In mijn vorige blog vertelde ik over diverse artikelen die ik gelezen had. Bovendien zagen we de film “the two popes”. Wat me opviel in die film was (weer) het op verschillende manieren kerk zijn. Het statige mooie Rome, met zalen vol kunstschatten, rituelen in diensten. Daar tegenover de situatie in Argentinië. Geboorte en werkland van de huidige paus. Te zien was hoe hij werkte, met name onder arme mensen. In de film zien we zijn verbazing als hij in Rome is en in gesprek is met toen nog paus Benedictus. Hun werelden lagen nogal ver  uit elkaar.

Ik vraag me af of bij “ons” het beeld van kerkzijn ook aan het veranderen is. In mijn beleving wel. Je ging/ gaat naar de kerk om geestelijk bij te tanken, zodat je je werk door de week weer kunt doen. De diakenen doen hun goede werk in de gemeente, en zo nodig buiten de gemeente. Het algehele beeld was (is?) toch wel dat kerk zijn een naar binnen gericht iets is, bedoeld voor Woordverkondiging. Hulpverlening en woordverkondiging waren bijvoorbeeld in zendingsgebieden, twee aparte zaken.

Kerkdiensten waren rustige gebeurtenissen. Ik heb het nu over mijn eigen jeugd, en eigenlijk ook nog wel over de tijd dat onze kinderen klein waren. Je ging in de kerk zitten, en staat op aan begin en einde van de dienst. De dominee preekt, de organist speelt, je zingt de psalmen mee (of niet), en de kinderen blijven de hele dienst naast je zitten. Zo leerden kinderen wel in de kerk te zijn, of ze echt leerden luisteren heb ik altijd betwijfeld.

De wereld was (nog)  overzichtelijk, de kerk eveneens. Vrouwen bekleedden geen ambt, mochten tot 1993 ook niet stemmen, ouderlingen lezen een preek, want zij mogen zegenen. Mocht het zo zijn dat iemand anders dan een ouderling een preek leest, dan is er altijd wel een ouderling die dan toch de zegen kan en mag uitspreken. Zegenen is/ was kennelijk een ambtelijk iets. En als dat niet zo is, waarom lezen dan alleen mannen preken?

Het aantal te zingen liederen was beperkt en kinderen horen erbij, dus hele dienst aanwezig. O ja, je zit stil en bent ook stil. Het was ook de tijd waarin we veel dingen echt zeker wisten. Vrouw in ambt= schriftkritiek. Met je handen geheven zingen= evangelisch. Gaand en staande avondmaalsviering= rooms-katholiek. Gezamenlijk het Onze Vader bidden= is ook rooms-katholiek. En dansen is heidens, het kon gebeuren dat een huwelijk niet kerkelijk bevestigd werd, als een bruidspaar aangaf dat er op hun feest gedanst zou worden.

Ik verwees in mijn vorige post naar een blog van Robert Roth, over zittend geloven/ luisteren. Naar aanleiding van de post van Robert ontstond een gesprek op Facebook. Dat ging onder anderen over je veilig voelen in de kerk, veilig genoeg om te staan, ook al staat er verder (bijna) niemand. Om met geheven handen te zingen, om eventueel zelfs te dansen. Ik denk dat het er dan ook om gaat om elkaar die vrijheid te gunnen. Zonder oordeel… Niet alleen het oordeel van anderen, het is ook mijn eigen oordeel. Ik vind het erg lastig om die dingen los te laten, te laten vallen wat je ooit zo mee gekregen hebt. Dat ontneemt me (soms) vrijheid.

dansen in de kerk, schilderij van Marius van Dokkum

Ik wil met dit alles zeker niet zeggen dat alles moet blijven zoals  het is, en dat er geen ruimte is/ kan zijn voor meer beweging in de kerk(diensten) Graag wel! Ik vind het fijn om wel mensen te begroeten tijdens de dienst. Ik vind het jammer als ik dan achter me hoor: och dit is een fase en het zal wel overwaaien. Ik vind het fijn om na een preek even stil te zijn, tijd te hebben om het gehoorde te laten landen. Om te dansen in een dienst, ik had er eerlijk gezegd nog niet over nagedacht als optie. Het leuke van blogs is dan toch wel dat je aan het denken en puzzelen en kauwen wordt gezet. Dat had bij mij tot gevolg dat ik in de dienst van zondagochtend mezelf na een lied (in gedachten) zag dansen….