Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Het zit erin

Vroeger…. zo’n vijfenveertig jaar geleden, woonden wij boven een benzinepomp. Zo’n echte, met iemand die jouw tank volgooide. (wie die pomp wil zien, kijke de film de beentjes van sint Hildegard, daar komt hij in voor). De tankman zei altijd: “Zo, het zit er weer in”. Vaste prik.

Vorige week was ik bij iemand die ik nog begeleid. Helemaal stoppen met werken lukt me niet en klant en ik zijn blij dat Pgb’s bestaan en dat op deze manier nog wat mogelijk is. En dit op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw. We waren toen bezig met de post en er was een brief van de SVB. Ik opende die en tot mijn verrassing bleek het een uitnodiging voor coronavaccinatie te zijn, voor mij als zorgverlener… niet voor mijn ‘klant’, terwijl zij meer tot de risicogroep hoort, dan ik.

Ik was super verrast, al had ik wel ergens gelezen dat sommige zorgverleners wel acht uitnodigingen kregen, bij acht verschillende klanten. Ook dat kan dus blijkbaar. In de brief voor mijn klant zaten twee uitnodigingen, een voor mij als persoon en een op naam van mijn toko zoals ik dit tot vorig jaar had. Ik was superblij met deze uitnodiging! En verbaasde mijzelf over die blijdschap.

Na alle rampverhalen was ik erg benieuwd hoelang de belprocedure zou duren. Binnen een minuut had ik contact met de GGD, het gesprek duurde een minuut of tien, nogal wat herhalingen.

Verrassing: als ik wilde kon ik de volgende dag al gevaccineerd worden. Dat wilde ik niet, met de retraite in het vooruitzicht. Het werd deze ochtend voor de eerste vaccinatie, en de tweede volgt op Hemelvaartsdag. Oké, ik moest er wel een half uur voor autorijden. En vroeg m’n bed uit. Alles voor het goede doel. Het was nog erg rustig bij de priklocatie. Alle papieren werden nog eens nagekeken en oké bevonden. En je moet een aardige papierwinkel meenemen. Het prikken ging snel, toen nog een kwartier wachten en vervolgens reed ik weer naar huis. Onderweg hoorde ik in een radioprogramma een meneer vertellen over vaccins. Hoe hij in Ruanda meegemaakt had dat mensen uren moesten lopen om op de plek te komen waar gevaccineerd werd. Overtuigd van het nut van vaccinatie. Hij was verbaasd en meer dan dat, over de tegenstemmen in ons land. Het stoppen met het AZ vaccin begreep hij niet, het gevolgen van het virus zijn heftig. Ach, dat ik een half uurtje auto moest rijden was alweer veel minder “erg”.

Dat “het zit er weer in” is een tijdlang een gezegde geweest in ons gezin. Kan overal en nergens voor gebruikt worden. Het zit erin, ik voel het in mijn arm. Ik hoop dat het vaccineren snel gaat en dat iedereen die er naar snakt niet te lang meer hoeft te wachten. Dan zeggen we niet het zit er weer in, maar dan zit het erop!

Klokkenluider

De klokken klinken weer! Sinds stille donderdag was het stil in het klooster waar ik de afgelopen dagen was. Donderdagmiddag vertrokken en gisterochtend weer thuisgekomen. Ik volgde een retraite. Geen echt groepsgebeuren. De getijdengebeden vormden de rode draad. Daarnaast waren er nog wel wat activiteiten waar je aan mee kon doen.

Op witte donderdag klonken de klokken in de kerk om zes uur ’s avonds voor het laatst, om op paasmorgen weer volop te klinken. Ik ken de getijdengebeden van de vrijdagen. Ik vind ze mooi en bijzonder om mee te maken. De getijden in deze dagen zijn anders dan anders. Op donderdag was er een handwassing, vierden we het avondmaal. Handwassing in plaats van de voetwassing, zoals die plaatsvond bij de instelling van het avondmaal door de Here Jezus. Terwijl we brood aten en wijn dronken zongen de leden van de woongemeenschap het lied Ubi caritas: waar barmhartigheid en liefde is, daar is God. Het raakte m’n hart.

Goede vrijdag kwam. Voor een deel de gewone klusvrijdag. Ik begon de dag met het ochtendgebed van 8 uur, dat we normaal nooit bijwonen. Na het gebed en ontbijt volgde de gewone vrijdagvergadering van de directie waar ik altijd bij ben. Om me vervolgens in de Lectio Divina te storten. Voor mij nog een onontgonnen manier van bijbellezen. Wel een manier die ik verder wil onderzoeken.

Tussen twaalf en drie uur ’s middags was het stil in het klooster en in de werkplaatsen. En om twaalf uur en drie uur waren er gebeden in de kerk. We lazen het lijdensverhaal op een mooie manier: een voorlezer, iemand die de woorden van Jezus las en de teksten die het volk spraken door de overige aanwezigen. Praktisch: wij als aanwezigen zeiden: kruisig Hem, of vroegen om de vrijlating van Barabbas.  Ik kon me helemaal voorstellen dat ik in het volk stond en om de kruisiging van Jezus vroeg, of waarschijnlijker: schreeuwde.

Stille zaterdag was voor mij een stille dag. Ik bleef vooral op mijn kamer, las de krant, (die kun je niet missen, geen dag). Of zat toch nog even op internet, ik wilde nog wel weten wat er zoal gebeurde. Ondanks dat probeerde ik echt stil te staan bij Pasen en bij de betekenis van het offer van de Here Jezus. Het blijft bij mij vaak bij veel denkwerk. De laag dieper is voor mij lastig te vinden. Ook hierin blijf ik work in progress.

Zaterdagavond was het superdonker in de kerk. Alle lichten uit, stilte, het wachten op de nieuwe dag, het echte vieren van Pasen.

Dat deden we, dat vieren!  Zondagochtend om zes uur begon de dienst, eerst in de kerk. We luisterden naar twee bijbelgedeltes, reciteerden een psalm en gingen naar buiten, waar een vuur brandde.We stonden in stilte in een grote kring om het vuur. De stilte werd doorbroken door het gejubel van vogels. Langzaam verdween het donker en overwon het licht! De nieuwe dag brak aan, het nieuwe leven is begonnen!

Het vuur werd gezegend en met het gezegende vuur werd nieuwe paaskaars aangestoken. We kregen allemaal een lichtje aangereikt en liepen in optocht de kerk weer in, we mochten het licht meenemen.  In de kerk luidden de klokken!

De dienst ging verder:  we lazen nog een paar bijbelgedeeltes, beleden ons geloof, zongen het gebed dat de Here Jezus ons leerde. Kortom, een volle en ook wel lange dienst, die tot acht uur duurde.

Daarna genoten we van een uitgebreid ontbijt. En was het inpakken en weer naar huis gaan waar ik met open armen werd ontvangen.

Ik heb genoten van mooie dagen! Het was gaaf om op deze manier naar Pasen toe te leven. Mooi om de gebeden mee te doen, mooi om dit alles mee te beleven. Klazien, Ruud en Patricia, hartelijk bedankt voor alle goede zorgen en mooie invulling van deze dagen.

klik op de foto om het klokkenluiden te horen.

Weer eens een dagje uit.

Ik loop even naar boven, naar de kamer waar mijn aanwinsten liggen. Ik schuif een shirtje bij een rok, een vest erover, bekijk nog eens mijn nieuwe broek en bijpassend shirt en voel me weer blij. Na veel geaarzel besloot ik deze week een afspraak te maken bij een kledingzaak in Deventer, waar ik al heel vaak samen met jongste zus binnenwandelde en nooit iets kocht. Gisteren had ik winkeltijd, een uur. Langer was ook geen probleem, er kwam niemand na mij. Ik paste en paste, wikte en woog en ging me te buiten aan een uitgebreide garderobe. Anderhalf uur later verliet ik de zaak met een grote tas en glimlach.

Het was te mooi weer en Deventer is té leuk om gelijk weer de trein in te stappen. Ik liep wat rond, hoorde een paar vrouwen zeggen dat ze het winkelen zo misten. Ik kon het niet laten te zeggen dat ik het ook miste. Terwijl ik met een grote tas in mijn handen liep… ik heb ze maar naar “mijn”winkel verwezen. Geen idee of het effect had.

Ik draalde wat voor een boekwinkel, een antiquariaat. Plots stond de eigenaar voor me. Met een grijns op z’n gezicht zei hij: “Mevrouw, u weet toch nog wel dat u me om tien uur gebeld hebt? We hadden een heel leuk gesprek en nu mag u de winkel binnen komen hoor!” Er ontspon zich een bijzonder gesprek, ik kreeg de etalagetekst uitgelegd, hoorde de corona-frustraties en vertrok, zonder boek.

Het is grappig, normaal kom je om te shoppen, nu kon dat niet. Daardoor lette ik veel meer op de huizen en straatjes. De schoonheid van Deventer viel me weer op. Ik liep naar de IJssel en vond een leeg bankje. Geen zee, wel water. Een mevrouw vroeg me of ik bekend was in Deventer. Nou nee, zo bekend ben ik niet. Zij kwam uit Twente,  vertelde ze. En ze was het wandelen in eigen omgeving helemaal zat en wilde met haar partner, nee echt niet haar man, die had ze niet meer, een dagje wat anders doen.

Ik bekende dat ik daar ook woon. Ha, dat gaf herkenning! “Bij ons zijn de mensen veel aardiger”, vond ze. Ze noemde wat voorbeelden. Waarna ik mijn boekwinkelverhaal vertelde. Er volgden van haar kant nog wat ontboezemingen uit haar eigen leven.

Dat “bij ons” vond ik wel bijzonder. We hebben het over ongeveer een uur autorijden en ik vraag me af of cultuurverschillen dan zo opvallend zijn. Of eigenlijk weet ik het wel.

Het blijft een rare manier van winkelen zo. Het viel me op dat in dit stadscentrum meer te doen was dan in ons eigen centrum. De winkeliers die ik sprak probeerden met humor de moed erin te houden. Al klonk ook wel: het is eigenlijk niet zo uit te leggen, supermarkten open, zogenaamde essentiële drogisterijen geopend, en bij ons dit. Ik snap het helemaal.

Het was heerlijk om weer even te shoppen en ergens anders te zijn. In de trein was het erg rustig. Thuisgekomen showde ik mijn aankopen. Ze werden van harte goedgekeurd. (voorzover ik die goedkeuring nodig heb :-))

Achttien

Op deze mooie stralende dag zou Emma achttien jaar geworden zijn.

Dat werd ze niet.

Onze herinneringen hebben we al wel al die jaren.

Die herinneringen aan een wazige week mochten we vanmiddag delen. Delen in liefde en openheid. Na die wazige week ging het leven verder en stond het soms stil. Doorgaan met leven, andere kleinkinderen verwelkomen, zien opgroeien, met hen lachen en soms met hen huilen.

Emma werd geen achttien op deze aarde. In mijn hoofd blijft de nieuwsgierigheid. Emma, hoe zou je zijn?

Hoe het verder ging

Ik toets een adres in mijn tomtom die van Garmin is. Het is een bekend adres, voor de zekerheid zet ik het toch maar in de routeplanner. Ik ben benieuwd hoe het er nu uitziet. Ik ga naar Eugeria, een verpleeghuis in de plaats waar mijn moeder woont. Het verpleeghuis waar mijn vader de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Toen was het een oud gebouw, met vierpersoonskamers, waar je een bed, nachtkastje en nog een andere kast had. Weinig ruimte en weinig privacy. Voor ons vervelend, ik denk dat vader het niet zo besefte.

Nu is onze moeder in datzelfde verpleeghuis, voor revalidatie. Het was een spannende week, na haar ziekenhuisopname. Ze kon gelukkig de volgende dag geopereerd worden. Al werd ook dit een wacht-dag: ze werd uiteindelijk pas tegen vijf uur ’s middags naar de operatiekamer gebracht, en was om een uur of negen weer terug op de afdeling. De eerste dagen verliepen redelijk voorspoedig en het was de bedoeling dat ze diezelfde week al voor revalidatie zou gaan. Een longontsteking verhinderde dat. De ziekenhuisopname duurde nog een paar dagen langer.

Corona zorgt ook in ziekenhuizen en verpleeghuizen voor extra gedoe en werk. In het ziekenhuis mocht een persoon per bezoekuur komen, niet wisselen dus. In het verpleeghuis mogen drie personen (steeds dezelfden) in totaal vier keer per week op bezoek komen. Dat betekent voor ons gezin dat de helft van de kinderen kan komen…. Nu konden in het weekend toch nog de kinderen die nog niet geweest waren, op bezoek komen.

Uiteindelijk volgde de verpleeghuisopname afgelopen woensdag. Moeder heeft een eigen kamer, met badkamer. Alles is nieuw en modern. Het revalideren is begonnen. Nu afwachten hoe dat verder gaat. Vermoeiend als je 90 bent en de jaren echt zijn gaan tellen. De dagen zijn vol met alle bezigheden. Gister ging ik er voor het eerst weer naar toe, naar dat ene verpleeghuis, waar zoveel voetstappen van ons liggen. Ik voelde het in mijn lijf toen ik er naar toe reed. O ja, daar parkeerde ik mijn auto altijd. Nu op een andere plek. Het hele huis is anders, mooier.

Het was goed om er te zijn. Nu volgt het harde werken voor moeder. Het blijft nog een spannende periode. Onwennig voor haar, in een onbekende omgeving. En in het kader van ieder nadeel heeft z’n voordeel: onder deze weersomstandigheden is het erg fijn dat ze veilig onderdak is!

Thuisschool

Gisteren waren de jongste twee kleinkinderen hier te logeren. Al wekenlang wordt er bij zoon en schoondochter thuisgewerkt, zowel door ouders als kinderen. En zelfs een groot huis kan dan weleens iets te klein zijn. En wij bedachten dat het best leuk is om een digitale schooldag mee te maken. (dit nog los van het feit dat het natuurlijk altijd leuk is als kleinkinderen logeren. Ik zeg het er maar bij, voordat iemand zich zorgen gaat maken)

Een paar weken geleden logeerden Floor en Mees hier ook, wij wisten inmiddels hoe het werkte. Keurig op tijd zaten de kinderen achter hun chromebook. De lesdag begon met een “meet”. Een digitaal klassengesprek, daarna een bijbelles. De school waar de kinderen op zitten heeft combinatieklassen, wat een extra uitdaging is voor het lesgeven. Floor had gisteren een rekentoets, die ze uiteraard zonder hulp maakte. Mees was druk met zijn rekenwerk en ontdekte een fout in de lesstof. Zo grappig, dat hij dat via de chat aan zijn meester kon melden. Leuk die korte lijntjes.
Er was een heuse pauze, maar Floor moest wel op de tijd letten, want oma, ik moet zo weer in de meet. En die meet klonk echt gezellig!

Hulde aan de leerkrachten hoe zij de lessen oppakken. Het is roeien met de riemen die je hebt, en hopen dat je goed uitkomt. Ondanks de goede lessen, verlangen de kinderen echt weer naar de gewone schooltijden en zijn ze superblij dat ze volgende week weer mogen. Al is het voor iedereen ook wel een uitdaging en vraag hoe dit zal gaan. Hoe lang zal het duren voordat er een klas in quarantaine moet? Structuur en overzicht zijn dan ver te zoeken. We wachten het met z’n allen maar weer af.

Het was een halve schooldag, ’s middags lieten we ons zelf uit, in de stromende regen. Daarna hadden we nog een halve middag tot onze beschikking. Mees vindt het altijd wat lastig om bezigheden te vinden die niet schermgerelateerd zijn. “Gelukkig” was ons koffiezetapparaat ontploft en deed allernaaste verwoede pogingen het te repareren. Missie mislukt, maar “technisch” bezig zijn was leuk.

Floor en ik gingen kleuren. Gezellig om samen aan de tafel te zitten en te kleuren. We waren gezellig aan het kletsen en kleuren. Toch wel bijzonder om zo bezig te zijn. Is dit het bijzondere van opa en oma zijn? Ik vraag me oprecht af of ik vroeger veel tijd maakte om zo bezig te zijn. Er lag altijd wel werk te wachten. Daarbij denk ik wel dat jongens toch iets minder de neiging hebben om dit soort dingen te doen. Het was vroeger meer bouwen en andere grootse zaken.

Ik genoot van het samen knutselen. Floor was ijverig bezig eerst een boekenlegger voor mama te kleuren en daarna een voor zichzelf. Ze zat zich wel af te vragen waarom ze een boekenlegger kleurde, want ik lees eigenlijk altijd boeken op m’n tablet, dus ik heb er geen nodig…

Kind van deze tijd. Digitaal onderwijs, boeken lezen op de tablet. Ooit wilde ik haar leren veters strikken. Dat hoefde niet, dat leer ik wel van joetoep, zoals ze toen nog zei. Filmpjes vinden was voor haar geen enkel probleem. Ik zat me af te vragen hoe ze dat voor elkaar kreeg, zonder te kunnen schrijven. Dat er ook nog zoiets als een microfoontje was, waar je je zoekopdracht in sprak, dat leerde ik van haar.

Zondag

Je bent negentig en woont nog geheel zelfstandig en kunt ook je zaken zelf nog ordenen en regelen. Dan komt corona en je wereld wordt kleiner, je krijgt minder bezoek. Ook dat is te overleven en min of meer te overzien. Maar dan, op een dag kom je te vallen. Gelukkig heb je een alarmering voor de thuiszorg en lijkt het mee te vallen. De volgende dag komt de huisarts. Voor de zekerheid. Geen gebroken heup, zo is de conclusie na onderzoek. (thuis)

Je moddert wat door, al lijkt het er op dat het lopen lastiger wordt. Nog maar even afwachten. Dan, na een paar dagen, val je nog een keer, en weer is de thuiszorg de redding, en lig je weer veilig in je bed. Je merkt dat je niet meer op je voeten kunt staan. De volgende ochtend komt de thuiszorg opnieuw, en degene die dan komt om de steunkousen aan te doen, merkt dat bewegen nu wel erg moeizaam gaat. Ze pakt door, belt de huisartsenpost, want het is zondag. En ze belt mij, ik ben contactpersoon.

Ik moet nog wel een half uur rijden voordat ik er ben, en gelukkig is het erg rustig op de weg. Als ik er ben, gaat de thuiszorgmevrouw snel weg, haar route van deze ochtend is al een half uur uitgelopen. Dank voor het wachten! Ik maak een ontbijt, en we wachten op de dingen die gebeuren. De dienstdoende huisarts komt, ze onderzoekt en kijkt en besluit te overleggen met een neuroloog. Deze vindt het toch wel een goed idee om mijn moeder, over wie het heb, te laten onderzoeken. Een ambulance wordt geregeld, want met mijn auto vervoeren gaat echt niet lukken, bewegen is het probleem. De ambulancebroeder vertelt me waar ik in het ziekenhuis moet zijn en voegt me toe: voorzichtig rijden hè!

Ik rij met mijn eigen auto naar het ziekenhuis. En dan begint het lange wachten. Er wordt een scan gemaakt, niets op te zien. In het bloedonderzoek zijn geen grote afwijkingen te zien. Urine onderzoek evenmin. Longfoto is goed. Kortom, er is niets aanwijsbaars te vinden. Geriater wordt ingeschakeld, ook zij weet geen nieuwe gezichtspunten.

Wat nu? In principe is er geen reden om in het ziekenhuis te moeten blijven. Mijn moeder wil het liefste naar haar eigen huis en eigen bed. Weer een nacht alleen blijven vind ik onverantwoord en ik besluit dan te blijven slapen, al vraag ik me af hoe we het kunnen redden, zo samen, zonder medische hulpmiddelen. Een ziekenhuis opname op deze leeftijd is echter ook geen feestje. Met daarbij het risico van een corona besmetting… wat is wijsheid? Inmiddels is het dan al een uur of vijf en zitten we al een aantal uren in onze kamer. Verplicht met mondkapje op. Deze keer een medische… mijn eigen was niet goed genoeg. 🙂 Uiteindelijk bedenken mijn moeder en ik, dat naar haar huis gaan het minst slechte is. Dan zien we morgen wel verder, want op deze manier komt moeder niet verder.

Dan komt de assistent arts, die ons al de hele middag begeleid heeft binnen. Hij zegt nogmaals het een bijzonder geheel te vinden, geen enkele aanwijzing voor iets concreets en toch veel problemen. Zijn idee is: laten we alsnog toch een foto maken van de heup. Wie weet…. hij heeft  het idee dat er iets niet klopt. Eerder heeft  hij al gezegd dat hij een dergelijke situatie zeer interessant vindt. De foto wordt gemaakt, en we wachten weer. De hele middag heb ik app contact met broer en zussen. Superfijn dat dat kan!

Even later komt de arts terug….. surprise: de heup is toch gebroken. Het plaatje verandert op slag. Opname is noodzakelijk, en als het allemaal lukt, morgen operatie. Dan hopelijk revalidatie. De arts gaat nog in gesprek over wat te doen bij calamiteiten. Moeilijk dat dat moet, al is het ook goed dat ernaar gevraagd wordt. Dit is een onderwerp dat eerder bij ons aan de orde is, dus het is wel duidelijk hoe er gedacht en gevoeld wordt.

Mijn moeder gaat naar haar afdeling, ik naar haar huis om wat spullen op te halen. Ik breng ze nog naar haar afdeling. Gelukkig is er nog brood, behalve een klein ontbijt heeft moeder niets gegeten of gedronken. Zo op het oog ondergaat ze alles gelaten.

Ik laat haar achter en rijd naar huis. Mijn hoofd is vol, mijn maag leeg. Thuis wacht mijn allernaaste, met koffie en eten. Een intensieve dag, en ik denk dat er een intensieve tijd gaat volgen.

Zo’n dag

Zo’n dag die er is, waar van alles gedaan kan worden en niet veel uit je handen komt. Zo’n dag als vandaag dus. De dagen sudderen voorbij. De ene dag heb je plezier, een andere dag word je bang van de dingen die gebeuren, of van de dingen die vooral niet gebeuren. Die we nalaten, zoals zorg voor mensen en klimaat. Klein en machteloos voel ik me dan, het voelt verlammend, blijf maar zitten waar je zit. In de grote wereld gebeurt teveel.

Maar ook in de kleine wereld gebeurt van alles. Vorige week gebeurde er voor mijn ogen een ernstig ongeluk. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Belde 112. Later in de week is het slachtoffer overleden. Verdriet voor familie. Hoe kwetsbaar kan een leven zijn. Een lieve kerkzus kreeg te horen dat haar conditie waarschijnlijk niet veel beter wordt dan zoals het nu is. De gevolgen van corona… En zo is er no wel meer om over na te denken. Ik vind het lastig allemaal. Ik doe alsof ik de hele wereld op m’n schouders moet nemen. Natuurlijk is dat onmogelijk, gelukkig maar. Behalve ‘zorgen maken’ maak ik me druk.

Ik maak me druk over mensen die in de supermarkt hun karretje precies voor het schap zetten waaruit ik iets nodig heb. En waarom gaat iedereen op dezelfde tijd als ik boodschappen doen? Waarom heb ik weer de verkeerde kassa gekozen? O ja, dit is die aardige kassamevrouw, daarom duurt het wat langer… ze zegt tegen de klant die nu aan de beurt is, dat die roerbakgroenten deze week 1+1 gratis is, dus mevrouw kan er beter nog maar een zak bij gaan halen. De mevrouw zegt dat ze alleen is, dus niets aan twee zakken groenten  heeft. Ze denkt nog even na, en ik bemoei me er maar even mee en zeg: maak er soep van en doe dat in de vriezer. Tien punten voor deze tip. (dus er wordt inderdaad nog een zak groenten opgehaald)

Bij de drogist in ons enorme winkelcentrum staan manden met afgeprijsde artikelen. Even bij snuffelen. Ik zie deze fles die ik niet achter kan laten: “Put your hands up”.

Ach ja, denk ik, dat is het natuurlijk wel, je handen ophouden. Niet om maar af te wachten wat er in valt, wel om te zien wat er al in ligt. Om na te denken Wie geeft, na te denken over Wie er wel is en zal blijven. Omdat Hij dat heeft beloofd. Ik moet zeggen dat ik het best vaak lastig vind om me dat te blijven realiseren. En soms is het gewoon weg.

Tot ik een aardige caissière tref, die haar klanten op voordeel wijst, of een fles met leuk opschrift tref. Ogen en oren open, er is meer te beleven dan ik vaak denk.

Tot slot, zoals meestal, een mooi lied. Weliswaar een adventslied. Verwachtingsvol naar kerst. Afgelopen zondag hoorden we in de preek dat we in verwachting zijn van grootse wonderen. Laten we daarvoor onze handen en harten openen! (ps. ik mag de trotse moeder van de zanger zijn)

Nieuwe laptop

Volgens mij was het na vijf jaar tijd voor een nieuwe laptop. Er was een leuke aanbieding en jongste zoon was zo vriendelijk vroeg naar de winkel te gaan en er een voor mij te kopen. Nu heb ik de (rare?) gewoonte om mijn mail te bewaren. Je weet maar nooit waar je het ooit voor nodig hebt. En ik wil dan die mails ook weer allemaal op mijn nieuwe laptop hebben….

Maar langzamerhand werd het wel een beetje bijzonder. Wat doet een mens nog met mails uit 2003? Dus ik was moedig in de afgelopen dagen en heb de onvoorstelbare stortvloed aan mails opgeschoond.

En dat was wel eens confronterend. Gesprekken en discussies over allerlei gebeurtenissen. Helaas meestal niet de meest blijmoedige gesprekken. Of wel blijmoedige gesprekken in vriendschappen die (toch) inmiddels verlopen zijn. Allemaal herinneringen kwamen bovendrijven. Herinneringen aan allerlei dingen waar we aan meededen, waar we met groot enthousiasme insprongen. Soms was het echt een sprong in het diepe. Een sprong met onverwachte gevolgen, mooie en minder mooie. Tot het niet meer goed was voor ons en we vertrokken. Wat een hoeveelheid mails had ik uit die tijd bewaard. Sommige heb ik gelezen, anderen onmiddellijk verwijderd. Over en uit, voorbij. En nu, na een aantal jaren is het goed en klaar. Goed om achter ons te laten.

Zo mogen we steeds opnieuw verder gaan, nieuwe dingen ontdekken en meemaken. Ook in een jaar als dit, wat toch wel een spectaculair jaar was, op allerlei gebied. Stoppen met werken, wennen aan het allebei thuis zijn, het land dat zo goed als plat lag. Mooi vrijwilligerswerk ontdekken en daarvan genieten. Genieten van (nieuwe) mensen, genieten van vriendschappen. Kerkdiensten die door mogen gaan, ook al is het op een totaal andere manier dan we gewend zijn.  We mogen in vrede en vrijheid leven. Daar ben ik superdankbaar voor en het maakt soms het journaal kijken beschamend… en levert dat weer een nieuwe puzzel op.

Voor nu: een goede jaarwisseling, een goed 2021 gewenst, en hou vol. Met daarbij de gedachte dat we niet alleen elkaar vast houden, maar dat wij vastgehouden worden!

 

Pagina 1 van 46

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén