Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Gemeentewandeling

Al maanden zijn er geen gewone kerkdiensten, volgen we diensten via internet, of zijn we zo af en toe wel in de kerk. Dan is niets meer zoals het was, met afgezette plekken, niet zingen en andere dingen anders dan anders. In deze maanden heb ik me regelmatig afgevraagd in hoeverre ik de diensten nu echt miste. Het antwoord op die vraag was verschillend. Soms mis ik het wel, soms denk ik: het is regelmatig gebeurd dat ik niemand sprak bij de kerk. Ik zie de mensen, groet een ieder die ik tegenkom en vaak blijft het daarbij. Dat maakt het verlangen om in het echt naar de kerk te gaan niet groter. Tegelijk wordt het ook een soort cirkel. Ik ga niet omdat, waarom zou ik gaan, wie mis ik, wie mist mij?

Afgelopen zondag was de ‘startzondag’ van het nieuwe seizoen. Een kerkelijk werkseizoen waar in wel weer dingen worden opgepakt maar toch ook veel dingen nog niet kunnen, of in ieder geval niet zoals we  het gewend waren. Er was een ‘gewone’ ochtenddienst en ’s middags een gemeentewandeling. Honderdvijftig mensen deden mee. We waren in groepen ingedeeld en kregen een route beschrijving mee.

Behalve een routebeschrijving kregen we de zegen mee. Dat was mooi!. Vervolgens gingen we echt op weg, een groepje mensen dat elkaar niet echt kende. Er waren een aantal rustpunten onderweg waar we een ‘opdracht’ mochten uitvoeren: we zongen een lied, we lazen een gedeelte uit de bijbel, en wel dit:

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar: ze hadden de deuren afgesloten. omdat ze bang waren voor de joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: “Ik wens jullie vrede!” Nog eens zei Jezus: “Ik wens jullie vrede. Zoals de Vader mij uitgezonden heeft, zo zend ik ook jullie uit” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”

Dat gedeelte lazen we, om er een aantal meters later een overdenking over te horen. Een preek in de open lucht. Ik heb zelf de neiging om een bijbelgedeelte te lezen er (even) over na te denken en dan is het ‘klaar’. Hier werden we uitgedaagd om verder te denken. Het is niet alleen de opdracht voor de discipelen, net zo goed voor ons. Vergeven, ik vind het vaak  zo moeilijk.

Bij een volgend rustpunt mochten we verder werken. Nadenken over wat de gemeente nodig heeft, nadenken over wat jij van de gemeente zou willen ontvangen, nadenken over wat jij kunt en wilt geven. Vragen en mogelijkheden te over. De ideeën hierover konden we op de welbekende gele papiertjes kwijt.

We maakten nog een selfie van de groep, (wat ongetwijfeld dan anders heet), we liepen nog weer een stuk verder, hadden plezier met elkaar, en bereikten de kerk weer. Daar zongen we elkaar een zegenlied toe. Mooi om je stem weer eens in de kerk te gebruiken! Dat smaakt echt naar meer.

Al met al een mooie wandeling! Met leuke ontmoetingen, die ontmoetingen gingen ook na de wandeling nog door bij de koffie en de thee. Fijn om elkaar weer te zien en te spreken. En bedankt voor de organisatie!

Voor Sama en Sami

Vroeger, heel vroeger, toen ik nog op de lagere school zat, zo in klas een of twee, namen we elke maandag geld mee voor de zending. Daar werd bij verteld voor wie het geld bestemd was. Een van de bestemmingen waren de kinderen in Aleppo. Dat was een stad heel ver weg, in Syrië. Hoe het verder in elkaar zat weet ik echt niet meer. Ik herinner me alleen zo’n busje waar je geld in deed. Aleppo, dat klonk mysterieus en ver weg. Onbereikbaar.

Aleppo is een stad die vaak in het nieuws is geweest. Niet omdat er zoveel moois gebeurde, integendeel. De stad is inmiddels voor een groot deel verwoest. Dat er oorlog is/ was in Syrië is bekend. Wie de partijen zijn, is mij minder bekend. Opstand tegen het medogenloze regime van Assad, rebellen. Russen die zich ermee bemoeiden en meevochten, IS dat een grote rol speelde, de Koerden die hielpen en nu weer verdrukt worden. Vluchtelingenstromen, doden, gewonden, verdriet en ellende, dat is zoals het nu is. Er gebeurde heel veel, en we stonden erbij en keken ernaar, baden voor dit verwoeste land en gaven een gift. Ingrijpen vanuit het westen? Hoe dan en met wat voor gevolgen?

Ik zag de documentaire For Sama. Gemaakt door eeen Syrische journaliste, voor haar dochtertje, Sama. Zij filmde vanaf het begin van de gevechten in Aleppo. Haar man is arts. Je ziet de ellende in Aleppo. Ziekenhuizen die in puin gegooid worden. Je ziet het verdriet, je ziet de doden en gewonden. Dat waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Een aanklacht. (het gezin woont inmiddels alweer een paar jaar in Groot-Britannië.

Daar komt uiteindelijk ook een ander gezin terecht. De hoofdpersonen uit het boek “De bijenhouder van Aleppo”. Een echtpaar vlucht uit Syrië. Hun zoontje, Sami is overleden bij een bomaanslag. Sinds die tijd kan zijn moeder niet meer zien. Ze keert naar binnen, haar ogen hebben teveel gezien. Het boek vertelt over hun vlucht, via Griekenland, uiteindelijk per vliegtuig naar Engeland. Daar woont al familie die eerder is gevlucht. Samen met de man van dat gezin had de vader een bijenhouderij en ze willen dit samen in Engeland weer gaan opzetten. Dit is een familie die geld heeft, waardoor ze via kunnen vliegen en niet de eindeloze reis door Europa hoeven te maken.

Het boek vertelt niet een verhaal dat echt zo gebeurd is. Het had wel zo kunnen gebeuren. De schrijfster heeft als vrijwilliger gewerkt in vluchtelingenkampen. Ze weet waar ze over schrijft. Het was schokkend te lezen over de situatie in die kampen. Het boek speelt in 2015/ 2016. De situatie is sinds die tijd alleen maar erger en grimmiger geworden. Misschien zijn “we” ook wel onverschilliger geworden, eraan gewend geraakt… tenminste, ik merk bij mezelf soms een vermoeidheid, of geen zin meer om journaal te kijken. Ik vond het schrijnend te lezen hoe de asiel procedure verliep en ik heb niet de illusie dat dat in Nederland beter of sneller gaat..

Het is een boek waarin hoop en wanhoop, liefde en verloren liefde beschreven worden. Uiteindelijk eindigt het met een sprankje hoop voor de toekomst.

Twee werelden?

Gisteren luisterde ik een podcast die nieuw voor me was: de ongelooflijke podcast. Ik denk dat ik voorlopig weer vooruit kan met “luistervoer”. In het gesprek van gisteren ging het onder anderen, over het verdwijnen van kennis over geloven en dan vooral het christelijke geloof. Wie weet nog wat de betekenis is van christelijke feestdagen? Wie kent bijbelse namen? Het ging niet alleen over het verdwijnen van kennis, ook over het verdwijnen van geloof. Of geloof dat naar de  marge van het leven verschuift. Oftewel: secularisatie.

Als er in de quiz “De slimste mens” kijk en er is een vraag over de bijbel, blijft het me schokken hoe weinig mensen weten over bijbelse/ christelijke onderwerpen.

Nog schokkender is overigens het denigrerende spreken over de bijbel door Maarten van Rossum. Mopperen is zijn handelsmerk, och arme.

In het verhaal dat ik gisteren hoorde ging het over secularisatie, het loslaten van geloven en kerkelijk leven. En hoe er toch nog steeds wel mensen zijn die God willen leren kennen en daar heel intensief mee bezig zijn. Ik mag zo’n situatie van nabij mee beleven en het is bijzonder!

We waren in Arcen de afgelopen week. In een Roompot park, Klein Vink. Op dat terrein Klein Vink stond oorspronkelijk een groot klooster. Nu staan er in de achtertuin van dit park nog een paar gebouwtjes waar de laatst overgebleven missionarissen nog wonen, totdat ook zij geen woning op aarde meer nodig hebben.

Bij de ingang van het park vind je deze bijzondere  combinatie: Jezus aan het kruis, samen met een advertentie voor het park. God en het gewone leven naast elkaar, in elkaar. Niet als twee verschillende werelden, maar God in het alledaagse. God als altijd aanwezige, wat je ook doet en waar je mee bezig bent. Secularisatie is ook, of juist, het scheiden van werelden: het alledaagse en het bijzondere. Geloven wordt en is zo makkelijk iets voor de zondagen. En toch vond ik dit een vreemd beeld, in mijn beleving ‘klopt’ dit niet.

Gisteren fietste ik er weer langs en keek er nog eens naar. Even later had ik een lied in mijn hoofd. Iets wat vaker gebeurt en meestal ervaar ik het als bijzonder. zo ook gisteren.  Het lied past bij wat er op dat moment in mijn hoofd rondgaat.

Gisteren was het dit lied:

In het kruis zal ’k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg den vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven!
’k ben van dood en zonde vrij!’

Een oud kerklied, het evangelie in een notendop!

Burden

Het kan verrassend zijn verschillende recensies van een film te lezen. Ik las de recensie van de film Burden in het Nederlands Dagblad, het Parool en in de Volkskrant.

Het Nederlands Dagblad geeft vijf sterren, de Volkskrant 3 als ik me goed herinner, hoeveel sterren het Parool geeft weet ik niet meer. Wat vonden wijzelf?

De film speelt eind negentiger jaren vorige eeuw en begint met een scène waarin een museum van de KKK wordt geopend. KKK staat voor Ku Klux Klan. 

Een organisatie die het blanke ras verheerlijkt en zich ver boven andere rassen stelt. De hoofdpersoon uit de film, Mike Burden,  is lid van de KKK. Hij is voorbestemd om opvolger van de oprichter van het museum te worden en krijgt de koopakte van het museumgebouw. Het is een ruige wereld van de blanken die zichzelf de besten vinden.

We zien ook de reactie van een (deel van) de zwarte bevolking van deze stad, en dan vooral die van dominee Kennedy en zijn gemeente. Zij willen geen haat maar liefde. Ze demonstreren voor het museum, wat woedende en beledigende reacties oplevert.

Mike Burden ontmoet Judy, een alleenstaande moeder, die niets van de KKK moet hebben. Ze worden verliefd en voor/ door haar verlaat Mike de KKK. Die neemt wraak en probeert op alle mogelijke manieren het leven van Mike en Judy te verpesten.
Ze krijgen onderdak bij de dominee en zijn gezin. Dit levert (uiteraard) grote spanningen op, juist ook binnen het gezin van de dominee. In hoeverre is Mike zijn racisme kwijt? Hoe ver ga je in je naastenliefde? Ondanks alles ziet de dominee het als zijn roeping om hulp te geven. De dominee zoekt en vindt werk voor Mike, die z’n baan door toedoen van de KKK kwijt is geraakt.

Aan het slot van de film zien we dat Mike gedoopt wordt, en opgenomen wordt in de donkere gemeente. Klinkt als eind goed al goed.

Dit verhaal klinkt heel erg als een feel-good movie. Dat was een van de kritieken in genoemde kranten. De Volkskrant schamperde wat, dat de verandering van Mike wel heel erg snel ging. Het Parool zag enkele ongeloofwaardige dingen in het script. Het Nederlands Dagblad zoomde vooral in op het onderwerp genade.

Genade is de rode draad in dit verhaal. De moed en de kracht van vooral de dominee, soms tegen de wens van zijn gezin in. Standvastig zijn, geven om je medemens, in dit geval: geven om je vijand. Letterlijk de opdracht van Jezus: heb je vijanden lief, in praktijk brengen. De liefde van God doorgeven aan anderen. Het veranderen van Mike, wat onmogelijk lijkt bij mensen is mogelijk bij God.

Wij waren onder de indruk van dit verhaal. Een verhaal dat niet alleen een verhaal is, maar echt gebeurd is. Aan het einde van de film komen de ‘echte’ Mike Burden en Jody en ook dominee Kennedy in beeld. Het museum van de KKK is in handen gekomen van de kerkelijke gemeente. Dankzij de koopakte die Mike gekregen had van de KKK.

Eerlijk gezegd was ik verbaasd dat die hele KKK nog zo speelde en zo’n rol nog had in de jaren 90. Ik kan me van heel vroeger nog wel krantenfoto’s herinneren van mensen in bizarre witte kleren, die kruizen verbranden. Dat was in deze film ook nog te zien.

Bioscoopbezoek in corona tijd is overigens niet het toppunt van gezelligheid. Iets van tien mensen in de zaal. Geen pauze. (dus ook geen verplichte consumptie) Na afloop werden we rij voor rij de zaal uitgeleid. Hopelijk komen we snel weer in andere tijden!

Toerist in eigen stad

Wat begon als een opmerking hoe de vakantie in te vullen, werd uiteindelijk een leuke dag dwalen in eigen stad en een museum (her) ontdekken. Onlangs zei ik tegen een achterneef dat het misschien een idee was zichzelf bij vrienden en bekenden uit te nodigen voor een dagje sight-seeing in hun stad. Dit als “oplossing” voor het probleem niet op vakantie kunnen gaan, door corona.

De vraag naar een rondje Enschede was enigszins voorspelbaar en leuk. We maakten een afspraak en een plan. Dat plan kon door de hitte niet doorgaan, dus trad plan B in werking. Een museumbezoek. De keuze viel op  ‘de museumfabriek’. En jawel, daar was ik nog nooit geweest, dus het leek me best leuk.

Het was dag nummer zoveel van de hittegolf en we hoopten dat het in het museum niet al te warm zou zijn. Het museum is gevestigd in een oude textielfabriek. Het is een samenvoeging van het natuurmuseum, textielmuseum en de collectie van Deinse instituut. (dat was een organisatie van heemkunde) 

In verband met corona moet je aangeven hoe laat je je bezoek wilt starten. We waren wat aan de late kant, maar dat was gelukkig geen probleem. De sfeer en ontvangst waren gemoedelijk. Na een kop koffie stortten we ons op de collectie. Het was niet erg druk, vooral ouders met kinderen. (er was ook een afdeling waar kinderen allerlei dingen konden knutselen)

We zagen van alles, en heel verschillend. In de ene zaal hingen twentse knipmutsen, in een andere hingen allerlei dingen die met vliegen te maken hebben, er was een replica van een twents los hoes, kasten vol met opgezette vogels, laden vol met opgeprikte vlinders, een miniatuur van een textielfabriek. Variatie te over dus. Wat wel jammer was, en wat we als een gemis ervaarden was dat er geen/ weinig namen of omschrijving bij de diverse objecten stond.

Prachtig, een kast met opgezette vogels. Jammer dat ik niet verder kom dan het herkennen van een ijsvogel en een kievit. Nou ja, waarschijnlijk zou ik een zwaluw ook nog herkend hebben, maar die zag ik niet.

We deden een rondje en nog een rondje, keken en weerstonden de neiging om overal aan te zitten. Altijd die vervelende bordjes met: verboden aan te raken. Die zo ontzettend uitnodigend zijn.  Na die rondjes waren we wel uitgekeken. We vonden het een leuk museum, al leek het wel een soort gedwongen huwelijk met niet helemaal bij elkaar passende partners. En zoals gezegd, we misten informatie. Al ontdekten we later dat er een audiotoer beschikbaar is, maar dat is dan weer minder gezellig.

Mijn achterneef is rolstoeler. Door hem ben ik me veel meer bewust geworden van de mogelijkheden en helaas ook vaak onmogelijkheden / obstakels voor rolstoelers. Ik was dan ook erg benieuwd hoe dit museum op dit gebied zou scoren..

De voordeur, die was al te zwaar om zelf open te doen, de volgende museumdeur ook. De rest van het museum was redelijk berijdbaar. Al waren er wel wat erg steile hellingen te nemen en moesten we even zoeken om de route en de liften te vinden. Wat jammer was: de info die er dan wel was, was te hoog om vanuit een rolstoel te lezen. Meer dingen vielen niet op. We hebben sommige dingen gemeld, wie weet kan er iets mee gedaan worden.

Na een lunch gingen we weer verder op pad. Er stond nog een rondritje door Enschede op het programma. We reden door de herbouwde ‘vuurwerkwijk’,  ik liet zien waar we jaren ‘gewerkt’ hebben en we reden nog langs het stadion. Grappig om dat stadion eens van een andere kant te bekijken. We rijden er bijna wekelijks langs, altijd volgens dezelfde route. Nu kwamen we van een andere kant, ik zag weer nieuwe dingen. Dat is het leuke van toerist in eigen stad zijn. In ons huis aangekomen aten we een hap, praatten nog wat en zo was deze fijne dag alweer voorbij!

Je ziet er helemaal niet autistisch uit

is de titel van een boek dat ik las. Bianca Toeps is de schrijfster. Ze vertelt in dit boek hoe het is autistisch te zijn. Ze begint met de beschrijving van de kenmerken van autisme, aan de hand van de DSM5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. En inmiddels is de vijfde versie van dit handboek verschenen)

Ze beschrijft de vijf kenmerken van ASS (autisme spectrum stoornis) en hoe zij die ervaart, wat zij er van merkt. Op deze manier krijg je al een goed beeld van wat autisme is. Dit is een interessant deel, waar in ze haar licht laat schijnen over verschillende manieren van kijken naar autisme.

In het vervolg van het boek vertelt ze haar eigen geschiedenis. Ze is een middendertiger en weet nog niet zo heel lang dat ze autistisch is. Overigens schrijft ze aan het einde van het boekje ook nog over autistisch zijn/ autisme hebben, en  hoe dit te benoemen. Op een nuchtere manier schrijft Bianca over de dingen die moeilijk waren en zijn in haar leven. Nergens zielig, wel helder en verhelderend.

Aan het eind van het boek krijgen nog een aantal andere mensen het woord over hun autisme. Ieder verhaal is anders, tegelijk zijn er wel constanten aanwezig. (overprikkeling is zo’n constante). In ieder hoofdstuk zijn tips te vinden over hoe om te gaan met iemand met autisme. Hoe kun je iemand helpen als hij/ zij vast zit? En ook: wat moet je vooral niet doen? Voor mij was een eye-opener dat een exacte planning niet erg zinvol is. Het lijkt helpend. Maar doorgaans kloppen planningen niet en ontstaat er paniek doordat het niet klopt. Het is beter en helpender in opties te denken in plaats van te plannen. Het is niet erg om niet precies te weten wat wanneer gebeurt, als je maar een “ontsnappingsroute” in voorraad hebt.

Ik ben erg enthousiast over dit boek. Het is helder, nuchter, informatief. Kortom: aanrader!

Terug naar de film

ons favoriete filmhuis

Wat een feest, we mogen weer naar de bioscoop! We besloten gelijk maar twee opeenvolgende avonden te gaan. Eerst naar een erg oude film, uit 1965. Toen waren we nog iets te jong voor deze film. En naar een bioscoop gaan zat niet in het systeem.

We gingen naar “Un homme et une femme”. Zoals de titel zegt een film over een man en een vrouw. Beide met kind, beide met overleden partner.Hij een snelheidsduivel en rokkenjager, zij scriptgirl bij een filmmaatschappij. Hun kinderen zitten op dezelfde kostschool. Romantiek ten top zou je denken. Uiteindelijk blijft het onduidelijk of er echt een happy end is.

De dag erna gingen we naar “Les plus belles annees d’une vie. Zelfde acteurs, tot aan de “kinderen” uit de eerste film. Vele jaren later. Hij is in een verzorgingshuis, waar aan geheugentraining gedaan wordt, door het oplepelen van jaartallen en gebeurtenissen. Hij doet er niet aan mee, zoals hij nergens aan mee doet. Is in gedachten verzonken, droomt, moppert. Zijn zoon heeft Haar opgespoord en gevraagd of ze bij zijn vader, haar vroegere geliefde, op bezoek wil gaan.

Dat doet ze. Hij herkent haar niet als zijn geliefde. Vertelt wel steeds dat zij op iemand lijkt waar hij veel van gehouden heeft. Hij laat een foto zien die hij al vijftig jaar in zijn portemonnee heeft. Een foto van hen samen.

Zij vertelt wie ze is. Even lijkt dat te landen. “We konden niet samen leven, kunnen we wel samen sterven?” is zijn vraag. Wat volgt in de film vraagt enige oplettendheid. Wat zijn zijn dromen, wat gebeurt echt? Bizarre dromen, humor dromen.

Iedere keer als zij op bezoek komt begint de kennismaking opnieuw. Iedere keer de vraag of ze in het verzorgingshuis is komen wonen. Nou ja, wonen noemt hij het niet. Het is geen wonen, geen leven, slechts wachten op de dood. Dat wachten wordt wat verlicht door de bezoeken die zij aflegt. Hij leeft op, zo ziet zijn zoon. Zijn zoon en haar dochter ontmoetten elkaar ook weer na al die jaren. Het lijkt of er een romance tussen hen ontstaat.

Bijzondere films, allebei. Waarbij het verschil in tempo en hoeveelheid geluid opvallend is. We vonden het mooie films.Liefde, onvermogen tot samen leven, elkaar terug vinden, opnieuw een liefde beleven, maar dan anders.

Alweer jarig

Vandaag ben ik 66 jaar geworden. De enveloppe met aanvraag voor AOW en pensioen is de deur uit. Die hoop ik over vier maanden te ontvangen. Dan ben ik 66 jaar en vier maanden.

Mijn oma, naar wie ik genoemd ben,  overleed eind juni 1966, een paar dagen na mijn verjaardag. Ze was 66 jaar en vier maanden. Ze was toen al maanden ziek. Het was een lange tijd van ziekzijn, en een groot deel daarvan was zij in ons gezin, waar mijn moeder voor haar zorgde. (mijn opa werkte toen nog) Uiteindelijk is mijn oma in het ziekenhuis overleden, thuisverzorging was niet meer mogelijk. Het was een erg zwaar ziek- en sterfbed. Onlangs kwam ik op twitter weer eens tegen dat mensen ‘recht’ hebben op een waardig sterfbed. En iedere keer vraag ik me af hoe waardig en sterven op een goede manier met elkaar te verbinden zijn.

Toen mijn oma stierf was ik twaalf, de oudste van vijf kinderen. Ik heb nog vage herinneringen aan die tijd, aan de ziekte van mijn oma, aan de geur van die ziekte. De naam van de ziekte werd niet genoemd. Wij kregen in die tijd telefoon, wat ik toen best spannend vond. Er kwam een echte wasmachine, in plaats van de ouderwetse die we eerder hadden. Die wasmachine werd veel gebruikt. Het was een bijzondere tijd, een donkere tijd.

Mijn moeder was nog erg jong toen haar moeder stierf. Inmiddels is ze bijna negentig jaar. Wij mogen al heel wat meer jaren van een moeder genieten dan zij kon. Vanmorgen gingen we bij haar op de koffie, voor mijn verjaardag. Fijn dat dat kan. Als verrassing kreeg ik een fotoalbum mee in bruikleen. Het album met de foto’s die mijn vader tijdens zijn dienstplicht in Indië gemaakt heeft. Natuurlijk heb ik deze foto’s vaker gezien. Ze waren een tijdje onvindbaar, en nu hervonden. Ik ga ze nog eens goed bekijken. Het is jammer dat er geen verhalen bij staan en dat we weinig over deze tijd gehoord hebben, of misschien ook wel niet echt over doorgevraagd hebben. Ik doe het maar met de beelden, ook daar ben ik al blij mee!

 

Geluk

Als ik auto rijd heb ik meestal de radio aan, radio 1 is de favoriete zender. Nieuwsflitsen, beetje muziek. Van de week hoorde ik een gesprek met een geluks expert. Geluksprofessor, staat op zijn website. Hij vertelde dat er maar twee dingen zijn om gelukkig(er) te worden: je gedrag veranderen en je gedachten veranderen

Wat een geluk dat het zo simpel is! Even anders denken en doen en je bent gelukkig… En als je niet gelukkig bent, jammer dan, moet je maar anders denken. Dan heb je geen succes en heb je toch wel gefaald. Is dat niet een beetje zoals vaak gedacht wordt? Het eigen schuld, dikke bult? Al realiseer ik me best dat je gedachten grote invloed hebben op je gevoelens. “Het is zoals het is, Margé”, zei een van mijn klanten vaak. Om vervolgens moedig door te gaan met leven. Dat is zeker helpend. Doorgaan, leven met dat wat er is. Zonder last te hebben van de dingen die er niet zijn.

Mensen kunnen afgerekend worden op het succesvol zijn. Of op het gegeven dat ze dat niet zijn, maar falen. Falen hoeft niet een gevolg te zijn van niet slim handelen. Het is heel vaak zo dat de een meer kansen en mogelijkheden heeft of krijgt dan een ander. Dat begint al met waar je wieg staat, wat voor opvoeding je krijgt. Iedere stap kan een stap naar het goede zijn of naar het mindere.

Hoe kijken we naar mensen die (in onze ogen) minder succesvol zijn? Lopen we hen voorbij, of willen we juist graag helpen? Iemand schreef op facebook: ik geef veel liever dan dat ik ontvang, dat kan ik niet zo goed. Ook dat zette me weer aan het denken. Hoe werkt dat dan? En als je ontvangen moeilijk vindt, kun je dan wel de liefde en genade van God ontvangen? Of geef je God liever je goede daden? Open handen, ze zijn soms best moeilijk, ik herken het wel.

Het kan je een goed gevoel geven om te geven. Het streelt je ego. In het Nederlands Dagblad las ik een column over geven en ontvangen in corona tijd. De aanbiedingen voor hulp vlogen de lucht in en er was bijna geen vraag. Durven mensen geen hulp te vragen, ben je dan te afhankelijk? De uiteindelijke conclusie van deze column was dat het niet om hulp vragen, of hulp geven gaat, maar om de verbinding. Voel je je werkelijk verbonden met elkaar?

Ga op zoek naar dat wat je verbindt met die “falende”ander en zoek samen een weg. Een weg waarin je elkaar tot een hand en een voet kunt zijn. Steek dan ook je hand uit als je iets van een ander nodig hebt, zodat een ander je hand kan vasthouden. Nou ja, figuurlijk dan, in deze tijden!

 

Aanraken

Al worden heel langzaam de maatregelen versoepeld, het blijft lastig elkaar niet aan te mogen raken, niet even een arm om iemand heen te slaan. Het lijkt zo ver weg, de tijd dat dat kon. Als ik nu een film of reportage zie waarin mensen wel dicht bij elkaar zitten, heb ik bijna de neiging te roepen dat dat niet mag… helpt ook echt, roepen naar de televisie. Het lijkt er op dat het niet aanraken al behoorlijk ingeburgerd is. Die anderhalve meter blijf ik lastig vinden.

Ter lering en vermaak een liedje!

Pagina 1 van 45

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén