gesprekken voeren, dat zijn zo ongeveer mijn taken. Er zijn al heel wat foto’s gemaakt, zowel van het gebouw als van alle vrijwilligers. Iedere vrijdag is klusdag. Er is genoeg te doen. Er is een grote moestuin waar heerlijke groenten groeien, er is een grote binnentuin. Die groenten zijn zo lekker! Iedere week neem ik wel wat groenten mee.

Het gebouw is oud, er is veel onderhoud nodig. Nieuw Sion herbergt een woongemeenschap, voor hen is woonruimte gemaakt in het klooster. In de afgelopen jaren is een gastenverblijf gerealiseerd. Het is de bedoeling dat er nog meer gastenkamers komen. Kortom, plannen te over. Iedere vrijdag wordt er hard gewerkt.  Niet alleen gewerkt, ook gebeden.

In het klooster worden de getijdengebeden in ere gehouden. Tegen twaalf uur wordt de klok geluid, en om twaalf uur is het gebed. Zingen (doen we heel zacht) bidden, stil zijn. Het is supermooi om mee te maken!

Om een uur of twee, drie rijden we weer naar huis. Meestal met een vol hoofd en een blij hart. Thuis worden de foto’s uitgewerkt, mensen daar al dan niet blij mee gemaakt. En heb ik iedere dag mails te beantwoorden, of nog dingen uit te werken. Geen straf om daar mee bezig te zijn, integendeel.

We zijn superblij met deze mooie plek (echt een aanrader!), de mensen, de nieuwe contacten, het voelt als een deken in deze barre tijden.

Corona, mondkapjes, en Daniël in de leeuwenkuil.

Half maart maakten we kennis met de eerste corona persconferentie. Corona ging ons ons land niet voorbij. Nee, de scholen hoefden niet dicht, luidde de boodschap. Gemor in de maatschappij zorgde er toch vrij snel voor dat de scholen dicht moesten, met alle gevolgen van dien, voor ouders en kinderen. Corona woekerde door en vroeg veel van ons.

Na de zomer steeg het aantal besmettingen. Tot aan september werd gezegd dat mondkapjes dragen niet heel effectief is. Luid en duidelijk uitgelegd op de website van het RIVM. Virussen zijn heel erg klein en kunnen overal doorheen, dus ook door de gewone mondkapjes. Tot vorige week. Ineens drong de tweede kamer bij de regering aan een besluit te nemen over mondkapjes. Want de mensen willen het en daarom doen we het toch maar, onder het motto: baat het niet, het schaadt ook niet. In openbare binnenruimtes is het nu sterk aan te raden een mondkapje te dragen.
Toen ik dit hoorde dacht ik: dat is nu twee keer iets wat gebeurt omdat de “mensen” het willen. Ik ben benieuwd wat de derde keer is/wordt.

Wat betreft mondkapjes dragen: het gruwt me als ik zie hoe Mark Rutte een mondkapje uit zijn broekzak haalde, met de mededeling dat hij dat waarschijnlijk wel ging dragen in de supermarkt. Ik denk/vind: als je dan toch mondkapjes wilt dragen, doe het dan zodra je de deur uitgaat. Niet dat halfgebakken gedoe van wel in winkels en buiten niet. Iedere keer weer opnieuw die dingen op en afdoen, in je broekzak of waar dan ook bewaren, dat heeft geen enkel effect, eerder het tegendeel. De kans op besmetting wordt zo alleen maar groter. En dan heb ik het nog niet eens over alle mondkapjes die op straat terecht komen, of over het gebruik van grondstoffen voor iets dat in veel gevallen niet goed gebruikt wordt.

Ik hoefde niet lang te wachten op het derde voorval waarin het volk weer iets wilde! In Staphorst gaan mensen naar de kerk! Heel veel  mensen! (ze volgen alle regels van de overheid, behalve het advies om niet te zingen) De socials werden ingeschakeld. Groot was de verontwaardiging. Onze nationale omroep vond dit gebeuren urgent genoeg om er een filmploeg naar toe te sturen. Dit moet het ganse land weten.

Nee, ik vind het niet heel wijs om de randen van het mogelijke op te zoeken. (al waren de 600 aanwezigen over drie zalen verdeeld, wat niet vaak gemeld werd in de media) De horzels van de NOS besprongen de kerkgangers, en een enkeling liet zich interviewen. Het is bemoedigend een jonge man te horen vertellen dat hij op God vertrouwt en niet bang is om ziek te worden. Klinkt mooi en  moedig. Nu maar hopen dat hij geen anderen besmet, het gaat om meer dan alleen je eigen gezondheid. Het acht-uur journaal begon met dit item. Schande over het kerkvolk! Aan het einde van het journaal zagen we ook nog even beelden van een illegaal feest in het zuiden van het land. Veel politie op de been, veel mensen in een te kleine zaal. Nee, er waren geen bekeuringen uitgedeeld, geen gegevens genoteerd van de aanwezigen…..

Het netto resultaat van al dit gedoe is nu dat kerken sterk wordt aangeraden terug te gaan naar de eerste maatregelen. Niet meer dan 30 gasten per dienst. Groot is de verontwaardiging in kerken. Niet iedereen is van plan zich aan deze regels te houden. Kerkdiensten zijn van levensbelang, zo wordt gezegd. Ja, ik ben het ermee eens dat kerkdiensten belangrijk zijn. Ik mis ze ook. Ik denk niet dat ik als gelovige meer “recht” heb op kerkdiensten dan een ander recht heeft op iets waar hij troost en bemoediging uit haalt.

Gisteren lazen we de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil. (Daniël 6)  Een favoriet kinderbijbel verhaal, hoe gruwelijk het ten diepste ook is. Ik zag een soort parallel: degenen die koning Darius hadden aangezet tot dit plan lagen te wachten tot Daniël zich niet aan deze opgelegde wet zou houden. Klaar om hem aan te geven bij de koning, klaar om hun jaloezie te laten spreken.

Zoiets als NOS verslaggevers die reikhalzend uitkijken naar de kerkgangers in Staphorst?

Met een been in de hemel

Ik sta al met een been in de hemel, hoorden we Kinga Ban zeggen in een van de filmpjes die we gisteravond zagen. We gingen naar een, ja wat was het eigenlijk? De ‘presentatie’ van het aller- allerlaatste album van Kinga Ban. De liedjes zijn in het laatst van haar leven opgenomen en het album is na haar overlijden gemaakt.

Haar man Reinder presenteerde deze avond (die door corona al eens uitgesteld was). Hij vertelde over de laatste negen maanden van het leven van Kinga. Aan het begin van de avond stond er een lege kast op het podium, aan het einde van de avond was de kast gevuld met allerlei herinneringen aan die laatste zware tijd. Zwaar, maar ook een tijd waarin volop geleefd werd, waar muziek nog steeds een grote plaats innam. Kinga wilde blijven getuigen van Gods grote liefde. Wat ze deed tot het (bittere) einde.

Vijfeneen half jaar is ze ziek geweest, (als ik het goed onthouden heb), ze had borstkanker. Kanker als vraatzuchtig monster dat langzaam aan een lichaam verwoest. Die verwoesting was duidelijk zichtbaar.  Na het verhaal van Reinder, dat onderbroken werd door filmpjes over haar laatste maanden, en door liedjes gespeeld en gezongen door de gitarist waarmee ze altijd optrad, volgde een filmpje dat een paar dagen voor haar overlijden is gemaakt. Met beelden bijna niet om aan te zien. Zo heftig om te zien hoe zo’n mooie vrouw als Kinga was, zo ziek te zien. Het voelde voor mij een beetje als voyeurisme. Tegelijk vroeg ik me af of het een struisvogelgedachte was, dit lijden niet te willen/ kunnen zien. Het is er. Iedere dag opnieuw.

Met een been in de hemel staan, waar we meestal zeggen: met een been in het graf.  Het mooie dat op haar wachtte, zoals ze zong. Tegelijk het loslaten van man en kinderen, hoe zwaar moet dat geweest zijn voor iedereen? De avond was pittig vonden wij. Maar ook mooi, innig en liefdevol. Een waardig afscheid van een zangeres die veel betekend heeft voor de (christelijke) muziekwereld.  De aarde is een stukje leger geworden, de hemel een stukje mooier.

Gemeentewandeling

Al maanden zijn er geen gewone kerkdiensten, volgen we diensten via internet, of zijn we zo af en toe wel in de kerk. Dan is niets meer zoals het was, met afgezette plekken, niet zingen en andere dingen anders dan anders. In deze maanden heb ik me regelmatig afgevraagd in hoeverre ik de diensten nu echt miste. Het antwoord op die vraag was verschillend. Soms mis ik het wel, soms denk ik: het is regelmatig gebeurd dat ik niemand sprak bij de kerk. Ik zie de mensen, groet een ieder die ik tegenkom en vaak blijft het daarbij. Dat maakt het verlangen om in het echt naar de kerk te gaan niet groter. Tegelijk wordt het ook een soort cirkel. Ik ga niet omdat, waarom zou ik gaan, wie mis ik, wie mist mij?

Afgelopen zondag was de ‘startzondag’ van het nieuwe seizoen. Een kerkelijk werkseizoen waar in wel weer dingen worden opgepakt maar toch ook veel dingen nog niet kunnen, of in ieder geval niet zoals we  het gewend waren. Er was een ‘gewone’ ochtenddienst en ’s middags een gemeentewandeling. Honderdvijftig mensen deden mee. We waren in groepen ingedeeld en kregen een route beschrijving mee.

Behalve een routebeschrijving kregen we de zegen mee. Dat was mooi!. Vervolgens gingen we echt op weg, een groepje mensen dat elkaar niet echt kende. Er waren een aantal rustpunten onderweg waar we een ‘opdracht’ mochten uitvoeren: we zongen een lied, we lazen een gedeelte uit de bijbel, en wel dit:

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar: ze hadden de deuren afgesloten. omdat ze bang waren voor de joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: “Ik wens jullie vrede!” Nog eens zei Jezus: “Ik wens jullie vrede. Zoals de Vader mij uitgezonden heeft, zo zend ik ook jullie uit” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”

Dat gedeelte lazen we, om er een aantal meters later een overdenking over te horen. Een preek in de open lucht. Ik heb zelf de neiging om een bijbelgedeelte te lezen er (even) over na te denken en dan is het ‘klaar’. Hier werden we uitgedaagd om verder te denken. Het is niet alleen de opdracht voor de discipelen, net zo goed voor ons. Vergeven, ik vind het vaak  zo moeilijk.

Bij een volgend rustpunt mochten we verder werken. Nadenken over wat de gemeente nodig heeft, nadenken over wat jij van de gemeente zou willen ontvangen, nadenken over wat jij kunt en wilt geven. Vragen en mogelijkheden te over. De ideeën hierover konden we op de welbekende gele papiertjes kwijt.

We maakten nog een selfie van de groep, (wat ongetwijfeld dan anders heet), we liepen nog weer een stuk verder, hadden plezier met elkaar, en bereikten de kerk weer. Daar zongen we elkaar een zegenlied toe. Mooi om je stem weer eens in de kerk te gebruiken! Dat smaakt echt naar meer.

Al met al een mooie wandeling! Met leuke ontmoetingen, die ontmoetingen gingen ook na de wandeling nog door bij de koffie en de thee. Fijn om elkaar weer te zien en te spreken. En bedankt voor de organisatie!

Voor Sama en Sami

Vroeger, heel vroeger, toen ik nog op de lagere school zat, zo in klas een of twee, namen we elke maandag geld mee voor de zending. Daar werd bij verteld voor wie het geld bestemd was. Een van de bestemmingen waren de kinderen in Aleppo. Dat was een stad heel ver weg, in Syrië. Hoe het verder in elkaar zat weet ik echt niet meer. Ik herinner me alleen zo’n busje waar je geld in deed. Aleppo, dat klonk mysterieus en ver weg. Onbereikbaar.

Aleppo is een stad die vaak in het nieuws is geweest. Niet omdat er zoveel moois gebeurde, integendeel. De stad is inmiddels voor een groot deel verwoest. Dat er oorlog is/ was in Syrië is bekend. Wie de partijen zijn, is mij minder bekend. Opstand tegen het medogenloze regime van Assad, rebellen. Russen die zich ermee bemoeiden en meevochten, IS dat een grote rol speelde, de Koerden die hielpen en nu weer verdrukt worden. Vluchtelingenstromen, doden, gewonden, verdriet en ellende, dat is zoals het nu is. Er gebeurde heel veel, en we stonden erbij en keken ernaar, baden voor dit verwoeste land en gaven een gift. Ingrijpen vanuit het westen? Hoe dan en met wat voor gevolgen?

Ik zag de documentaire For Sama. Gemaakt door eeen Syrische journaliste, voor haar dochtertje, Sama. Zij filmde vanaf het begin van de gevechten in Aleppo. Haar man is arts. Je ziet de ellende in Aleppo. Ziekenhuizen die in puin gegooid worden. Je ziet het verdriet, je ziet de doden en gewonden. Dat waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Een aanklacht. (het gezin woont inmiddels alweer een paar jaar in Groot-Britannië.

Daar komt uiteindelijk ook een ander gezin terecht. De hoofdpersonen uit het boek “De bijenhouder van Aleppo”. Een echtpaar vlucht uit Syrië. Hun zoontje, Sami is overleden bij een bomaanslag. Sinds die tijd kan zijn moeder niet meer zien. Ze keert naar binnen, haar ogen hebben teveel gezien. Het boek vertelt over hun vlucht, via Griekenland, uiteindelijk per vliegtuig naar Engeland. Daar woont al familie die eerder is gevlucht. Samen met de man van dat gezin had de vader een bijenhouderij en ze willen dit samen in Engeland weer gaan opzetten. Dit is een familie die geld heeft, waardoor ze via kunnen vliegen en niet de eindeloze reis door Europa hoeven te maken.

Het boek vertelt niet een verhaal dat echt zo gebeurd is. Het had wel zo kunnen gebeuren. De schrijfster heeft als vrijwilliger gewerkt in vluchtelingenkampen. Ze weet waar ze over schrijft. Het was schokkend te lezen over de situatie in die kampen. Het boek speelt in 2015/ 2016. De situatie is sinds die tijd alleen maar erger en grimmiger geworden. Misschien zijn “we” ook wel onverschilliger geworden, eraan gewend geraakt… tenminste, ik merk bij mezelf soms een vermoeidheid, of geen zin meer om journaal te kijken. Ik vond het schrijnend te lezen hoe de asiel procedure verliep en ik heb niet de illusie dat dat in Nederland beter of sneller gaat..

Het is een boek waarin hoop en wanhoop, liefde en verloren liefde beschreven worden. Uiteindelijk eindigt het met een sprankje hoop voor de toekomst.

Twee werelden?

Gisteren luisterde ik een podcast die nieuw voor me was: de ongelooflijke podcast. Ik denk dat ik voorlopig weer vooruit kan met “luistervoer”. In het gesprek van gisteren ging het onder anderen, over het verdwijnen van kennis over geloven en dan vooral het christelijke geloof. Wie weet nog wat de betekenis is van christelijke feestdagen? Wie kent bijbelse namen? Het ging niet alleen over het verdwijnen van kennis, ook over het verdwijnen van geloof. Of geloof dat naar de  marge van het leven verschuift. Oftewel: secularisatie.

Als er in de quiz “De slimste mens” kijk en er is een vraag over de bijbel, blijft het me schokken hoe weinig mensen weten over bijbelse/ christelijke onderwerpen.

Nog schokkender is overigens het denigrerende spreken over de bijbel door Maarten van Rossum. Mopperen is zijn handelsmerk, och arme.

In het verhaal dat ik gisteren hoorde ging het over secularisatie, het loslaten van geloven en kerkelijk leven. En hoe er toch nog steeds wel mensen zijn die God willen leren kennen en daar heel intensief mee bezig zijn. Ik mag zo’n situatie van nabij mee beleven en het is bijzonder!

We waren in Arcen de afgelopen week. In een Roompot park, Klein Vink. Op dat terrein Klein Vink stond oorspronkelijk een groot klooster. Nu staan er in de achtertuin van dit park nog een paar gebouwtjes waar de laatst overgebleven missionarissen nog wonen, totdat ook zij geen woning op aarde meer nodig hebben.

Bij de ingang van het park vind je deze bijzondere  combinatie: Jezus aan het kruis, samen met een advertentie voor het park. God en het gewone leven naast elkaar, in elkaar. Niet als twee verschillende werelden, maar God in het alledaagse. God als altijd aanwezige, wat je ook doet en waar je mee bezig bent. Secularisatie is ook, of juist, het scheiden van werelden: het alledaagse en het bijzondere. Geloven wordt en is zo makkelijk iets voor de zondagen. En toch vond ik dit een vreemd beeld, in mijn beleving ‘klopt’ dit niet.

Gisteren fietste ik er weer langs en keek er nog eens naar. Even later had ik een lied in mijn hoofd. Iets wat vaker gebeurt en meestal ervaar ik het als bijzonder. zo ook gisteren.  Het lied past bij wat er op dat moment in mijn hoofd rondgaat.

Gisteren was het dit lied:

In het kruis zal ’k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg den vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven!
’k ben van dood en zonde vrij!’

Een oud kerklied, het evangelie in een notendop!

Burden

Het kan verrassend zijn verschillende recensies van een film te lezen. Ik las de recensie van de film Burden in het Nederlands Dagblad, het Parool en in de Volkskrant.

Het Nederlands Dagblad geeft vijf sterren, de Volkskrant 3 als ik me goed herinner, hoeveel sterren het Parool geeft weet ik niet meer. Wat vonden wijzelf?

De film speelt eind negentiger jaren vorige eeuw en begint met een scène waarin een museum van de KKK wordt geopend. KKK staat voor Ku Klux Klan. 

Een organisatie die het blanke ras verheerlijkt en zich ver boven andere rassen stelt. De hoofdpersoon uit de film, Mike Burden,  is lid van de KKK. Hij is voorbestemd om opvolger van de oprichter van het museum te worden en krijgt de koopakte van het museumgebouw. Het is een ruige wereld van de blanken die zichzelf de besten vinden.

We zien ook de reactie van een (deel van) de zwarte bevolking van deze stad, en dan vooral die van dominee Kennedy en zijn gemeente. Zij willen geen haat maar liefde. Ze demonstreren voor het museum, wat woedende en beledigende reacties oplevert.

Mike Burden ontmoet Judy, een alleenstaande moeder, die niets van de KKK moet hebben. Ze worden verliefd en voor/ door haar verlaat Mike de KKK. Die neemt wraak en probeert op alle mogelijke manieren het leven van Mike en Judy te verpesten.
Ze krijgen onderdak bij de dominee en zijn gezin. Dit levert (uiteraard) grote spanningen op, juist ook binnen het gezin van de dominee. In hoeverre is Mike zijn racisme kwijt? Hoe ver ga je in je naastenliefde? Ondanks alles ziet de dominee het als zijn roeping om hulp te geven. De dominee zoekt en vindt werk voor Mike, die z’n baan door toedoen van de KKK kwijt is geraakt.

Aan het slot van de film zien we dat Mike gedoopt wordt, en opgenomen wordt in de donkere gemeente. Klinkt als eind goed al goed.

Dit verhaal klinkt heel erg als een feel-good movie. Dat was een van de kritieken in genoemde kranten. De Volkskrant schamperde wat, dat de verandering van Mike wel heel erg snel ging. Het Parool zag enkele ongeloofwaardige dingen in het script. Het Nederlands Dagblad zoomde vooral in op het onderwerp genade.

Genade is de rode draad in dit verhaal. De moed en de kracht van vooral de dominee, soms tegen de wens van zijn gezin in. Standvastig zijn, geven om je medemens, in dit geval: geven om je vijand. Letterlijk de opdracht van Jezus: heb je vijanden lief, in praktijk brengen. De liefde van God doorgeven aan anderen. Het veranderen van Mike, wat onmogelijk lijkt bij mensen is mogelijk bij God.

Wij waren onder de indruk van dit verhaal. Een verhaal dat niet alleen een verhaal is, maar echt gebeurd is. Aan het einde van de film komen de ‘echte’ Mike Burden en Jody en ook dominee Kennedy in beeld. Het museum van de KKK is in handen gekomen van de kerkelijke gemeente. Dankzij de koopakte die Mike gekregen had van de KKK.

Eerlijk gezegd was ik verbaasd dat die hele KKK nog zo speelde en zo’n rol nog had in de jaren 90. Ik kan me van heel vroeger nog wel krantenfoto’s herinneren van mensen in bizarre witte kleren, die kruizen verbranden. Dat was in deze film ook nog te zien.

Bioscoopbezoek in corona tijd is overigens niet het toppunt van gezelligheid. Iets van tien mensen in de zaal. Geen pauze. (dus ook geen verplichte consumptie) Na afloop werden we rij voor rij de zaal uitgeleid. Hopelijk komen we snel weer in andere tijden!

Toerist in eigen stad

Wat begon als een opmerking hoe de vakantie in te vullen, werd uiteindelijk een leuke dag dwalen in eigen stad en een museum (her) ontdekken. Onlangs zei ik tegen een achterneef dat het misschien een idee was zichzelf bij vrienden en bekenden uit te nodigen voor een dagje sight-seeing in hun stad. Dit als “oplossing” voor het probleem niet op vakantie kunnen gaan, door corona.

De vraag naar een rondje Enschede was enigszins voorspelbaar en leuk. We maakten een afspraak en een plan. Dat plan kon door de hitte niet doorgaan, dus trad plan B in werking. Een museumbezoek. De keuze viel op  ‘de museumfabriek’. En jawel, daar was ik nog nooit geweest, dus het leek me best leuk.

Het was dag nummer zoveel van de hittegolf en we hoopten dat het in het museum niet al te warm zou zijn. Het museum is gevestigd in een oude textielfabriek. Het is een samenvoeging van het natuurmuseum, textielmuseum en de collectie van Deinse instituut. (dat was een organisatie van heemkunde) 

In verband met corona moet je aangeven hoe laat je je bezoek wilt starten. We waren wat aan de late kant, maar dat was gelukkig geen probleem. De sfeer en ontvangst waren gemoedelijk. Na een kop koffie stortten we ons op de collectie. Het was niet erg druk, vooral ouders met kinderen. (er was ook een afdeling waar kinderen allerlei dingen konden knutselen)

We zagen van alles, en heel verschillend. In de ene zaal hingen twentse knipmutsen, in een andere hingen allerlei dingen die met vliegen te maken hebben, er was een replica van een twents los hoes, kasten vol met opgezette vogels, laden vol met opgeprikte vlinders, een miniatuur van een textielfabriek. Variatie te over dus. Wat wel jammer was, en wat we als een gemis ervaarden was dat er geen/ weinig namen of omschrijving bij de diverse objecten stond.

Prachtig, een kast met opgezette vogels. Jammer dat ik niet verder kom dan het herkennen van een ijsvogel en een kievit. Nou ja, waarschijnlijk zou ik een zwaluw ook nog herkend hebben, maar die zag ik niet.

We deden een rondje en nog een rondje, keken en weerstonden de neiging om overal aan te zitten. Altijd die vervelende bordjes met: verboden aan te raken. Die zo ontzettend uitnodigend zijn.  Na die rondjes waren we wel uitgekeken. We vonden het een leuk museum, al leek het wel een soort gedwongen huwelijk met niet helemaal bij elkaar passende partners. En zoals gezegd, we misten informatie. Al ontdekten we later dat er een audiotoer beschikbaar is, maar dat is dan weer minder gezellig.

Mijn achterneef is rolstoeler. Door hem ben ik me veel meer bewust geworden van de mogelijkheden en helaas ook vaak onmogelijkheden / obstakels voor rolstoelers. Ik was dan ook erg benieuwd hoe dit museum op dit gebied zou scoren..

De voordeur, die was al te zwaar om zelf open te doen, de volgende museumdeur ook. De rest van het museum was redelijk berijdbaar. Al waren er wel wat erg steile hellingen te nemen en moesten we even zoeken om de route en de liften te vinden. Wat jammer was: de info die er dan wel was, was te hoog om vanuit een rolstoel te lezen. Meer dingen vielen niet op. We hebben sommige dingen gemeld, wie weet kan er iets mee gedaan worden.

Na een lunch gingen we weer verder op pad. Er stond nog een rondritje door Enschede op het programma. We reden door de herbouwde ‘vuurwerkwijk’,  ik liet zien waar we jaren ‘gewerkt’ hebben en we reden nog langs het stadion. Grappig om dat stadion eens van een andere kant te bekijken. We rijden er bijna wekelijks langs, altijd volgens dezelfde route. Nu kwamen we van een andere kant, ik zag weer nieuwe dingen. Dat is het leuke van toerist in eigen stad zijn. In ons huis aangekomen aten we een hap, praatten nog wat en zo was deze fijne dag alweer voorbij!

Pagina 1 van 45

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén