Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Pagina 1 van 15

Het zit erin

Vroeger…. zo’n vijfenveertig jaar geleden, woonden wij boven een benzinepomp. Zo’n echte, met iemand die jouw tank volgooide. (wie die pomp wil zien, kijke de film de beentjes van sint Hildegard, daar komt hij in voor). De tankman zei altijd: “Zo, het zit er weer in”. Vaste prik.

Vorige week was ik bij iemand die ik nog begeleid. Helemaal stoppen met werken lukt me niet en klant en ik zijn blij dat Pgb’s bestaan en dat op deze manier nog wat mogelijk is. En dit op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw. We waren toen bezig met de post en er was een brief van de SVB. Ik opende die en tot mijn verrassing bleek het een uitnodiging voor coronavaccinatie te zijn, voor mij als zorgverlener… niet voor mijn ‘klant’, terwijl zij meer tot de risicogroep hoort, dan ik.

Ik was super verrast, al had ik wel ergens gelezen dat sommige zorgverleners wel acht uitnodigingen kregen, bij acht verschillende klanten. Ook dat kan dus blijkbaar. In de brief voor mijn klant zaten twee uitnodigingen, een voor mij als persoon en een op naam van mijn toko zoals ik dit tot vorig jaar had. Ik was superblij met deze uitnodiging! En verbaasde mijzelf over die blijdschap.

Na alle rampverhalen was ik erg benieuwd hoelang de belprocedure zou duren. Binnen een minuut had ik contact met de GGD, het gesprek duurde een minuut of tien, nogal wat herhalingen.

Verrassing: als ik wilde kon ik de volgende dag al gevaccineerd worden. Dat wilde ik niet, met de retraite in het vooruitzicht. Het werd deze ochtend voor de eerste vaccinatie, en de tweede volgt op Hemelvaartsdag. Oké, ik moest er wel een half uur voor autorijden. En vroeg m’n bed uit. Alles voor het goede doel. Het was nog erg rustig bij de priklocatie. Alle papieren werden nog eens nagekeken en oké bevonden. En je moet een aardige papierwinkel meenemen. Het prikken ging snel, toen nog een kwartier wachten en vervolgens reed ik weer naar huis. Onderweg hoorde ik in een radioprogramma een meneer vertellen over vaccins. Hoe hij in Ruanda meegemaakt had dat mensen uren moesten lopen om op de plek te komen waar gevaccineerd werd. Overtuigd van het nut van vaccinatie. Hij was verbaasd en meer dan dat, over de tegenstemmen in ons land. Het stoppen met het AZ vaccin begreep hij niet, het gevolgen van het virus zijn heftig. Ach, dat ik een half uurtje auto moest rijden was alweer veel minder “erg”.

Dat “het zit er weer in” is een tijdlang een gezegde geweest in ons gezin. Kan overal en nergens voor gebruikt worden. Het zit erin, ik voel het in mijn arm. Ik hoop dat het vaccineren snel gaat en dat iedereen die er naar snakt niet te lang meer hoeft te wachten. Dan zeggen we niet het zit er weer in, maar dan zit het erop!

Klokkenluider

De klokken klinken weer! Sinds stille donderdag was het stil in het klooster waar ik de afgelopen dagen was. Donderdagmiddag vertrokken en gisterochtend weer thuisgekomen. Ik volgde een retraite. Geen echt groepsgebeuren. De getijdengebeden vormden de rode draad. Daarnaast waren er nog wel wat activiteiten waar je aan mee kon doen.

Op witte donderdag klonken de klokken in de kerk om zes uur ’s avonds voor het laatst, om op paasmorgen weer volop te klinken. Ik ken de getijdengebeden van de vrijdagen. Ik vind ze mooi en bijzonder om mee te maken. De getijden in deze dagen zijn anders dan anders. Op donderdag was er een handwassing, vierden we het avondmaal. Handwassing in plaats van de voetwassing, zoals die plaatsvond bij de instelling van het avondmaal door de Here Jezus. Terwijl we brood aten en wijn dronken zongen de leden van de woongemeenschap het lied Ubi caritas: waar barmhartigheid en liefde is, daar is God. Het raakte m’n hart.

Goede vrijdag kwam. Voor een deel de gewone klusvrijdag. Ik begon de dag met het ochtendgebed van 8 uur, dat we normaal nooit bijwonen. Na het gebed en ontbijt volgde de gewone vrijdagvergadering van de directie waar ik altijd bij ben. Om me vervolgens in de Lectio Divina te storten. Voor mij nog een onontgonnen manier van bijbellezen. Wel een manier die ik verder wil onderzoeken.

Tussen twaalf en drie uur ’s middags was het stil in het klooster en in de werkplaatsen. En om twaalf uur en drie uur waren er gebeden in de kerk. We lazen het lijdensverhaal op een mooie manier: een voorlezer, iemand die de woorden van Jezus las en de teksten die het volk spraken door de overige aanwezigen. Praktisch: wij als aanwezigen zeiden: kruisig Hem, of vroegen om de vrijlating van Barabbas.  Ik kon me helemaal voorstellen dat ik in het volk stond en om de kruisiging van Jezus vroeg, of waarschijnlijker: schreeuwde.

Stille zaterdag was voor mij een stille dag. Ik bleef vooral op mijn kamer, las de krant, (die kun je niet missen, geen dag). Of zat toch nog even op internet, ik wilde nog wel weten wat er zoal gebeurde. Ondanks dat probeerde ik echt stil te staan bij Pasen en bij de betekenis van het offer van de Here Jezus. Het blijft bij mij vaak bij veel denkwerk. De laag dieper is voor mij lastig te vinden. Ook hierin blijf ik work in progress.

Zaterdagavond was het superdonker in de kerk. Alle lichten uit, stilte, het wachten op de nieuwe dag, het echte vieren van Pasen.

Dat deden we, dat vieren!  Zondagochtend om zes uur begon de dienst, eerst in de kerk. We luisterden naar twee bijbelgedeltes, reciteerden een psalm en gingen naar buiten, waar een vuur brandde.We stonden in stilte in een grote kring om het vuur. De stilte werd doorbroken door het gejubel van vogels. Langzaam verdween het donker en overwon het licht! De nieuwe dag brak aan, het nieuwe leven is begonnen!

Het vuur werd gezegend en met het gezegende vuur werd nieuwe paaskaars aangestoken. We kregen allemaal een lichtje aangereikt en liepen in optocht de kerk weer in, we mochten het licht meenemen.  In de kerk luidden de klokken!

De dienst ging verder:  we lazen nog een paar bijbelgedeeltes, beleden ons geloof, zongen het gebed dat de Here Jezus ons leerde. Kortom, een volle en ook wel lange dienst, die tot acht uur duurde.

Daarna genoten we van een uitgebreid ontbijt. En was het inpakken en weer naar huis gaan waar ik met open armen werd ontvangen.

Ik heb genoten van mooie dagen! Het was gaaf om op deze manier naar Pasen toe te leven. Mooi om de gebeden mee te doen, mooi om dit alles mee te beleven. Klazien, Ruud en Patricia, hartelijk bedankt voor alle goede zorgen en mooie invulling van deze dagen.

klik op de foto om het klokkenluiden te horen.

Zo’n dag

Zo’n dag die er is, waar van alles gedaan kan worden en niet veel uit je handen komt. Zo’n dag als vandaag dus. De dagen sudderen voorbij. De ene dag heb je plezier, een andere dag word je bang van de dingen die gebeuren, of van de dingen die vooral niet gebeuren. Die we nalaten, zoals zorg voor mensen en klimaat. Klein en machteloos voel ik me dan, het voelt verlammend, blijf maar zitten waar je zit. In de grote wereld gebeurt teveel.

Maar ook in de kleine wereld gebeurt van alles. Vorige week gebeurde er voor mijn ogen een ernstig ongeluk. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Belde 112. Later in de week is het slachtoffer overleden. Verdriet voor familie. Hoe kwetsbaar kan een leven zijn. Een lieve kerkzus kreeg te horen dat haar conditie waarschijnlijk niet veel beter wordt dan zoals het nu is. De gevolgen van corona… En zo is er no wel meer om over na te denken. Ik vind het lastig allemaal. Ik doe alsof ik de hele wereld op m’n schouders moet nemen. Natuurlijk is dat onmogelijk, gelukkig maar. Behalve ‘zorgen maken’ maak ik me druk.

Ik maak me druk over mensen die in de supermarkt hun karretje precies voor het schap zetten waaruit ik iets nodig heb. En waarom gaat iedereen op dezelfde tijd als ik boodschappen doen? Waarom heb ik weer de verkeerde kassa gekozen? O ja, dit is die aardige kassamevrouw, daarom duurt het wat langer… ze zegt tegen de klant die nu aan de beurt is, dat die roerbakgroenten deze week 1+1 gratis is, dus mevrouw kan er beter nog maar een zak bij gaan halen. De mevrouw zegt dat ze alleen is, dus niets aan twee zakken groenten  heeft. Ze denkt nog even na, en ik bemoei me er maar even mee en zeg: maak er soep van en doe dat in de vriezer. Tien punten voor deze tip. (dus er wordt inderdaad nog een zak groenten opgehaald)

Bij de drogist in ons enorme winkelcentrum staan manden met afgeprijsde artikelen. Even bij snuffelen. Ik zie deze fles die ik niet achter kan laten: “Put your hands up”.

Ach ja, denk ik, dat is het natuurlijk wel, je handen ophouden. Niet om maar af te wachten wat er in valt, wel om te zien wat er al in ligt. Om na te denken Wie geeft, na te denken over Wie er wel is en zal blijven. Omdat Hij dat heeft beloofd. Ik moet zeggen dat ik het best vaak lastig vind om me dat te blijven realiseren. En soms is het gewoon weg.

Tot ik een aardige caissière tref, die haar klanten op voordeel wijst, of een fles met leuk opschrift tref. Ogen en oren open, er is meer te beleven dan ik vaak denk.

Tot slot, zoals meestal, een mooi lied. Weliswaar een adventslied. Verwachtingsvol naar kerst. Afgelopen zondag hoorden we in de preek dat we in verwachting zijn van grootse wonderen. Laten we daarvoor onze handen en harten openen! (ps. ik mag de trotse moeder van de zanger zijn)

Nieuwe laptop

Volgens mij was het na vijf jaar tijd voor een nieuwe laptop. Er was een leuke aanbieding en jongste zoon was zo vriendelijk vroeg naar de winkel te gaan en er een voor mij te kopen. Nu heb ik de (rare?) gewoonte om mijn mail te bewaren. Je weet maar nooit waar je het ooit voor nodig hebt. En ik wil dan die mails ook weer allemaal op mijn nieuwe laptop hebben….

Maar langzamerhand werd het wel een beetje bijzonder. Wat doet een mens nog met mails uit 2003? Dus ik was moedig in de afgelopen dagen en heb de onvoorstelbare stortvloed aan mails opgeschoond.

En dat was wel eens confronterend. Gesprekken en discussies over allerlei gebeurtenissen. Helaas meestal niet de meest blijmoedige gesprekken. Of wel blijmoedige gesprekken in vriendschappen die (toch) inmiddels verlopen zijn. Allemaal herinneringen kwamen bovendrijven. Herinneringen aan allerlei dingen waar we aan meededen, waar we met groot enthousiasme insprongen. Soms was het echt een sprong in het diepe. Een sprong met onverwachte gevolgen, mooie en minder mooie. Tot het niet meer goed was voor ons en we vertrokken. Wat een hoeveelheid mails had ik uit die tijd bewaard. Sommige heb ik gelezen, anderen onmiddellijk verwijderd. Over en uit, voorbij. En nu, na een aantal jaren is het goed en klaar. Goed om achter ons te laten.

Zo mogen we steeds opnieuw verder gaan, nieuwe dingen ontdekken en meemaken. Ook in een jaar als dit, wat toch wel een spectaculair jaar was, op allerlei gebied. Stoppen met werken, wennen aan het allebei thuis zijn, het land dat zo goed als plat lag. Mooi vrijwilligerswerk ontdekken en daarvan genieten. Genieten van (nieuwe) mensen, genieten van vriendschappen. Kerkdiensten die door mogen gaan, ook al is het op een totaal andere manier dan we gewend zijn.  We mogen in vrede en vrijheid leven. Daar ben ik superdankbaar voor en het maakt soms het journaal kijken beschamend… en levert dat weer een nieuwe puzzel op.

Voor nu: een goede jaarwisseling, een goed 2021 gewenst, en hou vol. Met daarbij de gedachte dat we niet alleen elkaar vast houden, maar dat wij vastgehouden worden!

 

Het eindeloze verhaal dat “vrouw en ambt” heet.

Zondag 8 november 2020: de eerste vrouwelijke dominee binnen de Gereformeerde kerken vrijgemaakt.
Almatine Leene werd in Hattem bevestigd. Zij was al een aantal jaren predikant in Zuid-Afrika. De eerste vrouwelijke dominee die binnen de GKv bevestigd werd.  Niet de eerste vrouw die theologie studeerde. Een aantal gereformeerde vrouwen verliet de GKv om in andere kerken predikant te worden. Zij voelden zich geroepen tot het ambt.

In het Nederlands Dagblad van 7 november stond een gesprek met haar. Daarin gaf zij aan het een goed idee te vinden als er gesprekken gevoerd zouden worden met deze vrouwen die de GKv verlieten. “Een excuus daarbij is nooit verkeerd, denk ik”, zo is te lezen. Verder op in deze krant staan interviews met een aantal van deze “kerkverlaters”. De teneur is een beetje dat de meeste van hen excuses niet nodig vinden, maar ze willen erkenning van hun pijn en waardoor die veroorzaakt is. Bijvoorbeeld doordat ze niet aan het avondmaal mochten, zoals een van hen vertelde. De doelstelling moet herstel zijn en dat opent de weg naar de toekomst. In mijn ogen lag het accent niet zozeer op excuses. Toch was dat in de dagen erna de hoofdmoot: “vrouwen willen excuses”.

Het verhaal van Almatine maakte indruk op mij. Mijn eerste gedachte was: ik hoop niet dat nu alleen mannen gaan reageren om te vertellen hoe dit nu verder moet en ingevuld wordt. Op Facebook kwam ik al snel een discussie tegen. Procedures werden van stal gehaald. Genoemd werd dat excuses niet nodig zijn, immers, deze dames waren ongehoorzaam aan het kerkgezag. Enzo verder. Allemaal mannen. Eerlijk gezegd ontneemt me dat de moed om er zelf iets van te zeggen.

Een en ander bracht wel weer pennen en hersenen in beweging. In een column in het ND  (woensdag 11 november) werd gesteld dat Almatine Leene excuses eiste. Beetje jammer dat dit in die column zo gesteld werd, dat geeft m.i. een vertekend beeld. Ik wil hier de blog van ds. Robert Roth nog noemen, hij schreef een mooie gedachtengang over dit alles. Een laag dieper dan voor of tegen vrouwen in ambten zijn. Maar ook de vraag: hoe verder, hoe met elkaar om te gaan, met deze toch wel grote tegenstelling.

Draag elkanders lasten, zo is de titel van de blog van ds. Roth. Dat zal in de praktijk best ingewikkeld zijn. Want wat houdt dat dan in? Je kunt met elkaar praten over hoe je deze dingen ervaart. Je wilt luisteren. Maar dan? Draag elkaars lasten, betekent dat dat je geen vrouwen in het ambt toelaat, omdat de ander dit schrifkritiek vindt, en tegen Gods wil?. Of sta je het wel toe, met pijn in je hart? Het is een bijna onneembaar geheel geworden.

Vandaag las ik in het Nederlands Dagblad dat er nagedacht wordt over het opnieuw naar de synode brengen van bezwaren tegen de genomen besluiten over m/v ambt. Het is een “nieuw” besluit, dus mag er opnieuw bezwaar gemaakt worden. De synode van Goes, waar nu de bezwaren behandeld zijn, heeft die niet toegewezen. “Dus” is er niet geluisterd. (welke president redeneert ook zo? 😉 )
In datzelfde artikel werd ook gesteld dat een herverkaveling binnen kerkverbanden, of de oprichting van een noodkerk, ook tot de opties horen. Hier worden de lasten dus alleen gedragen, zonder dat wie ook de kans krijgt mee te helpen dragen, je hebt de ander dan kennelijk niet nodig.

Ik word er eerlijk gezegd moe en verdrietig van.

(zonder) woorden

Waar zijn woorden te vinden voor verdriet? Wat te zeggen als je hoort over een vader en moeder die geen ouders worden, wat te zeggen als je hoort van voortwoekerende kanker, wat te zeggen als dementie steeds meer bezit van iemand neemt?

Wat te zeggen tegen de zoveelste corona-patiënt, wat te zeggen bij zoveel somberheid en verdriet, zoveel boosheid, zoveel onzekerheid.

Wat zijn we kleine mensjes, wat zijn we, wat voel ik onmachtig, om me vervolgens af te vragen wat ik dan wel zou willen. Ik vlucht in onbelangrijke dingen: waar vind ik de supershampoo die ik absoluut nodig heb om gelukkig te zijn?

Wat wordt het donker, kil en koud. Koude harten, hete hoofden. Oren die niet meer horen. Ogen die niet meer zien.

Het elkaar niet meer mogen aanraken maakt me zelfs slordig in het groeten, ik vertrek in het voorbijgaan, merk ik.

Gisteren was ik op een stiltedag in mijn  geliefde klooster. De dag was deels binnen, met programma. Deels tijd om zelf in te vullen en ik liep een rondje kloostertuin/berceau. Ik kwam langs een grote stapel die er niet uitzag en sterk rook. Een grote hoeveelheid rottende, gistende appels. Vergane glorie, afgedankt fruit. De zon scheen erop, het waaide een beetje,  eigenlijk rook het erg lekker. Er zat een vlinder op.
Schoonheid op rotheid. Het kan blijkbaar samen gaan.

We hebben ogen gekregen om te kijken, maar vooral om te zien. Proberen de ander te zien, en vooral ook God te zien en te blijven vertrouwen. Ook als het donker is. God zien en elkaar blijven zien en blijven aankijken. Afgelopen zondag zagen we dit filmpje in de kerkdienst. Ik kan het niet met droge ogen zien….

 

Nieuw Sion

Vrijdagochtend, ik word wakker van een onbekend, irritant geluid. O ja, de wekker… Een geluid dat ik niet vaak meer hoor en onaangenaam blijft, zeker als ik (al) het om half zeven hoor.

Ik hijs mezelf het bed uit en heb(toch) zin in deze dag. Vrijdag is Nieuw Siondag! Sinds eind mei gaan allernaaste en ik iedere week naar Diepenveen, waar dit klooster staat. Sinds ongeveer  2016 bestaat het als Klooster Nieuw Sion, tot die tijd was het abdij Sion. Er woonden nog maar een paar monniken, zij vertrokken naar Schiermonnikoog. Een klooster vol spullen achterlatend. Een groep mensen wilde graag dat het klooster bleef bestaan. Niet als toeristische trekpleister, wel als een plek waar je God, de medemens en de natuur kunt ontmoeten. Er is een woongemeenschap van jonge mensen, er is een getijdengemeenschap, die zorg draagt voor het doorgaan van de getijdengebeden en er is de werkgemeenschap waar wij deel van uitmaken: de vrijwilligers. Nieuw Sion biedt mooie programma’s aan. Stilte dagen, retraites, er is van alles te beleven. (gewoon beleven, niet gaan doen!)

Vanaf het begin had ik steeds in mijn hoofd: ik wil daar iets, maar… nog aan het werk, de afstand, en nog meer van dat soort beren en andere beesten op de weg.

Stoppen met werken, corona, er gebeurde van alles in ons leven. Op een zondag zat ik wat te pieren op Facebook en zag een aantal vacatures op Nieuw Sion voorbijkomen. (een klooster op de socials!). Men vroeg een administratieve ondersteuner voor de directie, een archivaris, een vrijwilligers aanspreekpunt en ook nog een fotograaf. Ha! Dat was wat! Ik vertelde allernaaste over deze vacatures. Meestal hoorde hij mijn kloosterverlangens aan, en had niet diezelfde gedachten als ik daarover had. Echter, hij had zich al aangemeld als fotograaf voordat ik uitgedacht was over de veelheid aan mogelijkheden.

Lang verhaal kort: we zaten nog diezelfde week aan tafel bij de directie van Nieuw Sion. Toen bleek dat behalve fotograferen lassen ook nog een vaardigheid van allernaaste was, was hij nog meer welkom. Ik ben begonnen als administratieve ondersteuner. Inmiddels ben ik ook aanspreekpunt voor vrijwilligers geworden. In gesprek gaan met mensen die vrijwilliger willen worden, proberen wat wegwijs te maken, gesprekken voeren, dat zijn zo ongeveer mijn taken. Er zijn al heel wat foto’s gemaakt, zowel van het gebouw als van alle vrijwilligers. Iedere vrijdag is klusdag. Er is genoeg te doen. Er is een grote moestuin waar heerlijke groenten groeien, er is een grote binnentuin. Die groenten zijn zo lekker! Iedere week neem ik wel wat groenten mee.

Het gebouw is oud, er is veel onderhoud nodig. Nieuw Sion herbergt een woongemeenschap, voor hen is woonruimte gemaakt in het klooster. In de afgelopen jaren is een gastenverblijf gerealiseerd. Het is de bedoeling dat er nog meer gastenkamers komen. Kortom, plannen te over. Iedere vrijdag wordt er hard gewerkt.  Niet alleen gewerkt, ook gebeden.

In het klooster worden de getijdengebeden in ere gehouden. Tegen twaalf uur wordt de klok geluid, en om twaalf uur is het gebed. Zingen (doen we heel zacht) bidden, stil zijn. Het is supermooi om mee te maken!

Om een uur of twee, drie rijden we weer naar huis. Meestal met een vol hoofd en een blij hart. Thuis worden de foto’s uitgewerkt, mensen daar al dan niet blij mee gemaakt. En heb ik iedere dag mails te beantwoorden, of nog dingen uit te werken. Geen straf om daar mee bezig te zijn, integendeel.

We zijn superblij met deze mooie plek (echt een aanrader!), de mensen, de nieuwe contacten, het voelt als een deken in deze barre tijden.

Gemeentewandeling

Al maanden zijn er geen gewone kerkdiensten, volgen we diensten via internet, of zijn we zo af en toe wel in de kerk. Dan is niets meer zoals het was, met afgezette plekken, niet zingen en andere dingen anders dan anders. In deze maanden heb ik me regelmatig afgevraagd in hoeverre ik de diensten nu echt miste. Het antwoord op die vraag was verschillend. Soms mis ik het wel, soms denk ik: het is regelmatig gebeurd dat ik niemand sprak bij de kerk. Ik zie de mensen, groet een ieder die ik tegenkom en vaak blijft het daarbij. Dat maakt het verlangen om in het echt naar de kerk te gaan niet groter. Tegelijk wordt het ook een soort cirkel. Ik ga niet omdat, waarom zou ik gaan, wie mis ik, wie mist mij?

Afgelopen zondag was de ‘startzondag’ van het nieuwe seizoen. Een kerkelijk werkseizoen waar in wel weer dingen worden opgepakt maar toch ook veel dingen nog niet kunnen, of in ieder geval niet zoals we  het gewend waren. Er was een ‘gewone’ ochtenddienst en ’s middags een gemeentewandeling. Honderdvijftig mensen deden mee. We waren in groepen ingedeeld en kregen een route beschrijving mee.

Behalve een routebeschrijving kregen we de zegen mee. Dat was mooi!. Vervolgens gingen we echt op weg, een groepje mensen dat elkaar niet echt kende. Er waren een aantal rustpunten onderweg waar we een ‘opdracht’ mochten uitvoeren: we zongen een lied, we lazen een gedeelte uit de bijbel, en wel dit:

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar: ze hadden de deuren afgesloten. omdat ze bang waren voor de joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: “Ik wens jullie vrede!” Nog eens zei Jezus: “Ik wens jullie vrede. Zoals de Vader mij uitgezonden heeft, zo zend ik ook jullie uit” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven”

Dat gedeelte lazen we, om er een aantal meters later een overdenking over te horen. Een preek in de open lucht. Ik heb zelf de neiging om een bijbelgedeelte te lezen er (even) over na te denken en dan is het ‘klaar’. Hier werden we uitgedaagd om verder te denken. Het is niet alleen de opdracht voor de discipelen, net zo goed voor ons. Vergeven, ik vind het vaak  zo moeilijk.

Bij een volgend rustpunt mochten we verder werken. Nadenken over wat de gemeente nodig heeft, nadenken over wat jij van de gemeente zou willen ontvangen, nadenken over wat jij kunt en wilt geven. Vragen en mogelijkheden te over. De ideeën hierover konden we op de welbekende gele papiertjes kwijt.

We maakten nog een selfie van de groep, (wat ongetwijfeld dan anders heet), we liepen nog weer een stuk verder, hadden plezier met elkaar, en bereikten de kerk weer. Daar zongen we elkaar een zegenlied toe. Mooi om je stem weer eens in de kerk te gebruiken! Dat smaakt echt naar meer.

Al met al een mooie wandeling! Met leuke ontmoetingen, die ontmoetingen gingen ook na de wandeling nog door bij de koffie en de thee. Fijn om elkaar weer te zien en te spreken. En bedankt voor de organisatie!

Geluk

Als ik auto rijd heb ik meestal de radio aan, radio 1 is de favoriete zender. Nieuwsflitsen, beetje muziek. Van de week hoorde ik een gesprek met een geluks expert. Geluksprofessor, staat op zijn website. Hij vertelde dat er maar twee dingen zijn om gelukkig(er) te worden: je gedrag veranderen en je gedachten veranderen

Wat een geluk dat het zo simpel is! Even anders denken en doen en je bent gelukkig… En als je niet gelukkig bent, jammer dan, moet je maar anders denken. Dan heb je geen succes en heb je toch wel gefaald. Is dat niet een beetje zoals vaak gedacht wordt? Het eigen schuld, dikke bult? Al realiseer ik me best dat je gedachten grote invloed hebben op je gevoelens. “Het is zoals het is, Margé”, zei een van mijn klanten vaak. Om vervolgens moedig door te gaan met leven. Dat is zeker helpend. Doorgaan, leven met dat wat er is. Zonder last te hebben van de dingen die er niet zijn.

Mensen kunnen afgerekend worden op het succesvol zijn. Of op het gegeven dat ze dat niet zijn, maar falen. Falen hoeft niet een gevolg te zijn van niet slim handelen. Het is heel vaak zo dat de een meer kansen en mogelijkheden heeft of krijgt dan een ander. Dat begint al met waar je wieg staat, wat voor opvoeding je krijgt. Iedere stap kan een stap naar het goede zijn of naar het mindere.

Hoe kijken we naar mensen die (in onze ogen) minder succesvol zijn? Lopen we hen voorbij, of willen we juist graag helpen? Iemand schreef op facebook: ik geef veel liever dan dat ik ontvang, dat kan ik niet zo goed. Ook dat zette me weer aan het denken. Hoe werkt dat dan? En als je ontvangen moeilijk vindt, kun je dan wel de liefde en genade van God ontvangen? Of geef je God liever je goede daden? Open handen, ze zijn soms best moeilijk, ik herken het wel.

Het kan je een goed gevoel geven om te geven. Het streelt je ego. In het Nederlands Dagblad las ik een column over geven en ontvangen in corona tijd. De aanbiedingen voor hulp vlogen de lucht in en er was bijna geen vraag. Durven mensen geen hulp te vragen, ben je dan te afhankelijk? De uiteindelijke conclusie van deze column was dat het niet om hulp vragen, of hulp geven gaat, maar om de verbinding. Voel je je werkelijk verbonden met elkaar?

Ga op zoek naar dat wat je verbindt met die “falende”ander en zoek samen een weg. Een weg waarin je elkaar tot een hand en een voet kunt zijn. Steek dan ook je hand uit als je iets van een ander nodig hebt, zodat een ander je hand kan vasthouden. Nou ja, figuurlijk dan, in deze tijden!

 

Achterom kijken

In de afgelopen week was het twintig jaar geleden dat een wijk in onze stad in de as werd gelegd. Een opslagplaats voor vuurwerk ontplofte, waardoor is nooit opgehelderd. Drieëntwintig mensen stierven door deze brand, zo’n duizend mensen raakten (lichamelijk) gewond. Die dag was een stralende dag, het was erg warm, straten en terrassen waren vol. Doordat zoveel mensen al buiten waren is het aantal slachtoffers relatief laag gebleven. De vuurwerkramp is en blijft een grote wond in de stad, ook al is de wijk herbouwd en lijkt het of het leven is herpakt.

Voor ons was de ramp schokkend, we weten allen in ons gezin nog wat we deden op het moment van de ramp.De angst en de paniek heeft alleen allernaaste deels meegemaakt. We waren daar in de buurt aan het wandelen en hij wilde ‘even’ een brand zien, toen de rookwolken zichtbaar werden. Overige beelden kennen we van de tv. De stille tocht liepen we als gezin mee.

Maar dichterbij dan dat kwam het niet. Een paar dagen later werd onze aandacht naar binnen gekeerd, doordat een van de zonen ernstig ziek bleek en met spoed in het ziekenhuis werd opgenomen. Uiteindelijk viel de diagnose mee, een relatief onschuldige ziekte die door een erfelijke bloedafwijking zeer versterkt werd. Dit werd pas na een week duidelijk, en als er in de eerste dagen alleen maar onderzoeken gedaan worden die een dodelijke ziekte uit kunnen wijzen, dan zijn dat barre tijden. (het is allemaal goed gekomen en met die bloedafwijking valt prima te leven)

Voor ons is zo de vuurwerkramptijd een dubbele tijd. We keken deze week naar een documentaire. (na de klap). Behalve dat was er niet zo heel veel te zien en mee te maken omdat de herdenking in zeer kleine kring moest.

Het tweede terugkijken was gisteravond. Het afscheidsconcert van Elly en Rikkert Zuiderveld. Na vijftig jaren in het vak, is het tijd om te stoppen. We hadden kaarten voor een van de afscheidsconcerten. Die niet doorgingen. Internet is onze grote vriend in coronatijden, en daardoor konden we alsnog kijken. Wat een mooi en bijzonder concert. Wat een mooie en bijzondere mensen is beter. Muziek met een lach en een traan, vlijmscherpe teksten soms. Ik was geraakt en ontroerd door de mooie teksten, warme muziek, warmte in en bij de begeleidingsgroep.

Elly en Rikkert, ik geloof dat ik hun muziek al kende voor ze tot geloof gekomen waren. Daarna heb ik hen deels gevolgd. De kinderliedjes zijn het meest bekend voor mij. Al fietsend zongen jongste zoon en ik “Jezus is de goede herder”. Oude tijden, mooie tijden. Ik merkte gisteravond dat ik een tijd uit hun carrière gemist heb, hoorde ineens liedjes die ik niet kende. Zo wordt een afscheid een hernieuwde kennismaking! Het voelt als een afsluiting van een tijdperk. Een afscheid. Met een traan.

Pagina 1 van 15

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén