Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Pagina 1 van 15

Terugkijken

kadootje van Floor.

Nog anderhalve dag, dan is dit jaar voorbij. Een jaar om nooit te vergeten of om zo snel mogelijk te vergeten, ik ben er nog niet uit. Het was in ieder geval een jaar waarin veel gebeurde, in het grote en in het kleine. Corona beheerst ons leven nog steeds voor een groot deel. Golven komen en gaan. In het rijke westen is volop gevaccineerd, iedereen die dat wil is geprikt, of heeft inmiddels een afspraak voor een derde prik. Wat was ik blij toen ik mijn eerste prik kreeg. Het leek dat de problemen voorbij waren. Helaas was dat niet het geval. Nog steeds zijn er veel besmettingen en overlijden er dagelijks mensen aan Covid. Net zo erg en soms vind ik het nog erger, is de grote onrust en boosheid die in de maatschappij is ontstaan. Lelijke woorden en teksten over en weer. Verharding alom. Het vreet aan me en tegelijk lees ik me suf op bijvoorbeeld Twitter.

Alleen twee kleinkinderen hebben in lichte mate Covid gehad, dichterbij in ons gezin is het niet gekomen. Goddank. Dit was het jaar van ziektes van onze (mijn) moeder. Dat was tot twee keer toe spannend. In haar flat blijven was niet meer mogelijk en zij en wij ook,  zijn blij met de plek waar ze nu kan wonen. Moeder van allernaaste woont nog zelfstandig en dat op haar 94e. Het lukt, nog, zeggen we er maar bij. Halverwege het jaar was er heftig nieuws over ernstige ziekte in de vriendenkring van een van de kinderen. Het was spannend en het is nog steeds spannend voor een grote kring mensen.

We mochten een nieuw lid in onze gezinskring verwelkomen. Hier zijn we blij en dankbaar! In juli herdachten we dat we 45 jaar getrouwd waren, we hebben het niet uitgebreid kunnen vieren, dat hopen we volgend jaar met het hele gezin te doen. Als de gezondheid van een ieder het toelaat. In de afgelopen weken werden we opnieuw geconfronteerd met de onvoorspelbaarheid van auto-immuun ziektes.

Kerkelijk maakten we de overstap naar de Nederlands Gereformeerde Kerk. De eerste ervaringen zijn positief al is het nog zoeken naar een echte plek. Ach ja, ook hier worden we gehinderd door corona. We zijn benieuwd wat er op ons pad komt om te doen en mee te maken.

Tenslotte, ons wekelijkse ritje naar Nieuw Sion. Dat doen we met veel plezier. Ook daar gebeurde veel, ondanks beperkingen. De opening van de koffieschenkerij was voor het klooster wel een hoogtepunt. Voor mijzelf vond ik het bijzonder om Pasen mee te maken in het klooster. Ik werkte mee aan de adventsvieringen, die een experiment waren dat goed uitpakte. Binnenkort gaan we nadenken over hoe aankomend jaar Pasen in het klooster te vieren. Ik vind het superfijn om daar aan mee te denken en mee te werken!

Zo ging een jaar voorbij, met veel onrust in de grote wereld en ook wel in onze eigen kleine bubbel. We gaan zien wat er in 2022 gebeurt, we wachten af en ik besef steeds opnieuw dat ik het niet alleen hoef te doen, sterker nog, niet eens alleen zou kunnen!

Lieve lezers, ik wens jullie een gezegend 2022!

Jetlag

Vanmorgen lag ik om acht uur nog in m’n bed, met de volgende woorden in m’n hoofd: ‘Open Heer mijn lippen, dan spreekt mijn mond uw eer”. Met deze tekst begon in de afgelopen dagen het ochtendgebed, om acht uur, in de kapel van Nieuw Sion. Ik was er van zondag tot en met vrijdag. Mijn wens was wat langere tijd in (bij) het klooster zijn en meer gebeden mee te maken. Behalve dat had ik nog een heleboel bezigheden (=lees afspraken)

Ik had vanmorgen het idee dat ik een jetlag had. Al heb ik nog nooit een “vliegjetlag”gehad,  omschakelen van dag naar nacht en omgekeerd heb ik heel vaak gedaan. Ik moest weer wennen aan een dag zonder gebedstijden. Het is en was heel fijn om weer thuis bij allernaaste te zijn, en toch moest ik schakelen omdat ik niet meer in het klooster was. Dat zegt wel iets over hoe de dagen waren!

Het was bijzonder om veel gebeden bij te wonen. Elke dag vier werd het niet. De tweede nacht was een bijzondere doordat het brandalarm twee keer ging. Vals alarm, gelukkig, maar wat een hels kabaal en helemaal uit m’n slaap.  (Ik vond dat ik dus wel in bed kon blijven liggen ’s morgens)

Ik had mooie ontmoetingen met verschillende mensen in/ van het klooster. Bezocht de vrijwilligerscentrale. Shopte een middag met jongste zus. Shoppen met goed resultaat, vonden wij. Al viel ons wel op dat er best veel leegstand is en misten we winkels waar we voorheen met plezier naar toe gingen.

We oefenden met de getijdengemeenschap een avond Lectio Divina, wat een bijzondere avond werd. Heel bijzonder hoe uit een ogenschijnlijk heel bekend bijbelgedeelte nieuwe gedachten en gezichtspunten kunnen opspringen, waardoor ik aan het denken en ervaren werd gezet. (voorzover die combi mogelijk is)

In het ene avondgebed stonden we stil bij Allerzielen en staken we een kaars aan ter herinnering aan hen die stierven en in het volgende avondgebed dankten we voor “gewas en arbeid”. We keken naar de vruchten van het eigen land. En dankten ervoor.

Samen met anderen dacht ik na over adventsvieringen die we willen organiseren. Dat is nog een beste uitdaging, iets moois bedenken waar niet alleen wijzelf maar juist ook anderen blij van worden. We gaan het meemaken!

Het was echt ora en labora, bidden en werken. Een mooie mix. Met als uitsmijter gister een dag Benedictijns schoonmaken. Ook dat kan! Met aandacht schoonmaken. In plaats van met de gewone bezigheden aan de slag te gaan, poetsten en boenden we. Wat zullen we zeggen? Het was geen overbodige luxe….

NGK

logo NGK Enschede

Toen ik een jaar of twaalf was verscheen de “Open brief”. Gereformeerden die van mijn leeftijd zijn weten wat daar mee bedoeld wordt. Ik denk dat onze eigen kinderen geen idee hebben waar ik het over heb. De brief die een storm die al opkwam tot een soort orkaan maakte. Ik begreep niet goed waar het over ging, al ‘wist’ ik heel goed dat het geen goede brief was. Al raakte ik wel in verwarring toen  ik vanaf onze (vrijgemaakte) preekstoel hoorde dat een van de schrijvers van die brief zeer van harte welkom was op onze preekstoel. (de schrijver was geschorst of uit het ambt gezet)

Het was de tijd van stellige waarheden. Je was goed of fout, en gelukkig waren wij goed. Ik kan me niet meer herinneren of er in ons gezin veel over gesproken werd. Wel las ik alle synodeverslagen die toen nog zeer uitgebreid in de krant stonden. Er kwam een scheuring in het kerkverband, en zo kreeg je de termen: “binnen” en “buiten” verband. Onze plaatselijke kerk scheurde niet.

Ik ging in Enschede naar de mulo. Daar was de scheuring veel heftiger en ontstond een redelijk grote “buitenverband” kerk. Op school waren ook docenten die buiten het kerkverband raakten. Ze mochten volgens mij gewoon aanblijven. In mijn vriendinnenclubje bestond ook binnen en buiten. Ik mocht wel bij een vriendinnetje logeren en met haar mee naar de kerk. Geen probleem. Ik snapte het probleem ook niet zo goed, waarom kun je geen vrienden zijn of blijven? ( nog niet zolang geleden hoorde ik dat in die tijd het soms verboden was met elkaar om te gaan…)

Wij waren en bleven vrijgemaakt, zowel mijn ouderlijk gezin als wijzelf in ons huwelijk. Er waren tijden dat ik naar de Nederlands Gereformeerde kerk ging, in sommige tijden en omstandigheden wilde ik geen bekenden zien en wel heel graag naar de kerk. (en internet was nog niet uitgevonden) Ik voelde me er wel thuis, maar de rest van het gezin wilde blijven waar we waren. In latere jaren nam ik deel aan samensprekingen tussen de vrijgemaakte en christelijke gereformeerde en de nederlands gereformeerde kerken. (de kerken die voorheen buiten verband genoemd werden, heten nu Nederlands Gereformeerd). Ik was een van de weinige vrouwen in die club. De samensprekingen waren soms moeizaam, geen idee of er nog echt oud zeer zat, of dat het te vroeg was.

Op enig moment stopten die samensprekingen. Verschil van inzicht over hoe de Bijbel te lezen, het besluit vrouwen toe te laten tot ambten,  verschil in cultuur, er speelden diverse zaken met en door elkaar. Ikzelf stortte me op andere dingen en was al gestopt met deelnemen aan deze gesprekken. Wij keken een heel andere kant op en verloren soms het kerkelijke gebeuren wat uit het oog.

We vertrokken kerkelijk naar Hengelo, en nu dus weer terug naar Enschede, naar de Nederlands Gereformeerde kerk. Hadden we dat vijf jaar geleden niet al kunnen doen? Dat had gekund, maar de NGK zat toen niet zo in ons zichtveld. Doordat we in Hengelo op een koor zitten/ zaten hadden we al wat ingang en dat zou vanzelf wel meer worden, zo dachten we. We sudderden wat in Hengelo, merkten dat het moeilijk was om te landen. Vervolgens stel je jezelf dan ook afstandelijk op en zo drijf je een beetje weg. Ik had het gevoel dat ik in coronatijd net zoveel contacten had als buiten coronatijd.

Toen in de Nederlands Gereformeerde kerk alhier twee nieuwe predikanten kwamen die ik beide (een beetje) kende, begon er, vooral bij mij, wat te borrelen. Dat geborrel leidde er uiteindelijk toe dat we besloten naar de NGK te gaan. Ik zag dat deze kerk een groene kerk is, daar werd ik blij van. Bovendien is het hele gesprek over vrouwen en ambten hier niet meer aan de orden en ook dat maaket me blij. Al met al voor ons genoeg redenen om deze stap te zetten. Om weer op de fiets naar de kerk te gaan is heerlijk! Tot nu toe hebben we zeker geen spijt, al vind ik de gedachte dat ik nu Nederlands Gereformeerd ben soms nog bijzonder. En de “fouten” die ik vroeger zo zeker zag? Ik ben niet meer zo op zoek naar waarheid en stelligheid, ik ben op zoek naar mensen om mee om te gaan, om samen te zoeken hoe we God kunnen dienen in een rare wereld.

Michazondag

Gisteren hadden wij in onze kerk al de Michazondag. Die is eigenlijk op 17 oktober, maar dan is het in deze regio herfstvakantie. Ik kan me niet goed herinneren of ik eerder op deze manier een Michazondag meemaakte. Vorig jaar was de collecte voor Micha, dat weet ik nog wel.

Met een aantal mensen had ik rond de tafel gezeten om deze dienst voor te bereiden. Dat was mijn eerste activiteit in onze nieuwe gemeente, sinds een paar maanden zijn we lid geworden van deze kerk. Over het hoe en wat vertel ik misschien een andere keer wel.

De Michazondag. De preek ging over deze tekst:

‘Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.’

Leviticus 19:9-10

Op vier punten werd dit uitgewerkt. We kregen een mooi aantal dingen mee om over na te denken of mee aan de slag te gaan. Ik zit zelf wel eens te puzzelen over wat je geeft. Ik ruim mijn kast op en heb kleding “over”. Omdat ik er op uitgekeken ben, of er uitgegroeid ben, (erin groeien gebeurt veel minder, helaas). Die kleding gaat naar de kledingbank. En ik heb vervolgens de mogelijkheden weer iets nieuws te kopen. Zo geef ik dus mijn afdankertjes. Dan toch maar geld geven aan de kledingbank? (mijn vraag is meer: in hoeverre geef ik echt?)

Mooi vond ik hoe het beeld van jouw akker werd  uitgewerkt. Dat is meer dan wat je ziet of denkt. Wij/ ik leven vanuit een soort vanzelfsprekendheid. Het is “logisch” dat je na verloop van tijd een nieuwe telefoon of laptop of wat ook ‘nodig’ hebt… dat kinderen met gevaar voor eigen leven in mijnen werken om de benodigde materialen te delven, dat vergeet ik liever. Dat zoveel anderen werken voor mijn gemak is ook over de grenzen van je eigen akker gaan, zo leerde ik.

Nu zijn deze dingen niet totaal onbekend voor mij, maar tussen gedachte en vervolgactie gaapt nog wel eens een kloof. En wil je er altijd zo diep over nadenken? (antwoord: nee)

Een onderwerp als dit kan al heel snel in een soort moraalpreek verzanden, dat was dit gelukkig niet. Ik ervaarde het maar weer eens als een goede eye-opener.

In de afgelopen week konden we een korte vragenlijst invullen, met gewetensvragen: hoe vaak per week eet je vlees? of ga je onder de douche? Hoeveel kledingstukken heb je in september gekocht? Het was de bedoeling van de quiz dat we raadden wat het vaakste voorkwam. Bijvoorbeeld: het grootste aantal inzenders gaf aan 4-5 keer per week vlees te eten.

Na de dienst was er een boekenruilbeurs en stekjes beurs. Het is me gelukt met één boek minder thuis te komen dan dat ik meegenomen had. Ooit leer ik het!

Mooie dienst, mooi om zo weer aan het denken en werken gezet te zijn. Het is onze bedoeling het niet alleen bij deze zondag te laten, maar meer bewust bezig te zijn met de natuur. We zijn (al) groene kerk. En het plan is op 6 november als het natuurwerkdag is met een groep van de gemeente mee te doen.

Getijdengemeenschap

Vrijdag was een bijzondere dag in en voor klooster Nieuw Sion: de officiële oprichting van de getijdengemeenschap vond plaats! Kenmerkend voor het kloosterleven zijn de gebeden die op vaste tijden, dag in dag uit, jaar in jaar uit gebeden worden. Er zijn zeven gebedsmomenten in kloosters, vanaf midden in de nacht tot het einde van de avond wordt gebeden en doorgaans in de tussentijden gewerkt.

In klooster Nieuw Sion zijn vier getijdengebeden.  Dat zijn gebedsmomenten die een vaste liturgie volgen. Zoals alles in een (echt) klooster volgens vaste regels en afspraken gaat. Als we op vrijdag in Nieuw Sion zijn vind ik het getijdengebed van 12 uur wel het hoogtepunt van de dag. Misschien vooral wel door de vaste lijn die er in zit. De liturgie is bijna een soort vraag en antwoord tussen liturg en aanwezigen. Aan het einde van de lezing uit de bijbel zegt de liturg: Woord van de Eeuwige. De aanwezigen reageren met: “wij danken God”. Vorm en inhoud van de gebeden spreken mij erg aan.

Er zijn mensen nodig om de gebedsmomenten in stand te houden. Door er in voor te gaan, en door erbij aanwezig te zijn. De getijdengemeenschap bestaat uit de mensen die in Nieuw Sion wonen, of dat nu voor ‘vast’ is, zoals de woongroep, of tijdelijk, zoals de jongeren die sinds kort in Nieuw Sion wonen. (zij wonen hier ongeveer een jaar). Verder is er nog een brede schil mensen rond Nieuw Sion. Mensen die er vrijwilligerswerk doen, op wat voor manier dan ook, de werkgemeenschap. Ook zij zijn welkom binnen de getijdengemeenschap.

Een tijd geleden werd aangekondigd dat er nieuwe leden mochten aanhaken bij de getijdengemeenschap. Daar wilde ik graag bij zijn! Ik was niet de enige, samen met een aantal andere vrijwilligers volgde ik voorbereidingsavonden. Avonden waarin we leerden en elkaar mochten ontdekken. Waarin we spraken over wie God voor ons is, en hoe we kunnen bidden.

Zoals met zoveel dingen was ook hier corona een spelbreker. De installatie van de groep zou al in december gebeuren,  helaas kon dat toen niet. Nu eindelijk wel!

Voordat het officiële gebeuren losbarstte moesten we nog even oefenen: we zongen de liederen enkele keren, bespraken de volgorde van alle handelingen. Het voelde best spannend. Mooi en bijzonder was dat broeder Alberic, voormalig abt van abdij Sion, en nu abt op Schiermonnikoog, dit bijzondere getijdengebed leidde! Wij, als leden van de getijdengemeenschap, stonden in een halve cirkel rond het altaar. Om de beurt beantwoordden we de vraag of we volgens de leefregels van de gemeenschap willen leven en ons in willen zetten voor de groep. Precies op het moment van beantwoorden donderde en bliksemde het enorm. Spectaculair!

Na ons ja-woord kregen we allemaal wat wierookkorrels in onze hand, uitgedeeld door broeder Alberic. Op het altaar was een vuurtje en om de beurt mochten we “onze”korrels op dat vuur gooien. Een wierookgeur doortrok de kerk. Als een afbeelding van de lieflijke geur van gebeden voor God.

We zongen en we baden, en beloofden ons bezig te houden met bidden tot God. Supermooi om dat samen met anderen te doen en te beloven hiermee bezig te blijven!

Ik ben in mijn leeftijd gegroeid

“Ik ben in mijn leeftijd gegroeid”, zei ze tegen mij. “Ik kon zoveel nog en nu de laatste tijd niet meer, steeds minder, nu klopt mijn leeftijd met wat ik nog kan.” Het klopt wat ze zegt. De leeftijd, lees ouderdom, laat zich op allerlei manieren gelden. Moeilijk om aan te zien, nog moeilijker om zo te leven. (denk ik) Zo leven wordt steeds meer een opgave in plaats van een gave. Een opdracht die je te doen hebt. We staan erbij, kijken ernaar en helpen zoveel als mogelijk is.

“Wij zijn het KWF en we zijn tégen kanker en voor het leven”, schalt  het uit de radio. Ik vraag me af of ik dit nu echt goed gehoord heb en zoek het nog eens na op internet. Jawel, het wordt echt gezegd en geschreven, wij zijn tegen kanker. Hoe dan? Ooit iemand gezien die vóór kanker is en het ook nog meent? Wij zijn tegen kanker, het klinkt zo maakbaar. Als er maar genoeg geld gegeven wordt verdwijnt het “vanzelf”.

Of wat te denken van een “keuzehulp levenseinde” waar ik wat over las op de website van de NPV.: ik moet nadenken over mijn levenseinde, en daar goede keuzes over maken. (heel eerlijk gezegd heb ik de pagina vluchtig bekeken, niet uit angst, meer uit ongenoegen) Ik loop tegen het maakbare/planbare op, al zal de NPV, gezien hun achtergrond, het ongetwijfeld anders bedoelen dan dat ik het interpreteer.

Kanker, een gruwel. Een gruwel die, tot nu toe, niet heel erg aanwezig was in ons leven. (mijn oma is er aan overleden, dat herinner ik me nog wel al te goed) Nu is deze ziekte niet in òns leven gekomen, wel in onze (kerk)gemeente. Heftig, meerdere mensen tegelijk. Verschillende mensen, met verschillende vooruitzichten.

Ik vraag me af of er woorden te vinden zijn voor het enorme verdriet dat huizen binnengeslopen is. Wat kun je zeggen zonder de plank mis te slaan? Die arm om een schouder, die schouder om op uit te huilen, het mag (nog) niet. Het voelt zo machteloos.

Behalve in je leeftijd groeien, kun je er ook uit groeien. Als het niet meer klopt wat je meemaakt, als het té groots en heftig is, teveel voor jouw leeftijd, dan groei je er uit. Ook dat maken we (indirect) mee. Donkerheid en verdriet. Het is er en zal blijven. Maar het komt goed! Ooit!

Het zit erin

Vroeger…. zo’n vijfenveertig jaar geleden, woonden wij boven een benzinepomp. Zo’n echte, met iemand die jouw tank volgooide. (wie die pomp wil zien, kijke de film de beentjes van sint Hildegard, daar komt hij in voor). De tankman zei altijd: “Zo, het zit er weer in”. Vaste prik.

Vorige week was ik bij iemand die ik nog begeleid. Helemaal stoppen met werken lukt me niet en klant en ik zijn blij dat Pgb’s bestaan en dat op deze manier nog wat mogelijk is. En dit op uitdrukkelijk verzoek van mevrouw. We waren toen bezig met de post en er was een brief van de SVB. Ik opende die en tot mijn verrassing bleek het een uitnodiging voor coronavaccinatie te zijn, voor mij als zorgverlener… niet voor mijn ‘klant’, terwijl zij meer tot de risicogroep hoort, dan ik.

Ik was super verrast, al had ik wel ergens gelezen dat sommige zorgverleners wel acht uitnodigingen kregen, bij acht verschillende klanten. Ook dat kan dus blijkbaar. In de brief voor mijn klant zaten twee uitnodigingen, een voor mij als persoon en een op naam van mijn toko zoals ik dit tot vorig jaar had. Ik was superblij met deze uitnodiging! En verbaasde mijzelf over die blijdschap.

Na alle rampverhalen was ik erg benieuwd hoelang de belprocedure zou duren. Binnen een minuut had ik contact met de GGD, het gesprek duurde een minuut of tien, nogal wat herhalingen.

Verrassing: als ik wilde kon ik de volgende dag al gevaccineerd worden. Dat wilde ik niet, met de retraite in het vooruitzicht. Het werd deze ochtend voor de eerste vaccinatie, en de tweede volgt op Hemelvaartsdag. Oké, ik moest er wel een half uur voor autorijden. En vroeg m’n bed uit. Alles voor het goede doel. Het was nog erg rustig bij de priklocatie. Alle papieren werden nog eens nagekeken en oké bevonden. En je moet een aardige papierwinkel meenemen. Het prikken ging snel, toen nog een kwartier wachten en vervolgens reed ik weer naar huis. Onderweg hoorde ik in een radioprogramma een meneer vertellen over vaccins. Hoe hij in Ruanda meegemaakt had dat mensen uren moesten lopen om op de plek te komen waar gevaccineerd werd. Overtuigd van het nut van vaccinatie. Hij was verbaasd en meer dan dat, over de tegenstemmen in ons land. Het stoppen met het AZ vaccin begreep hij niet, het gevolgen van het virus zijn heftig. Ach, dat ik een half uurtje auto moest rijden was alweer veel minder “erg”.

Dat “het zit er weer in” is een tijdlang een gezegde geweest in ons gezin. Kan overal en nergens voor gebruikt worden. Het zit erin, ik voel het in mijn arm. Ik hoop dat het vaccineren snel gaat en dat iedereen die er naar snakt niet te lang meer hoeft te wachten. Dan zeggen we niet het zit er weer in, maar dan zit het erop!

Klokkenluider

De klokken klinken weer! Sinds stille donderdag was het stil in het klooster waar ik de afgelopen dagen was. Donderdagmiddag vertrokken en gisterochtend weer thuisgekomen. Ik volgde een retraite. Geen echt groepsgebeuren. De getijdengebeden vormden de rode draad. Daarnaast waren er nog wel wat activiteiten waar je aan mee kon doen.

Op witte donderdag klonken de klokken in de kerk om zes uur ’s avonds voor het laatst, om op paasmorgen weer volop te klinken. Ik ken de getijdengebeden van de vrijdagen. Ik vind ze mooi en bijzonder om mee te maken. De getijden in deze dagen zijn anders dan anders. Op donderdag was er een handwassing, vierden we het avondmaal. Handwassing in plaats van de voetwassing, zoals die plaatsvond bij de instelling van het avondmaal door de Here Jezus. Terwijl we brood aten en wijn dronken zongen de leden van de woongemeenschap het lied Ubi caritas: waar barmhartigheid en liefde is, daar is God. Het raakte m’n hart.

Goede vrijdag kwam. Voor een deel de gewone klusvrijdag. Ik begon de dag met het ochtendgebed van 8 uur, dat we normaal nooit bijwonen. Na het gebed en ontbijt volgde de gewone vrijdagvergadering van de directie waar ik altijd bij ben. Om me vervolgens in de Lectio Divina te storten. Voor mij nog een onontgonnen manier van bijbellezen. Wel een manier die ik verder wil onderzoeken.

Tussen twaalf en drie uur ’s middags was het stil in het klooster en in de werkplaatsen. En om twaalf uur en drie uur waren er gebeden in de kerk. We lazen het lijdensverhaal op een mooie manier: een voorlezer, iemand die de woorden van Jezus las en de teksten die het volk spraken door de overige aanwezigen. Praktisch: wij als aanwezigen zeiden: kruisig Hem, of vroegen om de vrijlating van Barabbas.  Ik kon me helemaal voorstellen dat ik in het volk stond en om de kruisiging van Jezus vroeg, of waarschijnlijker: schreeuwde.

Stille zaterdag was voor mij een stille dag. Ik bleef vooral op mijn kamer, las de krant, (die kun je niet missen, geen dag). Of zat toch nog even op internet, ik wilde nog wel weten wat er zoal gebeurde. Ondanks dat probeerde ik echt stil te staan bij Pasen en bij de betekenis van het offer van de Here Jezus. Het blijft bij mij vaak bij veel denkwerk. De laag dieper is voor mij lastig te vinden. Ook hierin blijf ik work in progress.

Zaterdagavond was het superdonker in de kerk. Alle lichten uit, stilte, het wachten op de nieuwe dag, het echte vieren van Pasen.

Dat deden we, dat vieren!  Zondagochtend om zes uur begon de dienst, eerst in de kerk. We luisterden naar twee bijbelgedeltes, reciteerden een psalm en gingen naar buiten, waar een vuur brandde.We stonden in stilte in een grote kring om het vuur. De stilte werd doorbroken door het gejubel van vogels. Langzaam verdween het donker en overwon het licht! De nieuwe dag brak aan, het nieuwe leven is begonnen!

Het vuur werd gezegend en met het gezegende vuur werd nieuwe paaskaars aangestoken. We kregen allemaal een lichtje aangereikt en liepen in optocht de kerk weer in, we mochten het licht meenemen.  In de kerk luidden de klokken!

De dienst ging verder:  we lazen nog een paar bijbelgedeeltes, beleden ons geloof, zongen het gebed dat de Here Jezus ons leerde. Kortom, een volle en ook wel lange dienst, die tot acht uur duurde.

Daarna genoten we van een uitgebreid ontbijt. En was het inpakken en weer naar huis gaan waar ik met open armen werd ontvangen.

Ik heb genoten van mooie dagen! Het was gaaf om op deze manier naar Pasen toe te leven. Mooi om de gebeden mee te doen, mooi om dit alles mee te beleven. Klazien, Ruud en Patricia, hartelijk bedankt voor alle goede zorgen en mooie invulling van deze dagen.

klik op de foto om het klokkenluiden te horen.

Zo’n dag

Zo’n dag die er is, waar van alles gedaan kan worden en niet veel uit je handen komt. Zo’n dag als vandaag dus. De dagen sudderen voorbij. De ene dag heb je plezier, een andere dag word je bang van de dingen die gebeuren, of van de dingen die vooral niet gebeuren. Die we nalaten, zoals zorg voor mensen en klimaat. Klein en machteloos voel ik me dan, het voelt verlammend, blijf maar zitten waar je zit. In de grote wereld gebeurt teveel.

Maar ook in de kleine wereld gebeurt van alles. Vorige week gebeurde er voor mijn ogen een ernstig ongeluk. Ik stond erbij en ik keek ernaar. Belde 112. Later in de week is het slachtoffer overleden. Verdriet voor familie. Hoe kwetsbaar kan een leven zijn. Een lieve kerkzus kreeg te horen dat haar conditie waarschijnlijk niet veel beter wordt dan zoals het nu is. De gevolgen van corona… En zo is er no wel meer om over na te denken. Ik vind het lastig allemaal. Ik doe alsof ik de hele wereld op m’n schouders moet nemen. Natuurlijk is dat onmogelijk, gelukkig maar. Behalve ‘zorgen maken’ maak ik me druk.

Ik maak me druk over mensen die in de supermarkt hun karretje precies voor het schap zetten waaruit ik iets nodig heb. En waarom gaat iedereen op dezelfde tijd als ik boodschappen doen? Waarom heb ik weer de verkeerde kassa gekozen? O ja, dit is die aardige kassamevrouw, daarom duurt het wat langer… ze zegt tegen de klant die nu aan de beurt is, dat die roerbakgroenten deze week 1+1 gratis is, dus mevrouw kan er beter nog maar een zak bij gaan halen. De mevrouw zegt dat ze alleen is, dus niets aan twee zakken groenten  heeft. Ze denkt nog even na, en ik bemoei me er maar even mee en zeg: maak er soep van en doe dat in de vriezer. Tien punten voor deze tip. (dus er wordt inderdaad nog een zak groenten opgehaald)

Bij de drogist in ons enorme winkelcentrum staan manden met afgeprijsde artikelen. Even bij snuffelen. Ik zie deze fles die ik niet achter kan laten: “Put your hands up”.

Ach ja, denk ik, dat is het natuurlijk wel, je handen ophouden. Niet om maar af te wachten wat er in valt, wel om te zien wat er al in ligt. Om na te denken Wie geeft, na te denken over Wie er wel is en zal blijven. Omdat Hij dat heeft beloofd. Ik moet zeggen dat ik het best vaak lastig vind om me dat te blijven realiseren. En soms is het gewoon weg.

Tot ik een aardige caissière tref, die haar klanten op voordeel wijst, of een fles met leuk opschrift tref. Ogen en oren open, er is meer te beleven dan ik vaak denk.

Tot slot, zoals meestal, een mooi lied. Weliswaar een adventslied. Verwachtingsvol naar kerst. Afgelopen zondag hoorden we in de preek dat we in verwachting zijn van grootse wonderen. Laten we daarvoor onze handen en harten openen! (ps. ik mag de trotse moeder van de zanger zijn)

Nieuwe laptop

Volgens mij was het na vijf jaar tijd voor een nieuwe laptop. Er was een leuke aanbieding en jongste zoon was zo vriendelijk vroeg naar de winkel te gaan en er een voor mij te kopen. Nu heb ik de (rare?) gewoonte om mijn mail te bewaren. Je weet maar nooit waar je het ooit voor nodig hebt. En ik wil dan die mails ook weer allemaal op mijn nieuwe laptop hebben….

Maar langzamerhand werd het wel een beetje bijzonder. Wat doet een mens nog met mails uit 2003? Dus ik was moedig in de afgelopen dagen en heb de onvoorstelbare stortvloed aan mails opgeschoond.

En dat was wel eens confronterend. Gesprekken en discussies over allerlei gebeurtenissen. Helaas meestal niet de meest blijmoedige gesprekken. Of wel blijmoedige gesprekken in vriendschappen die (toch) inmiddels verlopen zijn. Allemaal herinneringen kwamen bovendrijven. Herinneringen aan allerlei dingen waar we aan meededen, waar we met groot enthousiasme insprongen. Soms was het echt een sprong in het diepe. Een sprong met onverwachte gevolgen, mooie en minder mooie. Tot het niet meer goed was voor ons en we vertrokken. Wat een hoeveelheid mails had ik uit die tijd bewaard. Sommige heb ik gelezen, anderen onmiddellijk verwijderd. Over en uit, voorbij. En nu, na een aantal jaren is het goed en klaar. Goed om achter ons te laten.

Zo mogen we steeds opnieuw verder gaan, nieuwe dingen ontdekken en meemaken. Ook in een jaar als dit, wat toch wel een spectaculair jaar was, op allerlei gebied. Stoppen met werken, wennen aan het allebei thuis zijn, het land dat zo goed als plat lag. Mooi vrijwilligerswerk ontdekken en daarvan genieten. Genieten van (nieuwe) mensen, genieten van vriendschappen. Kerkdiensten die door mogen gaan, ook al is het op een totaal andere manier dan we gewend zijn.  We mogen in vrede en vrijheid leven. Daar ben ik superdankbaar voor en het maakt soms het journaal kijken beschamend… en levert dat weer een nieuwe puzzel op.

Voor nu: een goede jaarwisseling, een goed 2021 gewenst, en hou vol. Met daarbij de gedachte dat we niet alleen elkaar vast houden, maar dat wij vastgehouden worden!

 

Pagina 1 van 15

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén