Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Page 1 of 13

Gewone genade

Vakantie tijd is voor mij (ook) leestijd. Op de een of andere manier lukt het me niet zo goed meer om te lezen als ik volop in werk en andere activiteiten zit. (goed voornemen: meer lezen)

In de afgelopen week las ik het boek “Gewone genade”, geschreven door William Kent Kruger. In het voorjaar werd mijn nieuwsgierigheid naar dit boek gewekt door een artikel in het Nederlands Dagblad. De (christelijke) uitgever schreef in een essay dat hij dit boek wilde uitgeven, en dat er in gevloekt wordt. Die vloeken waren een punt van overweging voor hem. Weglaten? Andere woorden bedenken? Uiteindelijk is het boek, inclusief vloeken in het nederlands verschenen.
Ik besloot me niet te weerhouden door het taalgebruik en het boek te kopen en lezen. Vorige week in begonnen, gisteren uitgelezen. Een bordje niet storen had ik niet nodig.

Het verhaal speelt in 1961 in de staat Minnesota in Amerika.Het beschrijft het verhaal van een zomer in een klein stadje. Een stadje waarin veel gebeurt. Er vallen doden, door diverse oorzaken. Het boek gaat vooral over het gezin Drum: vader, moeder, drie kinderen. Twee zonen, een dochter. Eigenlijk vind ik het lastig om hier al een en ander over het verhaal te vertellen. De schrijver van dit boek schrijft hoofdzakelijk thrillers. Dit boek leest als een thriller maar is het niet.

Het vertelt een geschiedenis over een gezin. Een verhaal over rouw. Het gaat over hoe je met God omgaat in zeer zware dagen. Hoe een gezin kan breken door verdriet. Uiteindelijk is het geen hopeloos verhaal. Het eindigt positief. En dat is wel een beetje een kritiek puntje: het positieve kwam voor mij wat te snel.

In een recensie las ik dat de hoofdpersonen té wijs zijn voor hun leeftijd, hun gesprekken “kloppen” niet.  (ze zijn 13 en 11 jaar). Feitelijk klopt deze kritiek, terwijl ik juist genoot van de fraaie en wijze oneliners die ze tegen elkaar zeiden. Er zaten mooie wijsheden in de gesprekken verstopt. Wijsheden waar ik van genoot.

Wat betreft het vloeken: ja, er wordt in gevloekt. En op een bladzijde, tamelijk in het begin, werd veel gevloekt. Zoveel dat ik dat echt over de top vond. Zoals het verder in het boek voorkomt/ gebruikt wordt, vond ik het een soort ‘functioneel’ om het op deze rare manier te zeggen.

Tenslotte. Vorige week was er op televisie veel aandacht voor homoseksualiteit. Ik heb twee documentaires teruggekeken: “De kast, de kerk en het koninkrijk” en “Ik ben er geen, ik ken er geen”. Beide indrukwekkend, beide tot nadenken stemmend. Wat mij in een van beiden opviel, was dat een man zei dat hij als homo voortdurend bezig was (geweest?) te kijken hoe andere (hetero) zich gedragen. Dat hij zijn eigen gedrag daarop afstemde. Alles om maar niet op te vallen. Uit angst voor? Het oordeel van anderen?

Ook in dit boek komt iemand uit de kast, om het zo te noemen. Deze persoon zegt: “Mijn hele leven kijk ik al naar andere jongens om te zien hoe ik me moet gedragen. Ik zeg tegen mezelf: “zo loopt een jongen. Zo praat een jongen. Zo kijkt een jongen niet aan andere jongens”. (ook) in dit boek zegt de dominee: je bent een kind van God. Iets wat ik maar voor een deel in de documentaires hoorde/ meekreeg. Daar hoorde ik behalve aanvaarding ook veroordeling.

Samengevat: ik heb genoten van dit boek, ben er (weer) door aan het denken gezet en heb af een toe een traan gelaten. (huilen om een boek was lang geleden)

Dagje New-Wine

Deze week wordt de New-Wine zomerconferentie weer gehouden, opnieuw in Liempde. Vorig jaar lukte het niet om er een dag naartoe te gaan, dit jaar wilden we toch erg graag wel gaan. Zo zaten we gisterochtend al om kwart voor acht in onze auto.

We waren mooi op tijd voor de ochtendviering, toch wel het mooiste begin van een NW-dag. Al werd ik deze keer niet zo heel erg geraakt door de muziek, vooral omdat ik die niet (goed) kende. De spreekster,Miriam Swaffield,  komt uit Engeland, zij werkt daar vooral onder jongeren, om Gods goede nieuws te vertellen.

Ze nam Lucas 10  tot  vers 1 tot 21, als uitgangspunt voor haar verhaal. De uitzending van de 72. Met daarbij de opdrachten die de Here Jezus geeft. We vonden het een mooie inspirerende enthousiaste toespraak. Een toespraak die aan het werk zet, en tegelijkertijd de kracht en het werk bij God laat.

Vervolgens volgden we een seminar van Jo Herbert, een eveneens engelssprekende mevrouw, werkzaam bij Tearfund. Haar titel was: wat zegt de Bijbel over onze zorg voor de schepping? Natuurlijk beland je dan al snel bij de eerste hoofdstukken van Genesis, waar de mens de opdracht krijgt de aarde te bebouwen en bewaren. Zij noemde echter ook nog een aantal andere bijbelgedeeltes, bijvoorbeeld het boek Leviticus, waar het over offers en priesterschap gaat. Doorgaans niet de meest favoriete bijbelgedeeltes. Ze zette me erg aan het denken over dit bijbelboek, ik wil daar verder over na (gaan) denken.

Jo liet grafieken zien over de hoeveelheid CO2 die we uitstoten. En over hoe we met de aarde omgaan: 29 juli is de hoeveelheid grondstoffen die “we” voor een jaar beschikbaar hebben, al opgebruikt voor dit jaar. Misschien denken we dat we lenen van volgende generaties, uiteraard is dit geen lenen maar stelen. Ik vond het een pittige en confronterende workshop. Zo confronterend dat ik besloot haar vervolgworkshop over een leven zonder afval, niet te volgen…. Het viel me op dat er op New Wine best veel aandacht is voor duurzaamheid. Als je je eigen mok meeneemt voor koffie ed. krijg je korting. Er zijn papieren bekertjes, ipv plastic. Afval wordt gescheiden ingezameld. Op het programma staan meer workshops over duurzaam leven.

Daarna volgden we een seminar van Michelle van Dusseldorp,psycholoog en theraput,  over burn-out raken in het Koninkrijk. De hoofdmoot was wel de burn-out in meer algemene zin. Zonder te beweren dat ik burn-out ben kan ik wel zeggen dat ik wel het een en ander uit haar verhaal herken. Behalve herkenning, is het altijd leuk en boeiend om naar Michelle te luisteren.

Aan het einde van de middag hoorden we een lezing van Jan Wolsheimer, voormalig voorganger in een CAMA gemeente, tegenwoordig voorzitter van Missie Nederland. Zijn verhaal had als titel: ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar maken in de kerk. Een helder verhaal, dat toch ook nog best wel veel vragen opriep. Waar ruim de gelegenheid voor was om die te stellen.

En zo was het alweer vijf uur geworden. Het was zo een volle dag.Bovendien een bijzonder warme dag. Een weerrecord sneuvelde en het volgende record was maar een dag geldig.

We besloten om de avondviering niet meer bij te wonen, onze hoofden waren vol! Niet alleen door alle boeiende verhalen, ook door alle leuke ontmoetingen! Mensen uit ons eigen stadje die we al lange tijd niet gezien hadden. Familieleden waar ik doorgaans alleen digitaal contact mee heb. Medegemeenteleden. Heel fijn!

Op het terrein staat een grote boekentent. Uiteraard moest ik daar (meer dan eens) naar binnen. Boeken, daar heb je nooit genoeg van. Ik keek en keek, kocht uiteindelijk niets. Nog teveel ongelezen boeken in de kast. En ja, ik moest toch ook wel denken aan de toespraak van Jo Herbert. Bedacht dat boeken lenen ook een optie is, of via Marktplaats kopen. Wat me ook opviel in deze boekenwinkel was de enorme hoeveelheid verschillende bijbels. Zoveel soorten, zoveel vertalingen, voor zoveel verschillende doelgroepen een ‘eigen’ bijbel. Iets waar ik vrolijk zelf aan meedoe, met mijn bijschrijfbijbel, verschillende vertalingen en kerk- en gewone bijbel…. minderen en zuiniger leven, dat vraagt nog heel wat meer bewustwording!

Thuisgekomen moest ik toch echt nog de avondviering via internet volgen. Ook voor deze viering was Lucas 10 als tekst gekozen, “toevallig”. Het was fijn om “thuis” dat laatste stuk van het programma nog mee te beleven.

Klagen 2

Ik eindigde mijn blog over de preek over psalm 88 met de vraag hoe om te gaan met verdriet?

Echt troosten is moeilijk. Het verdriet van een ander confronteert je met je eigen verdriet. Confronteert met gebrokenheid. Met onvermogen. Je zegt zo gauw dat er toch ook nog wel veel dingen zijn om dankbaar voor te zijn… of dat je je vertrouwen op God moet stellen. Of dat je vooral naar de geweldige beloften voor de toekomst moet kijken. (veel moetjes overigens)

Na de preek zong de dominee een zelf geschreven lied. Hoe kwetsbaar was dit. Een deel van de  tekst:

 Als ik bang ben Heer, en opsta in de ruimte

waar ik eenzaam ben en niet wil zijn-

Is hier een medemens voor mij,

die met me gaat en luistert,

Voor mij Uw liefde tastbaar maakt,

Schenk mij die mens.  

Ik was erg geraakt door de preek en dit lied. Aan de geluiden om me heen te horen, was ik niet de enige. Mijn tranen zaten hoog. Ik dacht dat ik vaak (in mijn werk) een medemens ben voor anderen… en dat ik weleens vergeet dat ik zelf ook die mens nodig heb. Ik voelde me erg klein. Merkte eens te meer dat ik God zo nodig heb. Realiseerde me weer eens dat er best veel is gebeurd in de afgelopen jaren. Dat een vertrouwde plek toch niet meer de goede plaats voor ons was. Dat ik me daardoor best ontheemd voelde. Zoveel gevoel, gedachten, emoties daverden door mijn hoofd.

Toen ik de kerk uitliep was er een lieve zus die me wat beter kent en zag dat ik verdrietig was. Ze vroeg ernaar. En ik, ik had geen antwoord. Wist alleen dat mijn verdriet hoog zat. Maar was onmachtig iets te zeggen. In de hal van de kerk werd koffie gedronken en geschonken. Dat trok ik niet en we gingen snel naar huis.

Eigenlijk had ik geen zin aan alle mensen om me heen, terwijl ik wel de behoefte had aan die arm, of misschien juist wel aan een gebed. Dat bidden kon thuis, gelukkig. Ik zit/ zat me (samen met anderen) af te vragen of er gelijk na de dienst bij meer mensen behoefte aan samen bidden was. Ligt hier een kans? Maar ook: durven we als medebroers en zussen dit samen te doen? (met daaronder de vraag: hoe veilig voel je je bij elkaar?)

Beide blogs zijn een samenvatting en eigen interpretatie van de kerkdienst van afgelopen zondagochtend. De preek is hier terug te luisteren.

Klagen 1

Afgelopen zondag ging het in de kerkdienst over psalm 88. Het was een dienst die me niet loslaat, ik ben er nog niet over ‘uitgedacht’ en wil hier delen wat me bezighield.

Psalm 88, wie kent hem? Een psalm van de ezrachiet Heman. Een psalm van de korachieten. Het is een van de zeer weinige psalmen die schijnbaar zonder hoop eindigt. In heel veel psalmen gaat het over nood van een mens. In de loop van een psalm verandert de toon vaak van hopeloos naar hoopvol.

Zo niet deze psalm, de laatste zin is: mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd, mijn enige metgezel is de duisternis. In het tweede vers staat: Here God, mijn redder. Er is vertrouwen op God als redder.

In onze tijd proberen we verdriet en ellende te ontlopen. Het leven ‘moet’ een feest zijn. En soms denken we zelfs recht te hebben op een goed leven. Tegelijk is het helder dat het leven niet altijd een feest is.  Soms zelfs nooit een feest.

Ook al leven we in een land  met veel voorzieningen, feit blijft dat voorzieningen vervangers zijn van gemis. Vervangers waar je soms erg je best voor moet doen om ze te ontvangen. Perspectief op herstel op deze aarde is er lang niet altijd.

De gedachte dat het ooit beter wordt, dat we wel geweldige perspectieven hebben, is soms een troost op afstand. Het zeggen dat niets toevallig gebeurt, houdt in dat God weet hoe jouw leven zal gaan en dat je niet uit zijn hand zal vallen. Het kan ook een machteloosheid inhouden: ik kan je niet helpen.

En dan, dan barst je van verdriet of teleurstelling. Je bidt je “binnenstenbuiten” zoals zo mooi gezegd werd. De hemel lijkt dicht te blijven. Er verandert niets aan je situatie, en God lijkt even ver weg als voorheen. Er kan een tijd zijn dat je niets voelt bij alles.

Mag je klagen? God vragen waarom dingen gebeuren, of juist niet gebeuren? Heman, de dichter van deze psalm, noemt God in deze psalm zijn redder. Naar wie hij het uitschreeuwt. In de preek werd verwezen naar 2 Korintiërs 1 vers 8-20:

De zoon van God was immers niet iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost, en daarom is het ook door Hem dat we amen zeggen tot Gods eer.

Christus is de kracht onder onze klacht. Hij heeft meer dan welk mens geleden. Is echt in de steek gelaten door God. Wij voelen ons misschien in de steek gelaten, maar God is er altijd bij.

Je mag klagen bij God, en dat klagen geeft ruimte voor Hem.

Kunnen we als deelgenoten in het verdriet van anderen die ruimte laten bestaan?

Avondmaal en meer.

Vanmorgen vierden we in alle rust avondmaal in onze gemeente.  (= het eten van een klein stukje brood en het drinken van een slokje wijn. Daarbij denk je aan het offer dat de Here Jezus voor jou gebracht heeft. Door dat offer mogen wij vrij tegenover God, en leven als zijn kind)

We hebben veel gezongen, mochten voor de viering naar een preek luisteren en deden dit alles in volle vrijheid. Personen die belijdenis van het geloof hebben afgelegd, mogen het avondmaal vieren. En zij doen dat dan ook. Je viert het avondmaal om te gedenken en om je geloof te versterken. Je viert het niet om daarmee een statement te maken, of om te laten zien hoe goed jij bent.

Een tijdje geleden kocht ik een boek (hetgeen geen nieuws is). Ik kocht het boek: “Goed dat je er bent, een realistische kijk op jezelf”. Een boek dat door een christelijke psycholoog geschreven is, over het onderwerp zelfbeeld. Een onderwerp dat me privé en in m’n werk bezighoudt. Ik was benieuwd naar de christelijke invalshoek over dit onderwerp.

Gelijk in de inleiding van het boek verbaasde ik me al.. de gebruikte bijbelvertaling is de statenvertaling. De schrijfster haakt af als een andere auteur niet separeert en geen onderscheid maakt tussen iemand die echt gelooft en iemand die niet echt gelooft. Verderop in het boek gaat het over niet wedergeboren christenen.

Afgelopen week zag ik op de site van het CIP (christelijk informatie platform) een bericht staan waar het ook over separerende prediking ging:

“Er wordt in verschillende kerken een tweedeling gemaakt tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften. De voorwaardelijke beloften zijn beloften waarbij bepaalde voorwaarden gelden. Denk daarbij aan geloven en tot inkeer komen. Bij onvoorwaardelijke beloften heeft God geen enkele voorwaarde. Daarin geeft God wat wij missen of niet kunnen uit onszelf.” bron: CIP.

Deze manier van denken staat ver van mij af. Dit zijn woorden die ik  niet begrijp. Het lijkt me zo verschrikkelijk zwaar en moeilijk om zo te geloven. Ik vraag me af of je dan niet teveel naar jezelf kijkt en te weinig oog hebt voor Gods liefde en trouw. Aan het avondmaal gaan is bij deze manier van denken, een bijna onhaalbaar iets. Lang niet alle belijdende leden zullen brood en wijn aannemen. Je kunt dat pas doen als je heel zeker weet dat jij een wedergeboren christen bent…

Ook deze week ontving ik in mijn mailbox deze tekst: “De God die heeft gezegd: “uit de duisternis zal licht schijnen” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus” (2 Kortintiërs 4:6)

Hier zie en ervaar ik licht. Licht dat God wil geven. De God die hemel en aarde gemaakt heeft en hiervoor zal blijven zorgen. De God die verrast in zijn schepping, zo zag ik deze mooie bloem, waar ik erg blij van werd!

 

MV en ambt

Gisteravond was er een avond over man-vrouw-ambt in onze gemeente. Daar moest en wilde ik natuurlijk bij zijn. De avond was nadrukkelijk niet als discussie avond bedoeld, puur informatief. Over onze gemeente valt te vertellen dat we sinds 1 januari van dit jaar samen zijn gegaan met de Samenwerkingsgemeente. Die bestaat uit leden van de Christelijke Gereformeerde kerken en uit leden van de Nederlands Gereformeerde kerken.

De eerste spreker benoemde dat er al heel veel is geschreven over dit onderwerp, dat het gevaar bestaat dat het meer van hetzelfde wordt. Hij wees ons onder andere op het boek van ds. Niemeijer, met de titel: “Zwijgteksten, scheppingsorde en geesteswerk”.  De spreker legde dit boekje wat achteloos terzijde. (zo was mijn gedachte). Hij vertelde zijn eigen ontwikkeling over de materie. Er volgde een uitleg over hermeneutiek. Vervolgens ging hij (toch) op enkele bijbelteksten in. Er volgde uitleg over de min of meer bekende teksten uit Timotheüs en 1 Korintiërs 14 en Efeziërs 5. De uitleg had als conclusie dat vrouwen wel diacones kunnen zijn, en geen ouderling of predikant. Dat was volgens hem toch wel de meest schriftgetrouwe uitleg, zo begreep ik. Met daarbij de waarschuwing ons niet door de tijdgeest te laten beïnvloeden.  En tenslotte nog het veelgebruikte argument dat als de Here Jezus vrouwen in het ambt had willen hebben, hij ook wel vrouwelijke discipelen had aangesteld. Ik denk dat Jezus juist wel rekening hield met zijn tijdgeest en daarom geen vrouwen aanstelde bij de twaalf discipelen. Verder blijf ik me dan afvragen waarom vrouwen de eerste getuigen mochten zijn van zijn opstanding?

De tweede spreker nam een andere aanvliegroute; aandacht voor de vraag hoe we de bijbel zien. Is de bijbel een eenzijdig boek, in de zin van: Gods leefregels voor ons. Dan lees je de bijbel vooral met je verstand en is bijbelkennis afhankelijk van de hoeveelheid namen en feiten die je kunt noemen. Geloven kan dan  een verstandszaak worden. Misschien komt dit vooral voort uit de verlichting. De tijd waarin een groot geloof in maakbaarheid en kennis is ontstaan.

Of is de bijbel meer relationeel? Uiteraard betrouwbaar, meer dan een set regels en voorschriften, ook een geschiedenis waarin mensen een rol (mogen) spelen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘advocatuur’ voor Sodom en Gomorra door Abraham, en zo werden er meer voorbeelden genoemd.

Wat dat met het onderwerp te maken heeft? In ieder geval dat het mogelijk moet zijn dat meningen naast elkaar bestaan, zonder af te doen aan de integriteit van de ander. Dat laatste is een forse opdracht. Het komt er op aan elkaar te aanvaarden. Hoe gauw zien we onze eigen mening, die immers op de bijbel gebaseerd is, als waarheid? Waarheidsliefde en verdraagzaamheid zijn twee principes die voor ons besef moeilijk te combineren zijn. Dit zijn zinnen uit een zeer lezenswaardig artikel uit Onderwegonline.nl waar de spreker op wees.

Eerlijk werd benoemd dat het best lastig kan zijn om elkaar te aanvaarden, zeker als je zelf van mening bent dat vrouwen geen ambten mogen bekleden, terwijl het wel in jouw gemeente gebeurt. Onlangs las ik in een kerkblad de vraag: wat als we worden gedwongen tot zonde? (= als vrouwen ambtsdrager worden). Als dit het uitgangspunt is, wordt het wel erg ingewikkeld…

Wat ik leuk vond was dat ook de tweede spreker het boek van ds. Niemeijer noemde en er erg positief over was. We kregen enkele passages te horen. Het sprak me erg aan. Het verhaal van deze predikant was voor mij een verademing en rustgevend. Het geheel werd boven het nietes/welles exegese verhaal getild en dat deed me goed.

Tenslotte…. Dit was een avond waar mannen de hoofdrol hadden. Logisch, predikanten. Wat ik miste was, zonder diep in allerlei emoties te duiken, de vraag wat dit voor vrouwen betekent. Zoals ik al vaker schreef, het lijkt er soms op dat vrouwen alles mogen doen binnen de gemeente, zolang het A-woord er maar niet aan verbonden is. En dat kan soms flink pijn doen.  Ik vraag me af of mannen zich dat realiseren….

Ik denk dat er een bepaalde vanzelfsprekendheid is in het denken over rolverdelingen tussen mannen en vrouwen. Heel veel dingen lijken/zijn “logisch”. In ons onderbewuste speelt dat een veel grotere rol dan we denken. Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een verhaal over hoe Bellingcat (een onderzoekscollectief)  is ontstaan. Lees de volgende zinnen: “oprichter en directeur van Bellingcat is Eliord Ward Higgins. Hij raakte in 2012 werkloos. Hij bleef toen thuis om op zijn kind te passen. Om zijn tijd door te komen, begon hij een blog.” Ooit iets dergelijks over een moeder gelezen? (overigens, ik blog niet om mijn tijd door te komen).

Wie meer wil lezen over M/V in de kerk: Fokke Pathuis houdt een blog bij, waarin hij veel over dit onderwerp geschreven heeft: https://fpathuis.wordpress.com/

 

Wachten

Wachten… kan ik het nog of heb ik het afgeleerd? Geduld hebben? Ik vind het moeilijk.

In de afgelopen week zag ik het eerste deel van een serie van vier documentaires over het leven in een revalidatiecentrum. Net die middag was ik met een van mijn klanten in ons eigen revalidatiecentrum.

Klant en ik waren veel te vroeg en dronken koffie in het restaurant. Wachten tot we aan de beurt waren. Intussen werden we geconfronteerd met veel letsel. Een samengebalde hoeveelheid ellende en verdriet. Die avond keek ik naar Stuk.

In dit eerste deel ontmoetten we Paul, succesvol man en vader, die van ’s nachts van de trap viel en daardoor een dwarslaesie kreeg. Zijn leven bestaat nu voor een groot deel uit wachten. Wachten tot je uit bed kunt. De verzorging in de ochtend kost nu een uur of twee. ’s Avonds weer wachten tot je in bed geholpen wordt. Tussendoor oefenen oefenen en nog eens oefenen, om zoveel mogelijk toch weer te kunnen functioneren. Wachten en afhankelijk zijn…..

In mijn hoofd ben ik nog bezig met de dag naar den Haag. Het zijn in buurt- en kerkhuis Bethel. (Wat een bijzondere combinatie overigens. Volgens mij is dit echt kerk zijn in een wijk). Ik denk nog aan de liederen die we zongen, de gebeden die uitgesproken werden. Ik denk vooral aan het gezin dat daar nu al drie maanden soort van woont. Op vrijdag 25 januari was Hayarpi Tamrazyans te horen in met het oog op morgen. 

In de dienst die ik meemaakte werden een paar verzen uit Johannes 5 gelezen. In deze geschiedenis gaat het over een verlamde man, die al vele jaren ligt te wachten. Te wachten in een soort verpleeghuis, misschien wel revalidatiecentrum. Jezus spreekt de verlamde man aan en vraagt of hij gezond wil worden. Wat een vraag, zou je denken. De man antwoordt: ik heb geen mens om mij in het water te brengen.
Hoe triest is het als je moet wachten en te weten dat er niemand is om je te helpen. “Ik heb geen mens… ” Ik vraag me af of en hoe ik mens kan zijn voor een ander.

“Vroeger” moesten we op school iedere maandag een psalmvers opzeggen. Meestal hadden we dat in de week ervoor geleerd. Uit het hoofd leren was goed, zo dacht men. Inmiddels ben ik twee psalmberijmingen verder, en ken ik niet veel psalmen nog echt goed. Alleen in deze week, met al die “wachttijden” had ik een psalm in mijn hoofd. Eentje uit de oude berijming, ooit op school geleerd:

Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou, mijn God waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? Ik was vergaan in al mijn smart en rouw. Wacht op de Heer, godvruchte schaar houdt moed! Hij is getrouw de bron van alle goed. Zo daalt zijn kracht op u in zwakheid neer. Wacht dan, ja wacht, verlaat u op de Heer. (psalm 27 vers 7)

Nashville

Wat zullen wij dan zeggen? En is er dan al niet genoeg gezegd? Ik heb het over de verklaring waarover op het journaal gezegd werd dat er veel ophef over woedt. (mooi gezegd) Een verklaring die in Amerika is opgesteld, vertaald is en veel opschudding geeft, de Nashville verklaring dus. Een verklaring die veel verontwaardiging oplevert, en ook verdriet. Het is geen praatstuk, het is een statement  en zo is het bedoeld. Hier staan ‘wij christenen’ voor. En als je hier niet voor staat, ben je geen christen, zo lijkt de gedachte die uit het document spreekt.

De omschrijving gisteren in het  Nederlands Dagblad  in het commentaar van Sjirk Kuijper: “Die verklaring is een levensgevaarlijk illegaal stuk vuurwerk dat te vroeg ontploft in het gezicht van de Nederlandse distributeurs”,  sprak mij erg aan. Evenals de column van vandaag, van Reina Wiskerke. Zij begint met de woorden: “Het thema  ” homoseksualiteit en geloof” deprimeert mij” Ik herken dat, dat deprimeren.  Ik lees wat er in de bijbel staat, ik wil graag leven naar de bijbel. Als ik dan Bijbelteksten lees, weet ik niet heel duidelijk of er staat wat er staat en of ik het goed begrijp.

Als ik denk dat God homoseksuele relaties  niet goed  vindt, zit ik dan op Zijn stoel?  En is het niet heel  makkelijk  dat te zeggen als heteroseksuele vrouw, met niet veel homoseksuele mensen in mijn omgeving.Of in ieder geval: ik  ken er weinig.   (of is er zoveel verborgen homoseksualiteit, of heb ik mijn ogen dicht?)

Er zijn grote woorden gesproken, door ondertekenaars en vanuit de samenleving. Een echt gesprek lijkt bijna niet mogelijk. Er zijn rare vergelijkingen gemaakt, vergelijkingen de alle kranten halen. De voorpagina welteverstaan. Een van de bizarste vergelijkingen is inmiddels teruggetrokken. Dat staat waarschijnlijk ergens op pagina 8 ofzo. Het kwaad is al geschied, de monsterachtige vergelijking zal moeilijk uit te roeien zijn. Hoe moe en verdrietig kun je hiervan worden? En wie wordt hier beter van? Hoe kijkt God hiernaar?

Vanmorgen viel mijn amaryllis van de vensterbank, zomaar, een beweging, en daar lag de plant, gebroken. De schoonheid van deze bloem is voorbij. Ik voel me ook wat gebroken, door alle ophef, door alle onbegrip, van beide kanten. Zoveel verdeeldheid, er is slechts één lachende partij die zich vrolijk maakt over alle verdeeldheid.

Inmiddels zijn er veel blogs geschreven over deze verklaring. De moeite waard om te googelen!

Charity Hands

Gezocht:
Een mooi mens die ons vrijwillig of als stagiair wil helpen teksten te schrijven.
Wat bieden we:
* Samenwerken met leuk team.
* Kijkje in de keuken van ontwikkeling/zendingswerk.
* Social media, WordPress & SEO training.
Wat vragen we:
Goede vaardigheid in Nederlandse taal.
Christelijke levensovertuiging.
Min. 2 uur per week beschikbaar.

Deze tekst zag ik een tijdje terug op Facebook staan. Ik zat in de trein en was wat aan het surfen en vervelen. Ik was onmiddellijk enthousiast, ook al ben ik geen stagiair. Ik mailde en dezelfde avond kreeg ik een berichtje terug. Het was een erg enthousiast mailtje,  tot mijn grote verrassing van een ex-collega!

Die ochtend had ik God gevraagd om nieuwe inzichten en bezigheden, nu er een aantal activiteiten voor mij zijn weggevallen. (sinds ons vertrek bij Hiernaast). Diezelfde avond had ik al een soort nieuwe bezigheden! Hoe bijzonder!

Inmiddels is er al veel mailcontact geweest, heb ik mijn ex-collega weer ontmoet, hebben we heerlijk gegeten en gepraat. Er staat een volgende ontmoeting voor volgende week gepland. Dan gaan we verder nadenken en sparren over mijn schrijftaken, en verder afspreken. Ik zie er naar uit!

In de “advertentie”op Facebook werd een kijkje in de keuken van ontwikkelings/ zendingswerk geboden. Ik merk dat er weer een stuk van de wereld voor mij opengaat. Ik zie en ontdek weer allerlei nieuwe dingen! En ik heb (weer) veel om over na te denken.

De eerste blogs uit mijn pen zijn al te lezen… . https://charityhands.org/india/verpleegster-op-grote-hoogte/

 

 

Doop

Vanmorgen gingen we naar de kerk. Iets dat langzaam aan weer lukt, al blijft een kerkdienst iets met veel prikkels. Het is fijn om wel te kunnen gaan en te weten dat we dat in alle vrede en vrijheid kunnen en mogen.

In deze dienst werd een baby gedoopt. Het formulier daarvoor werd voorgelezen. Oude, vertrouwde woorden. Confronterende woorden ook: dat kinderen in zonden ontvangen en geboren worden. Daar wil ik het liefst aan voorbij gaan. Tegelijk het weten dat  die zonden betaald zijn. Wat niet wil zeggen dat er geen zonden meer gedaan worden. Met afschuw zit ik deze dagen naar de beelden uit de eerste wereldoorlog te kijken..

Er was een “kindmoment”. De kinderen mogen dan naar voren komen, alwaar de dominee met hen in gesprek gaat. De toren gevulde schoenendozen was minstens twee keer zo hoog als op deze foto. Daarom was het beter als de kinderen op hun plek bleven.

“Wie houdt er van de Here Jezus?”, was de vraag. Er gingen heel wat kindervingers de lucht in. Achter me hoorde ik een jochie aan z’n vader vragen: “Jij toch ook, papa?” Papa beaamde dat onmiddellijk.

Dat de Here Jezus van jou houdt mogen we de kinderen, en hoop ik ook elkaar, en hoop ik nog meer: ook buiten de kerk vertellen. En dat vertellen kan met woorden en (meer nog) met daden.

Er werd gedoopt, er werd gezongen: het mooie lied van Sela over de doop. Wat een mooi lied is dat toch: “Prijs de Vader, prijs de Zoon en Heil’ge Geest, prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!

Page 1 of 13

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén