Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Kleinkinderen Page 3 of 4

Niet denken maar doen

Zoals uit het blogje van de gastblogger al bleek, hadden we dit weekend een paar logees. Mart en Stijn waren hier. Zaterdagmiddag gingen we naar de film Wiplala. Nog net op tijd liepen we de bioscoopzaal in, om op te gaan in de wereld van Wiplala, tinkelen en dolle avonturen. Een leuke film! Stijn en Mart vonden  het een mooie film, veel mooier dan Home Alone, welk nummer dan ook. Of Frozen, die we met  kerst zagen.  Het is voor opa’s en oma’s al leuk als ze merken dat de kleinkinderen genieten, dit was dubbel genieten, omdat er leuke knipogen in de film zaten.

Ooit heb ik de boeken over Wiplala gelezen, (geschreven in 1957). Ik heb er geen herinneringen meer aan, teveel boeken nadien gelezen. Ja, het tinkelen, dat kwam me bekend voor. Ik kan me ook niet meer herinneren of er een moraal in het verhaal zat. Dat zat wel in de film: niet denken maar doen! Allerlei dingen lukten Wiplala niet, omdat hij er teveel over nadacht. Actie dus, en ziedaar, ineens lukte alles. Heerlijk, zo simpel kan het zijn.

Doen, mijn ding, (en valkuil) hm, dat wilde ik eigenlijk eindelijk eens afleren….

Weekend

Hoe was je weekend? De meest gestelde vraag op maandag, is mijn aanname. Ons weekend was goed, kan ik alvast vertellen. Erg goed zelfs! Voor gisteren stond een fotoshoot op het programma. Of het zou lukken was nog spannend vanwege het weer. De hele ochtend was het hier mistig, erg mistig en warm. Uiteindelijk brak de zon door en was het nog warmer. Dat was om een uur of twee. We hadden om half vier afgesproken in verband met eventuele middagdutten. Tegen drie uur werd het donker en begon het te rommelen, op ons kleine stukje aarde. Elders waren dikke regenbuien. Als een speer vertrokken we naar het Buurserzand, om daar de foto’s te laten maken door Janneke.De wolken werden steeds donkerder, het licht daardoor egaler, wat mooi meegenomen was. We werden meegevoerd naar een heideveld waar we alle verboden te betreden bordjes trotseerden en de hei instruinden. De een hield daar 33 muggenbulten aan over, de ander vijf, en weer een ander niets. Of we er ook nog mooie foto’s aan over houden, weten we binnenkort. Na het heidedeel werd de sessie vervolgd bij het Buursermeertje. Ook hier poseerden we met overgave en enthousiasme, toch? Al werd dat enthousiasme door de regen flink bekoeld.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

We hadden afgesproken gezamenlijk te eten. Toen Mees ons zag, was het eerste dat hij zei: “Oma, we gaan bij lullie eten hoor”. Dat was goed nieuws!

Na de shoot gingen we naar ons huis. In ons eigen huis werd een traditie voortgezet die al bij mijn schoonouders is ingezet: chinezen aan huis. Dit eten moest natuurlijk eerst gekocht worden, dat deden de vier broers. We hadden eten in overvloed, en genoten van elkaar en van het voedsel. Mees hield het bij broodje kaasboer en broodje pindakaas met hagel, Floor hield het bij haar speen en een enkel hapje mie met saus, de rest at iets meer. En wat waren we weer blij met onze vaatwasser!

Vandaag hielden we de brunch bij Hiernaast. Inmiddels is er groepje vaste bezoekers ontstaan. Uit binnen en buitenland, voor werk of door vervolging hier gekomen. Of gewoon hier geboren en getogen. Vandaag dachten we na over bidden en baden we voor de wereld en voor elkaar. Voor de wereld die in brand staat, voor mensen die door en voor al die branden moeten vluchten. We baden voor kinderen die de Here nog niet kennen of niet meer willen kennen. Tot slot zongen we nog een lied:

Tejo Teek

Ik ben Tejo Teek, en ik woon in Twente. Het is erg fijn om in Twente te wonen, daar zijn veel bossen en tuinen waar ik me kan verstoppen. Ik ben lekker klein, je ziet me bijna niet. Ik ben een beestje met acht poten en ik ben dol op bloed, heel veel bloed. Ik lust het rauw, en ik zuig het uit je. Net zo lang tot ik vol zit, barstensvol. Dat gaat niet zo snel, soms ben ik wel een hele dag met mijn maaltijd bezig. Maar dan is mijn buik ook dik en rond. Dan moet ik oppassen, want dan kun je me zien. Als ik nog niet gegeten heb, zie je me bijna niet. Mensen denken dat ik boven in een boom zit en me dan laat vallen. Dat is niet zo, ik zit ook lekker verstopt in tuinen en kruip dan omhoog bij de mensen. Dan kan ik lekker eten. Dan zie ik eruit als op deze foto, helemaal dik en rond…

teek1
De ene teek is de andere niet, verschil moet er zijn. Ik ben een bijzondere, ik heb een speciale bacterie bij me.
Moeilijk woord, bacterie. Een bacterie zorgt ervoor dat iemand ziek wordt, en soms zelfs heel erg ziek. Om mijn buik vol te eten moet ik een gaatje in de huid van iemand prikken. Door die prik komt die bacterie in het lichaam van degene die ik geprikt heb. Meestal wordt die persoon dan ziek. Het lijkt of hij griep heeft. Vaak komt er een rode kring op de plek waar ik gebeten heb. Als mensen zo’n rode kring zien, gaan ze meestal naar de dokter. Dan moeten ze pillen slikken en gebeurt er verder niets, saai hoor.
Het wordt echt spannend als mensen niet merken dat ik ze gebeten heb, en als er geen rode kring komt Dan blijft de bacterie lekker zitten. Hij groeit en groeit en dan wordt iemand ineens zomaar ziek. Daar genieten bacteriën van. Ik, als Tejo Teek, weet daar dan niets van, jammergenoeg. Teken worden niet zo heel oud, die maken dat allemaal niet meer mee. Maar nu heb ik een verhaal gehoord van een jongetje dat door mij gebeten is en in het ziekenhuis terecht gekomen is. Ik verbaas me over de macht die je dan hebt als teek uit Twente! Da’s echt kicken! Het is bijna een film en dan geen beste…. Ik heb een jongetje gebeten, maar ik weet niet meer wanneer dat was. Tja, de leeftijd hè.. Dat jongetje had bijzonder lekker bloed, dat weet ik nog wel. Ik heb er echt van genoten. Ik heb een flinke hoeveelheid bacterie in zijn bloed gespoten en dat is lekker gaan sudderen. Het was een hele slimme bacterie, heb ik gehoord. Hij is in een plek gaan zitten waar ze anders nooit gaan zitten. In het hoofd van dat jongetje! Heel bijzonder! De dokter noemde het a-typisch. Moeilijk woord, vind ik. Die bacterie zat dus in zijn hoofd. En heeft daar voor een ontsteking gezorgd, waardoor dat jongetje niet zo goed meer kan zien.
Ik heb gehoord dat dat jongetje nu weer naar huis is gegaan. Dat mocht vandaag. Morgenochtend moet hij alweer terug naar het ziekenhuis, dan krijgt hij weer medicijnen door zijn infuus. Iedere dag moet hij naar het ziekenhuis. Ik weet nog niet hoelang dat gaat duren. Och, dat maakt ook niet zoveel uit, dat ik het niet weet. De bacterie heeft verloren. Dat is voor mij, als Tejo Teek, best wel jammer. Teken houden van winnen. En voor het jongetje? Hij is blij dat hij in zijn eigen bed mag slapen, maar hij is ook nog erg moe en verdrietig….
.

Ik zal er zijn

We blijven maar wachten. De gedachte was dat er gisteren uitslagen van de onderzoeken waren, dit was helaas niet zo. Voor Mart in ieder geval nog een nacht ziekenhuis, en veel onzekerheid voor iedereen. Mart voelt zich niet erg lekker, hij heeft veel last van de bijwerkingen van antibiotica. Sterk spul, die medicijnen. Waarbij het nog de vraag is of dit het goede geschut is. Mart brengt de

bedmart dagen in bed door. Papa of mama zijn erbij. Gelukkig dat dit zo kan. Vermoeiende dagen. De vragen van Mart zijn soms hilarisch voor volwassenen, voor een kind logisch. Zo zat hij zich af te vragen wie dit, zo in het ziekenhuis liggen, toch allemaal betaalde? Moesten papa en mama dat doen? Wie zal dat betalen, een vraag die vaker gesteld wordt en zou moeten worden.

In mijn vorige blogje schreef ik over mijn boosheid en verdriet. Vanmorgen zat ik me af te vragen of ik merk dat God er is. Ik dacht aan een liedje van Sela: Ik ben erbij. Iets wat ik met mijn verstand altijd wel weet, vaak moeilijk vind om te ervaren. Ik heb nooit “godsopenbaringen, of godstekens”. Soms lees ik hierover bij anderen, ik herken het niet echt. Waar ik wel blij van word en troost in kan vinden, is in muziek. Ik werd geattendeerd op een cd van Michael W Smith, en schafte die aan. Mooie muziek, mooie teksten! Een paar morgens achter elkaar werd ik wakker met een lied van Marcel en Lydia in gedachten: Ik hef mijn ogen op naar de bergen…

Vanmorgen werd ik wakker met Sela:  Ik ben erbij. Ik dacht dat het erbij zijn van God voor mij vooral zichtbaar is en wordt door de woorden van mensen. Lieve wensen van mensen. Fijne reacties op facebook, een mailtje, een telefoontje. Bedankt!

Vanmorgen was ik met Mattijs aan het appen, over het verloop van deze dag. We hadden het over de merkbaarheid van God. Hij vertelde dat het lied van Sela een lievelingslied van Mart is. Toen ze zaterdag onderweg waren naar het ziekenhuis, luisterden ze naar dit lied. Mooi, gaaf, die gedeelde troost!

 

De voor en nadelen van een ziekenhuisopname.

“Ja maar oma, waarom ben jij nou boos omdat ik in het ziekenhuis lig?”, vraagt Mart me, nadat ik vertelde dat ik gisteren uit kwaadheid een appelboom gekortwiekt heb. Die stomme appelboom, die maar één appel heeft, deze zomer, waarschijnlijk staat die boom voor het laatst in de tuin.

Mart in het ziekenhuis, niet helemaal onverwacht, toch heftig. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat hij heeft. Wel is duidelijk dat er iets echt niet goed is. Hoofdpijn, last van zijn ogen, de hele zomer met zonnebril op lopen. Om die zonnebril in de Spelerij kwijt te raken. Dat was minder geslaagd. In de afgelopen weken onderging hij verschillende onderzoeken, waaronder een MRI van zijn hoofd. Voor ons kwamen oude films weer boven drijven. Gelukkig was er niets bijzonders op de MRI te zien. Uit een ander onderzoek kwam wel iets naar voren, wat dat is, dat weet nog niemand. Diverse mogelijkheden liggen nog open en moeten nader onderzocht worden. We wachten af met z’n allen.

infuusmart

Meer dan twintig jaar geleden zaten wij als ouders in het ziekenhuis, te wachten op uitslagen van onderzoeken. Nu zitten we ons te verbazen over de enorme verschillen met toen. Door WhatsApp blijven we op de hoogte van alle onderzoeken. Toen moesten we voortdurend op zoek naar een telefooncel in het ziekenhuis, om wat nieuws door te geven. Wat niet anders is, zijn de gevoelens van onmacht. Verdriet dat zo ontzettend vermoeiend is, dat maakt dat er niets uit je handen komt. Pijn om je kinderen en kleinkinderen.

Mart vermaakt zich intussen met zijn tablet, waar hij flauwe filmpjes op zoekt en kan vinden. Hij vermaakt ons en zichzelf met het vertellen van mopjes en raadsels.  Of hij zoekt een filmpje over de MRI op You Tube, om te onderzoeken wat een MRI is. Er waren geen filmpjes te vinden over een ruggenprik, die had hij vanmorgen gehad. Mart zat vanmiddag een lijstje te maken van de voor- en nadelen van een ziekenhuisopname. De stand was fifty-fifty. Tot hij toch vond dat hij naar huis wilde. En niet kon. Gelukkig mag er altijd iemand blijven slapen en doet zijn moeder dat deze nacht.

Intussen kon ik niet goed aan Mart uitleggen waarom ik boos was. Ik weet het zelf ook niet goed. Het voelt zo machteloos, ik wil iets doen, en ik kan niets doen. Boosheid heeft een adres nodig. Op wie ben ik boos? Of is het niet wie maar Wie? Ik kan het niet goed volgen waarom dit gebeurt. Voor mijn  gevoel is het teveel, te zwaar,  te…? De wereld om ons heen staat in brand. Onze eigen kleine wereld wordt weer eens door elkaar geschud. God is sovereign, is de titel van een lied dat ik vanmorgen deelde. Ja, ik weet het, dat het zo is. En toch…

Belofte maakt schuld.

Vorige zomer zouden we al een dagje weg gaan: Mart & Stijn, opa & oma. Het kwam er niet van, wij op vakantie, zij op vakantie, weer aan het werk… Aan het begin van deze vakantie vroeg Stijn al of het nu toch wel door kon gaan. Ja Stijn, het gaat deze keer door. En toen was het zomaar alweer de laatste week van de schoolvakantie. Zondag at de hele familie bij ons, en nogmaals vroeg Stijn of het nog zou lukken een dagje weg te gaan. (we hadden al vrij genomen en met hun papa en mama overlegd). Het grappige was dat ze mochten kiezen waar ze naartoe wilden. Uit een mond klonk het: de Spelerij.

Dat vonden we verrassend en leuk. Dit was nog leuker:

OLYMPUS DIGITAL CAMERA En zo gingen we gisteren op pad, op weg is beter. De plaatsen in de auto werden verdeeld, in alle eerlijkheid. Ik begon te haken, (goededoelendeken), en de jongens wilden vingerhaken. Dat kon. De een was de hele weg ermee bezig, de ander wist na vijf minuten wel weer hoe het moest en ging z’n eigen dingetjes doen. (hoe deden wij dat vroeger toch, toen er nog geen beeldschermpjes waren?)

Het was niet erg druk en vol in de Spelerij. Dat is het, gelukkig voor ons, nooit Zo ongeveer de hele dag waren de broers in de Uitvinderij te vinden. (een grote loods, waarin van alles geknutseld kan worden.) Er werden weer boten van piepschuim gebouwd, gefiguurzaagd, van plexiglas mooie dingen gemaakt. Dat laatste is erg lastig om te doen, merkte ik.

 

We zaten buiten te lunchen: stokbroodjes. (stukjes brooddeeg om een stokje, boven een vuurtje gebakken). We zaten in de zon en raakten in gesprek, over de verschillen tussen de broers. Die zijn duidelijk aanwezig. De een herinnert zich dit van een vakantie en de ander heel andere dingen. Grappig om opnieuw te merken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Om vijf  uur ging de toko dicht. Eigenlijk best te vroeg, vonden ze. Daarna gingen we nog naar een pannenkoekenbakkerij. Het aantrekkelijkste voor hen was daar de muntjes die je bij een pannenkoek kreeg. (die opa en oma mochten betalen, een heel erg slim systeem). Wel lastig dat ze weer moesten kiezen: wat zoek ik uit voor die muntjes? De een zocht iets leuks uit voor jongste broer die thuis gebleven was, de ander vermaakte zich op de terugweg uitstekend met een rubberen beestje, waar je veel avonturen mee kunt beleven.

Op deze foto hebben ze allebei nog een zonnebril. De donkere bril is helaas spoorloos verdwenen in de loop van de dag.

De Spelerij blijft voor ons een aanrader, tenminste een “pretpark” dat opa en oma kunnen bijbenen! Het is bijzonder te zien waar de speelgoederen van gemaakt zijn: kruiwagens, bedspiralen, telefooncellen (oma wat zijn dat?), en nog veel meer. Veel energie wordt opgewekt met zonnepanelen. Tegelijk wordt er heel erg veel materiaal gebruikt/ verbruikt. Veel hout, papier, plastic, piepschuim, etc. En dat materiaalgebruik hebben wij gisteren een beste bijdrage geleverd!

Worden als een kind

Vandaag was oma-dag. Vroeg m’n bed uit, om op tijd bij de kinderen te zijn. Nog net dat laatste stukje ochtendstress meepakken. Nog anderhalve dag school, dan is het vakantie. Mees was erg moe, het eerste stukje schooltijd was pittig voor hem. Hij gaat nu nog halve dagen, om twaalf uur mocht ik hem ophalen. We aten een broodje, nou ja, twee dan. Floor deed vrolijk mee, ook zij had trek. Daarna mocht Floor slapen, Mees niet. (klinkt een beetje streng, maar anders ligt hij tot tien uur ’s avonds wakker) Mees wakker houden (en mijzelf erbij) is een kunst op zich. Televisie kijken is leuk, maar slaapverwekkend.

Vanmiddag had hij veel zin in snoep. Dat werd dus zeuren om een snoepje. Het werd een soort wedstrijd in volhouden, voor ons allebei. Uiteindelijk hield hij stil. Niet omdat hij in slaap viel, hij begreep dat er (nog) geen snoep kwam. Hij was even stil, kwam lekker tegen me aan zitten en zei: “Oma, ik vin jou lief”. (wat overigens nog geen snoep opleverde).

Het raakte me. Ik had verwacht dat hij boos of gefrustreerd zou zijn omdat hij niet kreeg wat hij wilde. Maar nee, de knop ging om, het was klaar voor hem, hij kon weer lief zijn en gaan spelen. Zo kan het dus, tijdelijk gefrustreerd zijn, dit vergeten en overgaan tot iets anders. Hoe anders is dat vaak bij mij. Wat iemand mij “aangedaan” heeft, weet ik tot in detail te reconstrueren. Ik krijg het voor elkaar om iedere keer de bijbehorende gevoelens te ervaren. Vergeten? Onbevangen opnieuw met de veroorzaker van mijn “leed” in gesprek gaan? Onmogelijk. Kijken door de ogen van Jezus naar de ander? Zielsgraag zou ik het willen, het lukt lang niet altijd. Loslaten en overgeven aan God? Wie kan het me leren?

 

Kijken en zien

Donderdag was mijn ‘oppasdag’. De eerste dag dat Floor alleen thuis was, grote broer Mees gaat ook al naar school. Voorlopig alleen ’s morgens, zodat hij ’s middags nog een flinke dut kan doen en de dag op een beetje redelijke manier door kan komen. Mees gaat met plezier naar school en heeft zijn plekje in de groep gevonden. Zijn dut leverde enige strijd op: eerst wilde hij niet slapen, vervolgens kostte het veel moeite om weer wakker te worden.

Dit was de week voor moederdag, dan kan niemand ontgaan zijn. Op school werd er hard gewerkt aan mooie kado’s. Vrijdag mocht Mees het mee naar huis nemen. Ik vroeg hem wat hij gemaakt had en er volgde een uitgebreide beschrijving. Uit privacyoverwegingen kan ik daar nu niet verder op ingaan. Wel zei hij dat mama wel naar het kadootje mocht kijken, maar dat ze het niet mocht zien… Hij wist precies wat hij bedoelde en hoe hij het bedoelde, kon het niet verder uitleggen.

Ik vond het een fantastische omschrijving: wel kijken maar niet zien. Volgens mij iets wat we heel vaak doen! Hoe vaak kijken we ergens naar, of naar iemand, zonder werkelijk te zien? Misschien geldt dit ook wel voor horen en luisteren. Vaak horen we iets en luisteren niet echt.

Ik merk dat het zien en kijken bij mij nogal eens bij Bijbelteksten voorkomt. Sommige teksten heb ik al vaker gelezen en ik denk ze te kennen of begrijpen, en dan kan soms ineens iets binnenkomen en landen. Deze week zat deze tekst in mijn mailbox: uit www.tijdmetjezus.nl

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. (Romeinen 5:5)

Ineens zag ik dat de liefde van God al in ons uitgegoten IS. Waardoor we een bron van liefde in ons hebben. Opnieuw realiseer ik me dat iets al IS, en niet nog hoeft te komen.

Ineens zag ik het!

“Onze bijeenkomsten”, urban expression

Vandaag liep alles een beetje anders dan gedacht. Kleinzoon zou met opa gaan vissen en dan daarna bij ons logeren en morgen bij ons blijven. Opa werd ziek, het vissen ging niet door. Dat was een tegenvaller voor kleinzoon, die zich erg op het vissen verheugde en erg nieuwsgierig was naar onze zondaginvulling, die nogal veranderd is sinds vorig jaar….

Tja, dan ga je wat bedenken als oma. Het werd een film, vanmiddag. En dan voor twee kleinzonen. Daarna een authentieke zaterdagmaaltijd bij ons en dan weer naar huis. De film die door mij gekozen was, deed mij een beetje denken aan the lord of the rings, in kinderversie. Het goede dat het kwade overwint. Grote legers, bijzondere reis, dat soort dingen. Dit alles in 3D, voor mij totdat kleinzoon twee zijn bril kwijtraakte. Een bril die we na afloop onder zijn stoel terugvonden….

Na afloop van de film wilde kleinzoon twee toch graag naar huis, hij voelde zich niet zo lekker. De film was ook best spannend, lag het daar aan? Hm, hij gloeide als een kacheltje.. nog een zieke, helaas. Zijn zusje had de afgelopen nacht al liggen spoken, maar ja, als je anderhalf bent en een oorontsteking hebt, is dat niet zo vreemd. Dus kleinzoon twee naar huis gebracht. Oudste kleinzoon bedacht dat hij dan toch wel mee wilde en wilde logeren. Want ja… die kerkdienst van ons… met brunch… dat lokte hem wel!

Op weg naar ons huis kwamen zijn vragen. Wat doen jullie dan? Waarom doen jullie dit? Wat we doen was makkelijk te vertellen.  Lezen, zingen, luisteren, eten… Daarna de vraag waarom? “Omdat we graag willen dat steeds meer mensen horen wie de Here Jezus is”, luidde mijn simpele antwoord. Dat vond hij volkomen logisch: “O ja, natuurlijk, oma. De Here Jezus heeft gezegd dat iedereen moet weten dat Hij er is”. Hij wist er nog een soort van bijbeltekst bij te noemen.

“Ik hoop dat heel gauw iedereen over de Here Jezus hoort, want dan kan Hij terugkomen, en dan is er nooit meer verdriet. En oma, dan worden alle dode mensen weer levend… ik ben zo benieuwd hoe Emma er dan uit ziet!”.

Hm, dat Jezus terug kan komen als iedereen over Hem gehoord heeft, dat is niet onze drijfveer. Zijn andere opmerking, dat het logisch is waar wij mee bezig zijn, trof me. Tuurlijk ga je aan de slag om mensen over Jezus te vertellen! De vanzelfsprekendheid deed me goed.

Morgen mag hij mee, naar iets wat voor hem totaal anders is dan anders. Eerst samen komen als team, om te zingen en te bidden en te lezen. Daarna de brunch bij Hiernaast. Hopelijk komen er gasten, mensen uit de wijk. Hopelijk kunnen we in gesprek met hen. In gesprek over wat ons drijft. Over Wie ons drijft. Nog een nachtje slapen…..

Ken je mij?

 

Vandaag is het 23 februari. Een datum en dag om  nooit te vergeten. Levens werden door elkaar geschud en veranderden voor altijd. Het niet hier op aarde mogen leven van Emma blijft heftig. De dag van Emma was een zondag, net zoals nu, dat maakt dat herinneringen dichterbij komen, in de zin van: dat gebeurde op maandag, dinsdag, etc. Het zijn herinneringen aan de gebeurtenissen uit die tijd.

Lied 518 uit opwekking is onlosmakelijk verbonden met deze tijd. Een lied met psalm 139 als basis. God die ons kent, en ook Emma kent zoals wij haar nooit hebben kunnen kennen.

Een psalm die in de afgelopen dagen eveneens voorbij kwam, op een bijzondere manier, namelijk in een lied dat door Huub Oosterhuis geschreven is. Bekender in de uitvoering van zijn dochter, ik vond deze erg mooi.

 

 

Page 3 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén