Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Gehoord/ gezien/ gelezen Pagina 1 van 18

Voor Sama en Sami

Vroeger, heel vroeger, toen ik nog op de lagere school zat, zo in klas een of twee, namen we elke maandag geld mee voor de zending. Daar werd bij verteld voor wie het geld bestemd was. Een van de bestemmingen waren de kinderen in Aleppo. Dat was een stad heel ver weg, in Syrië. Hoe het verder in elkaar zat weet ik echt niet meer. Ik herinner me alleen zo’n busje waar je geld in deed. Aleppo, dat klonk mysterieus en ver weg. Onbereikbaar.

Aleppo is een stad die vaak in het nieuws is geweest. Niet omdat er zoveel moois gebeurde, integendeel. De stad is inmiddels voor een groot deel verwoest. Dat er oorlog is/ was in Syrië is bekend. Wie de partijen zijn, is mij minder bekend. Opstand tegen het medogenloze regime van Assad, rebellen. Russen die zich ermee bemoeiden en meevochten, IS dat een grote rol speelde, de Koerden die hielpen en nu weer verdrukt worden. Vluchtelingenstromen, doden, gewonden, verdriet en ellende, dat is zoals het nu is. Er gebeurde heel veel, en we stonden erbij en keken ernaar, baden voor dit verwoeste land en gaven een gift. Ingrijpen vanuit het westen? Hoe dan en met wat voor gevolgen?

Ik zag de documentaire For Sama. Gemaakt door eeen Syrische journaliste, voor haar dochtertje, Sama. Zij filmde vanaf het begin van de gevechten in Aleppo. Haar man is arts. Je ziet de ellende in Aleppo. Ziekenhuizen die in puin gegooid worden. Je ziet het verdriet, je ziet de doden en gewonden. Dat waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Een aanklacht. (het gezin woont inmiddels alweer een paar jaar in Groot-Britannië.

Daar komt uiteindelijk ook een ander gezin terecht. De hoofdpersonen uit het boek “De bijenhouder van Aleppo”. Een echtpaar vlucht uit Syrië. Hun zoontje, Sami is overleden bij een bomaanslag. Sinds die tijd kan zijn moeder niet meer zien. Ze keert naar binnen, haar ogen hebben teveel gezien. Het boek vertelt over hun vlucht, via Griekenland, uiteindelijk per vliegtuig naar Engeland. Daar woont al familie die eerder is gevlucht. Samen met de man van dat gezin had de vader een bijenhouderij en ze willen dit samen in Engeland weer gaan opzetten. Dit is een familie die geld heeft, waardoor ze via kunnen vliegen en niet de eindeloze reis door Europa hoeven te maken.

Het boek vertelt niet een verhaal dat echt zo gebeurd is. Het had wel zo kunnen gebeuren. De schrijfster heeft als vrijwilliger gewerkt in vluchtelingenkampen. Ze weet waar ze over schrijft. Het was schokkend te lezen over de situatie in die kampen. Het boek speelt in 2015/ 2016. De situatie is sinds die tijd alleen maar erger en grimmiger geworden. Misschien zijn “we” ook wel onverschilliger geworden, eraan gewend geraakt… tenminste, ik merk bij mezelf soms een vermoeidheid, of geen zin meer om journaal te kijken. Ik vond het schrijnend te lezen hoe de asiel procedure verliep en ik heb niet de illusie dat dat in Nederland beter of sneller gaat..

Het is een boek waarin hoop en wanhoop, liefde en verloren liefde beschreven worden. Uiteindelijk eindigt het met een sprankje hoop voor de toekomst.

Twee werelden?

Gisteren luisterde ik een podcast die nieuw voor me was: de ongelooflijke podcast. Ik denk dat ik voorlopig weer vooruit kan met “luistervoer”. In het gesprek van gisteren ging het onder anderen, over het verdwijnen van kennis over geloven en dan vooral het christelijke geloof. Wie weet nog wat de betekenis is van christelijke feestdagen? Wie kent bijbelse namen? Het ging niet alleen over het verdwijnen van kennis, ook over het verdwijnen van geloof. Of geloof dat naar de  marge van het leven verschuift. Oftewel: secularisatie.

Als er in de quiz “De slimste mens” kijk en er is een vraag over de bijbel, blijft het me schokken hoe weinig mensen weten over bijbelse/ christelijke onderwerpen.

Nog schokkender is overigens het denigrerende spreken over de bijbel door Maarten van Rossum. Mopperen is zijn handelsmerk, och arme.

In het verhaal dat ik gisteren hoorde ging het over secularisatie, het loslaten van geloven en kerkelijk leven. En hoe er toch nog steeds wel mensen zijn die God willen leren kennen en daar heel intensief mee bezig zijn. Ik mag zo’n situatie van nabij mee beleven en het is bijzonder!

We waren in Arcen de afgelopen week. In een Roompot park, Klein Vink. Op dat terrein Klein Vink stond oorspronkelijk een groot klooster. Nu staan er in de achtertuin van dit park nog een paar gebouwtjes waar de laatst overgebleven missionarissen nog wonen, totdat ook zij geen woning op aarde meer nodig hebben.

Bij de ingang van het park vind je deze bijzondere  combinatie: Jezus aan het kruis, samen met een advertentie voor het park. God en het gewone leven naast elkaar, in elkaar. Niet als twee verschillende werelden, maar God in het alledaagse. God als altijd aanwezige, wat je ook doet en waar je mee bezig bent. Secularisatie is ook, of juist, het scheiden van werelden: het alledaagse en het bijzondere. Geloven wordt en is zo makkelijk iets voor de zondagen. En toch vond ik dit een vreemd beeld, in mijn beleving ‘klopt’ dit niet.

Gisteren fietste ik er weer langs en keek er nog eens naar. Even later had ik een lied in mijn hoofd. Iets wat vaker gebeurt en meestal ervaar ik het als bijzonder. zo ook gisteren.  Het lied past bij wat er op dat moment in mijn hoofd rondgaat.

Gisteren was het dit lied:

In het kruis zal ’k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg den vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven!
’k ben van dood en zonde vrij!’

Een oud kerklied, het evangelie in een notendop!

Burden

Het kan verrassend zijn verschillende recensies van een film te lezen. Ik las de recensie van de film Burden in het Nederlands Dagblad, het Parool en in de Volkskrant.

Het Nederlands Dagblad geeft vijf sterren, de Volkskrant 3 als ik me goed herinner, hoeveel sterren het Parool geeft weet ik niet meer. Wat vonden wijzelf?

De film speelt eind negentiger jaren vorige eeuw en begint met een scène waarin een museum van de KKK wordt geopend. KKK staat voor Ku Klux Klan. 

Een organisatie die het blanke ras verheerlijkt en zich ver boven andere rassen stelt. De hoofdpersoon uit de film, Mike Burden,  is lid van de KKK. Hij is voorbestemd om opvolger van de oprichter van het museum te worden en krijgt de koopakte van het museumgebouw. Het is een ruige wereld van de blanken die zichzelf de besten vinden.

We zien ook de reactie van een (deel van) de zwarte bevolking van deze stad, en dan vooral die van dominee Kennedy en zijn gemeente. Zij willen geen haat maar liefde. Ze demonstreren voor het museum, wat woedende en beledigende reacties oplevert.

Mike Burden ontmoet Judy, een alleenstaande moeder, die niets van de KKK moet hebben. Ze worden verliefd en voor/ door haar verlaat Mike de KKK. Die neemt wraak en probeert op alle mogelijke manieren het leven van Mike en Judy te verpesten.
Ze krijgen onderdak bij de dominee en zijn gezin. Dit levert (uiteraard) grote spanningen op, juist ook binnen het gezin van de dominee. In hoeverre is Mike zijn racisme kwijt? Hoe ver ga je in je naastenliefde? Ondanks alles ziet de dominee het als zijn roeping om hulp te geven. De dominee zoekt en vindt werk voor Mike, die z’n baan door toedoen van de KKK kwijt is geraakt.

Aan het slot van de film zien we dat Mike gedoopt wordt, en opgenomen wordt in de donkere gemeente. Klinkt als eind goed al goed.

Dit verhaal klinkt heel erg als een feel-good movie. Dat was een van de kritieken in genoemde kranten. De Volkskrant schamperde wat, dat de verandering van Mike wel heel erg snel ging. Het Parool zag enkele ongeloofwaardige dingen in het script. Het Nederlands Dagblad zoomde vooral in op het onderwerp genade.

Genade is de rode draad in dit verhaal. De moed en de kracht van vooral de dominee, soms tegen de wens van zijn gezin in. Standvastig zijn, geven om je medemens, in dit geval: geven om je vijand. Letterlijk de opdracht van Jezus: heb je vijanden lief, in praktijk brengen. De liefde van God doorgeven aan anderen. Het veranderen van Mike, wat onmogelijk lijkt bij mensen is mogelijk bij God.

Wij waren onder de indruk van dit verhaal. Een verhaal dat niet alleen een verhaal is, maar echt gebeurd is. Aan het einde van de film komen de ‘echte’ Mike Burden en Jody en ook dominee Kennedy in beeld. Het museum van de KKK is in handen gekomen van de kerkelijke gemeente. Dankzij de koopakte die Mike gekregen had van de KKK.

Eerlijk gezegd was ik verbaasd dat die hele KKK nog zo speelde en zo’n rol nog had in de jaren 90. Ik kan me van heel vroeger nog wel krantenfoto’s herinneren van mensen in bizarre witte kleren, die kruizen verbranden. Dat was in deze film ook nog te zien.

Bioscoopbezoek in corona tijd is overigens niet het toppunt van gezelligheid. Iets van tien mensen in de zaal. Geen pauze. (dus ook geen verplichte consumptie) Na afloop werden we rij voor rij de zaal uitgeleid. Hopelijk komen we snel weer in andere tijden!

Toerist in eigen stad

Wat begon als een opmerking hoe de vakantie in te vullen, werd uiteindelijk een leuke dag dwalen in eigen stad en een museum (her) ontdekken. Onlangs zei ik tegen een achterneef dat het misschien een idee was zichzelf bij vrienden en bekenden uit te nodigen voor een dagje sight-seeing in hun stad. Dit als “oplossing” voor het probleem niet op vakantie kunnen gaan, door corona.

De vraag naar een rondje Enschede was enigszins voorspelbaar en leuk. We maakten een afspraak en een plan. Dat plan kon door de hitte niet doorgaan, dus trad plan B in werking. Een museumbezoek. De keuze viel op  ‘de museumfabriek’. En jawel, daar was ik nog nooit geweest, dus het leek me best leuk.

Het was dag nummer zoveel van de hittegolf en we hoopten dat het in het museum niet al te warm zou zijn. Het museum is gevestigd in een oude textielfabriek. Het is een samenvoeging van het natuurmuseum, textielmuseum en de collectie van Deinse instituut. (dat was een organisatie van heemkunde) 

In verband met corona moet je aangeven hoe laat je je bezoek wilt starten. We waren wat aan de late kant, maar dat was gelukkig geen probleem. De sfeer en ontvangst waren gemoedelijk. Na een kop koffie stortten we ons op de collectie. Het was niet erg druk, vooral ouders met kinderen. (er was ook een afdeling waar kinderen allerlei dingen konden knutselen)

We zagen van alles, en heel verschillend. In de ene zaal hingen twentse knipmutsen, in een andere hingen allerlei dingen die met vliegen te maken hebben, er was een replica van een twents los hoes, kasten vol met opgezette vogels, laden vol met opgeprikte vlinders, een miniatuur van een textielfabriek. Variatie te over dus. Wat wel jammer was, en wat we als een gemis ervaarden was dat er geen/ weinig namen of omschrijving bij de diverse objecten stond.

Prachtig, een kast met opgezette vogels. Jammer dat ik niet verder kom dan het herkennen van een ijsvogel en een kievit. Nou ja, waarschijnlijk zou ik een zwaluw ook nog herkend hebben, maar die zag ik niet.

We deden een rondje en nog een rondje, keken en weerstonden de neiging om overal aan te zitten. Altijd die vervelende bordjes met: verboden aan te raken. Die zo ontzettend uitnodigend zijn.  Na die rondjes waren we wel uitgekeken. We vonden het een leuk museum, al leek het wel een soort gedwongen huwelijk met niet helemaal bij elkaar passende partners. En zoals gezegd, we misten informatie. Al ontdekten we later dat er een audiotoer beschikbaar is, maar dat is dan weer minder gezellig.

Mijn achterneef is rolstoeler. Door hem ben ik me veel meer bewust geworden van de mogelijkheden en helaas ook vaak onmogelijkheden / obstakels voor rolstoelers. Ik was dan ook erg benieuwd hoe dit museum op dit gebied zou scoren..

De voordeur, die was al te zwaar om zelf open te doen, de volgende museumdeur ook. De rest van het museum was redelijk berijdbaar. Al waren er wel wat erg steile hellingen te nemen en moesten we even zoeken om de route en de liften te vinden. Wat jammer was: de info die er dan wel was, was te hoog om vanuit een rolstoel te lezen. Meer dingen vielen niet op. We hebben sommige dingen gemeld, wie weet kan er iets mee gedaan worden.

Na een lunch gingen we weer verder op pad. Er stond nog een rondritje door Enschede op het programma. We reden door de herbouwde ‘vuurwerkwijk’,  ik liet zien waar we jaren ‘gewerkt’ hebben en we reden nog langs het stadion. Grappig om dat stadion eens van een andere kant te bekijken. We rijden er bijna wekelijks langs, altijd volgens dezelfde route. Nu kwamen we van een andere kant, ik zag weer nieuwe dingen. Dat is het leuke van toerist in eigen stad zijn. In ons huis aangekomen aten we een hap, praatten nog wat en zo was deze fijne dag alweer voorbij!

Je ziet er helemaal niet autistisch uit

is de titel van een boek dat ik las. Bianca Toeps is de schrijfster. Ze vertelt in dit boek hoe het is autistisch te zijn. Ze begint met de beschrijving van de kenmerken van autisme, aan de hand van de DSM5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders: het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. En inmiddels is de vijfde versie van dit handboek verschenen)

Ze beschrijft de vijf kenmerken van ASS (autisme spectrum stoornis) en hoe zij die ervaart, wat zij er van merkt. Op deze manier krijg je al een goed beeld van wat autisme is. Dit is een interessant deel, waar in ze haar licht laat schijnen over verschillende manieren van kijken naar autisme.

In het vervolg van het boek vertelt ze haar eigen geschiedenis. Ze is een middendertiger en weet nog niet zo heel lang dat ze autistisch is. Overigens schrijft ze aan het einde van het boekje ook nog over autistisch zijn/ autisme hebben, en  hoe dit te benoemen. Op een nuchtere manier schrijft Bianca over de dingen die moeilijk waren en zijn in haar leven. Nergens zielig, wel helder en verhelderend.

Aan het eind van het boek krijgen nog een aantal andere mensen het woord over hun autisme. Ieder verhaal is anders, tegelijk zijn er wel constanten aanwezig. (overprikkeling is zo’n constante). In ieder hoofdstuk zijn tips te vinden over hoe om te gaan met iemand met autisme. Hoe kun je iemand helpen als hij/ zij vast zit? En ook: wat moet je vooral niet doen? Voor mij was een eye-opener dat een exacte planning niet erg zinvol is. Het lijkt helpend. Maar doorgaans kloppen planningen niet en ontstaat er paniek doordat het niet klopt. Het is beter en helpender in opties te denken in plaats van te plannen. Het is niet erg om niet precies te weten wat wanneer gebeurt, als je maar een “ontsnappingsroute” in voorraad hebt.

Ik ben erg enthousiast over dit boek. Het is helder, nuchter, informatief. Kortom: aanrader!

Terug naar de film

ons favoriete filmhuis

Wat een feest, we mogen weer naar de bioscoop! We besloten gelijk maar twee opeenvolgende avonden te gaan. Eerst naar een erg oude film, uit 1965. Toen waren we nog iets te jong voor deze film. En naar een bioscoop gaan zat niet in het systeem.

We gingen naar “Un homme et une femme”. Zoals de titel zegt een film over een man en een vrouw. Beide met kind, beide met overleden partner.Hij een snelheidsduivel en rokkenjager, zij scriptgirl bij een filmmaatschappij. Hun kinderen zitten op dezelfde kostschool. Romantiek ten top zou je denken. Uiteindelijk blijft het onduidelijk of er echt een happy end is.

De dag erna gingen we naar “Les plus belles annees d’une vie. Zelfde acteurs, tot aan de “kinderen” uit de eerste film. Vele jaren later. Hij is in een verzorgingshuis, waar aan geheugentraining gedaan wordt, door het oplepelen van jaartallen en gebeurtenissen. Hij doet er niet aan mee, zoals hij nergens aan mee doet. Is in gedachten verzonken, droomt, moppert. Zijn zoon heeft Haar opgespoord en gevraagd of ze bij zijn vader, haar vroegere geliefde, op bezoek wil gaan.

Dat doet ze. Hij herkent haar niet als zijn geliefde. Vertelt wel steeds dat zij op iemand lijkt waar hij veel van gehouden heeft. Hij laat een foto zien die hij al vijftig jaar in zijn portemonnee heeft. Een foto van hen samen.

Zij vertelt wie ze is. Even lijkt dat te landen. “We konden niet samen leven, kunnen we wel samen sterven?” is zijn vraag. Wat volgt in de film vraagt enige oplettendheid. Wat zijn zijn dromen, wat gebeurt echt? Bizarre dromen, humor dromen.

Iedere keer als zij op bezoek komt begint de kennismaking opnieuw. Iedere keer de vraag of ze in het verzorgingshuis is komen wonen. Nou ja, wonen noemt hij het niet. Het is geen wonen, geen leven, slechts wachten op de dood. Dat wachten wordt wat verlicht door de bezoeken die zij aflegt. Hij leeft op, zo ziet zijn zoon. Zijn zoon en haar dochter ontmoetten elkaar ook weer na al die jaren. Het lijkt of er een romance tussen hen ontstaat.

Bijzondere films, allebei. Waarbij het verschil in tempo en hoeveelheid geluid opvallend is. We vonden het mooie films.Liefde, onvermogen tot samen leven, elkaar terug vinden, opnieuw een liefde beleven, maar dan anders.

Aanraken

Al worden heel langzaam de maatregelen versoepeld, het blijft lastig elkaar niet aan te mogen raken, niet even een arm om iemand heen te slaan. Het lijkt zo ver weg, de tijd dat dat kon. Als ik nu een film of reportage zie waarin mensen wel dicht bij elkaar zitten, heb ik bijna de neiging te roepen dat dat niet mag… helpt ook echt, roepen naar de televisie. Het lijkt er op dat het niet aanraken al behoorlijk ingeburgerd is. Die anderhalve meter blijf ik lastig vinden.

Ter lering en vermaak een liedje!

OER

In de afgelopen dagen las ik het boek OER. Het grote verhaal van nul tot nu, is de ondertitel. Geschreven door Corien Oranje, Cees Dekker en Gijsbert van den Brink. Een theologe/schrijfster, een nanobioloog, en een hoogleraar theologie. In dit boek(je) gaat het over hoe de geschiedenis van de aarde gebeurd zou kunnen zijn. Met als uitgangspunt niet het scheppingsverhaal uit Genesis, en wel de gedachte dat alles uit evolutie is ontstaan. Echter niet een evolutie met een spontane oerknal en dan verder, wel een evolutie door een doordacht scheppingsplan en onder “redactie” van God.
( Evolutie is het biologische begrip waarmee het proces van verandering in alle vormen van leven van generatie op generatie wordt aangegeven. Evolutie kan worden gedefinieerd als de geleidelijke verandering in populaties door overerving met variatie en natuurlijke selectie. bron: wikipedia.)

In de eerste hoofdstukken wordt verteld hoe het heelal is ontstaan. Ik zeg dat nu in een zin, uiteraard is het veel uitgebreider. Ik weet totaal niets over hoe en op welke manier,  alles ontstaan zou zijn door evolutie. Voor mij is dit dus nieuwe geschiedenis.

De hoofdpersoon in het verhaal is Proton. (de naam betekent begin, hij is onderdeel van een atoom) Als onderdeel van een atoom is hij steeds opnieuw onderdeel van grotere gehelen, het hele boek door. Nadat uit de doeken is gedaan hoe de aarde ontstaan is, volgt de geschiedenis zoals we die in de bijbel lezen. Opnieuw gezien vanuit het gezichtspunt van Proton. Hij maakte zelfs de openbaring van Johannes mee. Het boek eindigt met een verhaal over een ruimtevaartcapsule. Astronauten cirkelen rond de aarde. Ze vertellen aan elkaar dat er een tijd was waarin de aarde ineens veel schoner was. Dit kwam door een of ander virus dat over de aarde raasde, waardoor allerlei zaken stil kwamen te liggen…..

Ik heb dit boek in een paar dagen uit gelezen. Het is leuk en boeiend geschreven, het perspectief is knap gevonden en uitgewerkt. Of het eerste deel van het verhaal “klopt”, geen idee. Ik werd geraakt door het tweede deel dat de bijbelse geschiedenis vertelt. Ik ken de verhalen, de bijbelboeken. In dit deel raakte me (opnieuw) de trouw van God. Het geduld dat Hij met de mensen heeft, de liefde die Hij laat zien in zijn trouw. Dat vond ik hartverwarmend.

Christen zijn en denken over evolutie is een combinatie die een aantal jaren absoluut niet kon. Ik ben opgegroeid met het scheppingsverhaal. Met daarbij de waarschuwing: laat je dit los, dan laat je de bijbel vallen. Het hellende vlak verhaal.

Het bijzondere van dit boek is dat het het verhaal zoals verteld in Genesis, de eerste hoofdstukken, loslaat en tegelijk de hand en de liefde van de Schepper heel duidelijk laat zien.
Op 14 mei is het eerste exemplaar uitgereikt, inmiddels is een tweede druk in de maak. Ik las een lovende recensie in het Nederlands Dagblad en een nog lovender recensie in Trouw. Dat kopt: “Het briljante Oer zou zomaar eens het beste theologische boek van het jaar kunnen worden.”
Ik denk dat dit een boek is dat  best veel stof doet opwaaien. Ik ben benieuwd hoe het eruit ziet als het stof weer is neergedaald!

Kerk en corona

Eerlijk gezegd weet ik niet precies meer in welke week van het corona gebeuren we zijn beland. De dagen en weken rijgen zich een beetje aaneen, vooral nu ik niet meer werk. Het is zoals het is. Dat is ook wel zo, maar soms is het lastig dat het zo is.

Inmiddels zijn kerkdiensten online het nieuwe (ab) normaal. Hebben we thuis avondmaal gevierd. Genieten we iedere zondag opnieuw van een creatieve actie van onze koster, kunnen we iedere week bemoedigd worden door een meditatief moment. Een anonieme bloemengever uit de gemeente (?) bereikte ook ons huis, waarvoor nogmaals dank.

In kranten en social media blijven theologen over elkaar heen buitelen. De discussie over het avondmaal hebben we denk ik wel zo ongeveer gehad. Het volgende gesprek ging over het al dan niet dopen in deze tijd. Uiteraard zijn daar weer verschillende meningen over te ventileren. Naarmate het langer duurt voor we weer naar de kerk kunnen wordt het wel wat urgenter. Ik kwam diverse suggesties tegen: ouders zelf laten dopen, wel in de kerk, de dominee die doopt gekleed in een beschermend pak, zoals op de IC. Of een stok met schelp gebruiken door de dominee. Of even de adem inhouden tijdens de doop, dit omdat vooral bij het ademen de kans op verspreiding van het virus het grootste is. Of thuis door de ouders laten dopen.

illustratie afkomstig uit Nederlands Dagblad

Aan originaliteit in ieder geval geen gebrek. Na deze problemen is nu nog een probleem opgedoken. Zingen schijnt het ultieme virusverspreidingsmiddel te zijn. (Ik las vandaag in Trouw een alarmerend verhaal over een koor waar heel veel mensen besmet raakten, begin maart, toen alles nog kon en mocht)

Het is mogelijk om binnenkort toch weer kerkdiensten te houden, met een klein aantal mensen. Zingen in de kerk is niet zo heel gezond en zou afgeraden/ verboden kunnen zijn. Het Nederlands Dagblad had onlangs een pagina meningen over kerkdiensten zonder zingen. Ook hier was verdeeldheid.  God gebiedt ons te zingen, vertelde iemand. Een ander proclameert door het zingen dat God koning is. Een kerkdienst zonder zang is bijna niet voor te stellen. Er is weer iets nieuws om ons mee bezig te houden. Het zijn vooral theologen die hierover schrijven (en twitteren). Ik ga uit van hun goede bedoelingen en het serieus bezig zijn/ denken over doop/ avondmaal in deze tijd. En toch puzzelen deze dingen me. Zijn dit nou de zaken waar we ons nu druk over moeten maken?

Gisteren lazen we uit Exodus 19. Het volk Israël is Egypte uitgetrokken, heeft al een reis door de woestijn gemaakt, en gaat de wet ontvangen. God gaat in gesprek met het volk, met Mozes als boodschapper. Gods heiligheid staat voorop. Het volk moet zich reinigen en rein blijven. God zegt hier (vers 6): een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk. Petrus herhaalt dit in zijn brief, ook hij zegt: u bent een koninkrijk van priesters, een heilige natie. Ik vraag me dan af in hoeverre we priesters mogen zijn als in kerken alles alleen door predikanten gedaan wordt.

Door dit hele gebeuren  verlang ik terug naar de tijd van Urban Expression. Terug naar de basis van het kerk-zijn in een pioniersgemeente. De tijd dat we daar actief lid van waren en eigenlijk de mooiste avondmaalsvieringen meemaakten. Gewone broodjes, waar we stukjes vanaf scheurden en het elkaar gaven met de woorden: Christus is ook voor jou gestorven. Nooit kwam het meer binnen bij mij dan die keren. Of die enkele keer dat we binnen ons eigen team avondmaal vierden, omdat het in onze beleving in de kerkelijke gemeente niet meer mogelijk was. We vierden avondmaal met ons zespersoons team. Indringend en dichtbij.

Het is niet mijn bedoeling een theologische discussie over ambten aan te zwengelen. Ik verbaas me over alle energie die gestoken wordt in het nadenken over hoe en wat. Waar blijven onze handen uit de mouwen? En deze laatste vraag stel ik net zo goed aan mijzelf!

Kreuzweg

Vanavond zag ik deze film. Een veertienjarig katholiek  meisje (Maria)  is zich aan het voorbereiden op het vormsel. Volgt daartoe lessen bij een priester. Maria is bloedserieus en wil een heilig leven leiden. Steeds meer op God gericht zijn en steeds minder gericht op het aardse leven. Dat betekent voor haar dat het niet meer belangrijk is hoe ze er uit ziet, niet mag genieten van de mooie dingen van dit leven. En juist daardoor is ze constant bezig met letten op haar eigen gedrag en woorden en gedachten.

De film is ingedeeld in veertien korte delen, aan de hand van de staties van het lijden en sterven van de Here Jezus. (zoals die in de rk kerk gezien worden) Iedere statie is een scene uit het leven van Maria. Ze groeit op in een streng katholiek gezin, dat lid is van een bepaald deel van de rk kerk. Een kerk vol regels en weinig genade. Door zonden te doen kom je in de hel of het vagevuur. Er zijn zonden en doodzonden. De laatsten leiden tot de hel. Een doodzonde is overspel. En alle sexualiteit buiten het huwelijk is overspel. Bizar vond ik de biecht die Maria aflegde (geen idee of dat zo heet), vlak voor ze het vormsel kreeg. Als veertienjarige voelt ze zich aangetrokken tot een klasgenoot. Dit biecht ze op aan de priester, die haar helemaal uithoort over wat ze gedaan heeft met die jongen (samen huiswerk gemaakt) en wat ze gedacht heeft over deze jongen. Misschien mijn eigen dirty mind, maar ik had het idee dat de priester bijna zat te genieten van zijn vragen.

Uiteindelijk offert Maria zich op, ze sterft. En op het moment dat zij sterft, zegt haar vierjarige broertje zijn eerste woorden… haar offer levert iets op.

Ik vond dit een bijzondere film, beklemmend. Hoe kun je op deze manier geloven en leven? Tegelijk herken ik sommige dingen wel, helaas. Gelukkig niet uit mijn eigen leven. Ik denk dat deze manier van denken en het  geloof gelijkstellen aan het volgen van regels en je onthouden van bepaalde soorten muziek bijvoorbeeld, echt nog wel voorkomt. Helaas.

Het is bijna Pasen, we vieren de overwinning op de zonde door de Here Jezus. We mogen vrij voor God staan. Leven uit genade, leven uit zijn liefde. We hoeven niet voortdurend op ons zelf gericht te zijn om te zien of we het wel “goed” doen. We doen het goed, dankzij de liefde en genade van God!

Pagina 1 van 18

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén