Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Gehoord/ gezien/ gelezen Page 1 of 18

Aanraken

Al worden heel langzaam de maatregelen versoepeld, het blijft lastig elkaar niet aan te mogen raken, niet even een arm om iemand heen te slaan. Het lijkt zo ver weg, de tijd dat dat kon. Als ik nu een film of reportage zie waarin mensen wel dicht bij elkaar zitten, heb ik bijna de neiging te roepen dat dat niet mag… helpt ook echt, roepen naar de televisie. Het lijkt er op dat het niet aanraken al behoorlijk ingeburgerd is. Die anderhalve meter blijf ik lastig vinden.

Ter lering en vermaak een liedje!

OER

In de afgelopen dagen las ik het boek OER. Het grote verhaal van nul tot nu, is de ondertitel. Geschreven door Corien Oranje, Cees Dekker en Gijsbert van den Brink. Een theologe/schrijfster, een nanobioloog, en een hoogleraar theologie. In dit boek(je) gaat het over hoe de geschiedenis van de aarde gebeurd zou kunnen zijn. Met als uitgangspunt niet het scheppingsverhaal uit Genesis, en wel de gedachte dat alles uit evolutie is ontstaan. Echter niet een evolutie met een spontane oerknal en dan verder, wel een evolutie door een doordacht scheppingsplan en onder “redactie” van God.
( Evolutie is het biologische begrip waarmee het proces van verandering in alle vormen van leven van generatie op generatie wordt aangegeven. Evolutie kan worden gedefinieerd als de geleidelijke verandering in populaties door overerving met variatie en natuurlijke selectie. bron: wikipedia.)

In de eerste hoofdstukken wordt verteld hoe het heelal is ontstaan. Ik zeg dat nu in een zin, uiteraard is het veel uitgebreider. Ik weet totaal niets over hoe en op welke manier,  alles ontstaan zou zijn door evolutie. Voor mij is dit dus nieuwe geschiedenis.

De hoofdpersoon in het verhaal is Proton. (de naam betekent begin, hij is onderdeel van een atoom) Als onderdeel van een atoom is hij steeds opnieuw onderdeel van grotere gehelen, het hele boek door. Nadat uit de doeken is gedaan hoe de aarde ontstaan is, volgt de geschiedenis zoals we die in de bijbel lezen. Opnieuw gezien vanuit het gezichtspunt van Proton. Hij maakte zelfs de openbaring van Johannes mee. Het boek eindigt met een verhaal over een ruimtevaartcapsule. Astronauten cirkelen rond de aarde. Ze vertellen aan elkaar dat er een tijd was waarin de aarde ineens veel schoner was. Dit kwam door een of ander virus dat over de aarde raasde, waardoor allerlei zaken stil kwamen te liggen…..

Ik heb dit boek in een paar dagen uit gelezen. Het is leuk en boeiend geschreven, het perspectief is knap gevonden en uitgewerkt. Of het eerste deel van het verhaal “klopt”, geen idee. Ik werd geraakt door het tweede deel dat de bijbelse geschiedenis vertelt. Ik ken de verhalen, de bijbelboeken. In dit deel raakte me (opnieuw) de trouw van God. Het geduld dat Hij met de mensen heeft, de liefde die Hij laat zien in zijn trouw. Dat vond ik hartverwarmend.

Christen zijn en denken over evolutie is een combinatie die een aantal jaren absoluut niet kon. Ik ben opgegroeid met het scheppingsverhaal. Met daarbij de waarschuwing: laat je dit los, dan laat je de bijbel vallen. Het hellende vlak verhaal.

Het bijzondere van dit boek is dat het het verhaal zoals verteld in Genesis, de eerste hoofdstukken, loslaat en tegelijk de hand en de liefde van de Schepper heel duidelijk laat zien.
Op 14 mei is het eerste exemplaar uitgereikt, inmiddels is een tweede druk in de maak. Ik las een lovende recensie in het Nederlands Dagblad en een nog lovender recensie in Trouw. Dat kopt: “Het briljante Oer zou zomaar eens het beste theologische boek van het jaar kunnen worden.”
Ik denk dat dit een boek is dat  best veel stof doet opwaaien. Ik ben benieuwd hoe het eruit ziet als het stof weer is neergedaald!

Kerk en corona

Eerlijk gezegd weet ik niet precies meer in welke week van het corona gebeuren we zijn beland. De dagen en weken rijgen zich een beetje aaneen, vooral nu ik niet meer werk. Het is zoals het is. Dat is ook wel zo, maar soms is het lastig dat het zo is.

Inmiddels zijn kerkdiensten online het nieuwe (ab) normaal. Hebben we thuis avondmaal gevierd. Genieten we iedere zondag opnieuw van een creatieve actie van onze koster, kunnen we iedere week bemoedigd worden door een meditatief moment. Een anonieme bloemengever uit de gemeente (?) bereikte ook ons huis, waarvoor nogmaals dank.

In kranten en social media blijven theologen over elkaar heen buitelen. De discussie over het avondmaal hebben we denk ik wel zo ongeveer gehad. Het volgende gesprek ging over het al dan niet dopen in deze tijd. Uiteraard zijn daar weer verschillende meningen over te ventileren. Naarmate het langer duurt voor we weer naar de kerk kunnen wordt het wel wat urgenter. Ik kwam diverse suggesties tegen: ouders zelf laten dopen, wel in de kerk, de dominee die doopt gekleed in een beschermend pak, zoals op de IC. Of een stok met schelp gebruiken door de dominee. Of even de adem inhouden tijdens de doop, dit omdat vooral bij het ademen de kans op verspreiding van het virus het grootste is. Of thuis door de ouders laten dopen.

illustratie afkomstig uit Nederlands Dagblad

Aan originaliteit in ieder geval geen gebrek. Na deze problemen is nu nog een probleem opgedoken. Zingen schijnt het ultieme virusverspreidingsmiddel te zijn. (Ik las vandaag in Trouw een alarmerend verhaal over een koor waar heel veel mensen besmet raakten, begin maart, toen alles nog kon en mocht)

Het is mogelijk om binnenkort toch weer kerkdiensten te houden, met een klein aantal mensen. Zingen in de kerk is niet zo heel gezond en zou afgeraden/ verboden kunnen zijn. Het Nederlands Dagblad had onlangs een pagina meningen over kerkdiensten zonder zingen. Ook hier was verdeeldheid.  God gebiedt ons te zingen, vertelde iemand. Een ander proclameert door het zingen dat God koning is. Een kerkdienst zonder zang is bijna niet voor te stellen. Er is weer iets nieuws om ons mee bezig te houden. Het zijn vooral theologen die hierover schrijven (en twitteren). Ik ga uit van hun goede bedoelingen en het serieus bezig zijn/ denken over doop/ avondmaal in deze tijd. En toch puzzelen deze dingen me. Zijn dit nou de zaken waar we ons nu druk over moeten maken?

Gisteren lazen we uit Exodus 19. Het volk Israël is Egypte uitgetrokken, heeft al een reis door de woestijn gemaakt, en gaat de wet ontvangen. God gaat in gesprek met het volk, met Mozes als boodschapper. Gods heiligheid staat voorop. Het volk moet zich reinigen en rein blijven. God zegt hier (vers 6): een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk. Petrus herhaalt dit in zijn brief, ook hij zegt: u bent een koninkrijk van priesters, een heilige natie. Ik vraag me dan af in hoeverre we priesters mogen zijn als in kerken alles alleen door predikanten gedaan wordt.

Door dit hele gebeuren  verlang ik terug naar de tijd van Urban Expression. Terug naar de basis van het kerk-zijn in een pioniersgemeente. De tijd dat we daar actief lid van waren en eigenlijk de mooiste avondmaalsvieringen meemaakten. Gewone broodjes, waar we stukjes vanaf scheurden en het elkaar gaven met de woorden: Christus is ook voor jou gestorven. Nooit kwam het meer binnen bij mij dan die keren. Of die enkele keer dat we binnen ons eigen team avondmaal vierden, omdat het in onze beleving in de kerkelijke gemeente niet meer mogelijk was. We vierden avondmaal met ons zespersoons team. Indringend en dichtbij.

Het is niet mijn bedoeling een theologische discussie over ambten aan te zwengelen. Ik verbaas me over alle energie die gestoken wordt in het nadenken over hoe en wat. Waar blijven onze handen uit de mouwen? En deze laatste vraag stel ik net zo goed aan mijzelf!

Kreuzweg

Vanavond zag ik deze film. Een veertienjarig katholiek  meisje (Maria)  is zich aan het voorbereiden op het vormsel. Volgt daartoe lessen bij een priester. Maria is bloedserieus en wil een heilig leven leiden. Steeds meer op God gericht zijn en steeds minder gericht op het aardse leven. Dat betekent voor haar dat het niet meer belangrijk is hoe ze er uit ziet, niet mag genieten van de mooie dingen van dit leven. En juist daardoor is ze constant bezig met letten op haar eigen gedrag en woorden en gedachten.

De film is ingedeeld in veertien korte delen, aan de hand van de staties van het lijden en sterven van de Here Jezus. (zoals die in de rk kerk gezien worden) Iedere statie is een scene uit het leven van Maria. Ze groeit op in een streng katholiek gezin, dat lid is van een bepaald deel van de rk kerk. Een kerk vol regels en weinig genade. Door zonden te doen kom je in de hel of het vagevuur. Er zijn zonden en doodzonden. De laatsten leiden tot de hel. Een doodzonde is overspel. En alle sexualiteit buiten het huwelijk is overspel. Bizar vond ik de biecht die Maria aflegde (geen idee of dat zo heet), vlak voor ze het vormsel kreeg. Als veertienjarige voelt ze zich aangetrokken tot een klasgenoot. Dit biecht ze op aan de priester, die haar helemaal uithoort over wat ze gedaan heeft met die jongen (samen huiswerk gemaakt) en wat ze gedacht heeft over deze jongen. Misschien mijn eigen dirty mind, maar ik had het idee dat de priester bijna zat te genieten van zijn vragen.

Uiteindelijk offert Maria zich op, ze sterft. En op het moment dat zij sterft, zegt haar vierjarige broertje zijn eerste woorden… haar offer levert iets op.

Ik vond dit een bijzondere film, beklemmend. Hoe kun je op deze manier geloven en leven? Tegelijk herken ik sommige dingen wel, helaas. Gelukkig niet uit mijn eigen leven. Ik denk dat deze manier van denken en het  geloof gelijkstellen aan het volgen van regels en je onthouden van bepaalde soorten muziek bijvoorbeeld, echt nog wel voorkomt. Helaas.

Het is bijna Pasen, we vieren de overwinning op de zonde door de Here Jezus. We mogen vrij voor God staan. Leven uit genade, leven uit zijn liefde. We hoeven niet voortdurend op ons zelf gericht te zijn om te zien of we het wel “goed” doen. We doen het goed, dankzij de liefde en genade van God!

De beentjes van Hildegard

Het is begin week acht en inmiddels heb ik vijf films gezien en staan er nog een paar op mijn kijklijstje. Dit jaar wordt het jaar van de films voor mij.  Niet alle films heb ik hier genoemd. Ik zag ook nog Frozen twee, en de film over de twee pausen. Beide leuk, mooi/ leerzaam.

Op Valentijnsdag zaten wij in de bioscoop, tezamen met vele leeftijdsgenoten. Lag dat aan de film, of aan het tijdstip? Het zal ook wel niet toevallig zijn dat deze film op deze datum uitkwam. In deze week van het huwelijk, die eindigt op de veertiende van deze maand.

Ik kwam een paar bijzondere artikeltjes over relaties  tegen in kranten. In de Tubantia las ik vorige week een column van Saskia Noort, met de titel: mislukken in de liefde bestaat niet. (vooral n.a.v. de scheiding van Marco Borsato) Zij stelt in die column dat zodra liefde werken wordt, je weet dat je onderweg bent naar het einde ervan. Op diezelfde dag las ik een verhaal in het Nederlands Dagblad, waarin een heel ander verhaal verteld werd. Daarin werd gesteld dat mensen vaak het trouwen met de gedachte dat je dan altijd gelukkig bent en alles als vanzelf gaat. Dat liefde een werkwoord is, om een bekend boek aan te  halen, wordt vaak vergeten. Een relatie is dan leuk zolang het leuk is. Met als keerzijde dat alleen maar hard werken in een relatie zeer zwaar kan zijn.

Terug naar de film. De beentjes van Hildegard.Een film van Herman Finkers, met Johanna ter Stege als tegenspeelster. In Twente opgenomen, in het Twents gesproken. Een film over liefde die kan verstikken. Zoals Herman Finkers het bij “De wereld draait door” beschreef: een huwelijk kan ontaarden in begeleid wonen…

Wij vonden het een supermooie film, met een enkel minpuntje.  We zagen de ondertitelde versie. Twents is niet onze moerstaal, we verwachtten dat we het niet helemaal konden volgen. Het is leuk om in een film beelden uit je eigen stad te zien. Een feest van herkenning. We zagen zelfs nog het tankstation terug, waar we een tijd boven gewoond hebben.  “Zo, ’t zit er weer in”, was een kreet die we de ganse dag hoorden…

De film laat de dynamiek in het huwelijk van Jan en Gedda zien. Jan als “slachtoffer” van de liefde van Gedda. Ingekapseld en hulpeloos. Verzin een list… en dat deed hij. Dankzij die list belandt hij in een verpleeghuis, en verlaat het weer. Hij gaat op reis, op de meest primitieve manier: met een ezeltje aan de wandel. Tijdens die reis ontmoet hij zijn kinderen, ontdekt hij zichzelf. Wijst zijn zoon hem op zijn eigen aandeel in de relatie.

Wij kwamen erg enthousiast uit de filmzaal! Een film die een lach en een traan oplevert.  Mooie zinnen als: het heeft geen nut, maar het heeft wel zin. Treffend was ook het beeld van Jan over te dicht bij elkaar zijn: twee houtblokken op elkaar gelegd, zullen niet goed branden. Liggen ze wat verder uit elkaar liggen, dan branden ze als een tierelier. En het minpuntje? Het gebruik van Gods naam in de film. Jammer dat dit op deze manier gebeurt, zoals altijd voegt het echt niets toe, integendeel.

Als ik dit van te voren geweten had….

dan was ik hier helemaal niet naartoe gegaan.. zo hoorden jongste zus en ik vanmorgen achter ons mopperen. We waren op weg naar de handwerkbeurs in Zwolle. De mevrouw die achter ons liep had een verkeerd beeld van de af te leggen afstand, bovendien regende het nogal.

Toen ik ’s morgens op het enschedese perron samen met vele grijshoofden  stond te wachten, liep een meneer ons vriendelijk groetend voorbij. Ach, wat bijzonder. Eenmaal in de trein bleek dat deze meneer maar een paar woorden nederlands sprak. Hij moest naar Zwolle en vroeg enkele keren aan medereizigers welk station dat was. Dat werd verteld, nog zoveel keer stoppen, dan is het Zwolle. Die gesprekjes gingen in een mengeling van talen. Bij het uitstappen lachte hij  me nog eens vriendelijk toe. Hoe zou het zijn zo ver van huis te zijn, of, waarschijnlijker, je huis achter te laten?

De opmerking van de mevrouw: als ik dit geweten had, dan… werd voor zus en mij zo ongeveer de leidraad van de dag. Want het klinkt zo logisch, als ik dit geweten had. Ja, dan had een ieder wel dingen anders gedaan in zijn of haar leven. Al was het maar zoiets als een paraplu meenemen naar Zwolle. De vraag voor mij is dan wel of het leven dan zoveel beter/ aangenamer zou zijn? Wordt het dan niet een plat en lamgeslagen geheel, zorgen juist onze fouten er niet voor dat we leren en vallen en opstaan? Of is dat een te maakbare gedachte?

Met deze filosofische gedachten betraden wij de IJsselhallen. Alwaar veel vrouwen en een enkele man zich verdrongen voor alle stands die er waren. We zagen wol, nog meer wol, katoen, nog meer katoen, boeken, patronen en meer van dit soort dingen. Vorig jaar waren we hier ook. Toen was ik na anderhalf uur compleet klaar en gaar, moe en duizelig. Dat was vijf maanden na mijn fietsval. Deze keer had ik nergens last van, en liep de beurs diverse keren rond, op zoek naar dat ene dat ik toch echt nodig had. Dank zij mijn enorme richtinggevoel lukt het me om vele meters te lopen. Met dank aan zusje, die me door de warboel leidde.

Samen volgden we een workshop kennismaken met naaldfrivolité. Een bezigheid waarvan ik me nu nog afvraag of die in de categorie: als ik dit had geweten dan… valt. Oeps, wat moeilijk vond ik dit! Een gepriegel eerste klas. En uiteraard moet je alles gelijk snappen als je op een kennismakingsworkshop zit. Ik kwam mezelf en mijn karakter weer eens tegen…

Behalve de workshop scoorden we een haakpakket, zusje scoorde er zelfs twee, en ik nog een boek. Al met al (weer) een bijzondere dag. Juist deze ochtend las ik een blog over armoede. Er ontstond een discussie op facebook over armoede, wat de taak van christenen hierin kan zijn. (dit is mijn kort door de bocht vertaling)

Eens te meer besefte ik mijn bevoorrecht zijn in het kunnen gaan en staan waar ik wil. Op lichamelijk en financieel gebied. (en zo sluit deze blog mooi aan bij mijn vorige blog).

God openbaart zich in achteruitkijkspiegels.

Bovenstaande zin las ik in het boek “Duizendmaal dank” geschreven door Ann Voskamp. Eerder las ik van haar: “Gebroken leven”. Beide boeken zijn bestsellers in christelijk Nederland. Vooral met het boek gebroken leven,  ben ik lang bezig geweest. Ik moest me er toe zetten om het uit te lezen. Niet omdat ik de inhoud niet mooi vond, of niet begreep. Ik denk dat het aan de schrijfstijl of aan de vertaling ligt. Bovendien denk ik dat dit soort boeken niet bedoeld zijn als “doorleesboeken”

Ann Voskamp woont met man en zes kinderen in Ontario, waar ze een grote boerderij hebben. De kinderen krijgen thuisonderwijs. Haar leven is een vol en druk leven met ups en ook (veel) downs. De ondertitel van  Duizendmaal dank is: zoek het ware leven waar het te vinden is: vlak voor je neus.

En dat is dan ook wat er in dit boek gebeurt: al je zintuigen gebruiken om heel veel mooie dingen te zien die God wil geven. Ann beschrijft haar zoektocht, waarbij ze ontdekt dat Gods zegeningen soms letterlijk voor je voeten liggen.

Het hele  boek is gegroepeerd rond het woord: eucharisteo, dankzegging. Kort door de (mijn) bocht gezegd gaat het dan over genade, dankbaarheid, vreugde. Diepe vreugde is alleen te vinden aan de tafel der dankzegging (eucharisteo). Dit thema van dankbaarheid wordt heel mooi uitgewerkt. Ik heb genoten van de mooie zinnen die ik las. Ik heb dan de neiging om al die mooie zinnen te onderstrepen, toch maar niet gedaan deze keer.

Soms zijn het simpele zinnen, zoals: “hoe we kijken bepaalt hoe we leven…of we leven. Of: “bidden met wijdopen ogen is de enige weg naar bidden zonder ophouden”

Mooi en herkenbaar vond ik zinnen over bezorgdheid, over willen controleren. De schrijfster beschrijft hoe haar lichaam reageert, handen die zich niet in gebed vouwen, maar gesmeed tot vuisten van controle. “Altijd controle- pseudomacht vanuit de diepte. Bezorgdheid lijkt op actie, zegt ze, maar gebed is het.” En: “Waarom strek ik me uit naar controle, in plaats van naar vreugde?” Vreugde is hèt onderwerp van dit boek.  De schrijfster vraagt zich af wat de wereld aan meer woede, meer verontwaardiging heeft? “Hoe wordt de wereld gered als we onverholen vreugde verbieden, terwijl het de vreugde is die ons redt? Vreugde afwijzen uit solidariteit met hen die lijden, verlost niemand uit lijden, het omgekeerde wel. “ Eerlijk gezegd vind ik dat een best moeilijke zin, vooral het -door mij- gecursiveerde deel. Ook al wordt het nader uitgelegd, het is wel een zin waar ik nog op blijf kauwen.

Ik voel me aangesproken door heel veel dingen die Ann Voskamp schrijft. Ik las het boek als een bewustwording. Opnieuw kijken, anders kijken. Bewuster kijken en danken. Dat is wel wat ik uit dit boek haal.

Vorig jaar las ik “Liturgie van het alledaagse, Heilige gebruiken in het gewone leven, geschreven door Tish Warren. Dit boek en het boek van Ann Voskamp lijken wel wat op elkaar. Binnenkort volg ik (hopelijk) een paar nadenk avonden over het boek van Tish Warren, ik zie daar erg naar uit!

En die achteruitkijkspiegels? Ik vond het een prachtig beeld! Midden in ellende is het vaak moeilijk Gods hand en liefde te  zien. Kijk je achter om, dan kan het zomaar gebeuren dat je (weer) ontdekt dat Hij er toch bij was!

Donkere wateren

Wat getwitter en berichtjes tussen achterneef en mij leverde vorige week in eerste instantie een “potloodafspraak”op. Die afspraak werd uiteindelijk een pennenafspraak. (ik schrijf met een potlood in mijn agenda, omdat afspraken bij mij vaak veranderen). Die pennenafspraak was afgelopen woensdag en de ontmoeting was in Apeldoorn. Ongeveer het midden van onze woonplaatsen. Het doel was, naast ontmoeting, het bekijken van de film Dark Waters. Allebei hadden we de film Just Mercy gezien, allebei waren we onder de indruk van die film. En we vonden dat we deze film dan ook moesten zien. Beide films gaan over de strijd die een moedige advocaat aangaat met de gevestigde orde. In beide films overwint de advocaat. Beide films zetten aan het denken.

Dark Waters gaat over de strijd, die uiteindelijk twintig jaar zou duren, van een advocaat, Rob Bilott,  tegen de chemiegigant DuPont. Hij is net aan een carrière begonnen als zijn hulp wordt ingeroepen door een boer. Een boer die radeloos is omdat zijn land vergiftigd wordt, zijn koeien agressief worden, en doodgaan. In eerste instantie heeft Rob Bilott er geen zin in. In de loop van de tijd bijt hij zich steeds meer vast in deze zaak. Een zaak die uiteindelijk meer dan vijftien jaar duurt. Een zaak die enorme spanningen in het leven van de advocaat oplevert, spanningen in het advocatenkantoor, in zijn huwelijk en die grote invloed hebben op zijn gezondheid.

Het chemiebedrijf heeft veel vuil gestort, vuil dat chemische stoffen bevat. Deze stoffen kunnen kanker veroorzaken. Die stoffen zijn dus voor mens en dier zeer schadelijk. DuPont moet uiteindelijk gigantische bedragen aan schadevergoedingen betalen.Op zich terecht, die schadevergoedingen, maar wat heb je aan geld als je ziek bent, of grote kans hebt om ziek te worden? Want die kans bestaat.

Het angstaanjagende (vond ik) is wel dat de stof waar het om gaat teflon is. Een stof die algemeen bekend is. En nog angstaanjagender is dat uit de film blijkt dat DuPont willens en wetens door is gegaan met het storten van vuil, en produceren van goederen, terwijl het bij hen allang  bekend is dat het zeer ziekte verwekkend is.

Na afloop van de film gingen we nog een hapje eten. Op de een of andere manier ontkwamen we niet aan het vergelijken van beide films. Beiden vonden we dat de film Just Mercy dichter onder je huid gaat zitten, al wisten we niet zo goed waardoor. Maar beide films zijn indrukwekkend en zetten je aan het denken. Hoe gaan we met elkaar om, hoe gaan we met de schepping om?

Kortom, genoeg gespreksstof. Niet alleen de films, ook boeken en muziek waren gespreksonderwerpen. Grappig dat de een heel enthousiast was over een boek, en de ander er vraagtekens bij had. Ach, zo leer je weer van elkaar.

Ik blijf nog wel puzzelen over de film. Ontluisterende beelden over onze omgang met de schepping. De schepping als afvalbak, om maar zoveel mogelijk geld te verdienen, zo lijkt het. Een van de stoffen waar het in de film over gaat, is onlangs ook in Nederland in het nieuws gekomen: PFAS. Het is een onderdeel van veel stoffen die overal voor gebruikt worden. Ik was al eens van plan om mijn teflon pannen te vervangen, maar nu zit ik me af te vragen wat er dan gebeurt met stoffen uit mijn oude pannen…

Just Mercy

Gisteren zag ik weer eens een film, en wat voor een film! Vijf sterren in het Nederlands Dagblad, en ik had zo her en der al positieve geluiden over deze film gehoord. De voorstelling begon vroeg, en in eerste instantie leek de zaal niet vol te komen. Uiteindelijk rook de hele zaal naar popcorn, zat de zaal half vol en begon de film. Die duurde 137 minuten..

Gebaseerd op de harde realiteit. Een jonge advocaat die het opneemt voor ter dood veroordeelden in de staat Alabama. Nog steeds een staat die (in z’n algemeenheid) bekend staat om racisme. De staat ook waar de strijd tegen racisme is begonnen, Martin Luther King begon hier zijn marsen voor gelijkheid.

De film beslaat een lange tijd. Vanaf de arrestatie Johnny D, die geheel onterecht was, tot zijn vrijlating. We zien Johnny D in zijn cel, we zien zijn strijd. Maar ook hoe hij de moed opgeeft, zich geen mens meer voelt. Zich weer mens voelt door de strijd van de advocaat Bryan Stevenson, die hem ziet als mens en niet als object. Dat is wat een mens ten diepste nodig heeft, gezien worden!

We zien hoe er met mensen omgegaan wordt, de minachting voor Afro-Amerikanen, de hoogmoed, het liegen en bedriegen om de zwarte man achter de tralies te krijgen en vooral ook te houden. De film is spannend, ook al weet je dat het “goed” afloopt. En wat is goed, als je uiteindelijk in het slot van de film de echte Johnny D ziet, en erbij gezegd wordt dat hij zijn leven lang gebukt is gegaan onder zijn gevangenschap. Ik vond het ook bijzonder om dat laatste stuk te zien, met daarin beelden van de echte gevangenen, de echte gebeurtenissen, die beschreven zijn in de biografie van advocaat Bryan Stevenson, waar deze film op is gebaseerd.

Vannacht sliep ik niet zo rustig. Had nog teveel beelden in mijn hoofd, maar ook vragen. Hoe kan dit? En: hoe zou ik het zelf doen? De verleiding van macht, het makkelijk willen oplossen van problemen, ten koste van een ander?

Ieder mens heeft genade nodig, is het laatste dat er in de film gezegd wordt.

Ik stond in de filmzaal nog even te kijken naar de aftiteling van de film. Ik ben altijd benieuwd naar de muziek die er in films is. Ik werd aangesproken door een jonge man, heel enthousiast vertelde hij hoe hij de film vond, en hij verbaasde zich over al die discriminatie. Hoe bijzonder om aangesproken te worden. Ik had de neiging om hem te vragen of hij discriminatie ervaarde, als waarschijnlijk wel in dit landje geborene, maar zijn ouders ( vul ik in) niet.Maar ach, dat moment was al snel voorbij.

Gebed

Het is deze week de week van het gebed. In veel kerken komen mensen ’s avonds bij elkaar om te bidden. Een belangrijk gebedspunt is eenheid onder christenen. En dat is best een heikel onderwerp, waar ik het nu overigens niet over ga hebben.
Gisteren was het blue monday. Ik schreef er eerder over. Gister was het depressiegala, waar ineens veel over te doen is: waaraan wordt het geld besteed, wie is te vertrouwen en wie niet. Hoera, we hebben weer eens een rel voor deze dag. Morgen weer een andere, zo lijkt het wel. En gisteren, niet toevallig, begon een jonge vrouw een zit-actie bij het ministerie van volksgezondheid, een actie om actie te krijgen. Zo lang al wacht zij, en vele anderen, op hulp.

In het kader van de week van gebed voor de eenheid, plaatst het Nederlands Dagblad elke dag een gebed. Die van vandaag plaats ik hieronder. Ik vond het zo mooi, té mooi om niet te delen:

Voor alle sombere mensen, Heer, voor wie ’s morgens opstaat en niet weet waarom , en zich ’s avonds te slapen legt om liefst nooit meer wakker te worden; voor wie roept om hulp, maar alleen zijn eigen echo hoort; voor wie zoals Job graag het leven aan U terug zou willen geven, hoewel het de tijd nog niet is; voor al die mensen bidden wij: Heer, ontferm U!

En alsof het nog niet erg genoeg is, die kilte binnenin, kun je je daarbuiten ook nog in de kou gezet voelen, door haperende hulpverlening, en politieke prioriteiten die elders liggen. Acht jaar suïcidaal, 804 dagen op de wachtlijst – dat is, vertelde Charlotte Bouwman bij de Tweede Kamer, haar verhaal . U kende dat verhaal al, zoals U haar -en ons- ook kent, dieper dan wij onszelf ooit kunnen kennen. En toch vertellen we het U graag.

Het is Uw kinderen nu eenmaal vaak niet onbekend, Heer, de mist in het hoofd, de nacht van de ziel, de martelende eenzaamheid. Maar we geloven en we hopen erop dat de nacht zo donker niet kan zijn, en het gat niet zo zwart – of U bent daar. Uw stok en uw staf, ze vertroosten misschien niet altijd, maar ergens moeten we het daar wel van hebben. Christus, ontferm U!

Is het probleem niet vaak, Heer, dat we bij anderen het probleem vaak niet zien? Al is het duizend keer Blue Monday, en vinden er tienduizend depressiegala’s plaats, wat er omgaat in het hoofd van die ander, daar kunnen we alleen maar naar raden. En dan zeggen we vervolgens ook vaak de verkeerde dingen. Geef ons iets van Uw wijsheid en Uw geduld, een hart om de juiste prioriteiten te stellen. Heer ontferm U over ons!

© Dick Schinkelshoek Nederlands Dagblad, 21-1–2020

Page 1 of 18

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén