Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Maand: juni 2021

Oud en nieuw

“O ja”, hoor ik, “het is jouw oud en nieuw hè!”. Het klinkt aarzelend. Ik vertaal het naar: gefeliciteerd met je verjaardag. Ik schiet vol en omhels haar. Dit is

zo niet zoals het was. Maar wel zoals het is en zal zijn.

Jarig ben ik en ik ben bij onze moeder. Ze is sinds maandag weer in het verpleeghuis, hetzelfde als waar ze in het voorjaar was. Vorige week maandag werd ik gebeld door de thuiszorg dat het niet goed met moeder ging. Opname in het ziekenhuis volgde en deze keer was het een CVA.

Ze kon niet praten en herkende mij niet. Na een paar dagen werd dat beter. Herkenning is er zonder meer. Praten blijft ingewikkeld. Praten is altijd ingewikkeld, alleen beseffen we dat niet zolang we gewoon maar kunnen praten. Praten is bijna vanzelfsprekend. Tot het niet meer kan…

Binnen een week van thuiswonen, (met moeite) naar ziekenhuisopname naar verpleeghuisopname. Het is bijna een slechte film waar je in belandt. Voorlopig een film zonder einde. Weer thuiswonen is naar onze mening geen optie meer. Waar dan wel is een vraag.

Vanmorgen ging ik naar onze moeder. Voor mij onverwacht maakte ik een logopedie sessie mee. Dat was confronterend. Na het oefenen gingen we naar haar kamer. Ik was benieuwd of het geland was dat het mijn verjaardag is. Toch wel, zo bleek. We aten een taartje, dronken een kopje koffie en toen was het alweer tijd voor haar volgende oefensessie bij de fysiotherapeut. Je hebt het druk als 90-jarige revalidant!

Getijdengemeenschap

Vrijdag was een bijzondere dag in en voor klooster Nieuw Sion: de officiële oprichting van de getijdengemeenschap vond plaats! Kenmerkend voor het kloosterleven zijn de gebeden die op vaste tijden, dag in dag uit, jaar in jaar uit gebeden worden. Er zijn zeven gebedsmomenten in kloosters, vanaf midden in de nacht tot het einde van de avond wordt gebeden en doorgaans in de tussentijden gewerkt.

In klooster Nieuw Sion zijn vier getijdengebeden.  Dat zijn gebedsmomenten die een vaste liturgie volgen. Zoals alles in een (echt) klooster volgens vaste regels en afspraken gaat. Als we op vrijdag in Nieuw Sion zijn vind ik het getijdengebed van 12 uur wel het hoogtepunt van de dag. Misschien vooral wel door de vaste lijn die er in zit. De liturgie is bijna een soort vraag en antwoord tussen liturg en aanwezigen. Aan het einde van de lezing uit de bijbel zegt de liturg: Woord van de Eeuwige. De aanwezigen reageren met: “wij danken God”. Vorm en inhoud van de gebeden spreken mij erg aan.

Er zijn mensen nodig om de gebedsmomenten in stand te houden. Door er in voor te gaan, en door erbij aanwezig te zijn. De getijdengemeenschap bestaat uit de mensen die in Nieuw Sion wonen, of dat nu voor ‘vast’ is, zoals de woongroep, of tijdelijk, zoals de jongeren die sinds kort in Nieuw Sion wonen. (zij wonen hier ongeveer een jaar). Verder is er nog een brede schil mensen rond Nieuw Sion. Mensen die er vrijwilligerswerk doen, op wat voor manier dan ook, de werkgemeenschap. Ook zij zijn welkom binnen de getijdengemeenschap.

Een tijd geleden werd aangekondigd dat er nieuwe leden mochten aanhaken bij de getijdengemeenschap. Daar wilde ik graag bij zijn! Ik was niet de enige, samen met een aantal andere vrijwilligers volgde ik voorbereidingsavonden. Avonden waarin we leerden en elkaar mochten ontdekken. Waarin we spraken over wie God voor ons is, en hoe we kunnen bidden.

Zoals met zoveel dingen was ook hier corona een spelbreker. De installatie van de groep zou al in december gebeuren,  helaas kon dat toen niet. Nu eindelijk wel!

Voordat het officiële gebeuren losbarstte moesten we nog even oefenen: we zongen de liederen enkele keren, bespraken de volgorde van alle handelingen. Het voelde best spannend. Mooi en bijzonder was dat broeder Alberic, voormalig abt van abdij Sion, en nu abt op Schiermonnikoog, dit bijzondere getijdengebed leidde! Wij, als leden van de getijdengemeenschap, stonden in een halve cirkel rond het altaar. Om de beurt beantwoordden we de vraag of we volgens de leefregels van de gemeenschap willen leven en ons in willen zetten voor de groep. Precies op het moment van beantwoorden donderde en bliksemde het enorm. Spectaculair!

Na ons ja-woord kregen we allemaal wat wierookkorrels in onze hand, uitgedeeld door broeder Alberic. Op het altaar was een vuurtje en om de beurt mochten we “onze”korrels op dat vuur gooien. Een wierookgeur doortrok de kerk. Als een afbeelding van de lieflijke geur van gebeden voor God.

We zongen en we baden, en beloofden ons bezig te houden met bidden tot God. Supermooi om dat samen met anderen te doen en te beloven hiermee bezig te blijven!

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén