Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Leven als kind van God Page 2 of 13

Charity Hands

Gezocht:
Een mooi mens die ons vrijwillig of als stagiair wil helpen teksten te schrijven.
Wat bieden we:
* Samenwerken met leuk team.
* Kijkje in de keuken van ontwikkeling/zendingswerk.
* Social media, WordPress & SEO training.
Wat vragen we:
Goede vaardigheid in Nederlandse taal.
Christelijke levensovertuiging.
Min. 2 uur per week beschikbaar.

Deze tekst zag ik een tijdje terug op Facebook staan. Ik zat in de trein en was wat aan het surfen en vervelen. Ik was onmiddellijk enthousiast, ook al ben ik geen stagiair. Ik mailde en dezelfde avond kreeg ik een berichtje terug. Het was een erg enthousiast mailtje,  tot mijn grote verrassing van een ex-collega!

Die ochtend had ik God gevraagd om nieuwe inzichten en bezigheden, nu er een aantal activiteiten voor mij zijn weggevallen. (sinds ons vertrek bij Hiernaast). Diezelfde avond had ik al een soort nieuwe bezigheden! Hoe bijzonder!

Inmiddels is er al veel mailcontact geweest, heb ik mijn ex-collega weer ontmoet, hebben we heerlijk gegeten en gepraat. Er staat een volgende ontmoeting voor volgende week gepland. Dan gaan we verder nadenken en sparren over mijn schrijftaken, en verder afspreken. Ik zie er naar uit!

In de “advertentie”op Facebook werd een kijkje in de keuken van ontwikkelings/ zendingswerk geboden. Ik merk dat er weer een stuk van de wereld voor mij opengaat. Ik zie en ontdek weer allerlei nieuwe dingen! En ik heb (weer) veel om over na te denken.

De eerste blogs uit mijn pen zijn al te lezen… . https://charityhands.org/india/verpleegster-op-grote-hoogte/

 

 

Doop

Vanmorgen gingen we naar de kerk. Iets dat langzaam aan weer lukt, al blijft een kerkdienst iets met veel prikkels. Het is fijn om wel te kunnen gaan en te weten dat we dat in alle vrede en vrijheid kunnen en mogen.

In deze dienst werd een baby gedoopt. Het formulier daarvoor werd voorgelezen. Oude, vertrouwde woorden. Confronterende woorden ook: dat kinderen in zonden ontvangen en geboren worden. Daar wil ik het liefst aan voorbij gaan. Tegelijk het weten dat  die zonden betaald zijn. Wat niet wil zeggen dat er geen zonden meer gedaan worden. Met afschuw zit ik deze dagen naar de beelden uit de eerste wereldoorlog te kijken..

Er was een “kindmoment”. De kinderen mogen dan naar voren komen, alwaar de dominee met hen in gesprek gaat. De toren gevulde schoenendozen was minstens twee keer zo hoog als op deze foto. Daarom was het beter als de kinderen op hun plek bleven.

“Wie houdt er van de Here Jezus?”, was de vraag. Er gingen heel wat kindervingers de lucht in. Achter me hoorde ik een jochie aan z’n vader vragen: “Jij toch ook, papa?” Papa beaamde dat onmiddellijk.

Dat de Here Jezus van jou houdt mogen we de kinderen, en hoop ik ook elkaar, en hoop ik nog meer: ook buiten de kerk vertellen. En dat vertellen kan met woorden en (meer nog) met daden.

Er werd gedoopt, er werd gezongen: het mooie lied van Sela over de doop. Wat een mooi lied is dat toch: “Prijs de Vader, prijs de Zoon en Heil’ge Geest, prijs de Heer met al wat leeft en adem heeft!

Geef regen Heer….

Al een paar dagen zingt deze regel in mijn hoofd: “Geef regen, Heer, geef regen, de aarde is zo droog”. Afgelopen zondag waren we in een dienst waar  het ‘origineel’ gezongen werd: geef vrede Heer, geef vrede (liedboek 1010). Een nieuwe berijming zou inmiddels kunnen, bij deze droogte en bij deze temperaturen.
In een Nederlands Dagblad van vorige week stond een artikel over de zomer van 1976 waarin de warmte net zo groot was als nu en de droogte minder. Ik kan me herinneren dat het toen erg warm was, het was ons trouwjaar. Ik herinner me dat het toen heel bijzonder was dat het zó warm was. Toen we trouwden was het 30 graden, toen uitzonderlijk! Nu komt het zo vaak voor, dat we er bijna niet van opkijken, alleen temperaturen ver boven de 30 zijn bijzonder. Ik word er zo langzamerhand erg moe van, en met mij velen.Hoe blij was ik vorige week met een enkele regenbui. Bijzonder om te zien dat slakken uit hun schuilplaats kwamen en voorzichtig een fietspad overstaken.

De hitte..en het (dreigende?) watertekort. Wat hebben die temperaturen een impact op het dagelijks leven. Ik verzuchtte onlangs dat ik naar een kouder land wilde emigreren. Nou ja, laten we beginnen met een vakantie in een koel land.  Ik voelde me bijna een klimaatvluchteling. En bedacht dat het niet zo heel vreemd is dat mensen hun land verlaten, als je ziet hoe landen woestijnen worden. Oogsten die mislukken, en vee dat sterft. Het lijkt mij niet zo heel vreemd als je dan op zoek gaat naar betere leefomstandigheden. Inmiddels is er ook voor ons land de angst/ bijna zekerheid dat oogsten mislukken of in ieder geval veel kleiner zullen zijn. Dat zal ongetwijfeld prijsstijgingen tot gevolg hebben. Geen goede vooruitzichten, maar hoe goed hebben wij het in ons deel van de wereld?  (en wat doen we ermee?)

In dat artikel over de zomer van 1976 kwam ik nog een opvallend zinnetje tegen, iets wat me nogal triggerde: een dominee noemde in een blad het bidden om regen een heidens ritueel..

Huh? Hoe kan dat? Waar blijft het aloude geloof in Gods zorg voor de aarde? Zorg waar je om mag vragen? De wereld is in nood, en bij / met alle nood mag je naar Hem gaan!

Tegelijk is het de vraag (en waarschijnlijk is het geen echte vraag) waardoor de droogte wordt veroorzaakt. Toeval? Is dit een een op een gevolg van hoe wij met de aarde omgaan? Of, beter gezegd: niet omgaan, en onze gang gaan? Is dit een boodschap van God en welke dan?

Geloven in begeleiding.

Deze blog schreef ik voor het CGMV en is daar op de website te vinden.

Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een interview met iemand die zowel predikant als psycholoog is.  Aan het slot van het gesprek ging het over het bidden met een patiënt bij een therapiegesprek. De geïnterviewde gaf aan hier moeite mee te hebben omdat de grens tussen pastoraat en psychotherapie dan overschreden werd.  De gesprekken die ik voer zijn duidelijk niet bedoeld als therapie. Begeleiding, meelopen is het doel. Toch zat ik wat te puzzelen over deze opmerking…

illustratie ellen de bruijn

 

 

Dat ik christen ben is voor mijn klanten geen geheim. Op de een of andere manier komt het wel ter sprake. Al is het door mijn antwoord op de door mijn klant gestelde vraag: “En, wat heb jij dit weekend gedaan? Soms aarzel ik om hier op in te gaan. Wat wil ik wel of niet delen met mensen waar ik beroepshalve kom?  De laatste keer dat deze vraag me gesteld werd, was mijn antwoord dat ik op zondag naar de kerk was geweest. Dat werd voor kennisgeving aangenomen.

Soms komt mijn christenzijn spontaan ter sprake. Daar houd ik van. Niet dat er dan van mijn kant onmiddellijk een getuigend gesprek komt. Uiteraard ben ik altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in me is. Al wordt er niet vaak naar die hoop gevraagd.

Een van mijn klanten heeft een (voor mij) bijzondere manier van geloven. Daar vertelt hij graag over. Hij weet dat ik christen ben en zijn zienswijze niet deel. Toch kan hij het niet laten vol vuur  te vertellen over de opdracht die Jezus gegeven heeft, om twee aan twee het goede nieuws aan anderen te brengen. Een opdracht die hij wekelijks in praktijk brengt, op een manier die doorgaans niet op veel bijval kan rekenen. Uiteraard respecteren we elkaar en ik ben blij te zien dat hij troost put uit zijn geloof.

En het bidden met klanten? Vorig jaar vroegen twee mensen specifiek om begeleiding van mij, mede omdat ik christen ben. Zij vroegen of het mogelijk was de gesprekken af te sluiten met gebed. En dat doen we dan ook. Danken voor de goedheid van God onze Vader, vragen om kracht die nodig is in de komende tijd. Vragen om rust in het dragen van de beperkingen die er zijn. Dank brengen voor het uitzicht op heelheid in de nieuwe wereld die komen zal.

Geloven in begeleiding.

Deze blog schreef ik voor het CGMV en is daar op de website te vinden.

Onlangs las ik in het Nederlands Dagblad een interview met iemand die zowel predikant als psycholoog is.  Aan het slot van het gesprek ging het over het bidden met een patiënt bij een therapiegesprek. De geïnterviewde gaf aan hier moeite mee te hebben omdat de grens tussen pastoraat en psychotherapie dan overschreden werd.  De gesprekken die ik voer zijn duidelijk niet bedoeld als therapie. Begeleiding, meelopen is het doel. Toch zat ik wat te puzzelen over deze opmerking…

illustratie ellen de bruijn

 

 

Dat ik christen ben is voor mijn klanten geen geheim. Op de een of andere manier komt het wel ter sprake. Al is het door mijn antwoord op de door mijn klant gestelde vraag: “En, wat heb jij dit weekend gedaan? Soms aarzel ik om hier op in te gaan. Wat wil ik wel of niet delen met mensen waar ik beroepshalve kom?  De laatste keer dat deze vraag me gesteld werd, was mijn antwoord dat ik op zondag naar de kerk was geweest. Dat werd voor kennisgeving aangenomen.

Soms komt mijn christenzijn spontaan ter sprake. Daar houd ik van. Niet dat er dan van mijn kant onmiddellijk een getuigend gesprek komt. Uiteraard ben ik altijd bereid verantwoording af te leggen van de hoop die in me is. Al wordt er niet vaak naar die hoop gevraagd.

Een van mijn klanten heeft een (voor mij) bijzondere manier van geloven. Daar vertelt hij graag over. Hij weet dat ik christen ben en zijn zienswijze niet deel. Toch kan hij het niet laten vol vuur  te vertellen over de opdracht die Jezus gegeven heeft, om twee aan twee het goede nieuws aan anderen te brengen. Een opdracht die hij wekelijks in praktijk brengt, op een manier die doorgaans niet op veel bijval kan rekenen. Uiteraard respecteren we elkaar en ik ben blij te zien dat hij troost put uit zijn geloof.

En het bidden met klanten? Vorig jaar vroegen twee mensen specifiek om begeleiding van mij, mede omdat ik christen ben. Zij vroegen of het mogelijk was de gesprekken af te sluiten met gebed. En dat doen we dan ook. Danken voor de goedheid van God onze Vader, vragen om kracht die nodig is in de komende tijd. Vragen om rust in het dragen van de beperkingen die er zijn. Dank brengen voor het uitzicht op heelheid in de nieuwe wereld die komen zal.

Afscheid

De hele dag heb ik al een liedje in mijn hoofd:

Dit liedje (dat al eens eerder op mijn blog stond) werd ons vanmorgen toegezongen bij Hiernaast.Dat was nog maar één van de kadootjes die we mochten ontvangen. Deze dag mocht ik mijn 64e verjaardag vieren. En deze dag was de dag van ons afscheid van Hiernaast.

Vanmorgen bakte ik voor de laatste keer de broodjes. Kookte Jan voor de laatste keer de eieren. Voor de laatste keer hielpen we met tafeldekken, zette ik koffie, hebben we als team samen gebeden. Voor de laatste keer mocht ik de brunch met gebed beginnen. Voor de laatste keer werd er voor òns gebeden.

Het deed pijn en het was goed.

Begin dit jaar realiseerde ik me dat ik moe was, erg moe. Ik dacht na over waar die moeheid vandaan kwam. Ik kon het niet helemaal terughalen. Wel realiseerde ik me dat ik met heel veel dingen bezig was. Ik besloot om een stapje terug te doen bij Hiernaast. Ik was er minder en ik deed minder. Dat hielp wel wat, ik voelde me weer rustiger. Toch ontdekte ik dat het nog niet voldoende was.

Nadenken, sparren met allernaaste, vriendinnen, kinderen, bidden. Het was een heel proces. Een proces dat uiteindelijk tot het besluit om helemaal te stoppen bij Hiernaast leidde. Een besluit dat pijn deed. Een besluit dat ook rust opleverde. Een besluit dat allernaaste en ik samen namen, zodat we uiteindelijk ook besloten om samen te stoppen.

Vandaag was de dag dat we afscheid namen. Het was een bijzondere brunch, waarbij ik vaak dacht: dit is de laatste keer dat…..

Nu kijken we terug op een bijzondere dag. Met mensen die  speciaal voor ons  gekomen waren. Met een mooi gedicht dat gelezen werd. We kregen een kado, er hing een geweldige slinger bij Hiernaast. Een slinger waar we nog vaak naar zullen kijken.  En bovenal ontvingen we goede woorden, woorden die ons hart raakten.

Dank voor alles!

Rust

In deze (voor mij) onrustige tijden geniet ik van mijn Micha kalender. Niet altijd, dan heb ik weer het idee dat ik iets moet doen. Of vooral nalaten. Dat doen en nalaten zijn wel herkenbaar. Vanmorgen fietste ik voor de zoveelste keer langs een berm waar veel rommel ligt. Maar ja, ik ben onderweg naar een volgende afspraak en ik heb geen troepprikker bij me. Dus ik kan deze situatie echt niet veranderen, vind ik. En waarom zou ik de troep van een ander opruimen?
Als iedereen zijn eigen zooi opruimt, ziet de wereld er een stuk opgeruimder uit. De wereld, te beginnen in Nederland, en nog liever in mijn eigen straatje.

Beter is het te voorkomen dat je rotzooi en afval hebt. Dat is een nog grotere uitdaging dan rommel opruimen. Dat voorkomen betekent selectief boodschappen doen, (dus minder -plastic- verpakkingen etc.Minder/ andere kleding, enzoverder.)

Dit zijn zomaar wat gedachtes naar aanleiding van de Michakalender. Dit was de tekst van deze dag. Mooi om te lezen. Ik was nieuwsgierig naar de schrijver van deze bijdrage. Gelukkig hielp Google me weer eens op weg..

Weer even met beide voeten op aarde gezet worden, even zitten, even rusten. We hebben het zo nodig, en de verleiding is groot jezelf en de Ander voorbij te rennen.

Romeinen vijf vers 1 tot 5

Aan het begin van het jaar bedacht ik dat ik wel weer (eens) een bijbels dagboek wilde lezen. De keuze viel op het Bonhoeffer Brevier. Nou ja, zo was het niet echt. Een mede-blogger vertelde dat zij met dit dagboek begonnen was en ik herinnerde me dat ik het in een boekenkast had staan. Goede gelegenheid om er ook mee te beginnen!

Min of meer trouw lees ik elke dag een stukje. Het taalgebruik is wat gedateerd, logisch. Op twee maart begon een deel over vrede met God. Als tekst: Romeinen vijf vers 1 tot 5. Dat begint geweldig mooi: “Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. Dankzij Hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig

Ah, hier kan ik blij van worden! De vrede van God! Ik zie mooie beelden in mijn hoofd, en probeer al te bedenken hoe ik de bijbelpagina waar dit vers staat, mooi kan maken. (heel af en toe begeef ik me op het biblejournaling pad)

Dan kijk ik verder in de tekst en lees: “En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest die ons gegeven is.”

Dat is iets meer dan alleen vrede. Vrede is waar we naar snakken. Vrede met God, vrede in deze verscheurde wereld. Maar dit gaat over ellende en volharding en betrouwbaarheid, en hoop. Hoop die in zekerheid en in zien zal overgaan.

Ik lees verder in het boek van Bonhoeffer en kom mooie zinnen tegen. Het kruis als toegang tot genade. De open deur naar de vrede van God. Op de volgende dag gaat het verder: “Er is nog niet gezegd hoe God uw leven in de vrede Gods op de proef wil stellen, opdat die vrede werkelijkheid zij en meer dan een woord. We leven nog hier op deze aarde, nog niet in de volmaakte wereld. Of wij de vrede van God werkelijk gevonden hebben, zal blijken uit de manier waarop wij staan tegenover de verdrukking die over ons komt. Veel christenen buigen wel hun knie voor het kruis van Christus, maar tegenover iedere verdrukking in hun leven kennen zij alleen verzet en tegenstribbelen. Zij denken dat zij het kruis van Christus liefhebben, maar het kruis in hun eigen leven haten zij. Wie van zichzelf weet dat hij de verdrukking in eigen leven alleen kan zien als iets vijandigs, iets kwaads, kan daaruit concluderen dat hij de vrede met Christus nog helemaal niet gevonden heeft.”

Voorwaar, pittige woorden waar ik op zit te kauwen. Ik vraag me af wat er met verdrukking/ het kruis in je leven bedoeld wordt. Is dat vervolging omdat je in God gelooft en dat niet mag, zoals dat in heel veel landen is? Is je kruis dragen het lijden wat een ieder van ons in grote of kleinere vorm in het leven meemaakt?

In ieder geval vertaal ik bovenstaande zinnen naar overgave aan God. Overgave in je leven. Waarmee ik niet bedoel te zeggen dat je een willoos poppetje bent, een willoos slachtoffer. Ik denk dat je op mag staan tegen onrecht. Meer nog, dat we de opdracht hebben daar tegen op te staan.

Tegelijkertijd, heftige gebeurtenissen, in welke zin ook, zijn deel van deze gebroken tijd en wereld. Je/we/ ik begrijp(en) niet waarom dingen gebeuren, of misschien juist niet gebeuren. In hoeverre is het mogelijk ook dan in vrede met God te leven? Uit ervaring weet ik dat dat veel strijd en tijd kost. Opstand, boosheid, onbegrip. Ik zou bijna zeggen: wie kent deze dingen niet?

Menselijke worstelingen met de Heer van de hemel. In de bijbel vinden we hier best veel voorbeelden van. Herkenbaar dus. Maar uiteindelijk is God de Heer en overwinnaar. En bij die Heer mogen we altijd (terug) komen. In de vrede die Hij wil geven.

Gisterochtend zongen we dit lied in de kerk. Het raakte me enorm. Zinnen als: “Heer, ik geef U mijn hart, ik geef U mijn ziel, ik leef alleen voor U. Leid de weg die ik ga, elk moment dat ik besta. Heer doe Uw wil in mij”

Ik vind het geweldig mooi om te zingen en tegelijkertijd is er de puzzel: ja, makkelijker gezongen dan gedaan. Mijn ik wil toch het liefste alles zelf bedenken en regelen. Vervolgens realiseer ik me dat er één totaal voorbeeld van overgave is: de Zoon die zich overgaf aan de Vader, voor ons.

Het leven….

Deze week heb ik vakantie. Ik heb geen werkafspraken, andere dingen gaan gewoon door. Het is best lekker om even geen gesprekken te voeren, ietsje minder na te denken over van alles en nog wat. Ik heb een enorme lijst gemaakt van allerlei dingen die ik wil doen. Maar misschien ga ik wel heel andere dingen doen, ik zie wel. Daar is het vakantie voor.

Op mijn keukentafel liggen boeken, papieren, studiegidsen, bolletjes garen en nog meer zooi. Opruimen vind ik ook zo’n vakantie ding. Straks weer meer ruimte in m’n kast. Opruimen betekent kasten leegmaken en het is verrassend wat ik allemaal tegen kom. Een sigarenkistje dat beplakt is met stof, door mijn vader beplakt, gekregen op een verjaardag. Als ik me goed herinner zaten er handwerkspulletjes in. Hoe oud zou ik toen geworden zijn? Ik vind veel sieraden waarvan ik het bestaan min of meer vergeten was. Wanneer kreeg ik die oorbellen, of wanneer kocht ik dat armbandje?  Ik her ontdek een aantal mappen met allerlei schrijfsels, schrijfsels van diverse cursussen die ik gevolgd heb. Wat is het toch heerlijk om te schrijven!

Om nog niet te hoeven beslissen welke spullen waar  belanden, ga ik eerst maar eens een eindje lopen.Ik geniet van de zon op m’n gezicht. In de zon ervaar ik Gods liefde. M’n gedachten vliegen alle kanten op. Ik denk aan het overlijden van Mies Bouwman. “Open het dorp”,  een bijzondere televisie uitzending, de eerste grote tv actie waarbij geld werd ingezameld. Het hele land stond op z’n kop. ik kan het me nog herinneren. Keek ik toen? Dat weet ik niet meer, we hadden toen nog geen tv. Oud mocht ze worden, 88 jaar. Ik denk aan het overlijden van de jongste dochter van staatssecretaris Blokhuis, dochter Julia, zij mocht maar 18 jaar worden. Ik kan me slechts een voorstelling maken van de diepte van het verdriet van de ouders en verder familie.

Het leven is niet eerlijk, wordt er dan gezegd. Dat vind ik altijd een moeilijke, het leven? Is het leven dan een persoon?

Orgaandonatie (2)

Gisteren is de  wet orgaandonatie aangenomen in de eerste kamer. Met een minimale meerderheid, 36/ 38. Nu gaat het zo worden dat iedereen zijn organen beschikbaar wil stellen voor donatie, behalve wanneer je het niet wilt, dan moet  je dat zelf doorgeven. Mocht je inderdaad in de situatie komen dat je donor kunt worden, dan wordt er eerst nog overlegd met je naasten.

Op tv was veel aandacht voor dit nieuws. In Nieuwsuur was een gesprek met iemand die dringend een donorhart nodig heeft. Het blijft een ingewikkelde situatie, dat iemand een donorhart nodig heeft, terwijl je dan weet dat er iemand (voor jou) moet sterven om dat mogelijk te maken. (bijna de paasgedachte).

Twitter ontplofte gisteravond en vanmorgen. In mijn tijdlijn voornamelijk mensen die tegen deze nieuwe wet zijn en een behoorlijk aantal daarvan gaf aan nu geen donor meer te willen zijn. “Want ik wil niet dat mijn organen naar de staat gaan, ” lees ik als argument. Of: al die laaggeletterde mensen die niet snappen wat ze kiezen, dus ik wil ook geen donor meer zijn. Of: “Ik gun mijn naasten een rustig afscheid, dus ik word geen donor”. Voor mij allemaal bizondere redenen die ik ook niet helemaal kan volgen eerlijk gezegd.

Het verbaast me dat (ook) veel christenen zo reageren. Mijn lichaam is van mij en niemand heeft er iets over te zeggen. In andere situaties, bijvoorbeeld euthanasie/ laatste wil pil, is het argument juist dat je niet de baas bent over je eigen leven en levenseinde. Vanmorgen in het ND stonden diverse reacties. Deze sprak me het meeste aan: “Mijn lichaam is niet van mijzelf, ik heb het in bruikleen van de Schepper. Het verbaasde me dat juist christenen in deze discussie opkwamen voor autonomie”. Gijsbert van den Brink, theoloog. Daar kan ik me in vinden.

Al eerder schreef ik over dit onderwerp.

Op de weblog van ds. Ernst Leeftink  verscheen vandaag ook een interessant artikel over donatie. Op deze website zijn veel meer artikelen te vinden over dit onderwerp.

 

Page 2 of 13

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén