Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Categorie: Persoonlijk Pagina 1 van 18

Er is getrouwd

Wat was het een mooie dag vorige week donderdag! Supermooi weer, stralende en blije mensen. De bruidegom had hier geslapen, evenals een van zijn broers en schoonzus. Sander werd al vroeg opgehaald om naar een natuurgebied te rijden waar de foto’s werden gemaakt. Uiteraard zijn deze foto’s de mooiste trouwfoto’s die ooit gemaakt zijn.

Wij gingen achter in de ochtend naar de daglocatie. Daar werd geluncht, getrouwd , gehuild en gelachen. Het was supermooi om gewoon buiten te zitten en daar de huwelijkssluiting mee te maken. We genoten van mooie woorden, veel taart, gekke stukjes, heerlijk eten en vooral van het zien van zulke blije mensen. Al was er ook het gemis van de vader van Willeke.

Het meest bijzondere was denk ik wel de kerkdienst. Een dienst die heel persoonlijk was, omdat de voorganger een goede vriend van Sander is. Een dienst met een mooie preek, over psalm 84:12. God als zon en schild. De zon als ont-dekkend iets en het schild als bescherming. (ik dacht dat de zon als warmtebron bedoeld was in dit vers, dat is blijkbaar niet zo) Vervolgens bleek er een verschil te zitten tussen de NBV 2004 en 2021, in vers twaalf gaat het nu over mensen die oprecht hun weg gaan, in de vertaling van 2004 stond onbevangen. Hoe dan ook, oprecht of onbevangen, je mag je weg met God gaan.

Foto’s heb ik niet van deze dag. Nou ja, ik heb massa’s foto’s, maar niet om hier te plaatsen. Wil je het paar zien, en/ of de dienst bekijken, dit is de link: https://www.youtube.com/watch?v=SEaIJowHaV4

(de uitzending begint ongeveer bij 25 minuten, we waren een beetje laat)

We hebben veel gezongen tijdens de kerkdienst. Met een bijzondere begeleiding! Het podium stond vol met de vier broers B, en een schoonzus.  Eén bruidegom en vier muzikanten: piano, gitaar, zang en slagwerk. Alle vier begeleiden ze tijdens kerkdiensten, nooit tezamen. Nu deze keer dus wel. Trotse ouders en een mooi gezicht, geluid, deze mensen op het podium. (en o ja, een broer van Willeke speelde bügel, al met al een gevarieerd geheel!)

Velen konden nog een tijdje nagenieten van deze bijzondere dag, corona was ook aanwezig en verspreidde zich flink.

De moeder van de bruidegom

In maart aten wij (allernaaste en ik) een taartje bij jongste zoon en vriendin. Halverwege stuitten we op een kaartje, verborgen in het gebak.

Een blijde tekst. En tegenover ons zaten twee blije mensen. De datum was toen nog niet bekend, vrij snel erna wel en morgen is de grote dag. Inmiddels zijn we op de hoogte van de inhoud van het proces dat een trouwerij voorbereiden is. Regelmatig kwam jongste langs met notitieblokje in de hand, er moest nog wat afgesproken en vervolgens afgevinkt worden. Het lukte allemaal en nu is de laatste dag voor de grote dag. Alles is geregeld en in kannen en kruiken en het wachten is begonnen. Ik mocht mee met het afpassen van de trouwjurk, wat een nieuwe ervaring was. Ik puzzelde me suf over wat ik zelf aan wil doen, en kwam mezelf daarin tegen. Een poll op Instagram leverde duidelijkheid. (maar ja, nu wordt het morgen warm, dus ik twijfel opnieuw) Over luxe problemen gesproken!

Tja, en dan zijn alle zonen getrouwd…. Superfijn en mooi om te zien hoe ieder stel zich ontwikkelt, ontwikkeld heeft. Ook heel erg fijn om te merken wat de broers voor elkaar doen, zo richting trouwdag. De sfeer die er is om iets moois in elkaar te zetten. Om liefdevol toch nog even te plagen. Wat een vreugde mogen we zo in onze kinderen ontvangen.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat nu het spontane binnenvallen voorbij is. (jongste vogeltje gaat ons stadje verlaten). Die spontane binnenvalacties waren soms hulpvragen, soms het delen van blijde dingen. Die tijd is nu echt voorbij. Ik ben geen raadgever meer, en het zo binnenlopen gebeurt niet meer door de afstand. Zo gaat het leven en zo is het goed. Maar ach, dat beetje weemoed, dat blijft.

Afval

Gisterochtend fietste ik onze wijk uit. We wonen in zo’n wijk waar iedere ochtend een uittocht is en iedere middag een intocht. Van auto’s. Het was mooi weer, ik hoorde veel vogels en een enkele bladblazer. Zo op het oog was alles rustig en geordend. De boze wereld lag achter de aarden wallen die de grenzen van onze wijk aangeven. Veilige grenzen die niemand overtreedt.

Het kandidaat zijn voor een politieke partij vraagt wat inzet heb ik in de afgelopen tijd gemerkt. Niets mis mee. Gisteren deden een aantal CU kandidaten mee aan een actie van Present.

Het waren per slot van rekening de NL doet-dagen. En als leden van het koningshuis de handen uit de mouwen steken en poep scheppen en takken snoeien, kunnen wij als Koningskinderen toch niet achterblijven? Als team van Christen Uniekandidaten zouden we een groot project aanpakken. Er moest een heleboel afval geruimd worden. Achter een huis lag zoveel verzamelde troep dat uithuiszetting onvermijdelijk leek. Puinruimen was de opdracht. Met een aantal mensen gingen we aan de slag. Zes uur lang is er hard gewerkt, in twee ploegen die ieder drie uur werkten. Onvoorstelbare hoeveelheden chaos troffen we aan. Onvoorstelbaar hoe zo’n situatie kan ontstaan. Onbegrijpelijk ook.

Dit was dus compleet buiten mijn eigen bubbeltje. Iemand zei: dat dit bestaat! Ja, het bestaat. Buiten onze eigen bubbel gebeurt van alles waar we geen weet van hebben. Hoe zou het zijn om zo te (moeten) leven?

Allemaal vragen zonder antwoorden. We werkten hard en door, en maakten af en toe een duffe grap. We vulden een container met afval. Iets van 50 kuub ofzo. Thuis wachtte allernaaste me op, en koffie en een heerlijke warme douche.

Vandaag heb ik spierpijn en ben nog een beetje moe. Ik denk aan al die troep en de mensen die er in wonen. Mensen die ik overigens niet gezien  heb. Ik bedenk dat dit veel vaker voorkomt in ons land. De Present coördinator vertelde dat het aantal ontruimingen zoals waar wij mee bezig waren, steeds vaker voorkomt. Steeds meer mensen dreigen uit huis gezet te worden.
We leven dan wel in een gaaf land, zoals onze Minister-president zegt, toch gaat er nog wel eens het een en ander mis. Zacht gezegd.

De Russen komen….

Een warme dag in september1968. Een saaie les Duits op de middelbare school. Plotseling roept de docent bij het open raam: “De Russen komen!” Dat iedereen toen wel oplette was een inkoppertje. De Praagse lente was net weer veranderd in een Russische winter. Tsjecho-Slowakije had voorzichtige pogingen ondernomen zich los te weken van de Sovjet-Unie, maar de ruimte werd weer ingeperkt en meer dan dat. Troepen uit Rusland en de Warschau landen vielen het land binnen om orde op zaken te stellen.

Er waren nog geen socials in die tijd, dus we zaten er niet zo dicht op als nu. We zagen geen filmpjes van gevechten, of van een student die zichzelf in brand stak als protest. Maar ik zat wel bovenop het nieuws.

Dat de Russen konden komen en wat voor gevolgen dat kon hebben was voor mij van jongs af aan een angstbeeld. Russen= communisme= christenvervolging. Daar waren boeken vol over geschreven, over die vervolgingen. De gedachte dat je niet in God zou mogen geloven en dat je gemarteld zou worden om dat geloof maakte me bang. Bang dat ik nooit vol zou houden als ik gemarteld zou worden. Die hele spannende tijd ging uiteindelijk voorbij. Het leek of er na de val van de Berlijnse muur eindelijk een tijd van rust aanbrak. Wat niet zo bleek te zijn, zie de oorlog in Joegoslavië en de vele oorlogen in het midden oosten. Weinig vrede. In de tijd dat de oorlog in Joegoslavië was, hadden we in ons gezin te kampen met veel ziekte, ik was toen meer naar binnen gericht en begreep er eerlijk gezegd ook niet zoveel van.

Al die oorlogen leken een soort ver van mijn bed gebeuren. Ook omdat het vooral  om “binnenlandse” zaken leek te gaan. Of om een regime te verwijderen, wat niet altijd even goed lukte, gezien de ellende in Libië, Irak enzoverder.

De “reden” om nu Oekraïne binnen te vallen zijn onnavolgbaar. Het is pure machtshonger van iemand die veel mensen meesleept in zijn megalomane gedachtewereld. Het voelt machteloos en maakt somber. Hoever gaat die machtshonger?

We zien de ellende en vernietiging op tv. Het is verschrikkelijk. Je kunt proberen je in te denken hoe erg dit allemaal is maar het blijft bij gedachten. Bidden kunnen we, geld inzamelen ook. En als er vluchtelingen komen, hen ruimhartig opvangen en begeleiden.

En dit alles schrijf ik op de dag dat we in alle vrijheid campagne konden houden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Aan de vooravond van de zondag dat kerken weer helemaal open mogen. Leven in vrijheid, we vinden het gewoon en ik ben zo blij dat de coronamaatregelen gestopt zijn! (met wel de gedachte: voor hoelang? En houden we rekening met mensen die extra kwetsbaar zijn)

 

Verhuizing

Druk bezig zijn met de verhuizing van je moeder, snel alles willen regelen. Ik ben daar van. En als laatste klusje van deze dag snel laten overschrijven naar de apotheek waar het verzorgingshuis van je moeder zaken mee doet. Om vervolgens de volgende ochtend gebeld te worden door de verzorgster van dienst met de mededeling dat de medicijnen keurig geleverd zijn door de nieuwe apotheek. Maar wel op het oude adres, in het postvak van de flat. Oeps! Leuk zo’n wisseling van de apotheek,  maar dan moet je het wel goed  uitwerken! “En nee, medicijnen hebben we hier niet op voorraad en mijn gedachte dat de plastablet van een ander ook bij mijn moeder zou werken was wel erg praktisch maar niet volgens protocol.”

Dit gebeurde begin van de week. Ik stapte maar weer in de auto om de medicijnen op te halen. En zo kwam het toch nog goed. Sinds maandag woont onze moeder in een verzorgingshuis, die gelukkig nog wel bestaan. De revalidatie in het verpleeghuis ging goed, terugkeer naar haar flat was niet gewenst en niet haalbaar. Wat erg fijn is en waar we erg dankbaar voor zijn is dat gesprekken voeren wel weer mogelijk is. Niet terug gaan naar haar flat was een opluchting en ook wel een grote verandering. De verhuizing van de eengezinswoning naar de flat ervaarde ze als meer ingrijpend.  Dat was de woning waar we als gezin jaren gewoond hebben, die had meer verhalen in zich dan nu deze flat waar ze toch ook wel weer een behoorlijk aantal jaren alleen gewoond heeft.

er moest nog flink gewerkt worden!

Het was even wachten op de indicatie van het  CIZ, toen die er eenmaal was ging alles in een sneltreinvaart: de ene maandag indicatie binnen en de volgende maandag opnamedag. Dat betekende inkopen doen, spullen in elkaar zetten, in de flat kijken wat er mee moet, dat inpakken en overbrengen. Dat konden wij als kinderen doen, gelukkig. Met de aanwijzingen van moeders kant.

Na een weekje drukte was dus maandag de opnamedag. Moeder moest nog veel handtekeningen zetten, kreeg uitleg over allerlei dingen. Kortom eigenlijk teveel voor een hoofd dat nog niet zolang geleden een CVA doorgemaakt heeft. En blijkbaar ook teveel voor mijn hoofd, zodat ik het nieuwe adres vergat door te geven.

De eerste dagen in het verzorgingshuis zitten er op. En de eerste berichten zijn positief. “Zelfs m’n bed wordt voor me opgemaakt”, zo klonk het. Fijn om te horen dat dit soort dingen als zegen gezien worden.

Daar zijn we blij mee en dankbaar voor. Nu wacht ons nog de taak alle administratieve dingen uit te voeren en de flat leeg te maken.

Hoe het verder ging

Ik toets een adres in mijn tomtom die van Garmin is. Het is een bekend adres, voor de zekerheid zet ik het toch maar in de routeplanner. Ik ben benieuwd hoe het er nu uitziet. Ik ga naar Eugeria, een verpleeghuis in de plaats waar mijn moeder woont. Het verpleeghuis waar mijn vader de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Toen was het een oud gebouw, met vierpersoonskamers, waar je een bed, nachtkastje en nog een andere kast had. Weinig ruimte en weinig privacy. Voor ons vervelend, ik denk dat vader het niet zo besefte.

Nu is onze moeder in datzelfde verpleeghuis, voor revalidatie. Het was een spannende week, na haar ziekenhuisopname. Ze kon gelukkig de volgende dag geopereerd worden. Al werd ook dit een wacht-dag: ze werd uiteindelijk pas tegen vijf uur ’s middags naar de operatiekamer gebracht, en was om een uur of negen weer terug op de afdeling. De eerste dagen verliepen redelijk voorspoedig en het was de bedoeling dat ze diezelfde week al voor revalidatie zou gaan. Een longontsteking verhinderde dat. De ziekenhuisopname duurde nog een paar dagen langer.

Corona zorgt ook in ziekenhuizen en verpleeghuizen voor extra gedoe en werk. In het ziekenhuis mocht een persoon per bezoekuur komen, niet wisselen dus. In het verpleeghuis mogen drie personen (steeds dezelfden) in totaal vier keer per week op bezoek komen. Dat betekent voor ons gezin dat de helft van de kinderen kan komen…. Nu konden in het weekend toch nog de kinderen die nog niet geweest waren, op bezoek komen.

Uiteindelijk volgde de verpleeghuisopname afgelopen woensdag. Moeder heeft een eigen kamer, met badkamer. Alles is nieuw en modern. Het revalideren is begonnen. Nu afwachten hoe dat verder gaat. Vermoeiend als je 90 bent en de jaren echt zijn gaan tellen. De dagen zijn vol met alle bezigheden. Gister ging ik er voor het eerst weer naar toe, naar dat ene verpleeghuis, waar zoveel voetstappen van ons liggen. Ik voelde het in mijn lijf toen ik er naar toe reed. O ja, daar parkeerde ik mijn auto altijd. Nu op een andere plek. Het hele huis is anders, mooier.

Het was goed om er te zijn. Nu volgt het harde werken voor moeder. Het blijft nog een spannende periode. Onwennig voor haar, in een onbekende omgeving. En in het kader van ieder nadeel heeft z’n voordeel: onder deze weersomstandigheden is het erg fijn dat ze veilig onderdak is!

Zondag

Je bent negentig en woont nog geheel zelfstandig en kunt ook je zaken zelf nog ordenen en regelen. Dan komt corona en je wereld wordt kleiner, je krijgt minder bezoek. Ook dat is te overleven en min of meer te overzien. Maar dan, op een dag kom je te vallen. Gelukkig heb je een alarmering voor de thuiszorg en lijkt het mee te vallen. De volgende dag komt de huisarts. Voor de zekerheid. Geen gebroken heup, zo is de conclusie na onderzoek. (thuis)

Je moddert wat door, al lijkt het er op dat het lopen lastiger wordt. Nog maar even afwachten. Dan, na een paar dagen, val je nog een keer, en weer is de thuiszorg de redding, en lig je weer veilig in je bed. Je merkt dat je niet meer op je voeten kunt staan. De volgende ochtend komt de thuiszorg opnieuw, en degene die dan komt om de steunkousen aan te doen, merkt dat bewegen nu wel erg moeizaam gaat. Ze pakt door, belt de huisartsenpost, want het is zondag. En ze belt mij, ik ben contactpersoon.

Ik moet nog wel een half uur rijden voordat ik er ben, en gelukkig is het erg rustig op de weg. Als ik er ben, gaat de thuiszorgmevrouw snel weg, haar route van deze ochtend is al een half uur uitgelopen. Dank voor het wachten! Ik maak een ontbijt, en we wachten op de dingen die gebeuren. De dienstdoende huisarts komt, ze onderzoekt en kijkt en besluit te overleggen met een neuroloog. Deze vindt het toch wel een goed idee om mijn moeder, over wie het heb, te laten onderzoeken. Een ambulance wordt geregeld, want met mijn auto vervoeren gaat echt niet lukken, bewegen is het probleem. De ambulancebroeder vertelt me waar ik in het ziekenhuis moet zijn en voegt me toe: voorzichtig rijden hè!

Ik rij met mijn eigen auto naar het ziekenhuis. En dan begint het lange wachten. Er wordt een scan gemaakt, niets op te zien. In het bloedonderzoek zijn geen grote afwijkingen te zien. Urine onderzoek evenmin. Longfoto is goed. Kortom, er is niets aanwijsbaars te vinden. Geriater wordt ingeschakeld, ook zij weet geen nieuwe gezichtspunten.

Wat nu? In principe is er geen reden om in het ziekenhuis te moeten blijven. Mijn moeder wil het liefste naar haar eigen huis en eigen bed. Weer een nacht alleen blijven vind ik onverantwoord en ik besluit dan te blijven slapen, al vraag ik me af hoe we het kunnen redden, zo samen, zonder medische hulpmiddelen. Een ziekenhuis opname op deze leeftijd is echter ook geen feestje. Met daarbij het risico van een corona besmetting… wat is wijsheid? Inmiddels is het dan al een uur of vijf en zitten we al een aantal uren in onze kamer. Verplicht met mondkapje op. Deze keer een medische… mijn eigen was niet goed genoeg. 🙂 Uiteindelijk bedenken mijn moeder en ik, dat naar haar huis gaan het minst slechte is. Dan zien we morgen wel verder, want op deze manier komt moeder niet verder.

Dan komt de assistent arts, die ons al de hele middag begeleid heeft binnen. Hij zegt nogmaals het een bijzonder geheel te vinden, geen enkele aanwijzing voor iets concreets en toch veel problemen. Zijn idee is: laten we alsnog toch een foto maken van de heup. Wie weet…. hij heeft  het idee dat er iets niet klopt. Eerder heeft  hij al gezegd dat hij een dergelijke situatie zeer interessant vindt. De foto wordt gemaakt, en we wachten weer. De hele middag heb ik app contact met broer en zussen. Superfijn dat dat kan!

Even later komt de arts terug….. surprise: de heup is toch gebroken. Het plaatje verandert op slag. Opname is noodzakelijk, en als het allemaal lukt, morgen operatie. Dan hopelijk revalidatie. De arts gaat nog in gesprek over wat te doen bij calamiteiten. Moeilijk dat dat moet, al is het ook goed dat ernaar gevraagd wordt. Dit is een onderwerp dat eerder bij ons aan de orde is, dus het is wel duidelijk hoe er gedacht en gevoeld wordt.

Mijn moeder gaat naar haar afdeling, ik naar haar huis om wat spullen op te halen. Ik breng ze nog naar haar afdeling. Gelukkig is er nog brood, behalve een klein ontbijt heeft moeder niets gegeten of gedronken. Zo op het oog ondergaat ze alles gelaten.

Ik laat haar achter en rijd naar huis. Mijn hoofd is vol, mijn maag leeg. Thuis wacht mijn allernaaste, met koffie en eten. Een intensieve dag, en ik denk dat er een intensieve tijd gaat volgen.

Alweer jarig

Vandaag ben ik 66 jaar geworden. De enveloppe met aanvraag voor AOW en pensioen is de deur uit. Die hoop ik over vier maanden te ontvangen. Dan ben ik 66 jaar en vier maanden.

Mijn oma, naar wie ik genoemd ben,  overleed eind juni 1966, een paar dagen na mijn verjaardag. Ze was 66 jaar en vier maanden. Ze was toen al maanden ziek. Het was een lange tijd van ziekzijn, en een groot deel daarvan was zij in ons gezin, waar mijn moeder voor haar zorgde. (mijn opa werkte toen nog) Uiteindelijk is mijn oma in het ziekenhuis overleden, thuisverzorging was niet meer mogelijk. Het was een erg zwaar ziek- en sterfbed. Onlangs kwam ik op twitter weer eens tegen dat mensen ‘recht’ hebben op een waardig sterfbed. En iedere keer vraag ik me af hoe waardig en sterven op een goede manier met elkaar te verbinden zijn.

Toen mijn oma stierf was ik twaalf, de oudste van vijf kinderen. Ik heb nog vage herinneringen aan die tijd, aan de ziekte van mijn oma, aan de geur van die ziekte. De naam van de ziekte werd niet genoemd. Wij kregen in die tijd telefoon, wat ik toen best spannend vond. Er kwam een echte wasmachine, in plaats van de ouderwetse die we eerder hadden. Die wasmachine werd veel gebruikt. Het was een bijzondere tijd, een donkere tijd.

Mijn moeder was nog erg jong toen haar moeder stierf. Inmiddels is ze bijna negentig jaar. Wij mogen al heel wat meer jaren van een moeder genieten dan zij kon. Vanmorgen gingen we bij haar op de koffie, voor mijn verjaardag. Fijn dat dat kan. Als verrassing kreeg ik een fotoalbum mee in bruikleen. Het album met de foto’s die mijn vader tijdens zijn dienstplicht in Indië gemaakt heeft. Natuurlijk heb ik deze foto’s vaker gezien. Ze waren een tijdje onvindbaar, en nu hervonden. Ik ga ze nog eens goed bekijken. Het is jammer dat er geen verhalen bij staan en dat we weinig over deze tijd gehoord hebben, of misschien ook wel niet echt over doorgevraagd hebben. Ik doe het maar met de beelden, ook daar ben ik al blij mee!

 

Langzaam leven

Ik voel me momenteel een beetje een slak. Langzaam, heel langzaam verder. Bij ‘gevaar’ trek ik me terug in mijn veilige hokje, wil ik even niet weten wat er gebeurt of gebeurd is. Daarna ga ik er weer uit, mijn voelsprieten uitgestoken, om op te vangen wat er gebeurt. Het lijkt wel of door de kleine wereld alles heftiger binnen komt dan anders.

In de afgelopen week stierf een (aangetrouwde) neef, na een ziekbed van vier weken. De begrafenis volgden we via internet. Dichtbij en toch veraf. Verbonden door internet, verdriet en geloof. Een andere (aangetrouwde) neef belandde op de intensive care, door corona. Momenteel lijkt hij wat aan de beterende hand. Angstvallig volg ik de berichten op televisie. Om er vervolgens moe van te worden, want al die tegengestelde berichten geven nog meer onrust. Ik duik maar weer in mijn veilige huisje met mijn haakwerkje. De stapel dingen die ik wil haken wordt steeds hoger…

Ik vlucht maar weer in het internet. Chat wat met de een, raak met een ander na jaren weer in gesprek, ontmoet weer een ander op een dieper niveau dan voorheen, lees de zoveelste discussie over de gevolgen van deze pandemie. Volg een discussie over hoe avondmaal te vieren in deze tijden, de een zegt doen en de ander zegt laten. Beide keuzes gaan gepaard met grote woorden. Grote woorden zijn een valkuil in deze barre tijden merk ik. Ook ik laat me verleiden.

Dank aan onze kerkenraad die besloten heeft een digitale viering te organiseren, aanstaande donderdag. We zien er naar uit, en vinden het wat onwennig. Net zo onwennig als meezingen met een internet kerkdienst. Tegelijkertijd dankbaar dat het kan, zo de diensten vieren. Vanmorgen was er als kindmoment een filmpje waarin kinderen vertelden wat deze tijd met hen doet, wat ze doen, wat ze missen. “we missen opa en oma”, kwam verschillende keren voorbij. Ja, wij missen jullie ook! Al is contact via ZOOM fijn, het is een beetje behelpen. Net zo behelpen en net zo fijn is het een filmpje van je kinderen te ontvangen, nog ter ere van je stoppen met werken. Ik ben gezegend met zoveel lieve mensen, zoveel liefde.
En toch….

De dag die je wist dat zou komen

In ons huis staan veel vazen met bloemen. De post bracht leuke en lieve verrassingen. Mijn hoofd is nog vol, mijn agenda zo goed als leeg.

In de afgelopen week ben ik voor de laatste keer op bezoek geweest bij mijn ‘klanten’. In overleg met hen, toch maar gewoon op bezoek. Geen hand, geen knuffel, of wat ook bij het weggaan. Afstand.

En nu werk ik niet meer. Nog geen pensioen, dat komt einde van het jaar. Wel gestopt met werken, omdat het goed was om te stoppen. Geen verplichtingen meer, geen verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen, geen geregel, protocollen en afspraken en vergaderingen meer. Vooral de laatste zaken begonnen als een last te voelen. Een last die ik nu weg kan leggen.

Geen (betaald) werk meer.. dat is toch wel vreemd, ik heb vanaf mijn zestiende jaar gewerkt en ben ook blijven werken na de geboorte van de kinderen. Ik had het nodig om naast ons gezin iets voor mijzelf te hebben. Het was soms wel vol en druk, ik heb er nooit spijt van gehad.

Ik zit naar een lege agenda te kijken, concrete invulling heb ik nog niet. Eerst maar uitrusten, er komt vanzelf wel wat op mijn weg. Wat wel jammer is dat de concerten die we juist in deze tijd zouden bezoeken,  niet door gaan. De trein pakken om naar het strand te gaan zoals ik mezelf beloofd had gaat ook niet lukken. Nou ja, dan maar niet. Hopelijk komt daar nog de tijd voor.

Pagina 1 van 18

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén