Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Gehoord/ gezien/ gelezen Page 2 of 16

Lege flessen

Afgelopen donderdag verscheen er weer een blog van mijn hand op de website van het CGMV:

Het is de eerste dag met echte lentetemperaturen. Ik loop in de stad en zie de eerste moedige blote benen. Ik kijk om me heen en zie een man met een dikke muts op, gekleed in een warme jas. Langzaam fietst hij me voorbij, “alles goed?” vraagt hij. Achterop zijn fiets heeft hij een grote zak met lege flessen. Hij is op weg naar een flessenautomaat, om het statiegeld te innen.

Ik kom hem vaker tegen. Sterker nog, in de (korte) tijd dat ik pastoraal werker in zijn gemeente was, ben ik een paar keer bij hem en zijn gezin op bezoek geweest. De spanning over de vraag of zij een verblijfsvergunning zouden krijgen was destijds enorm. Inmiddels is die onduidelijkheid voorbij.

Gevlucht was hij, met zijn gezin, uit een Afrikaans land waar oorlog was. In onze stad was destijds een AZC. Er waren contacten vanuit de kerkelijke gemeente en zo kwam dit gezin in aanraking met de vrijgemaakte kerk, waar ze lid werden. De stap uit een Afrikaans land naar de Nederlandse cultuur was enorm. De vrouw paste zich aan, zij wilde snel Nederlands leren, deed haar uiterste best om in te burgeren, de taal te leren. Iets wat erg moeilijk voor haar was, ik mocht en kon haar een enkele keer helpen. Om me te verbazen over de moeilijkheidsgraad van de inburgeringscursus. Zij zag ook hoe anders de verhoudingen in Nederlandse  gezinnen lagen, vergeleken bij haar thuisland. Was dit de reden dat hun huwelijk spaak liep? Waren er andere redenen? ik wist dat er een vrij groot leeftijdsverschil tussen hen was en dat zij nog maar een jaar of vijftien was toen ze trouwden. Hoe dan ook, het liep spaak. De kinderen bleven bij haar.  Haar ben ik uit het oog verloren.

Hem kom ik nog regelmatig tegen, altijd op de fiets, altijd met een zak lege flessen achterop. Flessen die hij op zijn bekende adresje ophaalt, om zo een extraatje te ontvangen.  Adresjes waar dan meestal een maaltijd mee te eten valt. Werken kan hij niet door een ernstige ziekte. Gelukkig kon hij goede medische hulp krijgen.

Hij fietst me al voorbij voor ik een antwoord kan geven. Ook dat gebeurt vaker. Daar fietst hij, in de royale lentezon, met zijn muts op. Vluchteling. Vaak worden ze hun eigen land uitgespuugd.. vertrekken naar een ver zo anders land. Om hier (meestal) niet warm ontvangen te worden. Waarschijnlijk vertrok hij met veel hoop op een nieuw, beter leven. En ja, er is hier vrijheid, vrede, en gelukkig ook wel mensen die voor hem willen zorgen, en toch…

Vergeten

In een week waarin zoveel gebeurde dat ik liever zou  vergeten, gingen we naar een voorstelling met deze titel. Door het voorproefje in podium Witteman waren we nieuwsgierig geworden. Het is een voorstelling waarin het Nederlands Kamerkoor zingt en Arjan Nederveen een man uitbeeldt die aan dementie lijdt. Het geheel duurt ongeveer anderhalf uur. Het koor zit op stoelen of staat ervoor. Het repertoire dat gezongen wordt is afwisselend: een lied van Brahms naast een lied van Spinvis. Het koor zingt loepzuiver en geweldig mooi. (al waren er redelijk veel liederen waar ik aan moest wennen, maar dat levert ook wel weer leuke zoektochten op)

Het spel van Arjan Ederveen was adembenemend. In de eerste scène speelde hij de zoon van de persoon met dementie. Een zoon die verdwaalde in het oerwoud van termen als WLZ, CIZ, ZZP en het systeem waar niet doorheen te komen was.

Daarna kwam de vader zelf in beeld. Wat een herkenning voor mij. Zoveel herinneringen aan mijn vader kwamen weer boven. Ontzettend goed gespeeld. In diverse scènes werden de impact en gevolgen van dementie uitgebeeld. Het proberen verbergen van het vergeten,  het onhandig handelen, de woede, de wanhoop, het was er allemaal. (in dit spel en in werkelijkheid)

Ondertussen zong het koor. Fantastisch zuiver en mooi. Wat ik bijzonder vond dat de vraag naar identiteit gesteld werd. De man durfde niet meer in de spiegel te kijken, want wie was hij nu nog? In zijn werkzame leven was hij huisarts geweest. Als arts wist hij wat hem te wachten staat, en kon hij haarfijn uitleggen wat er in zijn hoofd gebeurde. Maar wat bleef er van hem over, zo vroeg hij zich af.

Ik stuiter nog en heb nog van alles om over na en terug te denken. (alleen nog te zien aanstaande zondagmiddag in den Haag)

 

“Wat iedereen moet weten over euthanasie”

Dat was de titel van een lezing waar ik gisteravond was. Een lezing gegeven door Rob Bruntink. Aan het begin van de avond werden een paar stellingen geponeerd. De meningen over de antwoorden waren verdeeld.

In de lezing werd uitgebreid uitgelegd wat euthanasie wel is, en wat vooral ook niet. Welke voorwaarden er zijn, wat het “nut” is  van een euthanasieverklaring. Het ging over de verschillen tussen euthanasie en palliatieve sedatie. Een uitgebreide uitleg.Er is een stijgende lijn in het aantal keren dat euthanasie gepleegd wordt. Eveneens is er een verbreding van de situaties waarin het gevraagd wordt. In het begin ging het vooral om situaties van dodelijke ziektes. Nu wordt er een pleidooi gevoerd om ook bij het zogenoemde voltooide leven euthanasie toe te passen.

Na de pauze kon men vragen stellen. Het grotendeels grijsharige publiek maakte daar grif gebruik van. De meeste vragen gingen over euthanasie bij dementie. Misschien wel omdat het in andere situaties meer gemeengoed is geworden. We zijn eraan gewend geraakt dit stuk van ons leven te overzien en organiseren. (denk ik)

Diverse keren kwam voorbij dat je toch “recht” hebt op euthanasie. Die stelling werd terecht ontzenuwd. Ik meende een soort verontwaardiging hierover te horen in de reacties. Tevens vond men dat als je maar vaak genoeg tegen je arts gezegd had dat je niet dement wil zijn, de arts dan toch euthanasie moet toedienen, ook al kun jij dat zelf op dat moment niet duidelijk meer aangeven. Dat is echter niet zo, een arts mag en kan dit niet doen. Mooi vond ik dat Rob Bruntink enkele keren benadrukte dat het niet niets is voor een arts om euthanasie toe te passen. Het levert slapeloze nachten op. Een arts kan niet verplicht worden dit te doen, noch een patiënt om het te vragen.

Mensen willen graag controle over hun leven hebben. En het leven is voor een groot deel maakbaar geworden, meer dan ooit. Hoe je levenseinde/ sterfbed is, weten we niet. Angst voor lijden/ pijn kan grotendeels weggenomen worden, dankzij goede pijn bestrijding. Angst voor dementie kan veel minder weggenomen worden omdat deze ziekte zo ongrijpbaar en tot nu toe ongeneselijk is.

Afgelopen twee zondagen was in het programma Kruispunt een  documentaire te zien over een echtpaar waarvan de man de ziekte van Alzheimer heeft. Je wordt meegezogen in de worsteling van man en vrouw. De man was dominee geweest, je zag terugblikken op zijn preken. (deze documentaire was door een zoon die filmmaker is, gemaakt) In de film merkte je de onmacht van beiden. De man begreep goed dat er van alles niet klopte, de vrouw had soms moeite haar geduld te bewaren. De man probeerde te verdoezelen dat hij dingen niet meer begreep: ik trap daar niet in hoor, je houdt me voor de gek, zegt hij, als hij niet weet wat hij moet doen. Ik vond het boeiend en verdrietig en helaas zeer herkenbaar.
Ik vond deze films confronterend, bijna ontluisterend ook. In de aankondiging van deze documentaire in het Nederlands Dagblad las ik: “Het is te hopen dat de zoektocht naar de medicijnen die de ziekte afzwakken of zelfs tot staan brengen, doorgaat”.

Ik weet niet of ik het daar mee eens ben. Op het moment dat de ziekte zich openbaart is er al (veel) beschadigd in de hersenen. Als je dan medicijnen krijgt die het proces vertragen/ verlengen, realiseer je je nog langer je onvermogen en onmogelijkheden. Juist de tijd dat je weet wat je hebt en zelf (nog) doorhebt wat niet goed meer gaat, je onvermogen om je verbaal uit te drukken, zoals ook bij deze dominee het geval was, is voor de patiënt de meest heftige en pijnlijke tijd.

Zo vielen twee dingen voor mij samen, de lezing en beide afleveringen van Kruispunt. Bij die documentaire kwamen weer veel herinneringen boven. Bij de lezing ook wel, maar anders. Ik dacht terug aan mijn tijd op de intensive care, hoe lastig ik het vaak vond als een behandeling gestopt moest worden. (wat geen euthanasie is). Toch vond ik vaak moeilijk, al was er geen andere weg. Ik hoorde gisteren de feitelijke zaken rondom euthanasie. Het tegen euthanasie zijn was (soms) een lakmoesproef voor het al dan niet christen zijn. Ik ben ervan overtuigd dat God de gever en nemer van het leven is. In die zin is het hele euthanasieverhaal iets dat ver van je bed lijkt. Toch is het zeer zinvol om er stil bij te staan, over na te denken en alert te blijven. Vorige week stond er een interview met Pia Dijkstra in het Algemeen Dagblad. Daarin gaf zij aan dat de regering toch maar eens haast moet gaan maken met het onderzoek naar voltooid leven en hoe daar een einde aan te maken. Een waardig levenseinde vindt zij heel belangrijk. Dat zal een ieder graag willen, maar helaas, ook hier in is gebrokenheid zichtbaar “Euthanasie alleen toestaan op medische gronden is nooit de bedoeling van Els Borst geweest” zo besluit ze. Om te vervolgen met haar persoonlijke missie: “Dat wil ik rechtzetten”. Zonder te willen doemdenken, lijkt het me wel belangrijk om wakker te blijven!

P.S: deze lezing werd gegeven bij aula Vredehof, ivm het 150 jarig bestaan. Er was zoveel belangstelling voor dat een tweede avond wordt overwogen.

Ben is back

In de afgelopen week zag ik bovenstaande film, Ben is back. Een heftige film, beklemmend, aangrijpend, met een einde waarvan we ons afvroegen: en nu?

Ben is een jonge man, opgenomen in een afkick kliniek. Vlak voor kerst stapt hij, onverwacht, het gezin van zijn moeder, zus, halfzus en halfbroer en stiefvader binnen. Een ieder reageert op zijn/ haar manier. Duidelijk is dat de overzichtelijke wereld op de kop wordt gezet. Er is blijdschap, woede, en nog  veel meer bij zijn familieleden.

Ben mag blijven, één dag. Hij moet beloven bij zijn moeder te blijven. Dat betekent in de praktijk onder haar toezicht. Wat volgt is een enerverende dag. Een dag waarin veel gebeurt, en meer dan de traditionele kerstviering.

Ik volgde de film op het puntje van mijn stoel. Het verhaal is  spannend. De invloed van een verslaving op een gezin is enorm. En niet alleen in het gezin zelf. Om aan geld te komen dealde Ben, en in de film komen enkele slachtoffers van zijn dealerschap voor. Zijn moeder weet de verslaving aan het gebruik van oxycondin tabletten, na een kleine operatie. Zij verwijt dit de arts die deze medicijnen destijds voorschreef. Wel heel actueel, gezien de recente krantenartikelen over deze medicijnen.

Ik las in het Nederlands Dagblad een recensie van deze film. De kop luidde: “Het hart van het evangelie in een rauwe film”. In de recensie wordt dan vooral gewezen op de rol van de moeder. De moeder die haar kind trouw blijft, uiteindelijk ook redt. Het kind dat geen lieverdje is, zelfs anderen de dood in gejaagd heeft, door te zorgen dat ook zij verslaafd raken. Een moeder die ondanks dat onvoorwaardelijk van haar kind houdt en achter hem aan gaat als hij een moeilijke klus moet klaren.

Voor mij sprong de moeder van zo’n overleden medeverslaafde eruit. Zij geeft haar auto mee aan Bens moeder en het tegengif tegen drugs. Dat tegengif had haar dochter niet kunnen redden. De dochter die door Ben beïnvloed was en uiteindelijk aan een overdosis stierf. Die moeder gaf de mogelijkheid dat Ben gered kon worden……

Ik vond het een mooie film, mijn medefilmkijkers eveneens, al hadden we alledrie het gevoel dat het slot wat onbevredigend was.

Gedichtendag

Omdat het vandaag gedichtendag is, en om het af te leren… een gedicht van Hayarpi Tamrazyan

Advent

Dit jaar wilde ik het anders dan voorgaande jaren doen, en bewust leven in de adventstijd.  In alle rust voorbereiden op het bijzondere feest dat kerst is.

Natuurlijk liep het anders dan ik gedacht had. Of misschien waren mijn plannen te ambitieus.. Ik had me voorgenomen het adventsbijbel rooster van de PKN te volgen, de adventspagina’s uit het Sestrablad kerst te volgen en uit te werken, het boek Kerstboodschap van Tim Keller te lezen en regelmatig, (elke dag) een biblejournaling pagina te maken.

Dit allemaal naast mijn gewone werkzaamheden. Niet erg realistisch bedacht allemaal. Daar kwam bij dat ik vorige week ontdekte dat mijn kerstdagen zouden mislukken als ik niet een bepaalde gehaakte sjaal zou hebben. Toen kreeg die sjaal prioriteit.

Uiteindelijk las ik wel de Kerstboodschap van Tim Keller. Een aanrader, die je met beide benen op de grond zet. In acht hoofdstukken gaat Keller in op de achtergronden en inhoud van wat Kerst nu echt is.. Ik citeer een en ander letterlijk uit het boek.

Het gaat in het evangelie om wat God gedaan heeft, niet wat wij zouden moeten doen. Keller stelt dat in veel kerken verlossing iets is wat een goede raad is, iets waar jij mee moet worstelen en voor moet vechten. Jezus zegt: Ik ben naar jullie toegekomen om je te redden. En die genade hebben we allemaal nodig. We kunnen en hoeven onszelf niet redden. Maar: om het echte kerstcadeau te aanvaarden met je erkennen dat je een zondaar bent. Je moet de touwtjes van je leven uit handen geven. Iets wat niet zo makkelijk is… Als je Jezus centraal wilt stellen in je leven, moet je Hem gehoorzamen.

Wij hebben geen recht op wat dan ook. En we kunnen ook niets verdienen. Keller zegt: je gelooft misschien dat je het recht kunt verdienen om naar de hemel te gaan. Maar dan wordt je leven gekenmerkt door angst en onzekerheid, omdat je het voor je gevoel eigenlijk nooit goed genoeg doet; of je leven wordt gekenmerkt door trots en minachting voor anderen, als je denkt het juist wel goed te doen.

Je kunt geloven in de waarheid van Kerst: dat je gered bent door genade alleen, door geloof in Christus alleen. Dan kun je een identiteit krijgen die heeft afgerekend met je trots en je liefdevol bevestigt, een identiteit die je vergeving en herstel schenkt als je faalt.

Geniet van Kerst, geniet van je nieuwe indentiteit!

Keukentafelgesprekken

Afgelopen week was ik aan de beurt voor het schrijven van een blog voor de CGMV website.

Gelukkig had ik die blog al geschreven en opgestuurd, voordat ik  viel.

Keukentafelgesprekken.

Sinds een aantal jaren is in ons land de term “keukentafelgesprekken” ingeburgerd. Een  gesprek bij iemand thuis, bij voorkeur heel ontspannen aan de keukentafel. Een wijkteamlid, of een wijkcoach gaat in gesprek met de inwoner, die een ‘hulpvraag’ heeft. In dat gesprek kan de inwoner aangeven waar hij/ zij tegen aanloopt, wat er niet goed gaat. Deze gesprekken worden(sinds de gemeente de hulp/ begeleiding betaalt) op deze manier gevoerd. Als het gaat om het aanvragen van begeleiding ben ik vaak bij deze gesprekken aanwezig.

De hele transitie van rijk naar gemeentes is voor een groot deel bedoeld als bezuiniging. Dat verkoopt niet zo heel goed, vandaar dat we mensen nu in hun kracht zetten, en net doen alsof het voor mensen veel fijner is als iemand uit het netwerk inspringt, in plaats van een professional over de vloer te hebben.

Vanuit het werkveld werd dit alles met scepsis bekeken. We geloofden er niet zo erg in. Je kunt wel of niet bouwen op je netwerk, en dat verandert niet door een gesprek aan de keukentafel. Van  mijn (toenmalige) baas ontvingen we instructies voor deze gesprekken.

Zoals met alles, werd ook deze gang van zaken na verloop van tijd onderzocht. Afgelopen week waren de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. (Helaas  kan ik niet meer traceren hoe en wie dit onderzoek is uitgevoerd. Ik hoorde  het 13 september op Radio 1. Exact kan ik het niet terughalen. Wel werd benoemd dat er ruim 66 gesprekken helemaal geanalyseerd waren, en dat er uit 3 gesprekken naar voren kwam dat het netwerk wel iets actiever kon zijn: in twee situaties zou er over nagedacht worden, en in de derde situatie kon een kleine bijdrage uit het netwerk geleverd worden. )

Het blijkt dat in die keukentafelgesprekken wel de vraag gesteld wordt of het netwerk meer in kan springen. En het blijkt dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. Of ernstiger en verdrietiger. Heel vaak hebben mensen geen toereikend netwerk. Dat is dan best confronterend in zo’n gesprek. Ik maakte het ook wel mee, dat een enthousiaste wijkcoach een eigen kracht conferentie op touw wilde zetten om een cliënt van mij te ondersteunen. Helaas, er was geen enkel netwerk, ook (zelfs) niet uit de familiekring. Zoiets kan een faalgevoel geven, als je zelfs geen contact meer hebt met je eigen familie… wat zegt dat over jou?

Conclusie van dit onderzoek; eigen netwerken inzetten is veel minder een optie dan gedacht en verwacht. Het kan zelfs averechts effect hebben doordat het voor mensen zeer confronterend kan zijn, te merken dat je geen mogelijkheden hebt om anderen dingen voor jou te laten doen.

Zeer verbaasd was ik toen ik een van de onderzoekers op de radio een mogelijke oplossing hoorde noemen. Haar voorstel was om dan maar in een iets verdere kring naar vrijwilligers te zoeken. Dan moet er maar een opbouwwerker bij die gesprekken aanwezig zijn, en die kan dan in zijn netwerk, bijvoorbeeld in het buurthuis, naar geschikte mensen zoeken. En ik maar denken dat opbouwerkers en buurthuizen allang wegbezuinigd zijn?

 

Zondagskind

In de afgelopen weken las ik het boek Zondagskind, geschreven door Judith Visser. Een populair boek, ik heb het via de bibliotheek gelezen en moest een paar maanden wachten voor ik aan de beurt was om het te lenen.

Dit boek is een autobiografische roman. Het vertelt het verhaal van Jasmijn Vink, geboren en getogen in Rotterdam. Ze kon lezen toen ze drie was, maar drinken zonder rietje lukte als puber nog steeds niet. Haar leven verloopt met hobbels en bobbels. Ze is anders dan de anderen. Veel sneller overprikkeld, en schijnbaar ‘normale’ dingen als een gesprek voeren zijn bijna onmogelijkheden voor haar.

Ze is geboren in 1978. Het boek beschrijft haar leven vanaf haar schooltijd. De eerste dag op de kleuterschool verloopt al moeizaam, en zo verloopt haar hele schoolleven. Niet omdat ze de lesstof niet aankan, integendeel. Wel omdat het (school)leven en alles wat daarin gebeurt ongrijpbaar is voor haar. Haar oudere broer en ouders begrijpen niet goed hoe dat kan. Voor hen is het leven overzichtelijk, voor Jasmijn niet. Haar grote vriend is haar hond Senna, met haar kan ze communiceren op haar eigen manier. Echte vriendinnen heeft ze niet, wel op de middelbare school, daar ontmoet ze een vriendin die (veel) rekening met haar kan houden. De ouders van Jasmijn doen dat ook wel, ze mag bijvoorbeeld eten op haar eigen kamer, hoeft niet (altijd) mee op familiebezoek en dergelijke. “Je bent nu eenmaal zo”, zegt haar moeder regelmatig.

Het boek beschrijft hoe het leven een worsteling is voor Jasmijn. Toch vind ik het geen deprimerend boek. Ik voelde wel vaak medelijden. Zoveel onmacht, zoveel onbegrip, zoveel pijn (letterlijk en figuurlijk) bij Jasmijn. Voor de lezer is waarschijnlijk wel duidelijk wat er met haar aan de hand is. Aan het eind van het boek doet de vriendin van Jasmijn (die dan in het onderwijs werkt) haar de tip aan de hand zich te laten testen. In eerste instantie wil ze dat niet, om vervolgens toch te bedenken dat het een antwoord op veel waarom vragen kan zijn.

Bij de schrijfster van dit boek is op (relatief) latere leeftijd een stoornis in het autismespectrum vastgesteld. Inmiddels is zij bezig/ van plan een vervolg op dit boek te schrijven. Ik zie er naar uit, al vraag ik me ook af of dat niet meer van het zelfde gaat worden. Al lezend had ik nu ook wel eens de gedachte: o ja, nu krijgt z e weer een migraineaanval… en ja, dat was dan ook zo.

Toch, ondanks dat ik het soms wat voorspelbaar vond, boeide het me van begin tot einde.  Het maakte voor mij meer inleefbaar hoe het is om zo’n stoornis te hebben. Hoe verstrekkend de gevolgen (kunnen) zijn. Het vervolg op dit boek wacht ik met spanning af, en intussen ga ik op zoek naar de andere boeken die zij geschreven heeft. Boeken die overigens een heel ander genre zijn.

Geloven in begeleiding.

Deze blog schreef ik voor het CGMV en is daar op de website te vinden.

Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een interview met iemand die zowel predikant als psycholoog is.  Aan het slot van het gesprek ging het over het bidden met een patiënt bij een therapiegesprek. De geïnterviewde gaf aan hier moeite mee te hebben omdat de grens tussen pastoraat en psychotherapie dan overschreden werd.  De gesprekken die ik voer zijn duidelijk niet bedoeld als therapie. Begeleiding, meelopen is het doel. Toch zat ik wat te puzzelen over deze opmerking…

illustratie ellen de bruijn

 

 

Dat ik christen ben is voor mijn klanten geen geheim. Op de een of andere manier komt het wel ter sprake. Al is het door mijn antwoord op de door mijn klant gestelde vraag: “En, wat heb jij dit weekend gedaan? Soms aarzel ik om hier op in te gaan. Wat wil ik wel of niet delen met mensen waar ik beroepshalve kom?  De laatste keer dat deze vraag me gesteld werd, was mijn antwoord dat ik op zondag naar de kerk was geweest. Dat werd voor kennisgeving aangenomen.

Soms komt mijn christenzijn spontaan ter sprake. Daar houd ik van. Niet dat er dan van mijn kant onmiddellijk een getuigend gesprek komt. Uiteraard ben ik altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in me is. Al wordt er niet vaak naar die hoop gevraagd.

Een van mijn klanten heeft een (voor mij) bijzondere manier van geloven. Daar vertelt hij graag over. Hij weet dat ik christen ben en zijn zienswijze niet deel. Toch kan hij het niet laten vol vuur  te vertellen over de opdracht die Jezus gegeven heeft, om twee aan twee het goede nieuws aan anderen te brengen. Een opdracht die hij wekelijks in praktijk brengt, op een manier die doorgaans niet op veel bijval kan rekenen. Uiteraard respecteren we elkaar en ik ben blij te zien dat hij troost put uit zijn geloof.

En het bidden met klanten? Vorig jaar vroegen twee mensen specifiek om begeleiding van mij, mede omdat ik christen ben. Zij vroegen of het mogelijk was de gesprekken af te sluiten met gebed. En dat doen we dan ook. Danken voor de goedheid van God onze Vader, vragen om kracht die nodig is in de komende tijd. Vragen om rust in het dragen van de beperkingen die er zijn. Dank brengen voor het uitzicht op heelheid in de nieuwe wereld die komen zal.

Geloven in begeleiding.

Deze blog schreef ik voor het CGMV en is daar op de website te vinden.

Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een interview met iemand die zowel predikant als psycholoog is.  Aan het slot van het gesprek ging het over het bidden met een patiënt bij een therapiegesprek. De geïnterviewde gaf aan hier moeite mee te hebben omdat de grens tussen pastoraat en psychotherapie dan overschreden werd.  De gesprekken die ik voer zijn duidelijk niet bedoeld als therapie. Begeleiding, meelopen is het doel. Toch zat ik wat te puzzelen over deze opmerking…

illustratie ellen de bruijn

 

 

Dat ik christen ben is voor mijn klanten geen geheim. Op de een of andere manier komt het wel ter sprake. Al is het door mijn antwoord op de door mijn klant gestelde vraag: “En, wat heb jij dit weekend gedaan? Soms aarzel ik om hier op in te gaan. Wat wil ik wel of niet delen met mensen waar ik beroepshalve kom?  De laatste keer dat deze vraag me gesteld werd, was mijn antwoord dat ik op zondag naar de kerk was geweest. Dat werd voor kennisgeving aangenomen.

Soms komt mijn christenzijn spontaan ter sprake. Daar houd ik van. Niet dat er dan van mijn kant onmiddellijk een getuigend gesprek komt. Uiteraard ben ik altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in me is. Al wordt er niet vaak naar die hoop gevraagd.

Een van mijn klanten heeft een (voor mij) bijzondere manier van geloven. Daar vertelt hij graag over. Hij weet dat ik christen ben en zijn zienswijze niet deel. Toch kan hij het niet laten vol vuur  te vertellen over de opdracht die Jezus gegeven heeft, om twee aan twee het goede nieuws aan anderen te brengen. Een opdracht die hij wekelijks in praktijk brengt, op een manier die doorgaans niet op veel bijval kan rekenen. Uiteraard respecteren we elkaar en ik ben blij te zien dat hij troost put uit zijn geloof.

En het bidden met klanten? Vorig jaar vroegen twee mensen specifiek om begeleiding van mij, mede omdat ik christen ben. Zij vroegen of het mogelijk was de gesprekken af te sluiten met gebed. En dat doen we dan ook. Danken voor de goedheid van God onze Vader, vragen om kracht die nodig is in de komende tijd. Vragen om rust in het dragen van de beperkingen die er zijn. Dank brengen voor het uitzicht op heelheid in de nieuwe wereld die komen zal.

Page 2 of 16

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén