Gesien

Gehoord, gezien, gelezen en gedacht

Tag: ziekenhuis

Verhuizen

Gisteren mocht ik weer naar het ziekenhuis voor controle bij de oogarts. Afspraak om negen uur. Het was de allerlaatste dag dat er in dit ziekenhuis gewerkt werd. Het ziekenhuis dat nog steeds het nieuwe ziekenhuis genoemd wordt. Inmiddels is er een nog nieuwer ziekenhuis en is de verhuizing in volle gang.

In 1981 was de vorige verhuizing. Het ziekenhuis Ziekenzorg verhuisde van de Ruyterplein naar Haaksbergerstraat. Ik werkte toen op de intensive care afdeling. En was zwanger. Ik dacht de verhuizing als verpleegkundige mee te maken. De zwangerschap verliep niet goed, en ik kwam in het ziekenhuis te liggen. Ik dacht de verhuizing als patiënt mee te maken… ook dat ging niet door, want tijdens de verhuizing lag ik in het academisch  ziekenhuis in Utrecht, onze inmiddels geboren zoon, jongetje B, in het Wilhelminakinderziekenhuis.

Ik heb nog tot 1990 in dit ziekenhuis gewerkt. Er kwam een nieuwe naam met een logo, dat was nodig omdat de twee plaatselijke ziekenhuizen samengingen. Naam en logo kregen veel commentaar. De fusie leverde nog lang wij en zij gevoelens op. Jarenlang concurrenten, nu ineens verplicht tot samenwerken.

ingangmstIn latere jaren nog regelmatig op bezoek geweest in het nieuwe ziekenhuis.  bij diezelfde zoon die inmiddels een naam gekregen had, of bij schoonvader, die in de laatste jaren van zijn leven regelmatig in het ziekenhuis lag en er uiteindelijk ook gestorven is.

En nu is dit nieuwe ziekenhuis alweer oud geworden en werd het tijd voor een echt nieuw ziekenhuis. Nu zijn er nog steeds twee gebouwen, verbonden door een brug. Het ziekenhuis dat nu gebouwd is heeft de pretentie het modernste ziekenhuis van Nederland te zijn. Met de beste service. En service is afhankelijk van mensen. Nu maar hopen dat die mensen oog hebben voor andere mensen. Zich niet verschuilen achter protocollen en daardoor niet meer zelf denken. Zich bekommeren om de mens die in het allernieuwste bed ligt, waarvan nog niet helemaal duidelijk is hoe dat bed werkt. Zich bekommeren om de mens in het bed, hoe hij erbij ligt, hoe ze hem achterlaten in een hal vol mensen die een afspraak bij een oogarts hebben. (voor mij zou dat zijn: even zeggen dat je weggaat, zorgen dat iemand niet met een volle urinezak het ziekenhuis doorgereden wordt, zorgen dat iemand niet zo onbeschermd en weerloos erbij ligt) Pretenties zijn mooi, menselijkheid is beter.

Gisteren was ik bij de oogarts. Ik had om negen uur een afspraak. Om tien uur wandelde ik de spreekkamer in en om twee over tien weer uit. Mijn oogdruk was eindelijk goed! Blij verliet ik het pand. Voor de laatste keer.

mstWat niet zo goed te zien is op deze foto, wat ik wel grappig vond. Vandaag fietste ik langs het ziekenhuis, en de ANWB borden die de eerste hulp afdeling aanwezen, werden al verwijderd.

De mannen die daar bezig waren zagen mij fotograferen, en begonnen enthousiast te zwaaien.

Tejo Teek

Ik ben Tejo Teek, en ik woon in Twente. Het is erg fijn om in Twente te wonen, daar zijn veel bossen en tuinen waar ik me kan verstoppen. Ik ben lekker klein, je ziet me bijna niet. Ik ben een beestje met acht poten en ik ben dol op bloed, heel veel bloed. Ik lust het rauw, en ik zuig het uit je. Net zo lang tot ik vol zit, barstensvol. Dat gaat niet zo snel, soms ben ik wel een hele dag met mijn maaltijd bezig. Maar dan is mijn buik ook dik en rond. Dan moet ik oppassen, want dan kun je me zien. Als ik nog niet gegeten heb, zie je me bijna niet. Mensen denken dat ik boven in een boom zit en me dan laat vallen. Dat is niet zo, ik zit ook lekker verstopt in tuinen en kruip dan omhoog bij de mensen. Dan kan ik lekker eten. Dan zie ik eruit als op deze foto, helemaal dik en rond…

teek1
De ene teek is de andere niet, verschil moet er zijn. Ik ben een bijzondere, ik heb een speciale bacterie bij me.
Moeilijk woord, bacterie. Een bacterie zorgt ervoor dat iemand ziek wordt, en soms zelfs heel erg ziek. Om mijn buik vol te eten moet ik een gaatje in de huid van iemand prikken. Door die prik komt die bacterie in het lichaam van degene die ik geprikt heb. Meestal wordt die persoon dan ziek. Het lijkt of hij griep heeft. Vaak komt er een rode kring op de plek waar ik gebeten heb. Als mensen zo’n rode kring zien, gaan ze meestal naar de dokter. Dan moeten ze pillen slikken en gebeurt er verder niets, saai hoor.
Het wordt echt spannend als mensen niet merken dat ik ze gebeten heb, en als er geen rode kring komt Dan blijft de bacterie lekker zitten. Hij groeit en groeit en dan wordt iemand ineens zomaar ziek. Daar genieten bacteriën van. Ik, als Tejo Teek, weet daar dan niets van, jammergenoeg. Teken worden niet zo heel oud, die maken dat allemaal niet meer mee. Maar nu heb ik een verhaal gehoord van een jongetje dat door mij gebeten is en in het ziekenhuis terecht gekomen is. Ik verbaas me over de macht die je dan hebt als teek uit Twente! Da’s echt kicken! Het is bijna een film en dan geen beste…. Ik heb een jongetje gebeten, maar ik weet niet meer wanneer dat was. Tja, de leeftijd hè.. Dat jongetje had bijzonder lekker bloed, dat weet ik nog wel. Ik heb er echt van genoten. Ik heb een flinke hoeveelheid bacterie in zijn bloed gespoten en dat is lekker gaan sudderen. Het was een hele slimme bacterie, heb ik gehoord. Hij is in een plek gaan zitten waar ze anders nooit gaan zitten. In het hoofd van dat jongetje! Heel bijzonder! De dokter noemde het a-typisch. Moeilijk woord, vind ik. Die bacterie zat dus in zijn hoofd. En heeft daar voor een ontsteking gezorgd, waardoor dat jongetje niet zo goed meer kan zien.
Ik heb gehoord dat dat jongetje nu weer naar huis is gegaan. Dat mocht vandaag. Morgenochtend moet hij alweer terug naar het ziekenhuis, dan krijgt hij weer medicijnen door zijn infuus. Iedere dag moet hij naar het ziekenhuis. Ik weet nog niet hoelang dat gaat duren. Och, dat maakt ook niet zoveel uit, dat ik het niet weet. De bacterie heeft verloren. Dat is voor mij, als Tejo Teek, best wel jammer. Teken houden van winnen. En voor het jongetje? Hij is blij dat hij in zijn eigen bed mag slapen, maar hij is ook nog erg moe en verdrietig….
.

Ik zal er zijn

We blijven maar wachten. De gedachte was dat er gisteren uitslagen van de onderzoeken waren, dit was helaas niet zo. Voor Mart in ieder geval nog een nacht ziekenhuis, en veel onzekerheid voor iedereen. Mart voelt zich niet erg lekker, hij heeft veel last van de bijwerkingen van antibiotica. Sterk spul, die medicijnen. Waarbij het nog de vraag is of dit het goede geschut is. Mart brengt de

bedmart dagen in bed door. Papa of mama zijn erbij. Gelukkig dat dit zo kan. Vermoeiende dagen. De vragen van Mart zijn soms hilarisch voor volwassenen, voor een kind logisch. Zo zat hij zich af te vragen wie dit, zo in het ziekenhuis liggen, toch allemaal betaalde? Moesten papa en mama dat doen? Wie zal dat betalen, een vraag die vaker gesteld wordt en zou moeten worden.

In mijn vorige blogje schreef ik over mijn boosheid en verdriet. Vanmorgen zat ik me af te vragen of ik merk dat God er is. Ik dacht aan een liedje van Sela: Ik ben erbij. Iets wat ik met mijn verstand altijd wel weet, vaak moeilijk vind om te ervaren. Ik heb nooit “godsopenbaringen, of godstekens”. Soms lees ik hierover bij anderen, ik herken het niet echt. Waar ik wel blij van word en troost in kan vinden, is in muziek. Ik werd geattendeerd op een cd van Michael W Smith, en schafte die aan. Mooie muziek, mooie teksten! Een paar morgens achter elkaar werd ik wakker met een lied van Marcel en Lydia in gedachten: Ik hef mijn ogen op naar de bergen…

Vanmorgen werd ik wakker met Sela:  Ik ben erbij. Ik dacht dat het erbij zijn van God voor mij vooral zichtbaar is en wordt door de woorden van mensen. Lieve wensen van mensen. Fijne reacties op facebook, een mailtje, een telefoontje. Bedankt!

Vanmorgen was ik met Mattijs aan het appen, over het verloop van deze dag. We hadden het over de merkbaarheid van God. Hij vertelde dat het lied van Sela een lievelingslied van Mart is. Toen ze zaterdag onderweg waren naar het ziekenhuis, luisterden ze naar dit lied. Mooi, gaaf, die gedeelde troost!

 

De voor en nadelen van een ziekenhuisopname.

“Ja maar oma, waarom ben jij nou boos omdat ik in het ziekenhuis lig?”, vraagt Mart me, nadat ik vertelde dat ik gisteren uit kwaadheid een appelboom gekortwiekt heb. Die stomme appelboom, die maar één appel heeft, deze zomer, waarschijnlijk staat die boom voor het laatst in de tuin.

Mart in het ziekenhuis, niet helemaal onverwacht, toch heftig. Het is op dit moment nog niet duidelijk wat hij heeft. Wel is duidelijk dat er iets echt niet goed is. Hoofdpijn, last van zijn ogen, de hele zomer met zonnebril op lopen. Om die zonnebril in de Spelerij kwijt te raken. Dat was minder geslaagd. In de afgelopen weken onderging hij verschillende onderzoeken, waaronder een MRI van zijn hoofd. Voor ons kwamen oude films weer boven drijven. Gelukkig was er niets bijzonders op de MRI te zien. Uit een ander onderzoek kwam wel iets naar voren, wat dat is, dat weet nog niemand. Diverse mogelijkheden liggen nog open en moeten nader onderzocht worden. We wachten af met z’n allen.

infuusmart

Meer dan twintig jaar geleden zaten wij als ouders in het ziekenhuis, te wachten op uitslagen van onderzoeken. Nu zitten we ons te verbazen over de enorme verschillen met toen. Door WhatsApp blijven we op de hoogte van alle onderzoeken. Toen moesten we voortdurend op zoek naar een telefooncel in het ziekenhuis, om wat nieuws door te geven. Wat niet anders is, zijn de gevoelens van onmacht. Verdriet dat zo ontzettend vermoeiend is, dat maakt dat er niets uit je handen komt. Pijn om je kinderen en kleinkinderen.

Mart vermaakt zich intussen met zijn tablet, waar hij flauwe filmpjes op zoekt en kan vinden. Hij vermaakt ons en zichzelf met het vertellen van mopjes en raadsels.  Of hij zoekt een filmpje over de MRI op You Tube, om te onderzoeken wat een MRI is. Er waren geen filmpjes te vinden over een ruggenprik, die had hij vanmorgen gehad. Mart zat vanmiddag een lijstje te maken van de voor- en nadelen van een ziekenhuisopname. De stand was fifty-fifty. Tot hij toch vond dat hij naar huis wilde. En niet kon. Gelukkig mag er altijd iemand blijven slapen en doet zijn moeder dat deze nacht.

Intussen kon ik niet goed aan Mart uitleggen waarom ik boos was. Ik weet het zelf ook niet goed. Het voelt zo machteloos, ik wil iets doen, en ik kan niets doen. Boosheid heeft een adres nodig. Op wie ben ik boos? Of is het niet wie maar Wie? Ik kan het niet goed volgen waarom dit gebeurt. Voor mijn  gevoel is het teveel, te zwaar,  te…? De wereld om ons heen staat in brand. Onze eigen kleine wereld wordt weer eens door elkaar geschud. God is sovereign, is de titel van een lied dat ik vanmorgen deelde. Ja, ik weet het, dat het zo is. En toch…

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén