Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Gehoord/ gezien/ gelezen Pagina 1 van 19

FBIvsMLK

Vanmiddag ging ik weer eens naar ons filmhuis. Voor de eerste keer ergens naartoe waar de QR code gescand werd. De belangstelling voor de documentaire over Martin Luther King jr en de FBI was minimaal, er was nog een andere bezoeker. Jammer, want het is beslist de moeite waard.

Een documentaire, grotendeels in zwart-wit. Op veel fronten zwart wit. Witte mensen tegen zwarte mensen, goed tegen fout en niets ertussen. Indrukwekkende beelden van de lange mars naar Selma. Indrukwekkende beelden van negers/ zwarte mensen, afro-amerikanen, (of wat de juiste aanduiding ook mag zijn) die stilzwijgend met borden om hun nek lopen. Borden met de tekst: ik ben een man. Ja, wat anders denk ik. Het is nog wel de tijd dat mensen van kleur alleen in bepaalde delen van de bus mochten zitten. Burgerrechten voor hen bestonden nog niet zo lang.

De documentaire vertelt de opkomst van MLKjr tot zijn dood. Maar vooral de strijd van de FBI tegen hem. Een strijd waar ik nu niets van begrijp, maar die toen gerechtvaardigd leek. De grote angst van die tijd, (zestiger jaren) was voor het communisme. De redenering was dat MLK communistisch was en het zwarte deel van de bevolking zou ophitsen en dat de macht overgenomen zou worden. Alles werd in het werk gesteld om MLK in een kwaad daglicht te stellen.

Als je hier anderhalf uur naar zit te kijken is het een beangstigend geheel. De macht van instituten, het zwartmaken, de achterdocht enerzijds. De rust, vooral in de eerste jaren, de geweldloosheid die gepreekt werd, het vasthouden aan principes daar tegenover. Er speelden veel meer dingen een rol. Persoonlijke rancune bij de baas van de FBI, jaloezie, angst om je plek kwijt te raken. MLK was geen heilige, getuige zijn (vele?) overspel. Wel een man die gegrepen was door een ideaal. Waar hij uiteindelijk voor stierf, laf vermoord vlak voordat er een grote mars zou plaatsvinden.

Ik vond het een indrukwekkende kijkervaring. Mensen waar op neergekeken wordt, die niet meetellen. Wat dat betreft is er niet zoveel veranderd. Mensen zijn zo bij voorbaat schuldig verklaard. In de film klonk de vileine vraag: “Hoe komt het dat van alle immigranten in Amerika juist de Afro-Amerikanen zo in armoede leven? Dat klinkt als: je moet je invechten, zoals  hier in ons land klinkt. Het logische antwoord op deze vraag was: zij zijn geen immigrant maar als slaven hier naar toe getransporteerd en zijn al die jaren minderwaardig behandeld.

Ik heb weer wat om over na te denken. Het is een mooi tijdsbeeld met muziek uit die tijd. Aanrader dus! (de docu is ook via youtube te vinden)

Spoofing

Onlangs werd ik gebeld door een anoniem nummer. Doorgaans accepteer ik die gesprekken niet, deze keer wel. Een keurig nette dame meldde me dat ze van mijn bank was en dat er iets vervelends was gebeurd, er was een vreemde overboeking gesignaleerd. Een boeking vanaf een ander instrument dan waar ik normaal mee overboek. Daar wilde ze me toch even voor waarschuwen….

Ze noemde, ter controle, mijn adres. Dat klopte. Vervolgens vroeg ze mijn geboortedatum. Die noemde ik. (helaas) Ze vertelde nogmaals dat er een boeking naar het buitenland klaar stond om over te maken. Een boeking door ene Ibrahim, ter waarde van € 2500, vanaf een I phone 6. Maar ik had toch geen I phone 6, vroeg ze. Nee, die heb ik niet.

Vervolgens was het belangrijk om de af en bijschrijvingen van de afgelopen veertien dagen samen bij langs te gaan. Dat kon niet, ik was niet thuis. Of ze me dan terug kon bellen om dat te regelen? Ik zei: ja hoor, vanavond om zeven uur. Maar dat kon niet, want zij was van de klantenservice, en die werkte tot 18.00u. Mijn voorstel om de volgende ochtend te bellen viel niet helemaal goed, want mevrouw we kunnen die overmaking niet zo lang on hold houden. Maar, mevrouw, dan belt onze fraude dienst u wel vanavond, dan kon ik samen met hen die af en bijschrijvingen doornemen. Dat was prima.

Hm… leek het mij in eerste instantie een beetje voor de hand liggend dat ik gewaarschuwd werd bij een vreemde transactie, aan het einde van het gesprek had ik steeds meer twijfels. Er zaten teveel vreemde wendingen in. En het voortdurende hameren op Imbrahim met zijn I phone 6, beetje vreemd dit.

Ik besloot toch maar de klantenservice van mijn bank te bellen. Ik stond een kwartier in de wacht en werd toen geholpen. Door een alleraardigste keurig sprekende mevrouw. En nee, de bank belt nooit anoniem. En nee, er stond geen bijzondere transactie gepland. Kortom, dit was spoofing. Het meest gevaarlijke is dat oplichters het zelfs voor elkaar krijgen te bellen met het telefoonnummer van de bank. Dat is helemaal verwarrend.

De volgende stap in het proces (gesteld dat ik weer gebeld zou worden en mee ging in de plannen van de beller) zou waarschijnlijk het behulpzame voorstel zijn mijn geld op een veiligheidsrekening te plaatsen, zodat dergelijke bijzondere transacties niet meer mogelijk zijn. Die veiligheidsrekening zou zeer zeker in handen van de oplichters zijn. Want dat zijn het, oplichters..

Om zeven uur werd ik gebeld, en ik nam de telefoon niet op. Om half tien werd ik nogmaals gebeld, opnieuw anoniem. En zelfs de volgende ochtend nog een keer. Tjonge, die “fraudehelpdesk” maakt toch echt over uren!

Ik moet zeggen dat zo’n ervaring het vertrouwen in de mensheid nu niet echt vergroot. Tegelijkertijd zet zo iets me wel weer aan het denken, hoeveel waarde hecht ik aan (mijn?) geld? Wat als er echt geroofd was?

Weer eens een dagje uit.

Ik loop even naar boven, naar de kamer waar mijn aanwinsten liggen. Ik schuif een shirtje bij een rok, een vest erover, bekijk nog eens mijn nieuwe broek en bijpassend shirt en voel me weer blij. Na veel geaarzel besloot ik deze week een afspraak te maken bij een kledingzaak in Deventer, waar ik al heel vaak samen met jongste zus binnenwandelde en nooit iets kocht. Gisteren had ik winkeltijd, een uur. Langer was ook geen probleem, er kwam niemand na mij. Ik paste en paste, wikte en woog en ging me te buiten aan een uitgebreide garderobe. Anderhalf uur later verliet ik de zaak met een grote tas en glimlach.

Het was te mooi weer en Deventer is té leuk om gelijk weer de trein in te stappen. Ik liep wat rond, hoorde een paar vrouwen zeggen dat ze het winkelen zo misten. Ik kon het niet laten te zeggen dat ik het ook miste. Terwijl ik met een grote tas in mijn handen liep… ik heb ze maar naar “mijn”winkel verwezen. Geen idee of het effect had.

Ik draalde wat voor een boekwinkel, een antiquariaat. Plots stond de eigenaar voor me. Met een grijns op z’n gezicht zei hij: “Mevrouw, u weet toch nog wel dat u me om tien uur gebeld hebt? We hadden een heel leuk gesprek en nu mag u de winkel binnen komen hoor!” Er ontspon zich een bijzonder gesprek, ik kreeg de etalagetekst uitgelegd, hoorde de corona-frustraties en vertrok, zonder boek.

Het is grappig, normaal kom je om te shoppen, nu kon dat niet. Daardoor lette ik veel meer op de huizen en straatjes. De schoonheid van Deventer viel me weer op. Ik liep naar de IJssel en vond een leeg bankje. Geen zee, wel water. Een mevrouw vroeg me of ik bekend was in Deventer. Nou nee, zo bekend ben ik niet. Zij kwam uit Twente,  vertelde ze. En ze was het wandelen in eigen omgeving helemaal zat en wilde met haar partner, nee echt niet haar man, die had ze niet meer, een dagje wat anders doen.

Ik bekende dat ik daar ook woon. Ha, dat gaf herkenning! “Bij ons zijn de mensen veel aardiger”, vond ze. Ze noemde wat voorbeelden. Waarna ik mijn boekwinkelverhaal vertelde. Er volgden van haar kant nog wat ontboezemingen uit haar eigen leven.

Dat “bij ons” vond ik wel bijzonder. We hebben het over ongeveer een uur autorijden en ik vraag me af of cultuurverschillen dan zo opvallend zijn. Of eigenlijk weet ik het wel.

Het blijft een rare manier van winkelen zo. Het viel me op dat in dit stadscentrum meer te doen was dan in ons eigen centrum. De winkeliers die ik sprak probeerden met humor de moed erin te houden. Al klonk ook wel: het is eigenlijk niet zo uit te leggen, supermarkten open, zogenaamde essentiële drogisterijen geopend, en bij ons dit. Ik snap het helemaal.

Het was heerlijk om weer even te shoppen en ergens anders te zijn. In de trein was het erg rustig. Thuisgekomen showde ik mijn aankopen. Ze werden van harte goedgekeurd. (voorzover ik die goedkeuring nodig heb :-))

Het eindeloze verhaal dat “vrouw en ambt” heet.

Zondag 8 november 2020: de eerste vrouwelijke dominee binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Almatine Leene werd in Hattem bevestigd. Zij was al een aantal jaren predikant in Zuid-Afrika. De eerste vrouwelijke dominee die binnen de GKv bevestigd werd.  Niet de eerste vrouw die theologie studeerde. Een aantal gereformeerde vrouwen verliet de GKv om in andere kerken predikant te worden. Zij voelden zich geroepen tot het ambt.

In het Nederlands Dagblad van 7 november stond een gesprek met haar. Daarin gaf zij aan het een goed idee te vinden als er gesprekken gevoerd zouden worden met deze vrouwen die de GKv verlieten. “Een excuus daarbij is nooit verkeerd, denk ik”, zo is te lezen. Verder op in deze krant staan interviews met een aantal van deze “kerkverlaters”. De teneur is een beetje dat de meeste van hen excuses niet nodig vinden, maar ze willen erkenning van hun pijn en waardoor die veroorzaakt is. Bijvoorbeeld doordat ze niet aan het avondmaal mochten, zoals een van hen vertelde. De doelstelling moet herstel zijn en dat opent de weg naar de toekomst. In mijn ogen lag het accent niet zozeer op excuses. Toch was dat in de dagen erna de hoofdmoot: “vrouwen willen excuses”.

Het verhaal van Almatine maakte indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: ik hoop niet dat nu alleen mannen gaan reageren om te vertellen hoe dit nu verder moet en ingevuld wordt. Op Facebook kwam ik al snel een discussie tegen. Procedures werden van stal gehaald. Genoemd werd dat excuses niet nodig zijn, immers, deze dames waren ongehoorzaam aan het kerkgezag. Enzo verder. Allemaal mannen. Eerlijk gezegd ontneemt me dat de moed om er zelf iets van te zeggen.

Een en ander bracht wel weer pennen en hersenen in beweging. In een column in het ND  (woensdag 11 november) werd gesteld dat Almatine Leene excuses eiste. Beetje jammer dat dit in die column zo gesteld werd, dat geeft m.i. een vertekend beeld. Ik wil hier de blog van ds. Robert Roth nog noemen, hij schreef een mooie gedachtengang over dit alles. Een laag dieper dan voor of tegen vrouwen in ambten zijn. Maar ook de vraag: hoe verder, hoe met elkaar om te gaan, met deze toch wel grote tegenstelling.

Draag elkanders lasten, zo is de titel van de blog van ds. Roth. Dat zal in de praktijk best ingewikkeld zijn. Want wat houdt dat dan in? Je kunt met elkaar praten over hoe je deze dingen ervaart. Je wilt luisteren. Maar dan? Draag elkaars lasten, betekent dat dat je geen vrouwen in het ambt toelaat, omdat de ander dit schrifkritiek vindt, en tegen Gods wil?. Of sta je het wel toe, met pijn in je hart? Het is een bijna onneembaar geheel geworden.

Vandaag las ik in het Nederlands Dagblad dat er nagedacht wordt over het opnieuw naar de synode brengen van bezwaren tegen de genomen besluiten over m/v ambt. Het is een “nieuw” besluit, dus mag er opnieuw bezwaar gemaakt worden. De synode van Goes, waar nu de bezwaren behandeld zijn, heeft die niet toegewezen. “Dus” is er niet geluisterd. (welke president redeneert ook zo? 😉 )
In datzelfde artikel werd ook gesteld dat een herverkaveling binnen kerkverbanden, of de oprichting van een noodkerk, ook tot de opties horen. Hier worden de lasten dus alleen gedragen, zonder dat wie ook de kans krijgt mee te helpen dragen, je hebt de ander dan kennelijk niet nodig.

Ik word er eerlijk gezegd moe en verdrietig van.

Corona, mondkapjes, en Daniël in de leeuwenkuil.

Half maart maakten we kennis met de eerste corona persconferentie. Corona ging ons ons land niet voorbij. Nee, de scholen hoefden niet dicht, luidde de boodschap. Gemor in de maatschappij zorgde er toch vrij snel voor dat de scholen dicht moesten, met alle gevolgen van dien, voor ouders en kinderen. Corona woekerde door en vroeg veel van ons.

Na de zomer steeg het aantal besmettingen. Tot aan september werd gezegd dat mondkapjes dragen niet heel effectief is. Luid en duidelijk uitgelegd op de website van het RIVM. Virussen zijn heel erg klein en kunnen overal doorheen, dus ook door de gewone mondkapjes. Tot vorige week. Ineens drong de tweede kamer bij de regering aan een besluit te nemen over mondkapjes. Want de mensen willen het en daarom doen we het toch maar, onder het motto: baat het niet, het schaadt ook niet. In openbare binnenruimtes is het nu sterk aan te raden een mondkapje te dragen.
Toen ik dit hoorde dacht ik: dat is nu twee keer iets wat gebeurt omdat de “mensen” het willen. Ik ben benieuwd wat de derde keer is/wordt.

Wat betreft mondkapjes dragen: het gruwt me als ik zie hoe Mark Rutte een mondkapje uit zijn broekzak haalde, met de mededeling dat hij dat waarschijnlijk wel ging dragen in de supermarkt. Ik denk/vind: als je dan toch mondkapjes wilt dragen, doe het dan zodra je de deur uitgaat. Niet dat halfgebakken gedoe van wel in winkels en buiten niet. Iedere keer weer opnieuw die dingen op en afdoen, in je broekzak of waar dan ook bewaren, dat heeft geen enkel effect, eerder het tegendeel. De kans op besmetting wordt zo alleen maar groter. En dan heb ik het nog niet eens over alle mondkapjes die op straat terecht komen, of over het gebruik van grondstoffen voor iets dat in veel gevallen niet goed gebruikt wordt.

Ik hoefde niet lang te wachten op het derde voorval waarin het volk weer iets wilde! In Staphorst gaan mensen naar de kerk! Heel veel  mensen! (ze volgen alle regels van de overheid, behalve het advies om niet te zingen) De socials werden ingeschakeld. Groot was de verontwaardiging. Onze nationale omroep vond dit gebeuren urgent genoeg om er een filmploeg naar toe te sturen. Dit moet het ganse land weten.

Nee, ik vind het niet heel wijs om de randen van het mogelijke op te zoeken. (al waren de 600 aanwezigen over drie zalen verdeeld, wat niet vaak gemeld werd in de media) De horzels van de NOS besprongen de kerkgangers, en een enkeling liet zich interviewen. Het is bemoedigend een jonge man te horen vertellen dat hij op God vertrouwt en niet bang is om ziek te worden. Klinkt mooi en  moedig. Nu maar hopen dat hij geen anderen besmet, het gaat om meer dan alleen je eigen gezondheid. Het acht-uur journaal begon met dit item. Schande over het kerkvolk! Aan het einde van het journaal zagen we ook nog even beelden van een illegaal feest in het zuiden van het land. Veel politie op de been, veel mensen in een te kleine zaal. Nee, er waren geen bekeuringen uitgedeeld, geen gegevens genoteerd van de aanwezigen…..

Het netto resultaat van al dit gedoe is nu dat kerken sterk wordt aangeraden terug te gaan naar de eerste maatregelen. Niet meer dan 30 gasten per dienst. Groot is de verontwaardiging in kerken. Niet iedereen is van plan zich aan deze regels te houden. Kerkdiensten zijn van levensbelang, zo wordt gezegd. Ja, ik ben het ermee eens dat kerkdiensten belangrijk zijn. Ik mis ze ook. Ik denk niet dat ik als gelovige meer “recht” heb op kerkdiensten dan een ander recht heeft op iets waar hij troost en bemoediging uit haalt.

Gisteren lazen we de geschiedenis van Daniël in de leeuwenkuil. (Daniël 6)  Een favoriet kinderbijbel verhaal, hoe gruwelijk het ten diepste ook is. Ik zag een soort parallel: degenen die koning Darius hadden aangezet tot dit plan lagen te wachten tot Daniël zich niet aan deze opgelegde wet zou houden. Klaar om hem aan te geven bij de koning, klaar om hun jaloezie te laten spreken.

Zoiets als NOS verslaggevers die reikhalzend uitkijken naar de kerkgangers in Staphorst?

Met een been in de hemel

Ik sta al met een been in de hemel, hoorden we Kinga Ban zeggen in een van de filmpjes die we gisteravond zagen. We gingen naar een, ja wat was het eigenlijk? De ‘presentatie’ van het aller- allerlaatste album van Kinga Ban. De liedjes zijn in het laatst van haar leven opgenomen en het album is na haar overlijden gemaakt.

Haar man Reinder presenteerde deze avond (die door corona al eens uitgesteld was). Hij vertelde over de laatste negen maanden van het leven van Kinga. Aan het begin van de avond stond er een lege kast op het podium, aan het einde van de avond was de kast gevuld met allerlei herinneringen aan die laatste zware tijd. Zwaar, maar ook een tijd waarin volop geleefd werd, waar muziek nog steeds een grote plaats innam. Kinga wilde blijven getuigen van Gods grote liefde. Wat ze deed tot het (bittere) einde.

Vijfeneen half jaar is ze ziek geweest, (als ik het goed onthouden heb), ze had borstkanker. Kanker als vraatzuchtig monster dat langzaam aan een lichaam verwoest. Die verwoesting was duidelijk zichtbaar.  Na het verhaal van Reinder, dat onderbroken werd door filmpjes over haar laatste maanden, en door liedjes gespeeld en gezongen door de gitarist waarmee ze altijd optrad, volgde een filmpje dat een paar dagen voor haar overlijden is gemaakt. Met beelden bijna niet om aan te zien. Zo heftig om te zien hoe zo’n mooie vrouw als Kinga was, zo ziek te zien. Het voelde voor mij een beetje als voyeurisme. Tegelijk vroeg ik me af of het een struisvogelgedachte was, dit lijden niet te willen/ kunnen zien. Het is er. Iedere dag opnieuw.

Met een been in de hemel staan, waar we meestal zeggen: met een been in het graf.  Het mooie dat op haar wachtte, zoals ze zong. Tegelijk het loslaten van man en kinderen, hoe zwaar moet dat geweest zijn voor iedereen? De avond was pittig vonden wij. Maar ook mooi, innig en liefdevol. Een waardig afscheid van een zangeres die veel betekend heeft voor de (christelijke) muziekwereld.  De aarde is een stukje leger geworden, de hemel een stukje mooier.

Voor Sama en Sami

Vroeger, heel vroeger, toen ik nog op de lagere school zat, zo in klas een of twee, namen we elke maandag geld mee voor de zending. Daar werd bij verteld voor wie het geld bestemd was. Een van de bestemmingen waren de kinderen in Aleppo. Dat was een stad heel ver weg, in Syrië. Hoe het verder in elkaar zat weet ik echt niet meer. Ik herinner me alleen zo’n busje waar je geld in deed. Aleppo, dat klonk mysterieus en ver weg. Onbereikbaar.

Aleppo is een stad die vaak in het nieuws is geweest. Niet omdat er zoveel moois gebeurde, integendeel. De stad is inmiddels voor een groot deel verwoest. Dat er oorlog is/ was in Syrië is bekend. Wie de partijen zijn, is mij minder bekend. Opstand tegen het medogenloze regime van Assad, rebellen. Russen die zich ermee bemoeiden en meevochten, IS dat een grote rol speelde, de Koerden die hielpen en nu weer verdrukt worden. Vluchtelingenstromen, doden, gewonden, verdriet en ellende, dat is zoals het nu is. Er gebeurde heel veel, en we stonden erbij en keken ernaar, baden voor dit verwoeste land en gaven een gift. Ingrijpen vanuit het westen? Hoe dan en met wat voor gevolgen?

Ik zag de documentaire For Sama. Gemaakt door eeen Syrische journaliste, voor haar dochtertje, Sama. Zij filmde vanaf het begin van de gevechten in Aleppo. Haar man is arts. Je ziet de ellende in Aleppo. Ziekenhuizen die in puin gegooid worden. Je ziet het verdriet, je ziet de doden en gewonden. Dat waar eigenlijk geen woorden voor zijn. Een aanklacht. (het gezin woont inmiddels alweer een paar jaar in Groot-Britannië.

Daar komt uiteindelijk ook een ander gezin terecht. De hoofdpersonen uit het boek “De bijenhouder van Aleppo”. Een echtpaar vlucht uit Syrië. Hun zoontje, Sami is overleden bij een bomaanslag. Sinds die tijd kan zijn moeder niet meer zien. Ze keert naar binnen, haar ogen hebben teveel gezien. Het boek vertelt over hun vlucht, via Griekenland, uiteindelijk per vliegtuig naar Engeland. Daar woont al familie die eerder is gevlucht. Samen met de man van dat gezin had de vader een bijenhouderij en ze willen dit samen in Engeland weer gaan opzetten. Dit is een familie die geld heeft, waardoor ze via kunnen vliegen en niet de eindeloze reis door Europa hoeven te maken.

Het boek vertelt niet een verhaal dat echt zo gebeurd is. Het had wel zo kunnen gebeuren. De schrijfster heeft als vrijwilliger gewerkt in vluchtelingenkampen. Ze weet waar ze over schrijft. Het was schokkend te lezen over de situatie in die kampen. Het boek speelt in 2015/ 2016. De situatie is sinds die tijd alleen maar erger en grimmiger geworden. Misschien zijn “we” ook wel onverschilliger geworden, eraan gewend geraakt… tenminste, ik merk bij mezelf soms een vermoeidheid, of geen zin meer om journaal te kijken. Ik vond het schrijnend te lezen hoe de asiel procedure verliep en ik heb niet de illusie dat dat in Nederland beter of sneller gaat..

Het is een boek waarin hoop en wanhoop, liefde en verloren liefde beschreven worden. Uiteindelijk eindigt het met een sprankje hoop voor de toekomst.

Twee werelden?

Gisteren luisterde ik een podcast die nieuw voor me was: de ongelooflijke podcast. Ik denk dat ik voorlopig weer vooruit kan met “luistervoer”. In het gesprek van gisteren ging het onder anderen, over het verdwijnen van kennis over geloven en dan vooral het christelijke geloof. Wie weet nog wat de betekenis is van christelijke feestdagen? Wie kent bijbelse namen? Het ging niet alleen over het verdwijnen van kennis, ook over het verdwijnen van geloof. Of geloof dat naar de  marge van het leven verschuift. Oftewel: secularisatie.

Als er in de quiz “De slimste mens” kijk en er is een vraag over de bijbel, blijft het me schokken hoe weinig mensen weten over bijbelse/ christelijke onderwerpen.

Nog schokkender is overigens het denigrerende spreken over de bijbel door Maarten van Rossum. Mopperen is zijn handelsmerk, och arme.

In het verhaal dat ik gisteren hoorde ging het over secularisatie, het loslaten van geloven en kerkelijk leven. En hoe er toch nog steeds wel mensen zijn die God willen leren kennen en daar heel intensief mee bezig zijn. Ik mag zo’n situatie van nabij mee beleven en het is bijzonder!

We waren in Arcen de afgelopen week. In een Roompot park, Klein Vink. Op dat terrein Klein Vink stond oorspronkelijk een groot klooster. Nu staan er in de achtertuin van dit park nog een paar gebouwtjes waar de laatst overgebleven missionarissen nog wonen, totdat ook zij geen woning op aarde meer nodig hebben.

Bij de ingang van het park vind je deze bijzondere  combinatie: Jezus aan het kruis, samen met een advertentie voor het park. God en het gewone leven naast elkaar, in elkaar. Niet als twee verschillende werelden, maar God in het alledaagse. God als altijd aanwezige, wat je ook doet en waar je mee bezig bent. Secularisatie is ook, of juist, het scheiden van werelden: het alledaagse en het bijzondere. Geloven wordt en is zo makkelijk iets voor de zondagen. En toch vond ik dit een vreemd beeld, in mijn beleving ‘klopt’ dit niet.

Gisteren fietste ik er weer langs en keek er nog eens naar. Even later had ik een lied in mijn hoofd. Iets wat vaker gebeurt en meestal ervaar ik het als bijzonder. zo ook gisteren.  Het lied past bij wat er op dat moment in mijn hoofd rondgaat.

Gisteren was het dit lied:

In het kruis zal ’k eeuwig roemen!
En geen wet zal mij verdoemen;
Christus droeg den vloek voor mij!
Christus is voor mij gestorven,
heeft genâ voor mij verworven!
’k ben van dood en zonde vrij!’

Een oud kerklied, het evangelie in een notendop!

Burden

Het kan verrassend zijn verschillende recensies van een film te lezen. Ik las de recensie van de film Burden in het Nederlands Dagblad, het Parool en in de Volkskrant.

Het Nederlands Dagblad geeft vijf sterren, de Volkskrant 3 als ik me goed herinner, hoeveel sterren het Parool geeft weet ik niet meer. Wat vonden wijzelf?

De film speelt eind negentiger jaren vorige eeuw en begint met een scène waarin een museum van de KKK wordt geopend. KKK staat voor Ku Klux Klan. 

Een organisatie die het blanke ras verheerlijkt en zich ver boven andere rassen stelt. De hoofdpersoon uit de film, Mike Burden,  is lid van de KKK. Hij is voorbestemd om opvolger van de oprichter van het museum te worden en krijgt de koopakte van het museumgebouw. Het is een ruige wereld van de blanken die zichzelf de besten vinden.

We zien ook de reactie van een (deel van) de zwarte bevolking van deze stad, en dan vooral die van dominee Kennedy en zijn gemeente. Zij willen geen haat maar liefde. Ze demonstreren voor het museum, wat woedende en beledigende reacties oplevert.

Mike Burden ontmoet Judy, een alleenstaande moeder, die niets van de KKK moet hebben. Ze worden verliefd en voor/ door haar verlaat Mike de KKK. Die neemt wraak en probeert op alle mogelijke manieren het leven van Mike en Judy te verpesten.
Ze krijgen onderdak bij de dominee en zijn gezin. Dit levert (uiteraard) grote spanningen op, juist ook binnen het gezin van de dominee. In hoeverre is Mike zijn racisme kwijt? Hoe ver ga je in je naastenliefde? Ondanks alles ziet de dominee het als zijn roeping om hulp te geven. De dominee zoekt en vindt werk voor Mike, die z’n baan door toedoen van de KKK kwijt is geraakt.

Aan het slot van de film zien we dat Mike gedoopt wordt, en opgenomen wordt in de donkere gemeente. Klinkt als eind goed al goed.

Dit verhaal klinkt heel erg als een feel-good movie. Dat was een van de kritieken in genoemde kranten. De Volkskrant schamperde wat, dat de verandering van Mike wel heel erg snel ging. Het Parool zag enkele ongeloofwaardige dingen in het script. Het Nederlands Dagblad zoomde vooral in op het onderwerp genade.

Genade is de rode draad in dit verhaal. De moed en de kracht van vooral de dominee, soms tegen de wens van zijn gezin in. Standvastig zijn, geven om je medemens, in dit geval: geven om je vijand. Letterlijk de opdracht van Jezus: heb je vijanden lief, in praktijk brengen. De liefde van God doorgeven aan anderen. Het veranderen van Mike, wat onmogelijk lijkt bij mensen is mogelijk bij God.

Wij waren onder de indruk van dit verhaal. Een verhaal dat niet alleen een verhaal is, maar echt gebeurd is. Aan het einde van de film komen de ‘echte’ Mike Burden en Jody en ook dominee Kennedy in beeld. Het museum van de KKK is in handen gekomen van de kerkelijke gemeente. Dankzij de koopakte die Mike gekregen had van de KKK.

Eerlijk gezegd was ik verbaasd dat die hele KKK nog zo speelde en zo’n rol nog had in de jaren 90. Ik kan me van heel vroeger nog wel krantenfoto’s herinneren van mensen in bizarre witte kleren, die kruizen verbranden. Dat was in deze film ook nog te zien.

Bioscoopbezoek in corona tijd is overigens niet het toppunt van gezelligheid. Iets van tien mensen in de zaal. Geen pauze. (dus ook geen verplichte consumptie) Na afloop werden we rij voor rij de zaal uitgeleid. Hopelijk komen we snel weer in andere tijden!

Toerist in eigen stad

Wat begon als een opmerking hoe de vakantie in te vullen, werd uiteindelijk een leuke dag dwalen in eigen stad en een museum (her) ontdekken. Onlangs zei ik tegen een achterneef dat het misschien een idee was zichzelf bij vrienden en bekenden uit te nodigen voor een dagje sight-seeing in hun stad. Dit als “oplossing” voor het probleem niet op vakantie kunnen gaan, door corona.

De vraag naar een rondje Enschede was enigszins voorspelbaar en leuk. We maakten een afspraak en een plan. Dat plan kon door de hitte niet doorgaan, dus trad plan B in werking. Een museumbezoek. De keuze viel op  ‘de museumfabriek’. En jawel, daar was ik nog nooit geweest, dus het leek me best leuk.

Het was dag nummer zoveel van de hittegolf en we hoopten dat het in het museum niet al te warm zou zijn. Het museum is gevestigd in een oude textielfabriek. Het is een samenvoeging van het natuurmuseum, textielmuseum en de collectie van Deinse instituut. (dat was een organisatie van heemkunde) 

In verband met corona moet je aangeven hoe laat je je bezoek wilt starten. We waren wat aan de late kant, maar dat was gelukkig geen probleem. De sfeer en ontvangst waren gemoedelijk. Na een kop koffie stortten we ons op de collectie. Het was niet erg druk, vooral ouders met kinderen. (er was ook een afdeling waar kinderen allerlei dingen konden knutselen)

We zagen van alles, en heel verschillend. In de ene zaal hingen twentse knipmutsen, in een andere hingen allerlei dingen die met vliegen te maken hebben, er was een replica van een twents los hoes, kasten vol met opgezette vogels, laden vol met opgeprikte vlinders, een miniatuur van een textielfabriek. Variatie te over dus. Wat wel jammer was, en wat we als een gemis ervaarden was dat er geen/ weinig namen of omschrijving bij de diverse objecten stond.

Prachtig, een kast met opgezette vogels. Jammer dat ik niet verder kom dan het herkennen van een ijsvogel en een kievit. Nou ja, waarschijnlijk zou ik een zwaluw ook nog herkend hebben, maar die zag ik niet.

We deden een rondje en nog een rondje, keken en weerstonden de neiging om overal aan te zitten. Altijd die vervelende bordjes met: verboden aan te raken. Die zo ontzettend uitnodigend zijn.  Na die rondjes waren we wel uitgekeken. We vonden het een leuk museum, al leek het wel een soort gedwongen huwelijk met niet helemaal bij elkaar passende partners. En zoals gezegd, we misten informatie. Al ontdekten we later dat er een audiotoer beschikbaar is, maar dat is dan weer minder gezellig.

Mijn achterneef is rolstoeler. Door hem ben ik me veel meer bewust geworden van de mogelijkheden en helaas ook vaak onmogelijkheden / obstakels voor rolstoelers. Ik was dan ook erg benieuwd hoe dit museum op dit gebied zou scoren..

De voordeur, die was al te zwaar om zelf open te doen, de volgende museumdeur ook. De rest van het museum was redelijk berijdbaar. Al waren er wel wat erg steile hellingen te nemen en moesten we even zoeken om de route en de liften te vinden. Wat jammer was: de info die er dan wel was, was te hoog om vanuit een rolstoel te lezen. Meer dingen vielen niet op. We hebben sommige dingen gemeld, wie weet kan er iets mee gedaan worden.

Na een lunch gingen we weer verder op pad. Er stond nog een rondritje door Enschede op het programma. We reden door de herbouwde ‘vuurwerkwijk’,  ik liet zien waar we jaren ‘gewerkt’ hebben en we reden nog langs het stadion. Grappig om dat stadion eens van een andere kant te bekijken. We rijden er bijna wekelijks langs, altijd volgens dezelfde route. Nu kwamen we van een andere kant, ik zag weer nieuwe dingen. Dat is het leuke van toerist in eigen stad zijn. In ons huis aangekomen aten we een hap, praatten nog wat en zo was deze fijne dag alweer voorbij!

Pagina 1 van 19

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén