Afgelopen maand mocht ik de bloghop organiseren. De hop is voor mensen die zelf een weblog hebben. Blij verrast was ik toen ik een column van een van mijn lezers kreeg. Het onderwerp was voor hem zo aansprekend dat hij spontaan een bijdrage leverde. Vandaag dus als gastblogger.
Bedankt Johan, (enne… misschien toch tijd voor je eigen weblog?)

Gastles

En toen stond ik ineens voor de klas. Voor het eerst in mijn leven zou ik een gastles verzorgen. Nynke, de middelste dochter van goede vrienden van me, werkte in groep 4 over vogels. Het was de week voor de nationale tuinvogeltelling en wat was er mooier dan om in dat kader een ‘echte vogelaar’ in de klas te hebben? Juf Marleen was direct enthousiast; de klas had nog stapels prangende vragen die op een antwoord wachtten, en wie weet kon ik wel een paar leuke anekdotes met de leerlingen delen. Ik liet me hier graag voor gebruiken; liefde voor de natuur kweken bij kinderen, daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Toen ik bij de school aankwam was het plein leeg; het moest nog pauze worden. Het was lang geleden dat ik op een basisschoolplein had gestaan en de herinneringen aan mijn eigen basisschooltijd drongen zich op. Er heerste een tijdloze sfeer op het plein. Ik moest denken aan de biologielessen die mijn eigen liefde voor de natuur hadden aangewakkerd. Een gastdocent had ooit iets over mieren verteld en dat je die in principe ook kon eten. Avontuurlijk als wij waren hadden we dat in de pauze meteen uitgeprobeerd. Ik kan nu, 30 jaar later, nog de uiterst scherp-zure smaak ervan proeven op mijn tong. Zoveel indruk kunnen gastlessen op de basisschool dus maken. Ik voelde opeens de zware verantwoordelijkheid die op mijn schouders rustte deze middag.

Eenmaal boven in het lokaal werd me al snel duidelijk dat ik in een gespreid bedje was beland. Juf Marleen had met haar eigen enthousiasme voor vogels de interesse van de kinderen al tot grote hoogte opgestuwd. Verspreid over het lokaal lagen verrekijkers en vogelgidsen, er hingen platen aan de muren en vogelvoer buiten voor het raam en in de boom. Ik slaakte een zucht van verlichting: hier was het belangrijkste zendingswerk al gedaan. De snaveltjes voor me stonden wijd opengesperd om meer lekkers toegestopt te krijgen. En het bleken allesetertjes te zijn: een vogelquiz, verhalen over eigen waarnemingen, korte filmpjes van internet en de meegebrachte vogelklok (die elk uur met een ander vogelgeluid komt) – alles was even opwindend en vermakelijk. En natuurlijk bleven de vragen komen, er hingen voortdurend vingers in de lucht. Hoeveel vogels bestonden er eigenlijk in de wereld? Hoe konden vogels vliegen, en hoe hoog?

De spanning naderde het hoogtepunt toen ik de klas vroeg of ze ook vogelsoorten kenden die níet konden vliegen. Dit vraagstuk was duidelijk eerder besproken in de klas. Alle vingers gingen tegelijk de lucht in en iedereen begon meteen te roepen: de struisvogel! Toen ik vertelde dat deze exotische loopvogel om predatoren van zich af te houden wel 60 km per uur kon lopen werd het een leerling links van me te veel: hij stond op van zijn stoeltje en begon op zijn plaats renbewegingen te maken die moesten uitbeelden hoe snel dat wel niet was. Dit was voor de rest van de klas het sein om ook in beweging te komen en even leek mijn eerste gastles ooit te verzanden in complete chaos. Toen greep juf Marleen in die zo wijs was iedereen de gelegenheid te geven één struisvogelrondje door de klas te rennen, waarna de rust weerkeerde.

Een week later liet juf Marleen mij weten dat de klas een paar schitterende goudvinken had gezien vanachter het raam en dat iedereen ze was gaan tekenen. Ik kon tevreden zijn; de natuur zelf zou de rest wel gaan doen bij deze vogelaars-in-de-dop.

Door © Francis C. Franklin / CC-BY-SA-3.0, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37675952 (bronvermelding van de foto van de goudvink)

Auteur column: Johan Ploegman.