Vandaag was oma-dag. Vroeg m’n bed uit, om op tijd bij de kinderen te zijn. Nog net dat laatste stukje ochtendstress meepakken. Nog anderhalve dag school, dan is het vakantie. Mees was erg moe, het eerste stukje schooltijd was pittig voor hem. Hij gaat nu nog halve dagen, om twaalf uur mocht ik hem ophalen. We aten een broodje, nou ja, twee dan. Floor deed vrolijk mee, ook zij had trek. Daarna mocht Floor slapen, Mees niet. (klinkt een beetje streng, maar anders ligt hij tot tien uur ’s avonds wakker) Mees wakker houden (en mijzelf erbij) is een kunst op zich. Televisie kijken is leuk, maar slaapverwekkend.

Vanmiddag had hij veel zin in snoep. Dat werd dus zeuren om een snoepje. Het werd een soort wedstrijd in volhouden, voor ons allebei. Uiteindelijk hield hij stil. Niet omdat hij in slaap viel, hij begreep dat er (nog) geen snoep kwam. Hij was even stil, kwam lekker tegen me aan zitten en zei: “Oma, ik vin jou lief”. (wat overigens nog geen snoep opleverde).

Het raakte me. Ik had verwacht dat hij boos of gefrustreerd zou zijn omdat hij niet kreeg wat hij wilde. Maar nee, de knop ging om, het was klaar voor hem, hij kon weer lief zijn en gaan spelen. Zo kan het dus, tijdelijk gefrustreerd zijn, dit vergeten en overgaan tot iets anders. Hoe anders is dat vaak bij mij. Wat iemand mij “aangedaan” heeft, weet ik tot in detail te reconstrueren. Ik krijg het voor elkaar om iedere keer de bijbehorende gevoelens te ervaren. Vergeten? Onbevangen opnieuw met de veroorzaker van mijn “leed” in gesprek gaan? Onmogelijk. Kijken door de ogen van Jezus naar de ander? Zielsgraag zou ik het willen, het lukt lang niet altijd. Loslaten en overgeven aan God? Wie kan het me leren?