Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Page 2 of 41

Gewone genade

Vakantie tijd is voor mij (ook) leestijd. Op de een of andere manier lukt het me niet zo goed meer om te lezen als ik volop in werk en andere activiteiten zit. (goed voornemen: meer lezen)

In de afgelopen week las ik het boek “Gewone genade”, geschreven door William Kent Kruger. In het voorjaar werd mijn nieuwsgierigheid naar dit boek gewekt door een artikel in het Nederlands Dagblad. De (christelijke) uitgever schreef in een essay dat hij dit boek wilde uitgeven, en dat er in gevloekt wordt. Die vloeken waren een punt van overweging voor hem. Weglaten? Andere woorden bedenken? Uiteindelijk is het boek, inclusief vloeken in het nederlands verschenen.
Ik besloot me niet te weerhouden door het taalgebruik en het boek te kopen en lezen. Vorige week in begonnen, gisteren uitgelezen. Een bordje niet storen had ik niet nodig.

Het verhaal speelt in 1961 in de staat Minnesota in Amerika.Het beschrijft het verhaal van een zomer in een klein stadje. Een stadje waarin veel gebeurt. Er vallen doden, door diverse oorzaken. Het boek gaat vooral over het gezin Drum: vader, moeder, drie kinderen. Twee zonen, een dochter. Eigenlijk vind ik het lastig om hier al een en ander over het verhaal te vertellen. De schrijver van dit boek schrijft hoofdzakelijk thrillers. Dit boek leest als een thriller maar is het niet.

Het vertelt een geschiedenis over een gezin. Een verhaal over rouw. Het gaat over hoe je met God omgaat in zeer zware dagen. Hoe een gezin kan breken door verdriet. Uiteindelijk is het geen hopeloos verhaal. Het eindigt positief. En dat is wel een beetje een kritiek puntje: het positieve kwam voor mij wat te snel.

In een recensie las ik dat de hoofdpersonen té wijs zijn voor hun leeftijd, hun gesprekken “kloppen” niet.  (ze zijn 13 en 11 jaar). Feitelijk klopt deze kritiek, terwijl ik juist genoot van de fraaie en wijze oneliners die ze tegen elkaar zeiden. Er zaten mooie wijsheden in de gesprekken verstopt. Wijsheden waar ik van genoot.

Wat betreft het vloeken: ja, er wordt in gevloekt. En op een bladzijde, tamelijk in het begin, werd veel gevloekt. Zoveel dat ik dat echt over de top vond. Zoals het verder in het boek voorkomt/ gebruikt wordt, vond ik het een soort ‘functioneel’ om het op deze rare manier te zeggen.

Tenslotte. Vorige week was er op televisie veel aandacht voor homoseksualiteit. Ik heb twee documentaires teruggekeken: “De kast, de kerk en het koninkrijk” en “Ik ben er geen, ik ken er geen”. Beide indrukwekkend, beide tot nadenken stemmend. Wat mij in een van beiden opviel, was dat een man zei dat hij als homo voortdurend bezig was (geweest?) te kijken hoe andere (hetero) zich gedragen. Dat hij zijn eigen gedrag daarop afstemde. Alles om maar niet op te vallen. Uit angst voor? Het oordeel van anderen?

Ook in dit boek komt iemand uit de kast, om het zo te noemen. Deze persoon zegt: “Mijn hele leven kijk ik al naar andere jongens om te zien hoe ik me moet gedragen. Ik zeg tegen mezelf: “zo loopt een jongen. Zo praat een jongen. Zo kijkt een jongen niet aan andere jongens”. (ook) in dit boek zegt de dominee: je bent een kind van God. Iets wat ik maar voor een deel in de documentaires hoorde/ meekreeg. Daar hoorde ik behalve aanvaarding ook veroordeling.

Samengevat: ik heb genoten van dit boek, ben er (weer) door aan het denken gezet en heb af een toe een traan gelaten. (huilen om een boek was lang geleden)

Klokken, klepels en een orgel

Vanmiddag fietsten we een eindje in onze omgeving, onder anderen op zoek naar een supermarkt. We kwamen in het dorp Scherpenzeel terecht. Een dorp met nog geen 10000 inwoners. Ik dacht een groot aantal dames met rokken te spotten. Verder verbaasde ik me er over dat er handtasjes aan fietsen bleven hangen, bij het terugzetten van de winkelkarretjes.

We fietsten weer terug naar ons “bakhuisje” en kwamen langs een kerkgebouw. Een enorm groot gebouw. Dat wilde ik beter bekijken. Ik fietste er om heen en zag van alles. Een eerste steen, door een predikant geplaatst. Met daarop een paar verzen uit het boek Jozua genoemd. (hfst. 4: 21b, 22 en 24) Deze steen werd in 2012 ingemetseld, de kerk is in 2013 in gebruik genomen.

 

Een parkeerterrein dat groter was dan de oppervlakte van het kerkgebouw. Ik zag geen fietsenstalling oid. Dat kan achter het gesloten hek gesitueerd zijn, het kan ook zijn dat dit een streekgemeente is, waar iedereen in zijn auto naar toe gaat. Of het kan zijn dat je op zondag wel mag autorijden en niet mag fietsen, dat weet ik niet.

Ik zag parkeerplaatsen voor de Mefiboseths onder ons: 

 

 

 

En tenslotte zag ik nog bijzondere tegels voor de ingang van de kerk, een stuk of drie. Ze lagen er alle drie gevuld bij. 

Het geheel zag er superstrak en verzorgd uit. De kerk lag een beetje aan de rand van het dorp, op een pleintje, wat achteraf. Wat een groot gebouw! Deze gemeente bestaat dan ook uit ruim 200o personen, ruimte is dus wel nodig.

Ik was verrast door dit (enorme) bouwwerk. In een tijd en een land waar in de ene na het andere kerkgebouw overbodig wordt, verrijst een mega-gebouw.

De keuze

Een van de weinige voordelen van dit warme weer is, dat binnen zitten het enige is wat haalbaar is. Binnen zitten met een boek is geen straf voor mij. In de afgelopen dagen las ik het boek “De Keuze” geschreven door Edith Eva Eger. Een boek waar al veel over geschreven is, wat al een tijd in mijn kast stond.

Het boek vertelt de levensgeschiedenis van Edith. Geboren in wat nu Tsjechië is, en wat destijds Hongarije was. Ze wordt geboren in een Hongaars Joods gezin. Ze heeft twee oudere zussen. De oudste zus is een muzikaal wonderkind, zij speelt viool. De andere zus speelt piano en is een erg mooi meisje om te zien. Edith zelf is een talent op het gebied van dansen en turnen. Ze moet het niet van haar schoonheid hebben, zo heeft haar moeder haar ingeprent, wel van haar hersens. Een andere les van haar moeder is: “Onthoud dat niemand dat wat je in je eigen gedachten hebt van je af kan pakken”. Vooral deze laatste zin is een zin die een rode draad in het leven van Edith is.

Als ze zestien is wordt zij, samen met een van haar zussen en haar ouders naar Auschwitz getransporteerd.  Haar ouders worden direct na aankomst vergast, zij en haar zus Magda overleven het kamp en de oorlog. Uiteindelijk blijkt dat haar zus Klara de oorlog ook overleefd heeft.

In het boek vertelt Edith over haar leven. Haast summier wordt de ellende uit het kamp en de tijd daarna beschreven. Want de ellende is niet voorbij na de bevrijding. Anti- semitisme en vreemdelingen haat zijn niet verdwenen. Bovendien heeft ze om te gaan met de spoken uit de kamp tijd en is haar fysieke gesteldheid erg slecht. Tijdens haar opname in een tbc ziekenhuis ( en we hebben het hier wel over de tijd vóór de antibiotica) ontmoet ze een man waar ze uiteindelijk mee trouwt.

Ze maken plannen om naar Israël te emigreren. Die plannen gaan op het allerlaatste moment niet door omdat Edith het niet aandurft. Ze heeft net een oorlog overleefd en ziet het niet zitten om in een volgende terecht te komen..

Ze emigreren naar Amerika en ze hebben het daar in het begin erg moeilijk. Ze zijn “buitenlanders” en worden moeizaam geaccepteerd. Na een aantal jaren gaat dit beter. Haar man wordt accountant, zij zelf studeert, als haar drie kinderen al wat groter zijn, psychologie. Uiteindelijk krijgt ze een bloeiende praktijk en veel prijzen voor haar werk. Dit boek heeft ze op haar 90e geschreven.

Het is niet alleen het levensverhaal dat het boek boeiend maakt. Ze vertelt veel verhalen uit haar praktijk, die mixt ze met haar eigen gevoelens en gedachten. Vooral de manier waarop zij met lijden omgaat, de gedachte dat je een keuze hebt, maakt het -voor mij iig- zeer lezenswaard.

Het gaat over slachtoffer zijn, het gaat over vergeven, het gaat over je eigen rol in situaties. Leerzaam, confronterend, tot nadenken stemmend.

Deze vond ik bijzonder en mooi:

Vergeven is rouwen- om wat er is gebeurd, om wat er niet is gebeurd- en de hoop op een ander verleden opgeven. 

Dagje New-Wine

Deze week wordt de New-Wine zomerconferentie weer gehouden, opnieuw in Liempde. Vorig jaar lukte het niet om er een dag naartoe te gaan, dit jaar wilden we toch erg graag wel gaan. Zo zaten we gisterochtend al om kwart voor acht in onze auto.

We waren mooi op tijd voor de ochtendviering, toch wel het mooiste begin van een NW-dag. Al werd ik deze keer niet zo heel erg geraakt door de muziek, vooral omdat ik die niet (goed) kende. De spreekster,Miriam Swaffield,  komt uit Engeland, zij werkt daar vooral onder jongeren, om Gods goede nieuws te vertellen.

Ze nam Lucas 10  tot  vers 1 tot 21, als uitgangspunt voor haar verhaal. De uitzending van de 72. Met daarbij de opdrachten die de Here Jezus geeft. We vonden het een mooie inspirerende enthousiaste toespraak. Een toespraak die aan het werk zet, en tegelijkertijd de kracht en het werk bij God laat.

Vervolgens volgden we een seminar van Jo Herbert, een eveneens engelssprekende mevrouw, werkzaam bij Tearfund. Haar titel was: wat zegt de Bijbel over onze zorg voor de schepping? Natuurlijk beland je dan al snel bij de eerste hoofdstukken van Genesis, waar de mens de opdracht krijgt de aarde te bebouwen en bewaren. Zij noemde echter ook nog een aantal andere bijbelgedeeltes, bijvoorbeeld het boek Leviticus, waar het over offers en priesterschap gaat. Doorgaans niet de meest favoriete bijbelgedeeltes. Ze zette me erg aan het denken over dit bijbelboek, ik wil daar verder over na (gaan) denken.

Jo liet grafieken zien over de hoeveelheid CO2 die we uitstoten. En over hoe we met de aarde omgaan: 29 juli is de hoeveelheid grondstoffen die “we” voor een jaar beschikbaar hebben, al opgebruikt voor dit jaar. Misschien denken we dat we lenen van volgende generaties, uiteraard is dit geen lenen maar stelen. Ik vond het een pittige en confronterende workshop. Zo confronterend dat ik besloot haar vervolgworkshop over een leven zonder afval, niet te volgen…. Het viel me op dat er op New Wine best veel aandacht is voor duurzaamheid. Als je je eigen mok meeneemt voor koffie ed. krijg je korting. Er zijn papieren bekertjes, ipv plastic. Afval wordt gescheiden ingezameld. Op het programma staan meer workshops over duurzaam leven.

Daarna volgden we een seminar van Michelle van Dusseldorp,psycholoog en theraput,  over burn-out raken in het Koninkrijk. De hoofdmoot was wel de burn-out in meer algemene zin. Zonder te beweren dat ik burn-out ben kan ik wel zeggen dat ik wel het een en ander uit haar verhaal herken. Behalve herkenning, is het altijd leuk en boeiend om naar Michelle te luisteren.

Aan het einde van de middag hoorden we een lezing van Jan Wolsheimer, voormalig voorganger in een CAMA gemeente, tegenwoordig voorzitter van Missie Nederland. Zijn verhaal had als titel: ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar maken in de kerk. Een helder verhaal, dat toch ook nog best wel veel vragen opriep. Waar ruim de gelegenheid voor was om die te stellen.

En zo was het alweer vijf uur geworden. Het was zo een volle dag.Bovendien een bijzonder warme dag. Een weerrecord sneuvelde en het volgende record was maar een dag geldig.

We besloten om de avondviering niet meer bij te wonen, onze hoofden waren vol! Niet alleen door alle boeiende verhalen, ook door alle leuke ontmoetingen! Mensen uit ons eigen stadje die we al lange tijd niet gezien hadden. Familieleden waar ik doorgaans alleen digitaal contact mee heb. Medegemeenteleden. Heel fijn!

Op het terrein staat een grote boekentent. Uiteraard moest ik daar (meer dan eens) naar binnen. Boeken, daar heb je nooit genoeg van. Ik keek en keek, kocht uiteindelijk niets. Nog teveel ongelezen boeken in de kast. En ja, ik moest toch ook wel denken aan de toespraak van Jo Herbert. Bedacht dat boeken lenen ook een optie is, of via Marktplaats kopen. Wat me ook opviel in deze boekenwinkel was de enorme hoeveelheid verschillende bijbels. Zoveel soorten, zoveel vertalingen, voor zoveel verschillende doelgroepen een ‘eigen’ bijbel. Iets waar ik vrolijk zelf aan meedoe, met mijn bijschrijfbijbel, verschillende vertalingen en kerk- en gewone bijbel…. minderen en zuiniger leven, dat vraagt nog heel wat meer bewustwording!

Thuisgekomen moest ik toch echt nog de avondviering via internet volgen. Ook voor deze viering was Lucas 10 als tekst gekozen, “toevallig”. Het was fijn om “thuis” dat laatste stuk van het programma nog mee te beleven.

Strand…

Mijn vorige twee blogs maakten wel het een en ander los, merkte ik.  Ik kreeg op allerlei manieren reacties, hartelijk bedankt daarvoor. Ik denk dat ik een snaar raakte, en ik ontdekte, dank zij jullie reacties weer andere gezichtspunten.

Gezichtspunten die ik nog weer (moet/ga ) herkauwen. Wie weet nog weer voer voor een volgende blog.

In de afgelopen week had ik al vrij en genoot ook van afspraakloze dagen. De enige afspraak die ik had, was met mijzelf. Ik wilde een dag naar zee.Een zomer zonder zee is bijna geen zomer voor mij. Zo ging ik donderdag naar Scheveningen. En wandelde heerlijk langs het strand. Het was rustig. Ik vond het bijzonder om in dit drukke overbevolkte land een zo rustig strand te zien. Heerlijk! Zo’n wandeling voelt voor mij als een mini-retraite. Ik kom tot rust door de cadans van het lopen en geluid van de golven. Ik bedenk dat de zee al eeuwen en eeuwenlang bestaat, dat er steeds opnieuw eb en vloed is. Zoals God het beloofde. Die gedachte geeft vrede.

Behalve het strand had ik ramen van de Bijenkorf als doel. In het trappenhuis zijn geweldig mooie glas in loodramen, had ik al eens ontdekt. Nu nog foto’s van maken. Ook dat deed ik, en ook daar werd ik blij van!

 

Klagen 2

Ik eindigde mijn blog over de preek over psalm 88 met de vraag hoe om te gaan met verdriet?

Echt troosten is moeilijk. Het verdriet van een ander confronteert je met je eigen verdriet. Confronteert met gebrokenheid. Met onvermogen. Je zegt zo gauw dat er toch ook nog wel veel dingen zijn om dankbaar voor te zijn… of dat je je vertrouwen op God moet stellen. Of dat je vooral naar de geweldige beloften voor de toekomst moet kijken. (veel moetjes overigens)

Na de preek zong de dominee een zelf geschreven lied. Hoe kwetsbaar was dit. Een deel van de  tekst:

 Als ik bang ben Heer, en opsta in de ruimte

waar ik eenzaam ben en niet wil zijn-

Is hier een medemens voor mij,

die met me gaat en luistert,

Voor mij Uw liefde tastbaar maakt,

Schenk mij die mens.  

Ik was erg geraakt door de preek en dit lied. Aan de geluiden om me heen te horen, was ik niet de enige. Mijn tranen zaten hoog. Ik dacht dat ik vaak (in mijn werk) een medemens ben voor anderen… en dat ik weleens vergeet dat ik zelf ook die mens nodig heb. Ik voelde me erg klein. Merkte eens te meer dat ik God zo nodig heb. Realiseerde me weer eens dat er best veel is gebeurd in de afgelopen jaren. Dat een vertrouwde plek toch niet meer de goede plaats voor ons was. Dat ik me daardoor best ontheemd voelde. Zoveel gevoel, gedachten, emoties daverden door mijn hoofd.

Toen ik de kerk uitliep was er een lieve zus die me wat beter kent en zag dat ik verdrietig was. Ze vroeg ernaar. En ik, ik had geen antwoord. Wist alleen dat mijn verdriet hoog zat. Maar was onmachtig iets te zeggen. In de hal van de kerk werd koffie gedronken en geschonken. Dat trok ik niet en we gingen snel naar huis.

Eigenlijk had ik geen zin aan alle mensen om me heen, terwijl ik wel de behoefte had aan die arm, of misschien juist wel aan een gebed. Dat bidden kon thuis, gelukkig. Ik zit/ zat me (samen met anderen) af te vragen of er gelijk na de dienst bij meer mensen behoefte aan samen bidden was. Ligt hier een kans? Maar ook: durven we als medebroers en zussen dit samen te doen? (met daaronder de vraag: hoe veilig voel je je bij elkaar?)

Beide blogs zijn een samenvatting en eigen interpretatie van de kerkdienst van afgelopen zondagochtend. De preek is hier terug te luisteren.

Klagen 1

Afgelopen zondag ging het in de kerkdienst over psalm 88. Het was een dienst die me niet loslaat, ik ben er nog niet over ‘uitgedacht’ en wil hier delen wat me bezighield.

Psalm 88, wie kent hem? Een psalm van de ezrachiet Heman. Een psalm van de korachieten. Het is een van de zeer weinige psalmen die schijnbaar zonder hoop eindigt. In heel veel psalmen gaat het over nood van een mens. In de loop van een psalm verandert de toon vaak van hopeloos naar hoopvol.

Zo niet deze psalm, de laatste zin is: mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd, mijn enige metgezel is de duisternis. In het tweede vers staat: Here God, mijn redder. Er is vertrouwen op God als redder.

In onze tijd proberen we verdriet en ellende te ontlopen. Het leven ‘moet’ een feest zijn. En soms denken we zelfs recht te hebben op een goed leven. Tegelijk is het helder dat het leven niet altijd een feest is.  Soms zelfs nooit een feest.

Ook al leven we in een land  met veel voorzieningen, feit blijft dat voorzieningen vervangers zijn van gemis. Vervangers waar je soms erg je best voor moet doen om ze te ontvangen. Perspectief op herstel op deze aarde is er lang niet altijd.

De gedachte dat het ooit beter wordt, dat we wel geweldige perspectieven hebben, is soms een troost op afstand. Het zeggen dat niets toevallig gebeurt, houdt in dat God weet hoe jouw leven zal gaan en dat je niet uit zijn hand zal vallen. Het kan ook een machteloosheid inhouden: ik kan je niet helpen.

En dan, dan barst je van verdriet of teleurstelling. Je bidt je “binnenstenbuiten” zoals zo mooi gezegd werd. De hemel lijkt dicht te blijven. Er verandert niets aan je situatie, en God lijkt even ver weg als voorheen. Er kan een tijd zijn dat je niets voelt bij alles.

Mag je klagen? God vragen waarom dingen gebeuren, of juist niet gebeuren? Heman, de dichter van deze psalm, noemt God in deze psalm zijn redder. Naar wie hij het uitschreeuwt. In de preek werd verwezen naar 2 Korintiërs 1 vers 8-20:

De zoon van God was immers niet iemand die ja zei en nee bedoelde. Hij belichaamt het ja. In Hem worden alle beloften van God ingelost, en daarom is het ook door Hem dat we amen zeggen tot Gods eer.

Christus is de kracht onder onze klacht. Hij heeft meer dan welk mens geleden. Is echt in de steek gelaten door God. Wij voelen ons misschien in de steek gelaten, maar God is er altijd bij.

Je mag klagen bij God, en dat klagen geeft ruimte voor Hem.

Kunnen we als deelgenoten in het verdriet van anderen die ruimte laten bestaan?

Courgettes en meer.

Sinds gisteravond weet ik dat je courgettes in de soep kunt doen, in pannenkoeken en dat er nog wat meer mogelijkheden zijn voor het gebruik van courgettes. Deze tips kwamen me goed van pas, aangezien jongste vogel enige courgettes uit eigen tuin gebracht had.

Die les over de courgettes was een onderdeel van de musical van groep acht van de basisschool de Triangel in Hengelo. Mart, tweede kleinzoon, zit/ zat in die groep en deed dus mee. Opa en oma mochten meekijken. Toch wel weer bijzonder als je kleinkind alweer afscheid neemt van de basisschool. (iets met voorbijvliegende tijd)

De musical ging over een supermarkt die gewoon super heette. Rustig en ouderwets, met tijd en aandacht voor klanten. Een supermarkt waar geen vijftig soorten pindakaas te koop zijn. Maar natuurlijk kan zoiets niet blijven bestaan, en moest ook deze winkel in voor uitgang gaan geloven. Er gebeurde natuurlijk van alles en uiteindelijk kwam alles op z’n pootjes terecht en was iedereen gelukkig.

Het was een verhaal waar woordgrapjes in verpakt waren. Waar ‘wijsheden’ in verstopt zaten. Er werd in gezongen en in gedanst. Het ene kind was volkomen in z’n element, het andere kind deed heel erg zijn best om mee te doen. In een van de liedjes zong de zangeres: ze zeggen volg je hart, maar mijn hart is zo verward…

Die zin mag in het magazijn van mooie zinnen! Zo waren er nog meer pareltjes. En zo werd ons een spiegel voorgehouden naar de hectiek van alle dag.

Na de musical kregen alle leerlingen een persoonlijk woordje mee als afscheid. Plus een boek en een certificaat. Acht (voor Mart zelfs negen, door ziekte) jaar op dezelfde school Zo lang zit je nooit meer op dezelfde school. Het was goed al die afscheidswoorden te horen. Ik hoorde betrokkenheid en oog voor de kinderen in die woorden. Deze klas waaiert uit. Waren er vroeger een paar mogelijkheden, nu zijn er maar een paar kinderen die naar dezelfde school gaan.

En die courgettes? De baas van de supermarkt had courgettes in zijn tuin en een overvloedige oogst. Het liefst zag hij alle klanten met courgettes de winkel verlaten.

65

Vandaag vier ik mijn verjaardag en ben ik 65 jaar geworden. Tegenwoordig eigenlijk geen bijzondere leeftijd, een aantal jaren geleden een leeftijd om naar uit te zien, want AOW-gerechtigd.Mijn vader hoefde maar tot zijn zestigste te werken, van FLO (functioneel leeftijdsontslag), mijn schoonvader mocht op zijn 65e eindelijk stoppen met werken. Voor hem was het ook “eindelijk”. In de afgelopen jaren is er ook wat dat betreft alweer veel veranderd. Leek het erop dat ik vanaf mijn 67e van de AOW gebruik kon maken, inmiddels is dat verlaagd tot 66jr en 4 maanden. En ik ga wel zien hoe en wat ik verder ga met mijn werk. Allernaaste is wel aan het afbouwen, overdragen en nadenken over een leven zonder betaalde baan, hij is een jaartje ouder.

Die verjaardag van mij.. ik vind het best wel confronterend 65 te zijn. Vorige week fietsten twee meisjes me tegemoet, een jaar of tien jong. Hun gesprek ging over ouderen. Ik ving flarden op. Het ging over “lekker van je pensioen genieten”, “niets meer hoeven leren”, en ook over:”maar dan heb je alles al meegemaakt, er is niets nieuws meer”.  Ik kreeg de indruk dat ze er zo over praatten. Ik denk dat ze ook wel een goed beeld hadden. Heel veel dingen heb je al meegemaakt. Ervaringen die je zijn getekend en gekleurd hebben. Heldere en sombere kleuren. En ik ben benieuwd naar de kleuren die er nog bij komen.

Zaterdagmiddag nam allernaaste me mee voor een wandeling, niets nieuws onder de zon, dat gebeurt veel vaker. Wat wel apart was dat hij me “iets” wilde laten zien…

Dat “iets” bleek deze mooi aangeklede tafel te zijn, uitgestald op het Rutbeek, een waterplas achter de achtertuin. Alle kinderen hadden zich daar verzameld, en ik werd met gezang en veel liefde ontvangen!

 

Avondmaal en meer.

Vanmorgen vierden we in alle rust avondmaal in onze gemeente.  (= het eten van een klein stukje brood en het drinken van een slokje wijn. Daarbij denk je aan het offer dat de Here Jezus voor jou gebracht heeft. Door dat offer mogen wij vrij tegenover God, en leven als zijn kind)

We hebben veel gezongen, mochten voor de viering naar een preek luisteren en deden dit alles in volle vrijheid. Personen die belijdenis van het geloof hebben afgelegd, mogen het avondmaal vieren. En zij doen dat dan ook. Je viert het avondmaal om te gedenken en om je geloof te versterken. Je viert het niet om daarmee een statement te maken, of om te laten zien hoe goed jij bent.

Een tijdje geleden kocht ik een boek (hetgeen geen nieuws is). Ik kocht het boek: “Goed dat je er bent, een realistische kijk op jezelf”. Een boek dat door een christelijke psycholoog geschreven is, over het onderwerp zelfbeeld. Een onderwerp dat me privé en in m’n werk bezighoudt. Ik was benieuwd naar de christelijke invalshoek over dit onderwerp.

Gelijk in de inleiding van het boek verbaasde ik me al.. de gebruikte bijbelvertaling is de statenvertaling. De schrijfster haakt af als een andere auteur niet separeert en geen onderscheid maakt tussen iemand die echt gelooft en iemand die niet echt gelooft. Verderop in het boek gaat het over niet wedergeboren christenen.

Afgelopen week zag ik op de site van het CIP (christelijk informatie platform) een bericht staan waar het ook over separerende prediking ging:

“Er wordt in verschillende kerken een tweedeling gemaakt tussen voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften. De voorwaardelijke beloften zijn beloften waarbij bepaalde voorwaarden gelden. Denk daarbij aan geloven en tot inkeer komen. Bij onvoorwaardelijke beloften heeft God geen enkele voorwaarde. Daarin geeft God wat wij missen of niet kunnen uit onszelf.” bron: CIP.

Deze manier van denken staat ver van mij af. Dit zijn woorden die ik  niet begrijp. Het lijkt me zo verschrikkelijk zwaar en moeilijk om zo te geloven. Ik vraag me af of je dan niet teveel naar jezelf kijkt en te weinig oog hebt voor Gods liefde en trouw. Aan het avondmaal gaan is bij deze manier van denken, een bijna onhaalbaar iets. Lang niet alle belijdende leden zullen brood en wijn aannemen. Je kunt dat pas doen als je heel zeker weet dat jij een wedergeboren christen bent…

Ook deze week ontving ik in mijn mailbox deze tekst: “De God die heeft gezegd: “uit de duisternis zal licht schijnen” heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus” (2 Kortintiërs 4:6)

Hier zie en ervaar ik licht. Licht dat God wil geven. De God die hemel en aarde gemaakt heeft en hiervoor zal blijven zorgen. De God die verrast in zijn schepping, zo zag ik deze mooie bloem, waar ik erg blij van werd!

 

Page 2 of 41

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén