Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Pagina 1 van 16

#NWZC22

Voor sommigen is de titel arabisch, voor twitterende conferentiegangers gesneden koek. De New Wine Zomerconferentie 2022 was er! Het mocht en het kon weer.

We besloten er naar toe te gaan en deze keer anders dan we eerder deden. We kampeerden deze keer niet, we zochten en vonden een huisje in de omgeving van Liempde. De luxe van een eigen ruimte en rust trok ons aan. En natuurlijk heeft alles z’n voor en tegen, dat wilden we graag “uitvinden”.

Tja… als ik vertel dat allernaaste gisteren al veel gemaild heeft om opnieuw iets leuks te huren, voor #NWZC23 is wel duidelijk dat het ons goed is bevallen. Lekker ’s morgens en ’s avonds een eindje fietsen, genieten van het landschap, intussen vooruitzien/ terugkijken op weer een bijzondere dag.

Bijzonder waren de dagen zeker! Mooie vieringen, bemoedigende woorden, pittige preken. Preken die meer van een mens verwachtten dan alleen instemmend knikken. Soms ronduit schokkend, zoals deze introductie: “Ik ben René August, dat betekent dat mijn voorouders in de maand augustus tot slaaf zijn gemaakt. Zeer waarschijnlijk door iemand uit Nederland, van de Oost Indische Compagnie. Ik kom uit Zuid- Afrika”. (en dan sta je in een nederlandse tent te spreken over vergeving…..)

Wat volgde was een toespraak die beslist nogmaals beluisterd gaat worden. Tip: de ochtend en avondvieringen zijn tot eind augustus nog te bekijken!

We raakten met allerlei mensen in gesprek. Ik ontmoette mensen die ik alleen via Twitter kende en nu in het “echt” zag, maakte een boekpresentatie mee, merkte een dag lang hoe onhandig een rolstoel op grasland is. We maakten mee dat twee leden van Jong Nieuw Sion  hun verhaal vertelden. Kortom, veel bijzondere ervaringen. Ook diepgaande ervaringen van herkenning en heling, zomaar, als onverwachte cadeaus!

We genoten van de muziek van de band LEV, al viel er af en toe teveel te genieten en moesten de oordopjes in. Mooi was het dat zij, na de indrukwekkende toespraak van René August ’s avonds het lied “Maak ons hart onrustig Heer” zongen. (al denk ik dan weer: mijn hart onrustig krijgen is niet zo moeilijk, leven naar de consequenties ervan wel)

En dan is het vrijdagochtend en tijd om te vertrekken. Het nadeel van niet op een veldje staan en kamperen is dat je geen afscheid hoeft te nemen, in die zin ben je meer voorbijganger dan deel van het geheel. Heel bijzonder om dan toch nog bij het weggaan kennissen te ontmoeten en afscheid te nemen.

Gefeliciteerd met Pasen!

Evenals vorig jaar was ik met Pasen in klooster nieuw Sion. Was ik er vorig jaar als deelnemer en gast, dit jaar had ik meegedacht over de organisatie en was ik een soort “reisleider”. Ook nu lieten we ons meevoeren in het ritme van de getijden.

Dit jaar was de retraite compleet  uitverkocht! Dat was fijn, een mooie groep mensen die bij ons te gast wilde zijn. Sommigen voor het eerst, anderen voor een tweede of derde keer. Sommigen kwamen alleen, anderen in gezinsverband, of samen met vrienden. In leeftijd variërend van 26 tot 80. Was de kennismaking nog wat onwennig, het afscheid gisteren was zeer hartelijk.

Er gebeurde niet zoveel en tegelijkertijd gebeurde er van alles. Voor en achter de schermen. Schermen gingen omhoog of juist omlaag, een ieder had zo een eigen proces.

De vieringen vond ik erg mooi. Het was ook fijn dat de “huiscantor” twee keer met ons wilde oefenen, zodat we de toch wel onbekende liederen in de viering goed konden zingen. Het was heerlijk om zo te zingen! (ik mis het zingen in een koor, maar kan nog niet goed bedenken wat en waar ik wel zou willen)

Gisterochtend zaten we om 6 uur in de kerk… eerst luisterden we naar een paar bijbelgedeeltes, zongen het lied: Als alles duister is en liepen al zingend naar buiten. Daar brandde het paasvuur wachtten we tot de zon opkwam. De nieuwe paaskaars werd aangestoken en we ontvingen allemaal een lichtje dat door de paaskaars aangestoken was. De nieuwe kaars werd de kerk ingedragen.

In de kerk terug gingen we verder met het gebed en hoorden en zongen we over de opstanding van Christus. Daarna werd de nieuwe kaars enkele malen in een schaal met water ondergedompeld. Dit verwees naar de Israëlieten die vanuit slavenland Egypte, dóór het water naar nieuw leven en een nieuwe toekomst trokken, bevrijd door hun God. In de paasnacht zeggen wij (opnieuw): ook wij willen verrijzenismensen zij, leven zoals de Eeuwige het heeft bedoeld, in verbondenheid met Hem. Door het aanraken van het doopwater herinnerden we onszelf hieraan. Iedereen liep naar voren en doopte zijn/ haar hand in het water.

We baden en deden nog een soort beurtspraak waarin de oproep was: laat iedereen het horen, Christus is opgestaan! Na nog een uitbundig gezongen : U zij de glorie, was de dienst afgelopen en mochten we elkaar feliciteren: JEZUS LEEFT!  Dat deden we dan ook enthousiast: elkaar feliciteren.

En zo eindigde de retraite in blijdschap!

Ik merkte dat er voor mij best veel verschil zit tussen gast zijn en reisbegeleider zijn, het kostte me redelijk wat energie. Het was op deze manier meer een leerervaring dan een geestelijke ervaring. Maar ja, een mens is nooit te oud om te leren, toch?

Bidden

Bidden, wat hebben die mensen daar nu aan en wat merken ze daar nu van? vroeg ze toen ik vertelde dat ik gisteren in de kerk was geweest. Ga je nu ook al op woensdag, was de eerste reactie. Het klonk een beetje als: wat zoek je daar toch altijd, of wat vind je daar toch? De kerk was open gisteren en voorgaande en komende woensdagen ook. Van 11- 17 uur. Bidden voor Oekraïne, stil staan bij Oekraïne. Een kaarsje aansteken.

Tja, of het wat helpt? En wat is helpen in deze context. Mijn antwoord  aan haar was dat het goed is om stil te staan bij de ellende en te bidden voor alle mensen daar en de mensen onderweg, op de vlucht.

Er ligt een schrift waar je een gebed in kunt schrijven, er zijn waxinelichtjes om aan te steken. Soms lopen mensen alleen even de kerk in, soms blijven ze wat langer. Wat kun je bidden? Ik vind het moeilijk om woorden te vinden. Bidden om vrede, dat is het meest universele. Met daarbij de vraag of harde harten zacht mogen worden.

Een kind kan het soms veel beter zeggen. Geluk voor Oekraïne. Dat is wat we graag willen. En intussen lijkt de strijd steeds grimmiger te worden en lijkt vrede en geluk verder weg dan ooit. Eerlijk gezegd doe ik niet erg mijn best om het nieuws te volgen. De krant lezen lukt prima, maar journaals en dergelijke sla ik over. Te heftig.

Het is de veertigdagentijd, op weg naar Pasen. Ik lees een boek van Tim Keller, in de aanloop naar Pasen: “HOOP IN BANGE TIJDEN.  De betekenis van Jezus’ opstanding”. Hoop is wat we nodig hebben. Hoop op een andere/ betere toekomst, die er komt door het lijden en sterven van de Here Jezus. Het koninkrijk van God dat er is en dat zal zijn. Dat nu zo vaak nog zo erg ver weg lijkt. En ook daar mogen we voor bidden!

Onlangs baden we in de kerk (op een zondag) hardop, psalm 10. Een indringend gebed waarin aan God gevraagd wordt op te staan tegen de goddeloze en de armen niet te vergeten.

We besloten dit gebed met het kijken naar dit filmpje:

De kerk blijft tot aan Pasen iedere woensdag geopend van 11- 17 uur. Van harte welkom: Lasondersingel 102 (en de dienst waarin dit filmpje te zien was is terug te zien via You Tube, 13 maart )

Terugkijken

kadootje van Floor.

Nog anderhalve dag, dan is dit jaar voorbij. Een jaar om nooit te vergeten of om zo snel mogelijk te vergeten, ik ben er nog niet uit. Het was in ieder geval een jaar waarin veel gebeurde, in het grote en in het kleine. Corona beheerst ons leven nog steeds voor een groot deel. Golven komen en gaan. In het rijke westen is volop gevaccineerd, iedereen die dat wil is geprikt, of heeft inmiddels een afspraak voor een derde prik. Wat was ik blij toen ik mijn eerste prik kreeg. Het leek dat de problemen voorbij waren. Helaas was dat niet het geval. Nog steeds zijn er veel besmettingen en overlijden er dagelijks mensen aan Covid. Net zo erg en soms vind ik het nog erger, is de grote onrust en boosheid die in de maatschappij is ontstaan. Lelijke woorden en teksten over en weer. Verharding alom. Het vreet aan me en tegelijk lees ik me suf op bijvoorbeeld Twitter.

Alleen twee kleinkinderen hebben in lichte mate Covid gehad, dichterbij in ons gezin is het niet gekomen. Goddank. Dit was het jaar van ziektes van onze (mijn) moeder. Dat was tot twee keer toe spannend. In haar flat blijven was niet meer mogelijk en zij en wij ook,  zijn blij met de plek waar ze nu kan wonen. Moeder van allernaaste woont nog zelfstandig en dat op haar 94e. Het lukt, nog, zeggen we er maar bij. Halverwege het jaar was er heftig nieuws over ernstige ziekte in de vriendenkring van een van de kinderen. Het was spannend en het is nog steeds spannend voor een grote kring mensen.

We mochten een nieuw lid in onze gezinskring verwelkomen. Hier zijn we blij en dankbaar! In juli herdachten we dat we 45 jaar getrouwd waren, we hebben het niet uitgebreid kunnen vieren, dat hopen we volgend jaar met het hele gezin te doen. Als de gezondheid van een ieder het toelaat. In de afgelopen weken werden we opnieuw geconfronteerd met de onvoorspelbaarheid van auto-immuun ziektes.

Kerkelijk maakten we de overstap naar de Nederlands Gereformeerde Kerk. De eerste ervaringen zijn positief al is het nog zoeken naar een echte plek. Ach ja, ook hier worden we gehinderd door corona. We zijn benieuwd wat er op ons pad komt om te doen en mee te maken.

Tenslotte, ons wekelijkse ritje naar Nieuw Sion. Dat doen we met veel plezier. Ook daar gebeurde veel, ondanks beperkingen. De opening van de koffieschenkerij was voor het klooster wel een hoogtepunt. Voor mijzelf vond ik het bijzonder om Pasen mee te maken in het klooster. Ik werkte mee aan de adventsvieringen, die een experiment waren dat goed uitpakte. Binnenkort gaan we nadenken over hoe aankomend jaar Pasen in het klooster te vieren. Ik vind het superfijn om daar aan mee te denken en mee te werken!

Zo ging een jaar voorbij, met veel onrust in de grote wereld en ook wel in onze eigen kleine bubbel. We gaan zien wat er in 2022 gebeurt, we wachten af en ik besef steeds opnieuw dat ik het niet alleen hoef te doen, sterker nog, niet eens alleen zou kunnen!

Lieve lezers, ik wens jullie een gezegend 2022!

Jetlag

Vanmorgen lag ik om acht uur nog in m’n bed, met de volgende woorden in m’n hoofd: ‘Open Heer mijn lippen, dan spreekt mijn mond uw eer”. Met deze tekst begon in de afgelopen dagen het ochtendgebed, om acht uur, in de kapel van Nieuw Sion. Ik was er van zondag tot en met vrijdag. Mijn wens was wat langere tijd in (bij) het klooster zijn en meer gebeden mee te maken. Behalve dat had ik nog een heleboel bezigheden (=lees afspraken)

Ik had vanmorgen het idee dat ik een jetlag had. Al heb ik nog nooit een “vliegjetlag”gehad,  omschakelen van dag naar nacht en omgekeerd heb ik heel vaak gedaan. Ik moest weer wennen aan een dag zonder gebedstijden. Het is en was heel fijn om weer thuis bij allernaaste te zijn, en toch moest ik schakelen omdat ik niet meer in het klooster was. Dat zegt wel iets over hoe de dagen waren!

Het was bijzonder om veel gebeden bij te wonen. Elke dag vier werd het niet. De tweede nacht was een bijzondere doordat het brandalarm twee keer ging. Vals alarm, gelukkig, maar wat een hels kabaal en helemaal uit m’n slaap.  (Ik vond dat ik dus wel in bed kon blijven liggen ’s morgens)

Ik had mooie ontmoetingen met verschillende mensen in/ van het klooster. Bezocht de vrijwilligerscentrale. Shopte een middag met jongste zus. Shoppen met goed resultaat, vonden wij. Al viel ons wel op dat er best veel leegstand is en misten we winkels waar we voorheen met plezier naar toe gingen.

We oefenden met de getijdengemeenschap een avond Lectio Divina, wat een bijzondere avond werd. Heel bijzonder hoe uit een ogenschijnlijk heel bekend bijbelgedeelte nieuwe gedachten en gezichtspunten kunnen opspringen, waardoor ik aan het denken en ervaren werd gezet. (voorzover die combi mogelijk is)

In het ene avondgebed stonden we stil bij Allerzielen en staken we een kaars aan ter herinnering aan hen die stierven en in het volgende avondgebed dankten we voor “gewas en arbeid”. We keken naar de vruchten van het eigen land. En dankten ervoor.

Samen met anderen dacht ik na over adventsvieringen die we willen organiseren. Dat is nog een beste uitdaging, iets moois bedenken waar niet alleen wijzelf maar juist ook anderen blij van worden. We gaan het meemaken!

Het was echt ora en labora, bidden en werken. Een mooie mix. Met als uitsmijter gister een dag Benedictijns schoonmaken. Ook dat kan! Met aandacht schoonmaken. In plaats van met de gewone bezigheden aan de slag te gaan, poetsten en boenden we. Wat zullen we zeggen? Het was geen overbodige luxe….

NGK

logo NGK Enschede

Toen ik een jaar of twaalf was verscheen de “Open brief”. Gereformeerden die van mijn leeftijd zijn weten wat daar mee bedoeld wordt. Ik denk dat onze eigen kinderen geen idee hebben waar ik het over heb. De brief die een storm die al opkwam tot een soort orkaan maakte. Ik begreep niet goed waar het over ging, al ‘wist’ ik heel goed dat het geen goede brief was. Al raakte ik wel in verwarring toen  ik vanaf onze (vrijgemaakte) preekstoel hoorde dat een van de schrijvers van die brief zeer van harte welkom was op onze preekstoel. (de schrijver was geschorst of uit het ambt gezet)

Het was de tijd van stellige waarheden. Je was goed of fout, en gelukkig waren wij goed. Ik kan me niet meer herinneren of er in ons gezin veel over gesproken werd. Wel las ik alle synodeverslagen die toen nog zeer uitgebreid in de krant stonden. Er kwam een scheuring in het kerkverband, en zo kreeg je de termen: “binnen” en “buiten” verband. Onze plaatselijke kerk scheurde niet.

Ik ging in Enschede naar de mulo. Daar was de scheuring veel heftiger en ontstond een redelijk grote “buitenverband” kerk. Op school waren ook docenten die buiten het kerkverband raakten. Ze mochten volgens mij gewoon aanblijven. In mijn vriendinnenclubje bestond ook binnen en buiten. Ik mocht wel bij een vriendinnetje logeren en met haar mee naar de kerk. Geen probleem. Ik snapte het probleem ook niet zo goed, waarom kun je geen vrienden zijn of blijven? ( nog niet zolang geleden hoorde ik dat in die tijd het soms verboden was met elkaar om te gaan…)

Wij waren en bleven vrijgemaakt, zowel mijn ouderlijk gezin als wijzelf in ons huwelijk. Er waren tijden dat ik naar de Nederlands Gereformeerde kerk ging, in sommige tijden en omstandigheden wilde ik geen bekenden zien en wel heel graag naar de kerk. (en internet was nog niet uitgevonden) Ik voelde me er wel thuis, maar de rest van het gezin wilde blijven waar we waren. In latere jaren nam ik deel aan samensprekingen tussen de vrijgemaakte en christelijke gereformeerde en de nederlands gereformeerde kerken. (de kerken die voorheen buiten verband genoemd werden, heten nu Nederlands Gereformeerd). Ik was een van de weinige vrouwen in die club. De samensprekingen waren soms moeizaam, geen idee of er nog echt oud zeer zat, of dat het te vroeg was.

Op enig moment stopten die samensprekingen. Verschil van inzicht over hoe de Bijbel te lezen, het besluit vrouwen toe te laten tot ambten,  verschil in cultuur, er speelden diverse zaken met en door elkaar. Ikzelf stortte me op andere dingen en was al gestopt met deelnemen aan deze gesprekken. Wij keken een heel andere kant op en verloren soms het kerkelijke gebeuren wat uit het oog.

We vertrokken kerkelijk naar Hengelo, en nu dus weer terug naar Enschede, naar de Nederlands Gereformeerde kerk. Hadden we dat vijf jaar geleden niet al kunnen doen? Dat had gekund, maar de NGK zat toen niet zo in ons zichtveld. Doordat we in Hengelo op een koor zitten/ zaten hadden we al wat ingang en dat zou vanzelf wel meer worden, zo dachten we. We sudderden wat in Hengelo, merkten dat het moeilijk was om te landen. Vervolgens stel je jezelf dan ook afstandelijk op en zo drijf je een beetje weg. Ik had het gevoel dat ik in coronatijd net zoveel contacten had als buiten coronatijd.

Toen in de Nederlands Gereformeerde kerk alhier twee nieuwe predikanten kwamen die ik beide (een beetje) kende, begon er, vooral bij mij, wat te borrelen. Dat geborrel leidde er uiteindelijk toe dat we besloten naar de NGK te gaan. Ik zag dat deze kerk een groene kerk is, daar werd ik blij van. Bovendien is het hele gesprek over vrouwen en ambten hier niet meer aan de orden en ook dat maaket me blij. Al met al voor ons genoeg redenen om deze stap te zetten. Om weer op de fiets naar de kerk te gaan is heerlijk! Tot nu toe hebben we zeker geen spijt, al vind ik de gedachte dat ik nu Nederlands Gereformeerd ben soms nog bijzonder. En de “fouten” die ik vroeger zo zeker zag? Ik ben niet meer zo op zoek naar waarheid en stelligheid, ik ben op zoek naar mensen om mee om te gaan, om samen te zoeken hoe we God kunnen dienen in een rare wereld.

Michazondag

Gisteren hadden wij in onze kerk al de Michazondag. Die is eigenlijk op 17 oktober, maar dan is het in deze regio herfstvakantie. Ik kan me niet goed herinneren of ik eerder op deze manier een Michazondag meemaakte. Vorig jaar was de collecte voor Micha, dat weet ik nog wel.

Met een aantal mensen had ik rond de tafel gezeten om deze dienst voor te bereiden. Dat was mijn eerste activiteit in onze nieuwe gemeente, sinds een paar maanden zijn we lid geworden van deze kerk. Over het hoe en wat vertel ik misschien een andere keer wel.

De Michazondag. De preek ging over deze tekst:

‘Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.’

Leviticus 19:9-10

Op vier punten werd dit uitgewerkt. We kregen een mooi aantal dingen mee om over na te denken of mee aan de slag te gaan. Ik zit zelf wel eens te puzzelen over wat je geeft. Ik ruim mijn kast op en heb kleding “over”. Omdat ik er op uitgekeken ben, of er uitgegroeid ben, (erin groeien gebeurt veel minder, helaas). Die kleding gaat naar de kledingbank. En ik heb vervolgens de mogelijkheden weer iets nieuws te kopen. Zo geef ik dus mijn afdankertjes. Dan toch maar geld geven aan de kledingbank? (mijn vraag is meer: in hoeverre geef ik echt?)

Mooi vond ik hoe het beeld van jouw akker werd  uitgewerkt. Dat is meer dan wat je ziet of denkt. Wij/ ik leven vanuit een soort vanzelfsprekendheid. Het is “logisch” dat je na verloop van tijd een nieuwe telefoon of laptop of wat ook ‘nodig’ hebt… dat kinderen met gevaar voor eigen leven in mijnen werken om de benodigde materialen te delven, dat vergeet ik liever. Dat zoveel anderen werken voor mijn gemak is ook over de grenzen van je eigen akker gaan, zo leerde ik.

Nu zijn deze dingen niet totaal onbekend voor mij, maar tussen gedachte en vervolgactie gaapt nog wel eens een kloof. En wil je er altijd zo diep over nadenken? (antwoord: nee)

Een onderwerp als dit kan al heel snel in een soort moraalpreek verzanden, dat was dit gelukkig niet. Ik ervaarde het maar weer eens als een goede eye-opener.

In de afgelopen week konden we een korte vragenlijst invullen, met gewetensvragen: hoe vaak per week eet je vlees? of ga je onder de douche? Hoeveel kledingstukken heb je in september gekocht? Het was de bedoeling van de quiz dat we raadden wat het vaakste voorkwam. Bijvoorbeeld: het grootste aantal inzenders gaf aan 4-5 keer per week vlees te eten.

Na de dienst was er een boekenruilbeurs en stekjes beurs. Het is me gelukt met één boek minder thuis te komen dan dat ik meegenomen had. Ooit leer ik het!

Mooie dienst, mooi om zo weer aan het denken en werken gezet te zijn. Het is onze bedoeling het niet alleen bij deze zondag te laten, maar meer bewust bezig te zijn met de natuur. We zijn (al) groene kerk. En het plan is op 6 november als het natuurwerkdag is met een groep van de gemeente mee te doen.

Getijdengemeenschap

Vrijdag was een bijzondere dag in en voor klooster Nieuw Sion: de officiële oprichting van de getijdengemeenschap vond plaats! Kenmerkend voor het kloosterleven zijn de gebeden die op vaste tijden, dag in dag uit, jaar in jaar uit gebeden worden. Er zijn zeven gebedsmomenten in kloosters, vanaf midden in de nacht tot het einde van de avond wordt gebeden en doorgaans in de tussentijden gewerkt.

In klooster Nieuw Sion zijn vier getijdengebeden.  Dat zijn gebedsmomenten die een vaste liturgie volgen. Zoals alles in een (echt) klooster volgens vaste regels en afspraken gaat. Als we op vrijdag in Nieuw Sion zijn vind ik het getijdengebed van 12 uur wel het hoogtepunt van de dag. Misschien vooral wel door de vaste lijn die er in zit. De liturgie is bijna een soort vraag en antwoord tussen liturg en aanwezigen. Aan het einde van de lezing uit de bijbel zegt de liturg: Woord van de Eeuwige. De aanwezigen reageren met: “wij danken God”. Vorm en inhoud van de gebeden spreken mij erg aan.

Er zijn mensen nodig om de gebedsmomenten in stand te houden. Door er in voor te gaan, en door erbij aanwezig te zijn. De getijdengemeenschap bestaat uit de mensen die in Nieuw Sion wonen, of dat nu voor ‘vast’ is, zoals de woongroep, of tijdelijk, zoals de jongeren die sinds kort in Nieuw Sion wonen. (zij wonen hier ongeveer een jaar). Verder is er nog een brede schil mensen rond Nieuw Sion. Mensen die er vrijwilligerswerk doen, op wat voor manier dan ook, de werkgemeenschap. Ook zij zijn welkom binnen de getijdengemeenschap.

Een tijd geleden werd aangekondigd dat er nieuwe leden mochten aanhaken bij de getijdengemeenschap. Daar wilde ik graag bij zijn! Ik was niet de enige, samen met een aantal andere vrijwilligers volgde ik voorbereidingsavonden. Avonden waarin we leerden en elkaar mochten ontdekken. Waarin we spraken over wie God voor ons is, en hoe we kunnen bidden.

Zoals met zoveel dingen was ook hier corona een spelbreker. De installatie van de groep zou al in december gebeuren,  helaas kon dat toen niet. Nu eindelijk wel!

Voordat het officiële gebeuren losbarstte moesten we nog even oefenen: we zongen de liederen enkele keren, bespraken de volgorde van alle handelingen. Het voelde best spannend. Mooi en bijzonder was dat broeder Alberic, voormalig abt van abdij Sion, en nu abt op Schiermonnikoog, dit bijzondere getijdengebed leidde! Wij, als leden van de getijdengemeenschap, stonden in een halve cirkel rond het altaar. Om de beurt beantwoordden we de vraag of we volgens de leefregels van de gemeenschap willen leven en ons in willen zetten voor de groep. Precies op het moment van beantwoorden donderde en bliksemde het enorm. Spectaculair!

Na ons ja-woord kregen we allemaal wat wierookkorrels in onze hand, uitgedeeld door broeder Alberic. Op het altaar was een vuurtje en om de beurt mochten we “onze”korrels op dat vuur gooien. Een wierookgeur doortrok de kerk. Als een afbeelding van de lieflijke geur van gebeden voor God.

We zongen en we baden, en beloofden ons bezig te houden met bidden tot God. Supermooi om dat samen met anderen te doen en te beloven hiermee bezig te blijven!

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Het zit erin

Vroeger…. zo’n vijfenveertig jaar geleden, woonden wij boven een benzinepomp. Zo’n echte, met iemand die jouw tank volgooide. (wie die pomp wil zien, kijke de film de beentjes van sint Hildegard, daar komt hij in voor). De tankman zei altijd: “Zo, het zit er weer in”. Vaste prik.

Vorige week was ik bij iemand die ik nog begeleid. Helemaal stoppen met werken lukt me niet en klant en ik zijn blij dat Pgb’s bestaan en dat op deze manier nog wat mogelijk is. En dit op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw. We waren toen bezig met de post en er was een brief van de SVB. Ik opende die en tot mijn verrassing bleek het een uitnodiging voor coronavaccinatie te zijn, voor mij als zorgverlener… niet voor mijn ‘klant’, terwijl zij meer tot de risicogroep hoort, dan ik.

Ik was super verrast, al had ik wel ergens gelezen dat sommige zorgverleners wel acht uitnodigingen kregen, bij acht verschillende klanten. Ook dat kan dus blijkbaar. In de brief voor mijn klant zaten twee uitnodigingen, een voor mij als persoon en een op naam van mijn toko zoals ik dit tot vorig jaar had. Ik was superblij met deze uitnodiging! En verbaasde mijzelf over die blijdschap.

Na alle rampverhalen was ik erg benieuwd hoelang de belprocedure zou duren. Binnen een minuut had ik contact met de GGD, het gesprek duurde een minuut of tien, nogal wat herhalingen.

Verrassing: als ik wilde kon ik de volgende dag al gevaccineerd worden. Dat wilde ik niet, met de retraite in het vooruitzicht. Het werd deze ochtend voor de eerste vaccinatie, en de tweede volgt op Hemelvaartsdag. Oké, ik moest er wel een half uur voor autorijden. En vroeg m’n bed uit. Alles voor het goede doel. Het was nog erg rustig bij de priklocatie. Alle papieren werden nog eens nagekeken en oké bevonden. En je moet een aardige papierwinkel meenemen. Het prikken ging snel, toen nog een kwartier wachten en vervolgens reed ik weer naar huis. Onderweg hoorde ik in een radioprogramma een meneer vertellen over vaccins. Hoe hij in Ruanda meegemaakt had dat mensen uren moesten lopen om op de plek te komen waar gevaccineerd werd. Overtuigd van het nut van vaccinatie. Hij was verbaasd en meer dan dat, over de tegenstemmen in ons land. Het stoppen met het AZ vaccin begreep hij niet, het gevolgen van het virus zijn heftig. Ach, dat ik een half uurtje auto moest rijden was alweer veel minder “erg”.

Dat “het zit er weer in” is een tijdlang een gezegde geweest in ons gezin. Kan overal en nergens voor gebruikt worden. Het zit erin, ik voel het in mijn arm. Ik hoop dat het vaccineren snel gaat en dat iedereen die er naar snakt niet te lang meer hoeft te wachten. Dan zeggen we niet het zit er weer in, maar dan zit het erop!

Pagina 1 van 16

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén