Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Pagina 1 van 14

Het eindeloze verhaal dat “vrouw en ambt” heet.

Zondag 8 november 2020: de eerste vrouwelijke dominee binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Almatine Leene werd in Hattem bevestigd. Zij was al een aantal jaren predikant in Zuid-Afrika. De eerste vrouwelijke dominee die binnen de GKv bevestigd werd.  Niet de eerste vrouw die theologie studeerde. Een aantal gereformeerde vrouwen verliet de GKv om in andere kerken predikant te worden. Zij voelden zich geroepen tot het ambt.

In het Nederlands Dagblad van 7 november stond een gesprek met haar. Daarin gaf zij aan het een goed idee te vinden als er gesprekken gevoerd zouden worden met deze vrouwen die de GKv verlieten. “Een excuus daarbij is nooit verkeerd, denk ik”, zo is te lezen. Verder op in deze krant staan interviews met een aantal van deze “kerkverlaters”. De teneur is een beetje dat de meeste van hen excuses niet nodig vinden, maar ze willen erkenning van hun pijn en waardoor die veroorzaakt is. Bijvoorbeeld doordat ze niet aan het avondmaal mochten, zoals een van hen vertelde. De doelstelling moet herstel zijn en dat opent de weg naar de toekomst. In mijn ogen lag het accent niet zozeer op excuses. Toch was dat in de dagen erna de hoofdmoot: “vrouwen willen excuses”.

Het verhaal van Almatine maakte indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: ik hoop niet dat nu alleen mannen gaan reageren om te vertellen hoe dit nu verder moet en ingevuld wordt. Op Facebook kwam ik al snel een discussie tegen. Procedures werden van stal gehaald. Genoemd werd dat excuses niet nodig zijn, immers, deze dames waren ongehoorzaam aan het kerkgezag. Enzo verder. Allemaal mannen. Eerlijk gezegd ontneemt me dat de moed om er zelf iets van te zeggen.

Een en ander bracht wel weer pennen en hersenen in beweging. In een column in het ND  (woensdag 11 november) werd gesteld dat Almatine Leene excuses eiste. Beetje jammer dat dit in die column zo gesteld werd, dat geeft m.i. een vertekend beeld. Ik wil hier de blog van ds. Robert Roth nog noemen, hij schreef een mooie gedachtengang over dit alles. Een laag dieper dan voor of tegen vrouwen in ambten zijn. Maar ook de vraag: hoe verder, hoe met elkaar om te gaan, met deze toch wel grote tegenstelling.

Draag elkanders lasten, zo is de titel van de blog van ds. Roth. Dat zal in de praktijk best ingewikkeld zijn. Want wat houdt dat dan in? Je kunt met elkaar praten over hoe je deze dingen ervaart. Je wilt luisteren. Maar dan? Draag elkaars lasten, betekent dat dat je geen vrouwen in het ambt toelaat, omdat de ander dit schrifkritiek vindt, en tegen Gods wil?. Of sta je het wel toe, met pijn in je hart? Het is een bijna onneembaar geheel geworden.

Vandaag las ik in het Nederlands Dagblad dat er nagedacht wordt over het opnieuw naar de synode brengen van bezwaren tegen de genomen besluiten over m/v ambt. Het is een “nieuw” besluit, dus mag er opnieuw bezwaar gemaakt worden. De synode van Goes, waar nu de bezwaren behandeld zijn, heeft die niet toegewezen. “Dus” is er niet geluisterd. (welke president redeneert ook zo? 😉 )
In datzelfde artikel werd ook gesteld dat een herverkaveling binnen kerkverbanden, of de oprichting van een noodkerk, ook tot de opties horen. Hier worden de lasten dus alleen gedragen, zonder dat wie ook de kans krijgt mee te helpen dragen, je hebt de ander dan kennelijk niet nodig.

Ik word er eerlijk gezegd moe en verdrietig van.

(zonder) woorden

Waar zijn woorden te vinden voor verdriet? Wat te zeggen als je hoort over een vader en moeder die geen ouders worden, wat te zeggen als je hoort van voortwoekerende kanker, wat te zeggen als dementie steeds meer bezit van iemand neemt?

Wat te zeggen tegen de zoveelste corona-patiënt, wat te zeggen bij zoveel somberheid en verdriet, zoveel boosheid, zoveel onzekerheid.

Wat zijn we kleine mensjes, wat zijn we, wat voel ik onmachtig, om me vervolgens af te vragen wat ik dan wel zou willen. Ik vlucht in onbelangrijke dingen: waar vind ik de supershampoo die ik absoluut nodig heb om gelukkig te zijn?

Wat wordt het donker, kil en koud. Koude harten, hete hoofden. Oren die niet meer horen. Ogen die niet meer zien.

Het elkaar niet meer mogen aanraken maakt me zelfs slordig in het groeten, ik vertrek in het voorbijgaan, merk ik.

Gisteren was ik op een stiltedag in mijn  geliefde klooster. De dag was deels binnen, met programma. Deels tijd om zelf in te vullen en ik liep een rondje kloostertuin/berceau. Ik kwam langs een grote stapel die er niet uitzag en sterk rook. Een grote hoeveelheid rottende, gistende appels. Vergane glorie, afgedankt fruit. De zon scheen erop, het waaide een beetje,  eigenlijk rook het erg lekker. Er zat een vlinder op.
Schoonheid op rotheid. Het kan blijkbaar samen gaan.

We hebben ogen gekregen om te kijken, maar vooral om te zien. Proberen de ander te zien, en vooral ook God te zien en te blijven vertrouwen. Ook als het donker is. God zien en elkaar blijven zien en blijven aankijken. Afgelopen zondag zagen we dit filmpje in de kerkdienst. Ik kan het niet met droge ogen zien….

 

Nieuw Sion

Vrijdagochtend, ik word wakker van een onbekend, irritant geluid. O ja, de wekker… Een geluid dat ik niet vaak meer hoor en onaangenaam blijft, zeker als ik (al) het om half zeven hoor.

Ik hijs mezelf het bed uit en heb(toch) zin in deze dag. Vrijdag is Nieuw Siondag! Sinds eind mei gaan allernaaste en ik iedere week naar Diepenveen, waar dit klooster staat. Sinds ongeveer  2016 bestaat het als Klooster Nieuw Sion, tot die tijd was het abdij Sion. Er woonden nog maar een paar monniken, zij vertrokken naar Schiermonnikoog. Een klooster vol spullen achterlatend. Een groep mensen wilde graag dat het klooster bleef bestaan. Niet als toeristische trekpleister, wel als een plek waar je God, de medemens en de natuur kunt ontmoeten. Er is een woongemeenschap van jonge mensen, er is een getijdengemeenschap, die zorg draagt voor het doorgaan van de getijdengebeden en er is de werkgemeenschap waar wij deel van uitmaken: de vrijwilligers. Nieuw Sion biedt mooie programma’s aan. Stilte dagen, retraites, er is van alles te beleven. (gewoon beleven, niet gaan doen!)

Vanaf het begin had ik steeds in mijn hoofd: ik wil daar iets, maar… nog aan het werk, de afstand, en nog meer van dat soort beren en andere beesten op de weg.

Stoppen met werken, corona, er gebeurde van alles in ons leven. Op een zondag zat ik wat te pieren op Facebook en zag een aantal vacatures op Nieuw Sion voorbijkomen. (een klooster op de socials!). Men vroeg een administratieve ondersteuner voor de directie, een archivaris, een vrijwilligers aanspreekpunt en ook nog een fotograaf. Ha! Dat was wat! Ik vertelde allernaaste over deze vacatures. Meestal hoorde hij mijn kloosterverlangens aan, en had niet diezelfde gedachten als ik daarover had. Echter, hij had zich al aangemeld als fotograaf voordat ik uitgedacht was over de veelheid aan mogelijkheden.

Lang verhaal kort: we zaten nog diezelfde week aan tafel bij de directie van Nieuw Sion. Toen bleek dat behalve fotograferen lassen ook nog een vaardigheid van allernaaste was, was hij nog meer welkom. Ik ben begonnen als administratieve ondersteuner. Inmiddels ben ik ook aanspreekpunt voor vrijwilligers geworden. In gesprek gaan met mensen die vrijwilliger willen worden, proberen wat wegwijs te maken, gesprekken voeren, dat zijn zo ongeveer mijn taken. Er zijn al heel wat foto’s gemaakt, zowel van het gebouw als van alle vrijwilligers. Iedere vrijdag is klusdag. Er is genoeg te doen. Er is een grote moestuin waar heerlijke groenten groeien, er is een grote binnentuin. Die groenten zijn zo lekker! Iedere week neem ik wel wat groenten mee.

Het gebouw is oud, er is veel onderhoud nodig. Nieuw Sion herbergt een woongemeenschap, voor hen is woonruimte gemaakt in het klooster. In de afgelopen jaren is een gastenverblijf gerealiseerd. Het is de bedoeling dat er nog meer gastenkamers komen. Kortom, plannen te over. Iedere vrijdag wordt er hard gewerkt.  Niet alleen gewerkt, ook gebeden.

In het klooster worden de getijdengebeden in ere gehouden. Tegen twaalf uur wordt de klok geluid, en om twaalf uur is het gebed. Zingen (doen we heel zacht) bidden, stil zijn. Het is supermooi om mee te maken!

Om een uur of twee, drie rijden we weer naar huis. Meestal met een vol hoofd en een blij hart. Thuis worden de foto’s uitgewerkt, mensen daar al dan niet blij mee gemaakt. En heb ik iedere dag mails te beantwoorden, of nog dingen uit te werken. Geen straf om daar mee bezig te zijn, integendeel.

We zijn superblij met deze mooie plek (echt een aanrader!), de mensen, de nieuwe contacten, het voelt als een deken in deze barre tijden.

Gemeentewandeling

Al maanden zijn er geen gewone kerkdiensten, volgen we diensten via internet, of zijn we zo af en toe wel in de kerk. Dan is niets meer zoals het was, met afgezette plekken, niet zingen en andere dingen anders dan anders. In deze maanden heb ik me regelmatig afgevraagd in hoeverre ik de diensten nu echt miste. Het antwoord op die vraag was verschillend. Soms mis ik het wel, soms denk ik: het is regelmatig gebeurd dat ik niemand sprak bij de kerk. Ik zie de mensen, groet een ieder die ik tegenkom en vaak blijft het daarbij. Dat maakt het verlangen om in het echt naar de kerk te gaan niet groter. Tegelijk wordt het ook een soort cirkel. Ik ga niet omdat, waarom zou ik gaan, wie mis ik, wie mist mij?

Afgelopen zondag was de ‘startzondag’ van het nieuwe seizoen. Een kerkelijk werkseizoen waar in wel weer dingen worden opgepakt maar toch ook veel dingen nog niet kunnen, of in ieder geval niet zoals we  het gewend waren. Er was een ‘gewone’ ochtenddienst en ’s middags een gemeentewandeling. Honderdvijftig mensen deden mee. We waren in groepen ingedeeld en kregen een route beschrijving mee.

Behalve een routebeschrijving kregen we de zegen mee. Dat was mooi!. Vervolgens gingen we echt op weg, een groepje mensen dat elkaar niet echt kende. Er waren een aantal rustpunten onderweg waar we een ‘opdracht’ mochten uitvoeren: we zongen een lied, we lazen een gedeelte uit de bijbel, en wel dit:

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar: ze hadden de deuren afgesloten. omdat ze bang waren voor de joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: “Ik wens jullie vrede!” Nog eens zei Jezus: “Ik wens jullie vrede. Zoals de Vader mij uitgezonden heeft, zo zend ik ook jullie uit” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”

Dat gedeelte lazen we, om er een aantal meters later een overdenking over te horen. Een preek in de open lucht. Ik heb zelf de neiging om een bijbelgedeelte te lezen er (even) over na te denken en dan is het ‘klaar’. Hier werden we uitgedaagd om verder te denken. Het is niet alleen de opdracht voor de discipelen, net zo goed voor ons. Vergeven, ik vind het vaak  zo moeilijk.

Bij een volgend rustpunt mochten we verder werken. Nadenken over wat de gemeente nodig heeft, nadenken over wat jij van de gemeente zou willen ontvangen, nadenken over wat jij kunt en wilt geven. Vragen en mogelijkheden te over. De ideeën hierover konden we op de welbekende gele papiertjes kwijt.

We maakten nog een selfie van de groep, (wat ongetwijfeld dan anders heet), we liepen nog weer een stuk verder, hadden plezier met elkaar, en bereikten de kerk weer. Daar zongen we elkaar een zegenlied toe. Mooi om je stem weer eens in de kerk te gebruiken! Dat smaakt echt naar meer.

Al met al een mooie wandeling! Met leuke ontmoetingen, die ontmoetingen gingen ook na de wandeling nog door bij de koffie en de thee. Fijn om elkaar weer te zien en te spreken. En bedankt voor de organisatie!

Geluk

Als ik auto rijd heb ik meestal de radio aan, radio 1 is de favoriete zender. Nieuwsflitsen, beetje muziek. Van de week hoorde ik een gesprek met een geluks expert. Geluksprofessor, staat op zijn website. Hij vertelde dat er maar twee dingen zijn om gelukkig(er) te worden: je gedrag veranderen en je gedachten veranderen

Wat een geluk dat het zo simpel is! Even anders denken en doen en je bent gelukkig… En als je niet gelukkig bent, jammer dan, moet je maar anders denken. Dan heb je geen succes en heb je toch wel gefaald. Is dat niet een beetje zoals vaak gedacht wordt? Het eigen schuld, dikke bult? Al realiseer ik me best dat je gedachten grote invloed hebben op je gevoelens. “Het is zoals het is, Margé”, zei een van mijn klanten vaak. Om vervolgens moedig door te gaan met leven. Dat is zeker helpend. Doorgaan, leven met dat wat er is. Zonder last te hebben van de dingen die er niet zijn.

Mensen kunnen afgerekend worden op het succesvol zijn. Of op het gegeven dat ze dat niet zijn, maar falen. Falen hoeft niet een gevolg te zijn van niet slim handelen. Het is heel vaak zo dat de een meer kansen en mogelijkheden heeft of krijgt dan een ander. Dat begint al met waar je wieg staat, wat voor opvoeding je krijgt. Iedere stap kan een stap naar het goede zijn of naar het mindere.

Hoe kijken we naar mensen die (in onze ogen) minder succesvol zijn? Lopen we hen voorbij, of willen we juist graag helpen? Iemand schreef op facebook: ik geef veel liever dan dat ik ontvang, dat kan ik niet zo goed. Ook dat zette me weer aan het denken. Hoe werkt dat dan? En als je ontvangen moeilijk vindt, kun je dan wel de liefde en genade van God ontvangen? Of geef je God liever je goede daden? Open handen, ze zijn soms best moeilijk, ik herken het wel.

Het kan je een goed gevoel geven om te geven. Het streelt je ego. In het Nederlands Dagblad las ik een column over geven en ontvangen in corona tijd. De aanbiedingen voor hulp vlogen de lucht in en er was bijna geen vraag. Durven mensen geen hulp te vragen, ben je dan te afhankelijk? De uiteindelijke conclusie van deze column was dat het niet om hulp vragen, of hulp geven gaat, maar om de verbinding. Voel je je werkelijk verbonden met elkaar?

Ga op zoek naar dat wat je verbindt met die “falende”ander en zoek samen een weg. Een weg waarin je elkaar tot een hand en een voet kunt zijn. Steek dan ook je hand uit als je iets van een ander nodig hebt, zodat een ander je hand kan vasthouden. Nou ja, figuurlijk dan, in deze tijden!

 

Achterom kijken

In de afgelopen week was het twintig jaar geleden dat een wijk in onze stad in de as werd gelegd. Een opslagplaats voor vuurwerk ontplofte, waardoor is nooit opgehelderd. Drieëntwintig mensen stierven door deze brand, zo’n duizend mensen raakten (lichamelijk) gewond. Die dag was een stralende dag, het was erg warm, straten en terrassen waren vol. Doordat zoveel mensen al buiten waren is het aantal slachtoffers relatief laag gebleven. De vuurwerkramp is en blijft een grote wond in de stad, ook al is de wijk herbouwd en lijkt het of het leven is herpakt.

Voor ons was de ramp schokkend, we weten allen in ons gezin nog wat we deden op het moment van de ramp.De angst en de paniek heeft alleen allernaaste deels meegemaakt. We waren daar in de buurt aan het wandelen en hij wilde ‘even’ een brand zien, toen de rookwolken zichtbaar werden. Overige beelden kennen we van de tv. De stille tocht liepen we als gezin mee.

Maar dichterbij dan dat kwam het niet. Een paar dagen later werd onze aandacht naar binnen gekeerd, doordat een van de zonen ernstig ziek bleek en met spoed in het ziekenhuis werd opgenomen. Uiteindelijk viel de diagnose mee, een relatief onschuldige ziekte die door een erfelijke bloedafwijking zeer versterkt werd. Dit werd pas na een week duidelijk, en als er in de eerste dagen alleen maar onderzoeken gedaan worden die een dodelijke ziekte uit kunnen wijzen, dan zijn dat barre tijden. (het is allemaal goed gekomen en met die bloedafwijking valt prima te leven)

Voor ons is zo de vuurwerkramptijd een dubbele tijd. We keken deze week naar een documentaire. (na de klap). Behalve dat was er niet zo heel veel te zien en mee te maken omdat de herdenking in zeer kleine kring moest.

Het tweede terugkijken was gisteravond. Het afscheidsconcert van Elly en Rikkert Zuiderveld. Na vijftig jaren in het vak, is het tijd om te stoppen. We hadden kaarten voor een van de afscheidsconcerten. Die niet doorgingen. Internet is onze grote vriend in coronatijden, en daardoor konden we alsnog kijken. Wat een mooi en bijzonder concert. Wat een mooie en bijzondere mensen is beter. Muziek met een lach en een traan, vlijmscherpe teksten soms. Ik was geraakt en ontroerd door de mooie teksten, warme muziek, warmte in en bij de begeleidingsgroep.

Elly en Rikkert, ik geloof dat ik hun muziek al kende voor ze tot geloof gekomen waren. Daarna heb ik hen deels gevolgd. De kinderliedjes zijn het meest bekend voor mij. Al fietsend zongen jongste zoon en ik “Jezus is de goede herder”. Oude tijden, mooie tijden. Ik merkte gisteravond dat ik een tijd uit hun carrière gemist heb, hoorde ineens liedjes die ik niet kende. Zo wordt een afscheid een hernieuwde kennismaking! Het voelt als een afsluiting van een tijdperk. Een afscheid. Met een traan.

Kerk en corona

Eerlijk gezegd weet ik niet precies meer in welke week van het corona gebeuren we zijn beland. De dagen en weken rijgen zich een beetje aaneen, vooral nu ik niet meer werk. Het is zoals het is. Dat is ook wel zo, maar soms is het lastig dat het zo is.

Inmiddels zijn kerkdiensten online het nieuwe (ab) normaal. Hebben we thuis avondmaal gevierd. Genieten we iedere zondag opnieuw van een creatieve actie van onze koster, kunnen we iedere week bemoedigd worden door een meditatief moment. Een anonieme bloemengever uit de gemeente (?) bereikte ook ons huis, waarvoor nogmaals dank.

In kranten en social media blijven theologen over elkaar heen buitelen. De discussie over het avondmaal hebben we denk ik wel zo ongeveer gehad. Het volgende gesprek ging over het al dan niet dopen in deze tijd. Uiteraard zijn daar weer verschillende meningen over te ventileren. Naarmate het langer duurt voor we weer naar de kerk kunnen wordt het wel wat urgenter. Ik kwam diverse suggesties tegen: ouders zelf laten dopen, wel in de kerk, de dominee die doopt gekleed in een beschermend pak, zoals op de IC. Of een stok met schelp gebruiken door de dominee. Of even de adem inhouden tijdens de doop, dit omdat vooral bij het ademen de kans op verspreiding van het virus het grootste is. Of thuis door de ouders laten dopen.

illustratie afkomstig uit Nederlands Dagblad

Aan originaliteit in ieder geval geen gebrek. Na deze problemen is nu nog een probleem opgedoken. Zingen schijnt het ultieme virusverspreidingsmiddel te zijn. (Ik las vandaag in Trouw een alarmerend verhaal over een koor waar heel veel mensen besmet raakten, begin maart, toen alles nog kon en mocht)

Het is mogelijk om binnenkort toch weer kerkdiensten te houden, met een klein aantal mensen. Zingen in de kerk is niet zo heel gezond en zou afgeraden/ verboden kunnen zijn. Het Nederlands Dagblad had onlangs een pagina meningen over kerkdiensten zonder zingen. Ook hier was verdeeldheid.  God gebiedt ons te zingen, vertelde iemand. Een ander proclameert door het zingen dat God koning is. Een kerkdienst zonder zang is bijna niet voor te stellen. Er is weer iets nieuws om ons mee bezig te houden. Het zijn vooral theologen die hierover schrijven (en twitteren). Ik ga uit van hun goede bedoelingen en het serieus bezig zijn/ denken over doop/ avondmaal in deze tijd. En toch puzzelen deze dingen me. Zijn dit nou de zaken waar we ons nu druk over moeten maken?

Gisteren lazen we uit Exodus 19. Het volk Israël is Egypte uitgetrokken, heeft al een reis door de woestijn gemaakt, en gaat de wet ontvangen. God gaat in gesprek met het volk, met Mozes als boodschapper. Gods heiligheid staat voorop. Het volk moet zich reinigen en rein blijven. God zegt hier (vers 6): een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk. Petrus herhaalt dit in zijn brief, ook hij zegt: u bent een koninkrijk van priesters, een heilige natie. Ik vraag me dan af in hoeverre we priesters mogen zijn als in kerken alles alleen door predikanten gedaan wordt.

Door dit hele gebeuren  verlang ik terug naar de tijd van Urban Expression. Terug naar de basis van het kerk-zijn in een pioniersgemeente. De tijd dat we daar actief lid van waren en eigenlijk de mooiste avondmaalsvieringen meemaakten. Gewone broodjes, waar we stukjes vanaf scheurden en het elkaar gaven met de woorden: Christus is ook voor jou gestorven. Nooit kwam het meer binnen bij mij dan die keren. Of die enkele keer dat we binnen ons eigen team avondmaal vierden, omdat het in onze beleving in de kerkelijke gemeente niet meer mogelijk was. We vierden avondmaal met ons zespersoons team. Indringend en dichtbij.

Het is niet mijn bedoeling een theologische discussie over ambten aan te zwengelen. Ik verbaas me over alle energie die gestoken wordt in het nadenken over hoe en wat. Waar blijven onze handen uit de mouwen? En deze laatste vraag stel ik net zo goed aan mijzelf!

De vrouw en het woord

Sinds een aantal weken hebben we in onze gemeente op woensdagavond een meditatief moment. Geen kerkdiensten in het echt, geen enkele ontmoeting. Dan kan het fijn zijn halverwege de week bemoedigd te worden. De eerste twee overdenkingen werden door de beide predikanten verzorgd, de rest door gemeenteleden. Door ziekte van de oorspronkelijke spreekster, mocht ik vorige week woensdag als eerste gemeentelid de meditatie verzorgen. Ik had al snel bedacht wat ik wilde doen. Om het vervolgens echt uit te werken, was een de volgende uitdaging.

Uiteindelijk kreeg ik mijn verhaal op papier. Woensdagavond zelf vond ik nog wel spannend. Ik heb het nog nooit eerder gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan, is niet helemaal mijn lijfspreuk.

Ik had me niet gerealiseerd hoeveel werk zo’n uitzending is. De koster was paraat, evenals enkele mannen die zich bezig hielden met techniek. Ik kwam even de kerk binnenwandelen, deed mijn verhaal en kon weer gaan. Ik kwam als laatste en ging als eerste weer weg. Hieronder de tekst:

Overdenking woensdag 22 april 2020

Fijn dat we elkaar hier weer digitaal mogen ontmoeten.Fijn dat we in een land leven waarin we dit in vrijheid mogen doen. Eerst luisteren we naar een bewerking van psalm 16. Enkele woorden uit deze psalm:

Behoed mij God, ik schuil bij U. Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker, U houdt mijn lot in handen. U wijst mij de weg naar het leven: overvloedige vreugde in uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

We leven in spannende tijden. Ik ben bang, bang voor mijzelf, bang dat mijn oude moeder en schoonmoeder ziek worden. Wat als ik zelf ziek word, of mijn man?  Wanneer kan ik weer naar de kapper?  Wat gebeurt er in vluchtelingenkampen? Wat in Afrika, als daar het virus  echt losbarst? Hoe ziet ons veilige leventje er straks uit? En wanneer is dat straks? Oftewel, hoe lang gaat dit duren?  Mogen we ooit nog weer naar de kerk? Hoe dan? Dan kunnen er zomaar allerlei vragen opploppen.

Waar is God? Wat doet Hij? Waarom gebeurt dit?

Ik kom allerlei gedachten over het waarom van deze crisis tegen. En ik word er soms erg moe van, tegelijk kan ik niet goed stoppen met alles te lezen en alles te volgen. Het lijkt of we er makkelijker mee kunnen dealen als we weten waarom dit gebeurt.

Op de radio hoorde ik iemand zeggen: ik wou dat ik in God kon geloven, en dan zou kunnen denken dat dit een straf van God is, dan kan ik er veel makkelijker mee om gaan. Ik vond het wel bijzonder dat er dan aan een straf gedacht werd, wat voor beeld heb je dan van God? Zo is onze cultuur, we willen weten waarom iets gebeurt. Dan heeft het zin, zo lijkt het.

Terwijl de gebeurtenissen op zich even erg blijven, of je nu wel of niet weet waarom iets zo gebeurt.

Wat barre tijden betreft is er niets nieuws onder de zon.

We gaan nu terug naar de tijd van  de ballingschap van het volk Israël. Het volk was weggevoerd naar Babel. Dit was een straf voor hun slechte gedrag. Ze waren vaak gewaarschuwd en gingen alsnog hun eigen gang. De straf was de wegvoering uit Israël, naar Babel.  Al veel jaren wonen daar. Ze zijn er gesetteld. Ze hadden van God de opdracht gekregen daar huizen te bouwen, tuinen aan te leggen, huwelijken aan te gaan, kinderen te krijgen.

Kortom: leef daar, ver van je eigen land, je leven. Bovendien kregen ze de opdracht te bidden voor de stad waar ze naar toe gebracht waren. Want, zo zegt God: de bloei van de stad is ook jullie bloei. (je kunt hier over lezen in Jeremia 29) Er zal een hele generatie opgegroeid zijn in het verre Babel die het  vaderland niet kent.

Dan komt die  oproep/ mogelijkheid/opdracht,  om weer terug te gaan naar hun eigen land. Durven ze dat aan? Hun relatief veilige omgeving verlaten, terug te gaan naar een land dat er verwoest bij lag? Wat ze niet eens meer kenden.

God laat deze woorden spreken door Jesaja. Ik lees een paar verzen uit hoofdstuk 40, hierin laat Hij  zien wie Hij is. Je wordt stil als je leest hoe groot God is: Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellemaat?  Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast?

Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten?

Wie heeft de geest van de Heer gemeten? Heeft iemand hem ooit raad gegeven?

Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht? Wie lijdt hem op de paden van het recht? Wie lijdt hem naar de wijsheid? Wie toont hem de weg van het inzicht?

In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op de weegschaal; eilanden weegt hij als zandkorrels.

Hoofdstuk 40 vers 28: een eeuwig God is de Heer, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden.

Hoofdstuk 41 vers 10: wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God.

Deze woorden zijn een bemoediging voor het volk. Deze grote God, die de hele wereld in zijn hand heeft, die alles naar zijn wil laat gebeuren, deze grote God zal voor hen zorgen, zal het troosten, zegt dat hij altijd bij hen zal zijn.

Ik vind dat een wonder! Gods macht en kracht, de god die hemel en aarde gemaakt heeft, die de wereld bestuurt, die God kijkt naar ons om. Hij zegt: wees niet bang, want ik ben bij je.

Deze grote God zorgt nog steeds, dat heeft Hij beloofd ook door de woorden van zijn zoon Jezus Christus, vlak voor de Here Jezus naar de hemel ging: ik ben met jullie alle dagen van jullie leven.

Deze God is erbij, ook in tijden van Corona. Niet dat dan alles in een keer een eitje wordt. Niet dat alleen zitten dan ineens leuk wordt. Dat was niet de belofte van God, een leuk leven geven.

Wel weten we dat we aan de hand van de vader mogen lopen, dat Hij erbij is!

We luisteren nu nog naar een psalm, uit de bundel psalmen voor nu. Psalm 16 uit psalmen voor nu.

Het leven is niet maakbaar

op zoek naar de goede weg

Inmiddels vliegt het Corona virus met grote vaart door de de wereld, zich vasthechtend op steeds meer mensen. Ik heb het idee dat het een oprukkende ‘vijand’ is, die steeds dichterbij komt, ook al ken ik geen mensen in mijn naaste omgeving die al of niet gediagnosticeerd, het virus hebben/ ziek zijn geworden.

Corona en zijn gevolgen beheersen de media. Wijze en minder wijze mensen geven hun mening, en vooral de (in mijn ogen) minder wijze mensen weten het allemaal zeker: het is de schuld van de regering… Er is een discussie losgebarsten over het aantal bedden dat beschikbaar is op de intensive care. Dat maakt dat er goed nagedacht moet worden over wie er wel of op een IC wordt opgenomen. Dat is geen nieuwe discussie denk ik, het is op dit moment een urgentere discussie. Als het goed is wordt er altijd van te voren nagedacht over de vraag of een IC opname zinvol is voor de patiënt. Immers, zo’n opname is een ingrijpend iets. Veel ex-patiënten krijgen een post-intensive care syndroom. Of zijn enorm verzwakt na opname, en kunnen echt veel minder dan voor de opname. Misschien bestaat het beeld dat je na een IC opname gewoon verder leeft, dat is niet zo. Iemand schreef: nadat ik bijgekomen was van de ic opname, en dat was na ongeveer twee jaar… Het is goed dat hier aandacht voor is.

Er is van alles te lezen en te volgen over deze dingen. Journaal, talk shows, social media, alles is gevuld met berichten over het virus. Ons land bestaat zoals gewoonlijk alleen maar uit deskundigen.”Deskundigen” die roepen dat het een schande is dat er zo weinig IC bedden zijn. Dat het discriminatie is als een 82 jarige niet eens meer naar de IC mag… dat zag ik op tv voorbijkomen. Nu was het ook niet echt een zorgvuldig item. De huisarts van betreffende man had telefonisch meegedeeld dat hij zeer waarschijnlijk niet in aanmerking kwam voor IC opname, mocht dat nodig zijn. Man kwaad, kleindochter huilend voor de camera, paniek alom. Ik zag een flard, weet dus niet hoe dat programma verder ging. Als dit werkelijk op deze manier is gebeurd, lijkt me dat nogal onzorgvuldig, voorzichtig geformuleerd.

Ik las een verhaal van een arts, van onze leeftijd, die aangaf niet naar de IC te willen, mocht dat nodig zijn, om op deze manier ruimte te geven voor iemand met (waarschijnlijk) meer overlevingskansen. Ook in mijn favo krant werd in een artikel door twee mannen, waaronder deze arts, aangeraden hier over na te denken en ook  met elkaar te praten. Dat lijkt mij een zinvol advies, praten met je naasten.

Ik realiseer me dat het uiteindelijk een vraag is of je bereid en klaar bent om te sterven. In het begin van de week waren mijn gedachten daar vrij stellig over: geen IC opname. Later, begon ik er nog meer over na te denken en te praten. Ik merkte bij mezelf dat ik het makkelijk vond een standpunt in te nemen. Vervolgens merkte ik dat de gedachte dat een Corona besmetting dus daadwerkelijk mijn dood zou kunnen zijn toch best wel een angstige gedachte is…

Coronarap

Gisteren werden op alle mogelijke en misschien wel onmogelijke manieren kerkdiensten gehouden. Vandaag zag ik dit filmpje en het is werkelijk geweldig! In alle kwetsbaarheid precies zeggen waar het over gaat.

Siemoe levavchem is Hebreeuws voor ‘Neem het ter harte!’, ‘Denk toch na!’. De Bijbelse profeet Haggai doet die oproep tot vijf keer toe aan het volk Israël. Dat bevindt zich ook in een crisis. Siemoe levavchem zegt Haggai: Hoe is die crisis tot stand gekomen en kan de situatie weer ten goede kantelen?

Pagina 1 van 14

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén